Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . In het kader van een geding tussen Nicolet Instruments GmbH en het Hauptzollamt Frankfurt am Main-Flughafen verzoekt het Hessische Finanzgericht ( 7e Senat ) het Hof om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van beschikking C(85 ) 1661/2 van 18 oktober 1985, waarin de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld dat het apparaat genaamd "Nicolet Data Acquisition and Processing System, model NIC-1180" niet met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief kan worden ingevoerd .
Deze beschikking is het resultaat van het hernieuwde onderzoek dat de Commissie naar deze invoer moest instellen om te voldoen aan het arrest van 7 maart 1985 ( zaak 30/84, Nicolet Instrument, Jurispr . 1985, blz . 771 ), waarin het Hof de beschikking die de Commissie op 7 juli 1980 ten aanzien van deze zelfde computer had gegeven, ongeldig verklaarde . Volgens het Hof had deze instelling namelijk "niet, gelijk de gemeenschapsregeling voorschrijft, de objectieve technische kenmerken van het apparaat onderzocht, doch zich in casu beperkt tot algemene, voor alle computers geldende overwegingen" ( r.o . 15 ). Het Hof verweet de Commissie voorts, dat zij zich ten onrechte had gebaseerd op het subsidiaire criterium, voor welke doeleinden soortgelijke apparaten in de Gemeenschap gewoonlijk worden gebruikt ( r.o . 17 ).
2 . Ofschoon wij hier te maken hebben met een verzoek om een prejudiciële beslissing, zijn de argumenten van Nicolet tegen beschikking C(85 ) 1661/2 geformuleerd als beroepsgronden . De onderneming stelt dat deze beschikking a ) terugwerkende kracht heeft; b ) inbreuk maakt op wezenlijke vormvoorschriften; c ) niet genoegzaam met redenen is omkleed; d ) rechtens en feitelijk op kennelijke dwaling berust .
In het eerste middel beklaagt Nicolet zich erover, dat de Commissie zich in oktober 1985 heeft uitgesproken over een invoer die vijf jaar eerder plaatsvond; er zou dus sprake zijn van een rechtshandeling met terugwerkende kracht, die derhalve onwettig is . Dit middel is ongegrond . Dat er tussen de invoer en de bestreden maatregel zoveel tijd is verstreken, heeft namelijk maar één duidelijke oorzaak : de Commissie heeft de zaak ter uitvoering van het arrest van 7 maart 1985 opnieuw moeten onderzoeken .
Het tweede middel berust op twee argumenten : inbreuk op het recht om te worden gehoord en de geheimzinnigheid rond de door de Commissie gevolgde procedure . Met name deze laatste omstandigheid zou Nicolet hebben verhinderd, de werkelijke wetenschappelijke bekwaamheden van de geraadpleegde deskundigen te beoordelen .
Beide argumenten moeten worden verworpen . De door de Commissie gevolgde procedure is geregeld in verordening nr . 2290/83 van 29 juli 1983 ( PB 1983, L 220, blz . 20 ), waarvan de voorschriften - voor zover hier van belang - nagenoeg gelijk zijn aan die van verordening nr . 2784/79 ( PB 1979, L 318, blz . 32 ). Bij de uitlegging van deze laatste heeft het Hof vastgesteld, dat daarin niet is voorzien dat degene die om vrijstelling verzoekt, wordt betrokken bij het onderzoek van het Comité Douanevrijstellingen, noch dat de betrokkene moet worden gehoord voordat de Commissie haar beschikking geeft ( arresten van 25 oktober 1984, zaak 185/83, Rijksuniversiteit te Groningen, Jurispr . 1984, blz . 3623, r.o . 20 en 21; 26 juni 1986, zaak 203/85, Nicolet, Jurispr . 1986, blz . 2049 ( r.o . 15 ).
3 . De twee andere middelen kunnen gezamenlijk worden onderzocht . Nicolet betoogt, dat het Hof de beschikking van 7 juli 1980 ongeldig heeft verklaard om redenen die ook in de onderhavige zaak gelden . Het is inderdaad zo, dat de Commissie zich net als vijf jaar geleden op algemene overwegingen beroept en geen enkel overtuigend argument aanvoert tegen de in 1982 door professor Schrader opgestelde rapporten . Zoals bekend had deze verklaard, dat het apparaat een te hoog prestatievermogen had om te kunnen dienen voor industriële en commerciële doeleinden en dat het daarom speciaal geschikt was voor wetenschappelijk onderzoek .
