Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg stelt het Hof een vraag over de geldigheid van de beschikking van de Commissie van 1 maart 1985, in verkorte vorm gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen ( 1 ), waarbij de vrijstelling van rechten werd geweigerd voor de invoer van een simultaanspectrometer, genaamd "Jarrel-Ash-Plasma-Atomcomp Direct Reading Spectrometer System ( model 1125 A )", uit de Verenigde Staten door de Universitaet Stuttgart . De reden voor de weigering was het bestaan van gelijkwaardige apparaten binnen de Gemeenschap, met name de "PV 8210/PV 8490" vervaardigd door Philips ( België ) en de "JY 48" en "JY 70 P" vervaardigd door Yvon Jobin .
2 . Twee grieven zijn door verzoekster in het hoofdgeding voor de verwijzende rechter naar voren gebracht : de eerste grief betreft de onvoldoende motivering van de beschikking; in de tweede wordt betwist dat de binnen de Gemeenschap vervaardigde apparaten gelijkwaardig zijn aan de ingevoerde spectrometer .
3 . Met betrekking tot de tweede grief herinner ik allereerst eraan, dat het Hof dienaangaande
"slechts over een beperkte controlebevoegdheid beschikt, aangezien het, 'gelet op de technische aard van het gelijkwaardigheidsonderzoek, de inhoud van een door de Commissie conform het advies van het Comité gegeven beschikking slechts aan de kaak kan stellen bij een klaarblijkelijke fout - feitelijk of rechtens - of bij misbruik van bevoegdheid' ". ( 2 )
In de onderhavige zaak is de beschikking blijkens de stukken conform het advies van het Comité Douanevrijstellingen .
4 . De verwijzende rechter deelt in zijn beschikking mee, dat de door hem aangewezen deskundige heeft vastgesteld, dat de binnen de Gemeenschap vervaardigde apparaten gelijkwaardig zijn aan het ingevoerde apparaat, behoudens op twee punten :
- de binnen de Gemeenschap vervaardigde apparaten zouden kalium niet op band 766,4 nm kunnen meten,
- het Franse apparaat zou lithium en natrium niet kunnen meten .
5 . Ik stel vast, dat het verzoek om vrijstelling niet uitdrukkelijk de noodzaak van het meten van kalium vermeldt . De Commissie heeft ter terechtzitting evenwel erkend, dat een deskundige bij lezing van de beschrijving van het onderzoeksplan waarschijnlijk zou concluderen, dat meting van de aanwezigheid van kalium op golflengte 766,4 nm noodzakelijk was .
6 . Opgemerkt zij, dat, zoals trouwens ter terechtzitting door de Belgische regering is benadrukt, de deskundige in feite slechts voorbehoud heeft gemaakt voor het apparaat "JY 70 P", door erop te wijzen, dat de gelijkwaardigheid aan het ingevoerde apparaat ervan afhing of op het moment van de invoer een ander kanaal kon worden geleverd . De door de rechter gelaste expertise maakt geen voorbehoud omtrent de gelijkwaardigheid van het apparaat van Philips; op bladzijde 5 van die expertise staat immers, dat het antwoord van de fabrikant "te dezen ( dat wil zeggen ten aanzien van de mogelijkheid het apparaat aan te passen ) juist en duidelijk is ". De Commissie en de Belgische regering stellen dienaangaande, dat het apparaat van Philips met behulp van het hulpapparaat "PV 829100" kalium kan meten op band 766,4 nm . De Commissie verklaarde ter terechtzitting desgevraagd, dat het Franse apparaat "JY 70 P" op het tijdstip van de bestelling van het Amerikaanse apparaat met behulp van een aantal extra voorzieningen de elementen kalium, lithium en natrium kon meten .
7 . Ter terechtzitting is het Hof, in afwezigheid van de Universitaet Stuttgart, tot een grondige instructie overgegaan . Mijns inziens komen daaruit geen aanwijzingen naar voren die aan het door de Commissie gestelde kunnen doen twijfelen . In elk geval zie ik geen spoor van de aanwezigheid van een kennelijke beoordelingsfout of van misbruik van bevoegdheid .
8 . Volledigheidshalve moet worden opgemerkt, dat - ervan uitgaande dat het apparaat JY 48 I CP niet voor de gestelde taak in aanmerking komt, zoals de deskundige meent - dit nog geen reden is om de beschikking als ongeldig aan te merken, daar de gelijkwaardigheid van de twee andere apparaten volstaat voor het weigeren van de vrijstelling van rechten .
