Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Met verweerster en de Commissie zijn wij van mening, dat de door het Bundesfinanzhof voorgelegde prejudiciële vraag anders geformuleerd dient te worden, wil ze door het Hof beantwoord kunnen worden .
2 . Op grond van de uit de stukken blijkende feiten vraagt de verwijzingsbeschikking, kort gezegd, of het gemeenschapsrecht zich "in mei 1980" verzette tegen het ontstaan van een douaneschuld in een Lid-Staat indien daar uit een derde land afkomstige goederen worden ingevoerd vanuit een andere Lid-Staat onder dekking van een aldaar onrechtmatig verkregen T2-formulier, nadat zij eerst in die andere Lid-Staat zijn binnengesmokkeld .
3 . Het antwoord op die vraag kan, dunkt mij, worden afgeleid uit artikel 36 van verordening nr . 222/77 van de Raad betreffende communautair douanevervoer ( 1 ), in het licht en in het verlengde van, met name, het arrest Fioravanti . ( 2 )
4 . Deze bepaling luidt : "Wanneer wordt vastgesteld dat bij communautair douanevervoer in een bepaalde Lid-Staat een overtreding of onregelmatigheid is begaan, wordt de actie tot invordering van de eventueel opeisbare rechten en andere heffingen - onverminderd eventuele strafvervolging - door deze Lid-Staat ingesteld volgens zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ." In het arrest Fioravanti verwierp het Hof de stelling, dat invoerrechten en andere heffingen opeisbaar worden door het enkele in het verkeer brengen in een Lid-Staat van goederen van oorsprong uit een derde land, die niet regelmatig zijn ingeklaard . Het overwoog dan ook dat in dat arrest, dat :
" de economie van de regeling voor intern communautair vervoer om een voorziening vraagt voor het geval dat ten gevolge van een onregelmatigheid bij de toepassing van de regeling de opeisbare rechten en andere heffingen niet zijn geïnd ." ( 3 )
5 . Uit de feiten in het hoofdgeding blijkt duidelijk, dat er in het land van eerste invoer twee overtredingen zijn begaan : in de eerste plaats zijn goederen uit een derde land daar binnengesmokkeld, waardoor de normaal vereiste rechten werden ontdoken; in de tweede plaats is er op onregelmatige wijze een T2-formulier verkregen . Deze tweede overtreding is ontegenzeglijk begaan "bij communautair douanevervoer" en in elk geval bij de aanvang van dat vervoer, waardoor artikel 36 van verordening nr . 222/77 van toepassing is . Maar is de smokkel zelf niet aan het communautaire vervoer voorafgegaan?
6 . Strikt genomen is dat stellig het geval . De gevolgen voor de bevoegdheid der Lid-Staten in aanmerking genomen, lijkt het mij echter redelijk om ervan uit te gaan, dat de eerste invoer niet los kan worden gezien van het daaraanvolgende vervoer als geheel . Die oplossing lijkt mij in het bijzonder gerechtvaardigd wanneer de betrokken goederen niet in de Lid-Staat van eerste invoer in het verkeer zijn gebracht alvorens naar de tweede Lid-Staat te worden uitgevoerd . De rechten zijn opeisbaar op het moment van binnenkomst in de Gemeenschap . Deze binnenkomst heeft plaatsgehad in de eerste Lid-Staat .
7 . De eerste overtreding - het binnensmokkelen van goederen uit derde landen in het douanegebied van de Gemeenschap - is de bron van daaraanvolgende latere overtredingen . Het zou dan ook gekunsteld zijn, de eerste import los te zien van de daaraanvolgende verrichtingen .
8 . Ik concludeer derhalve dat het Hof voor recht verklare, dat het in mei 1980 geldende gemeenschapsrecht zich ertegen verzette, dat een douaneschuld ontstaat in een Lid-Staat waar goederen uit derde landen worden ingevoerd die op onregelmatige wijze zijn verzonden uit een andere Lid-Staat, waar zij tevoren zijn binnengesmokkeld .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1 ) PB 1977, L 38, blz . 1 .
( 2 ) Arrest van 27 november 1984, zaak 99/83, Jurispr . 1984, blz . 3939 . In dit arrest heeft het Hof uitlegging gegeven aan artikel 36 van verordening nr . 542/69 van de Raad van 18 maart 1969 betreffende communautair douanevervoer ( PB 1969, L 77, blz . 1 ), waarvan de tekst gelijkluidend is aan artikel 36 van verordening nr . 222/77 .
( 3 ) r.o . 22 .
Full & Egal Universal Law Academy