Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Zaak 320/87 betreft een aantal prejudiciële vragen voorgelegd door het Soe - og Handelsret te Kopenhagen . Gelijk de Commissie terecht heeft opgemerkt, dient de volgorde van de vragen lichtjes te worden gewijzigd om de problemen en de oplossingen daarvan beter te structureren .
2 . De kern van die vragen is immers, of de clausules van een licentieovereenkomst voor de commerciële exploitatie van een geoctrooieerd produkt ook na het einde van dat octrooi door een van de partijen kunnen worden ingeroepen, wanneer in die clausules wordt bepaald, dat sommige prestaties moeten worden verricht gedurende onbepaalde tijd of in ieder geval gedurende een periode die de geldigheidsduur van het octrooi overschrijdt .
3 . Aldus bezien, verzoekt de verwijzende rechter het Hof om een uitspraak over twee verschillende problemen, namelijk : kan men, nadat het octrooi in het openbaar domein is gevallen, op basis van de nog steeds van kracht zijnde licentieovereenkomst nog betaling van royalty' s verlangen, en kan men in diezelfde omstandigheden op grond van een clausule van de overeenkomst aan de licentienemer die de overeenkomst heeft opgezegd, verbod opleggen om het produkt waarop dan geen octrooi meer rust, te vervaardigen en in de handel te brengen?
4 . Van deze twee problemen, die respectievelijk in de eerste en de vierde vraag worden aangesneden, dient allereerst het tweede te worden behandeld . Dit lijkt immers het belangrijkste, daar het verbod op de vervaardiging en het in de handel brengen van een produkt aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de vrijheid van mededinging .
5 . Uit de verwijzingsbeschikking valt af te leiden, dat het betrokken verbod niet onverenigbaar is met de Deense regeling . Volgens deze regeling kunnen partijen zich ook voor de periode na het einde van het octrooi bij overeenkomst tot bepaalde prestaties of gedragingen verbinden . Ofschoon het Soe - og Handelsret dit slechts uitdrukkelijk vaststelt met betrekking tot het betalen van royalty' s, waar het verklaart dat er ter zake "geen dwingende regels van Deens recht bestaan, die meebrengen dat de verplichting tot royaltybetaling met het eindigen van het octrooi vervalt", kan alleen al uit het stellen van de vraag betreffende het verbod op de vervaardiging en het in de handel brengen worden afgeleid, dat het met betrekking tot dat verbod tot dezelfde conclusie zou zijn gekomen .
6 . Een clausule, op grond waarvan de licentienemer het produkt niet meer mag vervaardigen en in de handel brengen, wanneer hij de overeenkomst opzegt nadat het octrooi in het openbaar domein is gevallen, kan op het eerste gezicht niet worden gerechtvaardigd door het vereiste dat het intellectuele eigendomsrecht van de uitvinder aldus moet worden beschermd, dat deze een billijke beloning ontvangt voor de commerciële exploitatie van zijn octrooi door derden .
Volgens het Hof ( zie het arrest van 14 juli 1981, zaak 187/80, Merck, Jurispr . 1981, blz . 2063 ) kan, zolang het octrooi geldig is, de passende beloning van de uitvinder slechts worden gewaarborgd door ervoor te zorgen, dat niemand het produkt mag vervaardigen of in de handel brengen zonder de toestemming van de octrooihouder . Daartegenover staat dat, wanneer het octrooi vervalt, die rechtvaardigingsgrond niet meer bestaat en de uitvinder die zich door middel van een clausule in de licentieovereenkomst daartegen indekt, in feite de bescherming van een recht van intellectuele eigendom gebruik om nadien nog een beloning te krijgen die hem niet meer verschuldigd is en derhalve een ongerechtvaardigde beperking van de mededinging in het leven roept .
7 . Het verbod op de vervaardiging en het in de handel brengen is natuurlijk noodzakelijk om de uitvinder een passende beloning voor zijn inspanningen te waarborgen, omdat zonder dit verbod niemand royalty' s zou betalen om het geoctrooieerde produkt commercieel te kunnen exploiteren .
