Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De verhandeling van eieren wordt in het gemeenschapsrecht geregeld bij verordening nr . 2772/75 van 29 oktober 1975 ( PB 1975, L 282, blz . 56 ). Artikel 6, lid 1, daarvan bepaalt, dat "de eieren worden ingedeeld in de volgende kwaliteitsklassen : klasse A of 'verse eieren' ; klasse B of 'eieren van tweede kwaliteit of verduurzaamde eieren' ; klasse C of 'uitgesorteerde eieren, bestemd voor de levensmiddelenindustrie' ". Ten aanzien van de verpakking wordt verder in artikel 16 een onderscheid gemaakt tussen "grote verpakkingen", die meer dan dertig eieren bevatten, en "kleine verpakkingen", die er dertig of minder bevatten . Op laatstgenoemde verpakking moet ingevolge artikel 18 "in duidelijk zichtbare en zeer goed leesbare letters ( worden ) vermeld ... c ) de kwaliteits - en de gewichtsklasse" van de eieren . Ten slotte wordt in artikel 21 voorgeschreven, dat "op de verpakkingen (( in het algemeen )) geen andere vermeldingen ( mogen ) voorkomen dan die welke ... worden genoemd ". Na de bij verordening nr . 1831/84 van 19 juni 1984 ( PB 1984, L 172, blz . 2 ) in deze verordening aangebrachte wijzigingen is daaraan echter toegevoegd, dat op kleine verpakkingen kunnen worden vermeld "... c ) aanduidingen om de verkoop te bevorderen voor zover deze aanduidingen en de wijze waarop zij worden aangebracht, de koper niet kunnen misleiden ."
2 . Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei te Bad Segeberg ( Bondsrepubliek Duitsland ) is een onderneming die eieren produceert en in de handel brengt, waarbij zij voor de eieren van klasse A kleine verpakkingen gebruikt met de opdruk "Goeteklasse A 'frisch' " ( kwaliteitsklasse A "verse eieren ").
In 1985 deelde de bevoegde dienst van het Land Rheinland-Pfalz aan de onderneming mee, dat deze formulering onwettig moest worden geacht, omdat artikel 6 van verordening nr . 2772/75 de opdruk van de aanduidingen "klasse A" of "verse eieren" enkel alternatief toeliet . Aangezien dit argument Gutshof-Ei niet overtuigde, verzocht zij het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstrasse, vast te stellen dat de door haar gebruikte opdruk in overeenstemming was met de relevante gemeenschapsregeling . De rechter heeft de behandeling van de zaak geschorst en bij beschikking van 20 maart 1987 de volgende prejudiciële vraag gesteld :
"Mag ingevolge artikel 6, lid 1, junctis artikel 21 en de considerans van verordening nr . 2772/75, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1831/84, op kleine verpakkingen met eieren van kwaliteitsklasse A de aanduiding 'kwaliteitsklasse A' dan wel de aanduiding "verse eieren" worden aangebracht, of mogen beide gelijktijdig worden gebruikt?
In de loop van de procedure voor het Hof zijn schriftelijke opmerkingen ingediend door de onderneming Gutshof-Ei en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, die eveneens ter terechtzitting opmerkingen hebben gemaakt .
3 . Volgens Gutshof-Ei zijn "klasse A" en "verse eieren" synonieme uitdrukkingen; beide uitdrukkingen dienen enkel die eieren aan te duiden, die voldoen aan de in artikel 7 van verordening nr . 2772/75 gestelde voorwaarden . Stellig moet op de kleine verpakkingen voor de verhandeling van bedoeld produkt ten minste één van beide aanduidingen voorkomen, maar dit betekent niet dat deze niet gelijktijdig kunnen voorkomen . Een dergelijk verbod is immers in geen enkele bepaling van de verordening te vinden en kan evenmin worden afgeleid uit de systematiek ervan . Dit blijkt eveneens het resultaat van de sinds 1975 opgedane ervaring, namelijk de nieuwe tekst van artikel 21, waarbij voor kleine verpakkingen bijkomende aanduidingen om de verkoop te bevorderen worden toegelaten, voor zover deze de koper niet misleiden .
