Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De in verordening nr . 856/84 van de Raad ( 1 ) vervatte regeling ter beheersing van de produktie, die het evenwicht op de door grote structurele overschotten gekenmerkte zuivelmarkt beoogt te herstellen, bepaalt, dat gedurende een periode van vijf jaar naast de in 1977 ingevoerde medeverantwoordelijkheidsheffing een extra heffing moet worden betaald over de aangevoerde hoeveelheden melk die een bepaalde garantiedrempel overschrijden .
2 . Bij de toepassing van deze regeling, die meestal wordt aangeduid met de term "melkquota", is de vaststelling van de referentiehoeveelheid van essentieel belang, daar de overschrijding daarvan toepassing van een heffing, gelijk aan 100 % van de richtprijs van de aangevoerde melk, tot gevolg heeft .
3 . De Lid-Staten kunnen kiezen tussen een formule A en een formule B . Volgens de eerste formule is de heffing verschuldigd door elke producent wiens leveranties een referentiehoeveelheid overschrijden die gelijk is aan de hoeveelheid die hij tijdens het door de Lid-Staten binnen de periode 1981-1983 gekozen referentiejaar heeft geleverd . In het kader van formule B, die door Frankrijk is gekozen, wordt de referentiehoeveelheid toegekend aan de zuivelfabrieken; zij is gelijk aan het totaal van de in een bepaald jaar binnen de referentieperiode gekochte hoeveelheden melk; Frankrijk heeft gekozen voor het jaar 1983 . Bij overschrijding wordt de heffing geïnd van de koper, die deze doorberekent aan de producenten die hun individuele hoeveelheid, op basis waarvan de referentiehoeveelheid van de koper is vastgesteld, hebben overschreden .
4 . Het aan de verwijzende rechter voorgelegde geschil heeft betrekking op artikel 3, punt 3, van verordening nr . 857/84 van de Raad ( 2 ), volgens hetwelk in het kader van de formules A en B, producenten wier melkproduktie over het gekozen referentiejaar aanzienlijk is beïnvloed door buitengewone gebeurtenissen, op hun verzoek een ander referentiejaar binnen de periode 1981-1983 kunnen krijgen .
5 . In 1983 werd het Franse grondgebied getroffen door een ernstige droogte, naar aanleiding waarvan de nationale autoriteiten een aantal interministeriële besluiten vaststelden waarbij de meeste departementen tot rampgebied werden verklaard; op basis van deze besluiten werd een procedure tot toekenning van "extra referentiehoeveelheden wegens rampen" ingevoerd .
6 . Volgens de Franse regering was de toegepaste methode erop gericht enkel aan de getroffen producenten een ander referentiejaar toe te kennen en te voorkomen dat kopers zonder goede gronden extra referentiehoeveelheden zouden krijgen .
7 . Aan de Centrale laitière de Franche-Comté werd voor het seizoen 1985-1986 een heffing opgelegd; zij heeft deze doorberekend aan verzoekers in het hoofdgeding . Laatstgenoemden betwisten de door de Franse autoriteiten toegepaste berekeningsmethode en stellen dat een juiste toepassing van de gemeenschapsbepalingen niet tot een dergelijke uitkomst had kunnen leiden .
8 . Het aan de verwijzende rechter voorgelegde geschil is overigens moeilijk precies te omlijnen, daar de Franse regering en verzoekers in het hoofdgeding ter terechtzitting tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd, met name over het punt, of de betrokken producenten wel alle voordelen van de in de gemeenschapsregeling voorziene optie hebben genoten . In het kader van de onderhavige prejudiciële vraag behoeven wij evenwel niet nader in te gaan op de feiten en evenmin na te gaan of de betrokken nationale methode rechtmatig was .