Die overwegingen gelden evenwel niet meer na het einde van het octrooi . Wanneer derden het produkt vrij mogen vervaardigen en in de handel brengen, is er immers geen enkele reden meer om het verbod enkel nog te handhaven jegens de licentienemer . Deze zou daardoor immers in een ongunstige concurrentiepositie worden geplaatst als gevolg van het enkele feit dat hij tevoren een licentieovereenkomst heeft gesloten .
8 . Al is het niet uitgesloten dat, zoals wij hierna zullen zien, onder omstandigheden ook na het einde van het octrooi een verplichting tot royaltybetaling blijft bestaan, vast staat dat die verplichting dan slechts de uitvoering is van een eerder vastgestelde prestatie en dus niets te maken heeft met het bepalen van een billijke beloning voor het octrooi . Het verbod op de vervaardiging en het in de handel brengen heeft evenwel slechts ten doel, de uitvinder de mogelijkheid te bieden om tegen een billijke beloning een licentie te verlenen voor de exploitatie van zijn octrooi . Niet-nakoming door de licentienemer van een door hem aangegane betalingsverplichting kan immers, zowel tijdens de geldigheidsduur van het octrooi als daarna, slechts met de normaal daartoe voorziene middelen worden gesanctioneerd . Derhalve moet elke poging om zich door middel van een verbod op de vervaardiging en het in de handel brengen in te dekken tegen het risico van niet-nakoming na het einde van het octrooi, mijns inziens worden aangemerkt als een door artikel 85, lid 1, verboden ongerechtvaardigde beperking van de mededinging .
9 . Verder is het niet overbodig eraan te herinneren, dat de hierboven aangegeven oplossing impliceert dat tevoren reeds is vastgesteld of in het concrete geval is voldaan aan alle voorwaarden voor toepassing van artikel 85, lid 1 .
Verweersters in het hoofdgeding gaan ervan uit, dat de nationale rechter dit reeds heeft gedaan alvorens de onderhavige vragen aan het Hof voor te leggen .
De Commissie erkent weliswaar, dat het in het onderhavige geval gaat om een overeenkomst tussen ondernemingen, doch is er niet van overtuigd, dat de omstreden clausules de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden of de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt kunnen vervalsen . Zij vraagt zich af, of de overeenkomst, die is gesloten tussen twee ondernemingen uit dezelfde Lid-Staat waarvan er een ongetwijfeld een zeer kleine omzet heeft, niet een van die overeenkomsten van geringe betekenis is, die volgens de mededeling van de Commissie van 3 september 1986 ( PB 1986, C 231, blz . 2 ) niet onder het verbod van artikel 85, lid 1, vallen . Daartoe moet worden nagegaan, of de produkten waarop de overeenkomst betrekking heeft, en de gelijksoortige produkten van de overeenkomstsluitende ondernemingen in het gedeelte van de gemeenschappelijke markt waarin de overeenkomst effect sorteert, niet meer dan 5 % op de markt van al deze produkten te zamen uitmaken, en of de totale omzet van die ondernemingen gedurende één boekjaar niet meer dan 200 miljoen ecu bedraagt .
De ter terechtzitting door de advocaat van verweersters in het hoofdgeding verstrekte cijfers, volgens welke de door zijn cliënten vervaardigde produkten voor 90 % worden uitgevoerd, hebben op zichzelf geen enkele bewijskracht, wanneer niet tegelijkertijd wordt aangegeven, om welk percentage van het totaal van soortgelijke produkten in een wezenlijk deel van de gemeenschappelijke markt het daarbij gaat .
Ik wil het evenwel bij deze korte aanduidingen houden om niet te belanden in een feitenonderzoek dat tot de uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter behoort .
10 . Laten wij derhalve overgaan tot het onderzoek van de aan het Hof gestelde vragen en beginnen wij met de eerste vraag ( in de door de verwijzende rechter gegeven volgorde ), te weten de vraag of de clausule van een licentieovereenkomst op grond waarvan ook na het einde van het octrooi op het desbetreffende produkt royalty' s moeten worden betaald, onder het verbod van artikel 85, lid 1, valt .
11 . Met betrekking tot die clausule kan zonder meer worden aangenomen, dat de verplichting tot royaltybetaling in beginsel is gebonden aan de geldigheidsduur van het octrooi . Daartegenover staat dat, wanneer royaltybetaling noodzakelijk is om de beloning te waarborgen, de praktische uitvoering van die betaling alle mogelijke vormen kan aannemen .