Op de vraag van het Hof, waarom Nicolet niet heeft gekozen voor een van de in de litigieuze beschikking genoemde computers die vergelijkbare kenmerken vertonen, heeft de onderneming geantwoord dat deze apparaten ten tijde van de invoer nog niet op de Europese markt verkrijgbaar waren .
Alvorens de aldus samengevatte argumenten te onderzoeken, wil ik nog een opmerking maken . Volgens vaste rechtspraak kan het Hof de inhoud van een ter zake gegeven beschikking slechts kritiseren bij een klaarblijkelijke fout - feitelijk of rechtens - of bij misbruik van bevoegdheid ( vgl . laatstelijk het arrest van 21 januari 1987, zaak 13/84, Control Data, Jurispr . 1987, r.o . 12 ).
Vanuit dit gezichtspunt bevat beschikking C(85 ) 1661/2 geen elementen die de geldigheid ervan kunnen aantasten . Anders dan in de eerste beschikking, wordt thans het wetenschappelijk karakter niet in abstracto ontkend, maar wordt juist een uitputtende opsomming gegeven van de redenen ( lage nauwkeurigheidsgraad, structurele kenmerken die andere apparaten ook hebben, gebruikte computertaal ) op grond waarvan "model NIC-1180" niet "uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt ( is ) voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten" ( artikel 3, lid 3, van verordening nr . 1798/75, PB 1975, L 184, blz . 1 ). Uit de motivering blijkt bovendien, dat de deskundigen van het Comité Douanevrijstellingen de door professor Schrader in zaak 30/84 geproduceerde rapporten hebben onderzocht en als integrerend deel van het verzoek om vrijstelling hebben beschouwd .
Ten slotte is er geen sprake van een kennelijke beoordelingsfout voor zover de in de beschikking genoemde apparaten nog niet in de Gemeenschap verkrijgbaar waren . De Commissie heeft zich bij haar onderzoek volledig gehouden aan de regels die voor de vrijstelling van invoerrechten gelden . Volgens de artikelen 52 en 54, eerste streepje, van verordening nr . 918/83, juncto artikel 7, lid 6, van verordening nr . 2290/83, die op dit punt niet verschillen van de overeenkomstige bepalingen van de verordeningen nrs . 1798/75 en 2784/79, wordt bij het betrokken onderzoek vooral gekeken naar "de wetenschappelijke waarde" van het ingevoerde apparaat; pas wanneer vaststaat dat dit apparaat van wetenschappelijke aard is, moet de Commissie nagaan of er op de markt vergelijkbare Europese apparaten verkrijgbaar zijn . Aan "Model NIC-1180" werd evenwel geen wetenschappelijke waarde toegekend, zodat ook geen oordeel over de gelijkwaardigheid hoefde te worden gegeven .
Afgezien van de verklaringen van de gemachtigden van de Commissie ter terechtzitting, vormt de verwijzing in de beschikking naar apparaten "van hetzelfde type", mijns inziens veeleer een aanwijzing dat de Commissie ter uitvoering van het arrest van 7 maart 1985 een bijzonder diepgaand onderzoek heeft ingesteld . Zij heeft met andere woorden de moeite genomen om de gebruiksmogelijkheden van de computer ook te vergelijken met die van soortgelijke apparaten, om vast te stellen dat het apparaat niet uitsluitend voor wetenschappelijke doeleinden bestemd was .
Bijgevolg heeft Nicolet niet aangetoond, dat de Commissie rechtens of feitelijk een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt, noch dat het door de Commissie verrichte onderzoek gebrekkig is wegens misbruik van bevoegdheid .
4 . Op grond van het voorgaande geef ik het Hof in overweging, de vraag die het Hessische Finanzgericht bij beschikking van 21 januari 1987 heeft gesteld in het geding tussen Nicolet Instrument en Hauptzollamt Frankfurt am Main, te beantwoorden als volgt :
Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van beschikking C(85 ) 1661/2 van 18 oktober 1985 kunnen aantasten .
(*) Vertaald uit het Italiaans .
Full & Egal Universal Law Academy