9 . Deze relatieve onzekerheid omtrent het geschil, die door de bewoordingen van de verwijzingsbeschikking niet wordt weggenomen, laat ons niettemin toe vast te stellen dat de betrokkenen kritiek hebben op twee aspecten van de toegepaste methode . Allereerst is, in strijd met het bepaalde in artikel 3, punt 3, van de verordening nr . 857/84, niet ( de gehele hoeveelheid van ) het "vervangende" referentiejaar aan de betrokken producenten toegekend . In de tweede plaats zou de regel, dat bij toepassing van formule B alleen de referentiehoeveelheid van de koper bepaalt vanaf wanneer de heffing verschuldigd is, niet zijn in acht genomen .
10 . Ik stel het Hof dan ook voor - in navolging van de Commissie - de volgorde van de vragen om te gooien, en meer bepaald, eerst na te gaan welke de draagwijdte is van de in artikel 3, punt 3, voorziene optie, namelijk of deze optie impliceert dat de individuele hoeveelheid van de producent gelijk is aan zijn gehele produktie in het "vervangende" jaar . Zo ja, dan behoeft natuurlijk niet meer te worden onderzocht of het toekennen van verschillende "rampenpercentages" aan producenten die aan een zelfde zuivelfabriek leveren, discriminatie oplevert, daar een dergelijke vermindering dan in beginsel uitgesloten is . Vervolgens dient te worden gepreciseerd, of de individuele hoeveelheden van de producenten onderling vervangbaar zijn binnen de referentiehoeveelheid van de zuivelfabriek, waarvan de overschrijding het enige criterium is voor het verschuldigd worden van de heffing .
11 . Artikel 3, punt 3, luidt als volgt : "voor producenten wier melkproduktie over het ... gekozen referentiejaar aanzienlijk is beïnvloed door buitengewone gebeurtenissen ... wordt op hun verzoek een ander referentiekalenderjaar binnen de periode 1981-1983 in aanmerking genomen ".
12 . Een dergelijke bepaling kent de betrokkenen ongetwijfeld rechten toe . Met betrekking tot de precieze draagwijdte ervan wijs ik er, met de Commissie, op, dat voor het nieuwe referentiejaar de algemene regels betreffende de vaststelling van de referentiehoeveelheden, zoals de uniforme vermindering en de differentiatie bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening nr . 857/84, moeten gelden .
13 . Afgezien van deze correctieven, die zonder onderscheid op alle producenten moeten worden toegepast ongeacht of het gaat om het normale dan wel om een vervangend referentiejaar, kan op de met toepassing van artikel 3, punt 3, bepaalde individuele hoeveelheid geen andere vermindering worden toegepast . Een dergelijke vermindering zou in strijd zijn met dit artikel .
14 . Gelet op het voorgaande wijs ik erop, dat volgens de Franse regering - die in haar schriftelijke opmerkingen overigens als haar mening te kennen geeft dat de eerste vraag aldus moet worden begrepen - dient te worden nagegaan, of het enkele feit dat het aanvoergebied van een zuivelfabriek in een als rampgebied voor de landbouw erkende streek ligt, voor alle bij deze zuivelfabriek aangesloten producenten ipso facto het recht op een extra referentiehoeveelheid meebrengt, ongeacht de mate waarin de producenten individueel door deze rampen zijn getroffen .
15 . Mijns inziens kan het in artikel 3, punt 3, bepaalde slechts worden toegepast op grond van een specifieke situatie van de betrokken producent . Vereist wordt dus, dat de persoonlijke produktie van de betrokkene aanzienlijk is beïnvloed door buitengewone gebeurtenissen als bedoeld in dat artikel . Een administratieve procedure kan zeker geen grond opleveren om het onderzoek van de individuele situaties niet te verrichten . Wat er ook van zij, het is in strijd met de dwingende en nauwkeurige bewoordingen van genoemde bepaling om een producent die aan de gestelde voorwaarden voldoet, slechts een gedeelte van het ter vervanging gekozen jaar toe te kennen . De Franse regering betwist deze regel overigens niet, ofschoon verzoekers betogen dat hij in feite niet is in acht genomen .