Wat de duur van de betalingen betreft, valt gemakkelijk te begrijpen, dat er uiteenlopende redenen kunnen zijn om het in totaal aan de uitvinder verschuldigde bedrag uit te smeren over een groter aantal termijnen, waarvan er sommige eerst na het einde van het octrooi moeten worden betaald, of dat de uitvinder in de plaats van een hoog percentage van de verkoopprijs van het produkt liever gedurende een groter aantal jaren een lager percentage ontvangt . Verder kan verlenging van de periode waarin royalty' s moeten worden betaald, een middel zijn om de uitvinder te belonen voor de exploitatie van het produkt in de periode tussen de octrooiaanvraag en de verlening van het octrooi .
12 . Dat dergelijke afspraken naar hun aard de mededinging beperken, betekent evenwel nog niet dat zij de grenzen van een correct gebruik van het octrooirecht te buiten gaan, en derhalve kunnen zij aan de toepassing van artikel 85, lid 1, worden onttrokken, gelijk de Commissie uitdrukkelijk heeft bepaald in haar verordening nr . 2349/84 van 23 juli 1984 inzake de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen octrooilicentieovereenkomsten . ( 1 ) In artikel 3, sub 4, tweede zin, wordt immers verklaard, dat de bepaling van de eerste zin, volgens welke overeenkomsten betreffende de betaling van royalty' s voor niet-geoctrooieerde produkten onder artikel 85, lid 1, vallen, "niet de mogelijkheid uitsluit dat licentierechten voor het gebruik van de in licentie gegeven uitvinding ter vergemakkelijking van de betaling worden gespreid over een langere periode dan de looptijd van de in licentie gegeven octrooien of over een periode die zich tot na het tijdstip uitstrekt waarop de technische kennis in het openbaar domein is gevallen ".
13 . Zoals wij hebben gezien, was de verplichting tot betaling van royalty' s gedurende een periode die de duur van het octrooi overschreed, in de hierboven genoemde gevallen niet de tegenprestatie voor de vervaardiging of het in de handel brengen van het produkt na het einde van het octrooi, maar een deel van de bij de overeenkomst aan de uitvinder toegekende vergoeding voor de exploitatie van het octrooi gedurende de geldigheidsduur ervan, en derhalve valt zij niet onder het verbod van artikel 85, lid 1 .
14 . Of dit in een concreet geval zo is, valt evenwel niet zo gemakkelijk vast te stellen, en het is volstrekt normaal, dat ingeval ook na het einde van het octrooi nog royalty' s moeten worden betaald, het vermoeden rijst dat men te maken heeft met een overeenkomst die in strijd is met de communautaire mededingingsregels .
Het staat derhalve aan de nationale rechter om na zorgvuldige beoordeling van al de gegevens waarover hij beschikt, te bepalen, of de royaltybetaling waartoe de licentienemer ook na het einde van het octrooi gehouden is, een bijzondere wijze van uitvoering van de verplichting tot betaling van de aan de uitvinder verschuldigde beloning vormt, dan wel een extrabeloning is, waarop de uitvinder geen recht meer heeft zodra het octrooi in het openbaar domein is gevallen . Het is overigens duidelijk, dat in een geval als het onderhavige, waar het gaat om een verplichting om zonder beperking in de tijd royalty' s te betalen, het sterke vermoeden dat de clausule een ongerechtvaardigde beperking inhoudt en derhalve niet onder de uitzonderingsbepaling valt, moeilijk zal kunnen worden weerlegd . Dienaangaande is het niet zonder belang, dat in artikel 3, sub 4, van verordening nr . 2349/84 het geval waarin ook na het einde van het octrooi nog royalty' s moeten worden betaald, uitdrukkelijk wordt aangemerkt als een geval waarin de overeenkomst niet onder de vrijstellingsregeling valt, tenzij het gaat om spreiding van de betalingen "over een langere periode", dus over een bepaalde periode .
15 . Met zijn tweede vraag, die is gesteld voor het geval de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of onder het verbod van artikel 85, lid 1, ook valt een clausule van een overeenkomst, op grond waarvan de nemer van de licentie op een niet-geoctrooieerd produkt zonder beperking in de tijd, en dus ook na het einde van het octrooi op de produkten die mede onder de licentieovereenkomst vallen, een vergoeding verschuldigd is voor dat specifieke produkt, wanneer het niet-geoctrooieerde produkt uit commercieel oogpunt accessoir is aan het geoctrooieerde produkt .