9 . Ook de grief ontleend aan onvoldoende motivering dient mijns inziens na een kort onderzoek te worden verworpen .
10 . In de beschikking zoals in verkorte vorm ( 3 ) gepubliceerd, staat immers vermeld : "aanwezigheid van produktie van apparaten van overeenkomstige wetenschappelijke waarde in de Gemeenschap op de datum van bestelling", gevolgd door de aanduiding van de apparaten van Philips en Yvon Jobin met het adres van de fabrikanten . De aan de Bondsrepubliek Duitsland gerichte beschikking geeft op dat punt geen aanvullende informatie, al is zij iets minder summier geformuleerd .
11 . De door de Commissie gegeven motivering is weliswaar bijzonder "beknopt", maar dienaangaande zij opgemerkt, dat het Hof in zijn arrest Rijksuniversiteit Groningen ( 4 ) met betrekking tot een even laconieke motivering heeft geoordeeld, dat deze toch voldeed aan de minimumeisen van artikel 190 EEG-Verdrag, in aanmerking genomen dat de beschikking gericht was tot de Lid-Staten, die hadden deelgenomen aan de vergaderingen van de groep deskundigen en genoegzaam op de hoogte waren van de zaak om de draagwijdte van de beschikking te kunnen beoordelen, en dat zij ook "de nodige gegevens bevat om het betrokken wetenschappelijk instituut in staat te stellen te beoordelen, of de beschikking op een kennelijke vergissing of op misbruik van bevoegdheid berust ".
12 . Op grond van soortgelijke overwegingen moet ook in deze zaak de motivering voldoende worden geacht . Opgemerkt zij vooral, dat de nauwkeurige aanduiding van de gelijkwaardig geachte apparaten de belanghebbenden in staat stelt, het oordeel van de Commissie te onderzoeken en zo nodig te betwisten .
13 . Bovendien heeft de Universitaet Stuttgart, in weerwil van hetgeen zij krachtens artikel 6, lid 2, sub j, van de destijds geldende verordening nr . 2784/79 ( 5 ) verplicht was, nagelaten in haar verzoek om vrijstelling de naam en het adres te vermelden van de bedrijven in de Gemeenschap waarbij zij de nodige stappen heeft gedaan met het oog op de leverantie van een instrument of apparaat van gelijke waarde als die van het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling is verzocht . Indien zij dit had gedaan, had zij bovendien, volgens diezelfde bepaling, vanaf het begin nauwkeurig moeten aangeven waarom volgens haar de in de Gemeenschap vervaardigde apparaten niet als gelijkwaardig aan het ingevoerde apparaat konden worden beschouwd .
14 . Daarbij moet worden opgemerkt, dat degene die zich bij zijn verzoek om vrijstelling houdt aan de verplichtingen van artikel 6, lid 2, sub j, in staat moet zijn het oordeel van de Commissie te onderzoeken aan de hand van de aanduiding van de gelijkwaardig geachte apparaten, die hij moet kennen ook al acht hij ze zelf niet gelijkwaardig .
15 . De door de Commissie gegeven motivering komt mij dan ook niet ontoereikend voor, daar zij voldoende nauwkeurig is om de importeur in staat te stellen zijn recht van beroep met goed gevolg uit te oefenen, inzonderheid wanneer hij zelf de markt heeft onderzocht, zoals de toepasselijke regeling hem verplicht .
16 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging voor recht te verklaren, dat bij onderzoek van beschikking 85/C 57/03 van 1 maart 1985 niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid daarvan zouden kunnen aantasten .
(*) Oorspronkelijke taal : Frans .
( 1 ) PB 1985, C 57, blz . 3 .
( 2 ) Arrest van 25 oktober 1984, zaak 185/83, Rijksuniversiteit Groningen, Jurispr . 1984, blz . 3623, r.o . 14, dat verwijst naar het arrest van 27 september 1983, zaak 216/82, Universitaet Hamburg, Jurispr . 1983, blz . 2771, r.o . 14 .
( 3 ) Conform artikel 7, lid 6, van verordening nr . 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 ( PB 1983, L 220, blz . 20 ).
( 4 ) Reeds aangehaald, r.o . 39; zie ook het arrest van 26 juni 1986, zaak 203/85, Nicolet, Jurispr . 1986, blz . 2049, r.o . 11 .
( 5 ) Verordening nr . 2784/79 van de Commissie van 12 december 1979 ( PB 1979, L 318, blz . 32 ) gewijzigd en vervangen door verordening nr . 2290/83, geciteerd in voetnoot 3 .
Full & Egal Universal Law Academy