De onderneming concludeert, dat het dus geen twijfel lijdt, dat de omstreden opdruk aan deze laatste voorwaarde voldoet . Dertien jaar na de inwerkingtreding van de gemeenschapsregeling heeft de verbruiker stellig geleerd dat de eieren van klasse A ook wel "verse eieren" worden genoemd of met andere woorden, dat dit adjectief enkel een nadere precisering geeft van de eerste, algemenere aanduiding . Het is dus uitgesloten, dat hij door de omstreden opdruk van twee volkomen verwisselbare aanduidingen zou kunnen worden misleid .
De Commissie verdedigt het tegengestelde standpunt . Dat deze vermeldingen elkaar uitsluiten, wordt volgens haar voor alles bewezen door de bewoordingen van artikel 6 en inzonderheid door het gebruik van het voegwoord "of" in de formule "klasse A of verse eieren ". "Of" heeft immers een disjunctieve waarde . Indien de wetgever inderdaad het gelijktijdig gebruik van de twee aanduidingen had willen toestaan, had hij de dubbele conjunctie "en/of" gebruikt of een bijzondere bepaling vastgesteld . Anderzijds is het vanuit teleologisch oogpunt zeker, dat de Raad het belang van de verbruikers voor ogen had; derhalve moet worden ondersteld, dat hij bij de vaststelling van de kwaliteitsklassen alles heeft gedaan om te verhinderen dat uitdrukkingen werden gebruikt, die de verbruikers op het ogenblik van de aankoop konden verwarren .
Dit laatste is evenwel het geval bij de omstreden opdruk, indien het waar is dat negentig van de honderd verbruikers, geconfronteerd met twee verpakkingen met eieren van dezelfde kwaliteit en met hetzelfde gewicht, maar waarvan de ene de opdruk "klasse A" heeft en de andere de opdruk "klasse A - verse eieren", de verpakking zouden kiezen ( en in feite ook kiezen ), waarop de versheid van het produkt wordt benadrukt . Uiteindelijk zal de verbruiker naar aanleiding van de toevoeging van het begrip "verse eieren" denken dat de aldus beschreven eieren iets meer hebben dan de produkten van categorie A .
De omstandigheid dat krachtens het huidige artikel 21 op kleine verpakkingen andere "aanduidingen om de verkoop te bevorderen" mogen worden vermeld, doet aan deze conclusie evenmin af . Deze vergunning wordt immers slechts spaarzaam verleend en is aan strenge beperkingen onderworpen . Een bewijs hiervoor is, dat de aanduiding "extra" alleen mag worden opgedrukt, indien de eieren uitzonderlijk vers zijn .
4 . De aldus samengevatte standpunten lijken mij beide onaanvaardbaar . Wat bij voorbeeld de letterlijke tekst betreft, houdt de Commissie er geen rekening mee dat "of" scheidt, maar niet altijd om een van twee begrippen uit te sluiten . Het woord wordt immers dikwijls gebruikt om het ene begrip door het andere te verduidelijken, maar ook om begrippen of woorden te scheiden waarbij het niet van belang is, welk wordt gekozen . Het Latijn kent voor deze verschillende vormen de voegwoorden aut, sive, vel en het aanhangsel -ve . Ook al zijn de moderne talen armer, wij zien allemaal het verschil in betekenis wanneer "of" wordt gebruikt in zinnen zoals "Overwinnen of sterven", "De felis catus of huiskat is een carnivoor", "Brussel en Luxemburg liggen twee of drie uur van elkaar", "De mooiste berg van de Alpen is de Cervino of de Matterhorn ." Verderop zullen wij zien in welke betekenis artikel 6 "of" heeft gebruikt, maar deze simpele opmerkingen volstaan reeds om de argumentatie van de instelling te ontkrachten .
Even zwak is het argument, dat een verpakking met de opdruk klasse A - "verse eieren" de verbruiker zou kunnen misleiden . Enerzijds valt immers niet in te zien, waarom deze samengestelde aanduiding misleidender zou zijn dan de enkelvoudige aanduidingen (" klasse A" en "verse eieren "), waartoe de Commissie de keuze van de producenten zou willen beperken . Wanneer wordt gesteld dat de verbruiker vooral wordt aangetrokken door de aanduiding "verse eieren", wordt anderzijds zonder meer aangenomen dat deze laatste term meer uitdrukkingskracht heeft en doeltreffender is dan "klasse A ". De conclusie dringt zich dus op, dat de verbruikers ten minste evenzeer kunnen worden misleid door het alternatief gebruik van de twee uitdrukkingen als door hun gelijktijdig gebruik .