16 . De formulering van deze vraag is nogal vreemd : men verwacht immers, dat dit probleem wordt opgeworpen voor het geval de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, dat wil zeggen voor het geval het Hof oordeelt, dat de verplichting om ook na het einde van het octrooi nog royalty' s te betalen, niet onder het verbod van artikel 85, lid 1, valt .
In het geval van een bevestigend antwoord, impliceert de onverenigbaarheid van de royaltybetaling voor een geoctrooieerd produkt immers a fortiori de onverenigbaarheid van een soortgelijke betaling voor een niet-geoctrooieerd produkt, behalve wanneer de licentieovereenkomst voor een niet-geoctrooieerd produkt volledig losstaat van de licentie voor de geoctrooieerde produkten . In het door de verwijzende rechter geconstrueerde geval bestaat er echter juist wel een nauwe band tussen de geoctrooieerde en de niet-geoctrooieerde produkten - die alle het voorwerp van één en dezelfde licentie zijn - en daarom behoeven wij het terrein van ons onderzoek niet te verruimen . Wanneer men daarbij voor ogen houdt, dat voor de eerste vraag slechts een ten dele bevestigend antwoord wordt gesuggereerd, mag de tweede vraag aldus worden begrepen, dat zij ertoe strekt te vernemen of het oordeel, dat royaltybetaling na het einde van het octrooi niet onverenigbaar met het gemeenschapsrecht is, ook geldt voor de betaling van royalty' s voor niet-geoctrooieerde produkten die mede onder de licentieovereenkomst vallen .
17 . Een belangrijke aanwijzing voor het antwoord op deze vraag ligt vervat in artikel 3, sub 4, van de reeds aangehaalde verordening nr . 2349/84 van de Commissie . Uit die bepaling blijkt immers, dat de groepsvrijstelling niet geldt voor een overeenkomst op grond waarvan "de licentienemer is gehouden licentierechten te betalen voor produkten die niet in hun geheel, noch gedeeltelijk, door het octrooi worden beschermd, noch met behulp van de geoctrooieerde werkwijze werden vervaardigd, of voor het gebruik van een technische kennis die in het openbaar domein is gevallen, voor zover het in het openbaar domein vallen niet aan de schuld van de licentienemer of een met hem verbonden onderneming is toe te rekenen ..."
18 . Het gaat hier duidelijk om de praktijk die in het Engels wordt aangeduid met de term "tying-in", waarvan een der vormen juist hierin bestaat, dat de toestemming tot commerciële exploitatie van een geoctrooieerd produkt zonder objectieve gronden afhankelijk wordt gesteld van de bereidheid van de wederpartij om ook een licentieovereenkomst te sluiten en royalty' s te betalen voor een niet-geoctrooieerd produkt, dat niet noodzakelijk is voor de exploitatie van het geoctrooieerde produkt . Dit is een geval van misbruik van het intellectuele eigendomsrecht van de uitvinder en valt derhalve onder het verbod van artikel 85, lid 1 .
19 . Het arrest van 25 februari 1986, zaak 193/83, Windsurfing International ( 2 ), waarnaar de Commissie in haar opmerkingen verwijst, leidt mijns inziens niet tot een andere conclusie, ook al zijn er volgens dat arrest een aantal gevallen waarin slechts ogenschijnlijk "een objectieve band ontbreekt ".
20 . In rechtsoverweging 66 van dat arrest wordt met betrekking tot de berekening van de licentierechten op basis van de prijs van een complete zeilplank verklaard : "Niettemin moet ook worden opgemerkt, dat de op vorenbeschreven wijze berekende licentierechten op de verkoop van tuig kennelijk niet hoger waren dan die welke in de nieuwe overeenkomsten zijn vastgesteld voor de verkoop van los tuig, aangezien de licentienemers een hoger tarief voor de licentierechten als billijk hebben aanvaard, nu de vergoeding van de licentiegever voortaan uitsluitend op basis van de prijs van het tuig zou worden berekend . Hieruit volgt, dat de vroegere berekeningsmethode geen mededingingsbeperking bij de afzonderlijke verkoop van tuig tot doel of tot gevolg had ."
