Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . In de onderhavige door het Bundesfinanzhof voorgelegde tariferingszaak, waarin alleen de Commissie bij het Hof opmerkingen heeft ingediend - het afwijkende standpunt van verzoekster in het hoofdgeding blijkt uit de verwijzingsbeschikking -, kan ik onmiddellijk mijn conclusie nemen .
2 . Mijns inziens is hetgeen de Commissie in deze zaak heeft opgemerkt, plausibel . Ik meen dan ook dat de uitspraak van het Hof gelijkluidend zal moeten zijn .
3 . Volgens de door de Oberfinanzdirektion gegeven produktomschrijving betreft het hier een niet volledig uitgecondenseerde ( verhardbare ) epoxyharsfolie, met een daarin volledig ingebedde laag koolstofvezel-multifilamenten ( 42 gewichtsprocent ) en een laag glasvezelweefsel ( 22 gewichtsprocent ).
4 . Indeling van dit produkt onder hoofdstuk 39 van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) ligt inderdaad voor de hand blijkens de Toelichtingen van de Internationale Douaneraad en een in 1972 met betrekking tot een volkomen gelijk produkt afgegeven tariefadvies, twee elementen die volgens vaste rechtspraak waardevolle hulpmiddelen zijn bij de uitlegging van het GDT ( laatstelijk het arrest in zaak 42/86 ( 1 )).
5 . Zo bestaat er volgens de IDR-toelichtingen bij hoofdstuk 39 geen twijfel over, dat epoxyharsen tot de onder tariefpost 39.01 vallende produkten behoren .
6 . Belangrijk is verder, dat volgens de algemene bepalingen voor de toepassing van de nomenclatuur van het GDT sub A 2 b, onder een in een post vermelde stof niet alleen wordt verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen . Uit de IDR-toelichtingen valt voorts op te maken, dat tot foliën, die in aantekening 3, sub d bij hoofdstuk 39 van het GDT-uitdrukkelijk worden vermeld, ook behoren "vellen ... in de massa versterkt met een ... netwerk van andere stoffen ( metaaldraad, textielgaren, glasvezels, enz .)".
7 . Ten slotte is nog van belang, dat volgens een tariefadvies van de EEG van 22 september 1972 epoxyharsfoliën met een ter versterking in de kunststofmat ingebed weefsel van glasvezels ( ongeveer 60 gewichtsprocent ) moeten worden ingedeeld onder post 39.01 C VII . Daartoe werd overwogen, dat een dergelijk produkt - ondanks het grote weefselaandeel dat slechts ter versterking dient - de kenmerken van een kunststofprodukt behoudt .
8 . Daar in casu het te beoordelen produkt ongeveer dezelfde samenstelling heeft ( het weefselgehalte is met 64 gewichtsprocent niet noemenswaardig hoger dan dat van de in genoemd tariefadvies genoemde goederen ) en het zijn wezenlijk karakter niet aan de vezels ontleent ( buizen en stangen kunnen namelijk ook alleen uit epoxyharsfolie worden vervaardigd ), komt het mij voor, dat dit produkt onder post 39.01 ( volgens de onderverdeling van verordening nr . 750/87 : tariefpost 39.01 C VII a 2 ) moet worden ingedeeld .
9 . Op de door het Bundesfinanzhof gestelde vragen moet derhalve worden geantwoord, dat post 39.01 van het GDT aldus moet worden uitgelegd, dat hieronder ook vallen halffabrikaten in folievorm ter vervaardiging van buizen, bestaande uit epoxyhars ( 36 gewichtsprocent ), koolstofweefsel ( 42 gewichtsprocent ) en glasvezelweefsel ( 22 gewichtsprocent ), wanneer beide laatstgenoemde bestanddelen volledig in de epoxyharsmassa zijn ingebed .
(*) Vertaald uit het Duits .
( 1 ) Arrest van 8 december 1987, zaak 42/86, Directeur Général des Douanes et Droits Indirects Parijs/Artimport, Jurispr . 1987, blz . 4817 .
Full & Egal Universal Law Academy