16 . Thans moet nog worden onderzocht of in het kader van formule B de individuele produkties onderling vervangbaar zijn, daar de overschrijding van de referentiehoeveelheid van de koper het enige in aanmerking te nemen criterium is . Laat ik er allereerst op wijzen, dat deze hoeveelheid volgens de thans onderzochte bepaling eventueel moet worden verhoogd wegens de aldaar genoemde bijzondere situaties . In de eerste alinea van artikel 3 wordt immers uitdrukkelijk bepaald, dat met die situaties rekening moet worden gehouden bij de vaststelling van de referentiehoeveelheden in het kader van de formules A en B .
17 . Laat ik het maar onmiddellijk zeggen : in het kader van formule B heeft in beginsel slechts de overschrijding van de aldus bepaalde referentiehoeveelheid van de koper de toepassing van de heffing tot gevolg . De overschrijding van de individuele hoeveelheden heeft op zichzelf geen gevolgen . Dit is de opzet van deze keuzemogelijkheid, zoals uitdrukkelijk blijkt uit artikel 1 van verordening nr . 856/84 :
" Formule B
Voor elke koper van melk ... geldt een heffing over de hoeveelheden melk ... die hem door producenten zijn geleverd en die gedurende het betrokken tijdvak van 12 maanden een vast te stellen referentiehoeveelheid overschrijden ."
Deze laatste moet overeenkomen met de in het referentiejaar gekochte hoeveelheid, aangepast in geval van toepassing van artikel 3 . In het kader van formule B is de individuele hoeveelheid van de producent in de eerste plaats de maatstaf volgens welke de heffing bij overschrijding van de referentiehoeveelheid van de zuivelfabriek wordt doorberekend aan de individuele producent . Verordening nr . 773/87 ( 3 ), die overigens van na de feiten in de onderhavige zaak dateert, bepaalt slechts bij wijze van uitzondering, dat in het kader van formule B, de Lid-Staten een heffing kunnen opleggen aan de producenten die hun individuele hoeveelheid met 20 000 kg of 10 % hebben overschreden . Het verlenen van een dergelijke bevoegdheid onderstelt uiteraard, dat de overschrijding van de individuele hoeveelheid in formule B normaliter geen invloed heeft op het verschuldigd worden van de heffing .
18 . Het valt dan ook niet te betwisten, dat in formule B de producenten die aan een zelfde zuivelfabriek leveren - thans onverminderd genoemde verordening nr . 773/87 -, kunnen profiteren van de individuele hoeveelheden die door andere producenten die aan dezelfde zuivelfabriek leveren, niet zijn gebruikt, mits de referentiehoeveelheid van de koper niet wordt overschreden . Zoals de Commissie opmerkt, verleent deze mogelijkheid de betrokken producenten evenwel geen recht op een eventuele verlenging . Het gaat om een zuiver rekenkundig en toevallig, jaarlijks gevolg van formule B, dat geen enkele invloed heeft op de vaststelling van de individuele hoeveelheden .
19 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging voor recht te verklaren :
- Aan de producent die voldoet aan de voorwaarden van artikel 3, punt 3, van verordening nr . 857/84 moet op zijn verzoek een individuele hoeveelheid worden toegekend die gelijk is aan de hoeveelheid die hij daadwerkelijk heeft geproduceerd tijdens het door hem gekozen vervangend jaar, met als enige correctie de toepassing van de verminderingen en differentiaties die zonder onderscheid op alle producenten van toepassing zijn .
- In het kader van formule B, kan in beginsel enkel de overschrijding van de referentiehoeveelheid van de koper de toepassing van de heffing tot gevolg hebben .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1 ) Verordening nr . 856/84 van 31 maart 1984 tot wijziging van verordening ( EEG ) nr . 804/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( PB 1984, L 90, blz . 10 ).
( 2 ) Verordening nr . 857/84 van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van verordening ( EEG ) nr . 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten ( PB 1984, L 90, blz . 13 ).
( 3 ) Verordening nr . 773/87 van 16 maart 1987 ( PB 1987, L 78, blz . 1 ).
Full & Egal Universal Law Academy