21 . Uit deze passage blijkt duidelijk, dat er, logisch gezien, twee onderscheiden fasen zijn : de vaststelling van de beloning die aan de uitvinder verschuldigd is voor het geoctrooieerde produkt en, logischerwijs daaraanvolgend, de vaststelling van de wijze waarop die beloning zal worden betaald .
Al is het moeilijk die twee fazen nauwkeurig te onderscheiden, toch moeten zij duidelijk uiteen worden gehouden, daar de kenmerken ervan mijns inziens van wezenlijk belang zijn om uit te maken of het concrete geval al dan niet onder het verbod van artikel 85, lid 1, valt .
22 . Wanneer de omvang van de aan de uitvinder verschuldigde beloning niet alleen wordt bepaald op basis van een percentage van de prijs van het geoctrooieerde produkt, maar tevens op basis van een percentage van de prijs van een niet-geoctrooieerd produkt dat accessoir is aan het eerste en met betrekking tot hetwelk er noch andere intellectuele eigendomsrechten noch een voor bescherming in aanmerking komende technische kennis bestaat, kan immers moeilijk worden ontkend, dat er geen sprake is van een objectieve band . Gesteld dat de aan de uitvinder verschuldigde beloning in het onderhavige geval op die wijze is vastgesteld, dan wordt aan dat oordeel niets afgedaan door de aard van het niet-geoctrooieerde produkt, dat blijkens de processtukken geenszins noodzakelijk is voor het gebruik van het geoctrooieerde produkt .
23 . De zaak ligt anders, wanneer partijen eerst bepalen op welk bedrag de uitvinder billijkheidshalve recht heeft als beloning voor het geoctrooieerde produkt en vervolgens bij voorbeeld overeenkomen, dat een deel van dat bedrag zal worden betaald bij wege van een percentage op de verkoopprijs van een niet-geoctrooieerd produkt . Dit was mijns inziens het geval in de reeds aangehaalde zaak Windsurfing International : als ik het goed heb begrepen, waren partijen eerst overeengekomen welk bedrag zij als een billijke beloning beschouwden, en hadden zij dat bedrag gemakkelijkheidshalve berekend op basis van een vrij laag percentage van de verkoopprijs van een complete zeilplank; vervolgens hadden zij ingezien, dat het beter was dit systeem te laten varen, daar de Commissie het niet aanvaardde, en dat een billijke vergoeding, berekend op basis van de verkoopprijs van het enkele tuig, slechts kon worden bereikt door verhoging van het aan de octrooihouder toekomende percentage .
24 . In de lijn van wat ik met betrekking tot de reeds behandelde vragen heb gesuggereerd, dient derhalve op de tweede vraag te worden geantwoord, dat de betaling van royalty' s met betrekking tot een niet-geoctrooieerd produkt onder het verbod van artikel 85, lid 1, valt, tenzij er gronden zijn om aan te nemen dat dit niet meer is dan een berekeningsmodaliteit van de reeds vastgestelde royalty' s voor het geoctrooieerde produkt .
25 . De derde vraag, die de verwijzende rechter eveneens stelt voor het geval dat de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, strekt ertoe te vernemen, of onder het verbod van artikel 85, lid 1, ook valt een clausule van een overeenkomst, op grond waarvan ook na het einde van het octrooi op het betrokken produkt royalty' s moeten worden betaald voor het gebruik van de vormgeving ( design ) die wordt beschermd door het auteursrecht of in ieder geval door de nationale wettelijke regeling betreffende het verbod van slaafse nabootsing .
26 . Het staat aan de nationale rechter, uit te maken of de licentieovereenkomst ook betrekking heeft op de commerciële exploitatie van de siervorm van het geoctrooieerde apparaat of op de aanwending van de technische kennis betreffende de vervaardiging of het gebruik ervan, hetgeen verweersters ten stelligste ontkennen .
27 . Gesteld dat de uitvinder in het onderhavige geval beschikt over andere intellectuele eigendomsrechten of over rechten in verband met technische kennis, dan is er geen enkel bezwaar om bovenstaande redenering ook hierop toe te passen .