Ik heb gezegd dat de argumenten van verzoekster in het hoofdgeding niet overtuigender zijn . Het feit, dat ingevolge artikel 21 andere uitdrukkingen mogen worden gebruikt - die welke in dezelfde verordening worden vermeld zoals "extra" en "scharreleieren" of fantasiebenamingen zoals "drinkeieren" - heeft met het door ons behandelde probleem niets te maken . Aldus zou er niets tegenstrijdigs zijn in de gelijktijdige bewering dat dergelijke uitdrukkingen aan de twee omstreden aanduidingen kunnen worden toegevoegd, en dat deze laatste niet kunnen worden gekoppeld .
Wat is dan het antwoord op de vraag van de rechtbank van Neustadt? Alvorens dit te geven wil ik een kort overzicht geven van de problemen waarmee de communautaire wetgever bij de uitwerking van de in artikel 6 vervatte indeling werd geconfronteerd . Het zal duidelijk zijn, dat hij hierbij rekening diende te houden met de toentertijd geldende nationale regelingen; daarbij was het onvermijdelijk dat hij ontdekte, dat deze weliswaar in meerderheid een onderscheid maakten tussen eieren van eerste en eieren van tweede kwaliteit, maar daarvoor aanduidingen gebruikten die vaak een verschillende betekenis hadden ( in Duitsland bij voorbeeld had het begrip klasse 1 betrekking op het gewicht van het produkt ). Bovendien vond de wetgever het nodig om daarnaast een derde klasse in te voeren, ter aanduiding van de "eieren die niet voldoen aan de eisen van de hogere klassen maar wel geschikt zijn voor menselijke consumptie" ( elfde overweging ). Zo ontstond klasse C en werd ook zij aan de in artikel 18 vastgestelde regeling voor kleine verpakkingen onderworpen .
Er waren dus reeds twee klassen bekend, die echter nog geen eenvormige betekenis hadden, en een volledig onbekende klasse . In die omstandigheden was het, op zijn zachtst gezegd, een dwingende noodzaak om in eenvoudige en overal begrijpelijke woorden aan producenten en verbruikers de betekenis van de benamingen uit te leggen, die de grondslag van de nieuwe regeling vormde . Dit is dus de "raison d' être" van de aanduidingen "verse eieren", "eieren van tweede kwaliteit of verduurzaamde eieren" en "uitgesorteerde eieren, bestemd voor de levensmiddelenindustrie", die de wetgever verbond met "klasse A", "klasse B" en "klasse C ". Dit brengt ook de betekenis van het voegwoord waarmee de verbinding werd gerealiseerd, aan het licht . In plaats dat de twee aanduidingen als alternatief worden gesteld ( aut ), is de bedoeling van "of" de eerste te verduidelijken met behulp van de tweede ( sive ) en geeft het terzelfder tijd te verstaan, dat beide gelijkwaardig zijn ( vel ). Het gebruik van de ene of de andere - en derhalve eveneens de ene en de andere - is dus volledig irrelevant of, zo men dit verkiest, eveneens geoorloofd .
Nog een laatste opmerking . Anders dan de producerende ondernemingen en de nationale rechtbanken kan de Commissie ter zake van de wetgeving in de eiersector zich verlaten op bijzonder gekwalificeerde diensten . Deze te gebruiken zoals zij in de onderhavige zaak heeft gedaan, dat wil zeggen voor een vergaande haarkloverij, lijkt mij een onvergeeflijke verkwisting van tijd en van energie .
5 . Gelet op de voorgaande opmerkingen, geef ik het Hof in overweging de vraag die het Verwaltungsgericht Neustadt an der Weinstrasse bij beschikking van 20 maart 1987 heeft gesteld in het aldaar aanhangig geding tussen de Erzeugergemeinschaft Gutshof-Ei en het Land Rheinland-Pfalz te beantwoorden als volgt :
"De bepalingen van verordening nr . 2772/75 van 29 oktober 1975 betreffende het in de handel brengen van eieren van klasse A in kleine verpakkingen, en inzonderheid de artikelen 6, lid 1, 18 en 21, sub c, moeten aldus worden uitgelegd dat de uitdrukkingen "klasse A" en "verse eieren" gelijktijdig op dezelfde verpakking mogen worden gebruikt ."
(*) Vertaald uit het Italiaans .
Full & Egal Universal Law Academy