Indien blijkt, dat er een band bestaat tussen het octrooi en de andere rechten, bij voorbeeld in die zin dat die andere rechten op zichzelf onbetekenend zijn of dat de betrokken technische kennis geen enkel nut heeft zonder het octrooi terwijl zij noodzakelijk is voor de exploitatie van het geoctrooieerde produkt, moet worden geconcludeerd, dat de octrooihouder misbruik heeft gemaakt van zijn intellectuele eigendomsrecht om onverschuldigde voordelen te verwerven .
28 . De zaak ligt evenwel anders, wanneer de andere rechten of de technische kennis van het octrooi kunnen worden gescheiden . In dat geval zal de verplichting tot betaling van royalty' s immers aan die rechten en niet aan het octrooi moeten worden getoetst .
29 . Aan de gesuggereerde oplossingen doet mijns inziens niets af, dat de licentieovereenkomst is gesloten in de periode tussen de indiening van de octrooiaanvraag en de verlening van het octrooi . De uitvinder bevindt zich in de twee gevallen immers in nagenoeg dezelfde positie, met dit verschil dat in het eerste geval het octrooi nog kan worden geweigerd . Dit staat evenwel niet eraan de weg, dat de uitvinder het vooruitzicht op een octrooi exploiteert en, uiteraard met het nodige voorbehoud, licentieovereenkomsten sluit tegen dezelfde voorwaarden als die waartegen hij dit na het verkrijgen van het octrooi zou kunnen doen .
30 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vragen van het Soe - og Handelsret te Kopenhagen te beantwoorden als volgt :
"1 ) De clausule van een licentieovereenkomst, op grond waarvan de licentienemer na het einde van de overeenkomst het betrokken produkt niet meer mag vervaardigen en in de handel brengen, wanneer de licentie betrekking heeft op een geoctrooieerd produkt en het octrooi is geëindigd, is een door artikel 85, lid 1, van het Verdrag verboden beperking van de mededinging .
2 ) De clausule van een licentieovereenkomst, op grond waarvan de nemer van een licentie op een geoctrooieerde uitvinding verplicht is zonder beperking in de tijd, dus ook na het einde van het octrooi, royalty' s te betalen, is geen beperking van de mededinging in de zin van artikel 85, lid 1, tenzij de omstandigheid dat ook na het einde van het octrooi nog royalty' s moeten worden betaald, slechts een betalingsmodaliteit van de aan de uitvinder verschuldigde billijke beloning is .
3 ) De clausule van een overeenkomst, op grond waarvan de nemer van een licentie op een niet-geoctrooieerd produkt verplicht is zonder beperking in de tijd, dus ook na het einde van het octrooi op de produkten die mede onder de licentie vallen, voor dat niet-geoctrooieerde produkt royalty' s te betalen, wanneer dat produkt uit commercieel oogpunt accessoir is aan het geoctrooieerde produkt, is een beperking van de mededinging in de zin van artikel 85, lid 1, tenzij de betaling van royalty' s voor de niet-geoctrooieerde produkten slechts een modaliteit is van de berekening van de aan de uitvinder toekomende billijke beloning, bij de vaststelling waarvan de niet-geoctrooieerde produkten buiten beschouwing zijn gelaten .
4 ) De clausule van een overeenkomst, op grond waarvan de nemer van een licentie op een door het auteursrecht of de nationale regeling betreffende de handelspraktijken beschermde vormgeving verplicht is zonder beperking in de tijd, en dus ook na het einde van het octrooi op produkt waarop de clausule betrekking heeft, royalty' s te betalen, valt onder het verbod van artikel 85, lid 1, van het Verdrag, tenzij de andere intellectuele eigendomsrechten of de aan de technische kennis verbonden rechten waarop de clausule betrekking heeft, ook los van het octrooi een eigen bestaan en belang kunnen hebben .
5 ) Voor de oplossing van voorgaande vragen is het van geen belang, dat de licentieovereenkomst waarin de clausule voorkomt, is gesloten in de periode tussen de octrooiaanvraag en de verlening van het octrooi ."
(*) Oorspronkelijke taal : Italiaans .
( 1 ) PB 1984, L 219, blz . 15 .
( 2 ) Jurispr . 1986, blz . 611 .
Full & Egal Universal Law Academy