Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Tekeningen en modellen - Bescherming - Voorwaarden en modaliteiten - Vaststelling door
nationaal recht - Bescherming van onderdelen die deel uitmaken van als zodanig beschermd geheel - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 36 )
2 . Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Tekeningen en modellen - Carrosserieonderdelen voor auto' s - Uitoefening van recht door constructeur-modelhouder - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikelen 30 en 36 )
3 . Mededinging - Machtspositie - Tekeningen en modellen - Carrosserieonderdelen voor auto' s - Uitoefening van recht - Misbruik - Voorwaarden
( EEG-Verdrag, artikel 86 )
4 . Mededinging - Machtspositie - Tekeningen en modellen - Carrosserieonderdelen voor auto' s - Verkoop door constructeur-modelhouder tegen hogere prijs dan die van onafhankelijke fabrikanten - Misbruik - Afwezigheid
( EEG-Verdrag, artikel 86 )
Samenvatting
1 . Zolang het recht binnen de Gemeenschap niet eenvormig is gemaakt of de nationale wettelijke regelingen niet zijn geharmoniseerd, worden de voorwaarden waaronder en de wijze waarop tekeningen en modellen worden beschermd, door de nationale rechtsregels van de respectieve Lid-Staten bepaald . Het staat aan de nationale wetgever om vast te stellen, welke produkten deze bescherming genieten, zelfs wanneer zij deel uitmaken van een geheel dat als zodanig reeds beschermd is .
2 . De voorschriften inzake het vrije goederenverkeer verzetten zich niet tegen de toepassing van een nationale regeling ingevolge welke een automobielconstructeur die houder is van het siermodelrecht voor vervangingsonderdelen van door hem vervaardigde auto' s, gerechtigd is aan derden de vervaardiging van de beschermde onderdelen met het oog op binnenlandse verkoop of uitvoer te verbieden, of de invoer uit andere Lid-Staten tegen te gaan van vervangingsonderdelen die daar zonder zijn toestemming zijn vervaardigd . Deze nationale regeling strekt er namelijk toe de essentie zelf van het aan de houder verleend uitsluitend recht te beschermen en kan zonder onderscheid worden tegengeworpen zowel aan degene die op nationaal grondgebied vervangingsonderdelen vervaardigt als aan degene die deze onderdelen invoert uit andere Lid-Staten, en strekt er niet toe, nationale produkten gunstiger te behandelen dan die van oorsprong uit andere Lid-Staten .
3 . De loutere verkrijging van siermodelrechten voor carrosserieonderdelen van auto' s vormt geen misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag .
Wel kan de uitoefening van de aan de houders van die siermodellen toegekende uitsluitende rechten op grond van artikel 86 verboden zijn, indien zij de onderneming met de machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
4 . Het feit dat een automobielconstructeur bij wege van een modelrecht beschermde carrosserieonderdelen tegen een hogere prijs verkoopt dan de onafhankelijke fabrikanten, levert niet noodzakelijkerwijs misbruik van een machtspositie op in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag, aangezien de houder van een uitsluitend recht op een siermodel rechtmatige aanspraken heeft op beloning voor de uitgaven die hij heeft moeten doen voor de ontwikkeling van het beschermde model .
Partijen
In zaak 53/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het tribunale civile e penale te Milaan, in het aldaar aanhangig geding tussen
Consorzio italiano della componentistica di ricambio per autoveicoli en Maxicar
en
Régie nationale des usines Renault,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 30 tot en met 36 en 86 EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : Mackenzie Stuart, president, G . Bosco, O . Due en J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresidenten, T . Koopmans, U . Everling, K . Bahlmann, Y . Galmot, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . A . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : D . Louterman, administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Consorzio italiano della componentistica di ricambio per autoveicoli en Maxicar, verzoekers in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door M . Bin, F . Bortolotti, G . Colonna, G . Floridia, C . M . Prado en E . Radice,
- Régie nationale des usines Renault, verweerster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door M . Franzosi, X . Desjeux, A . Braun en F . Herbert,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door E . Belliard en Ph . Pouzoulet als gemachtigden,
- de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door M . Seidel, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische Zaken, als gemachtigde,
- de Spaanse regering, vertegenwoordigd door F . J . Conde de Saro, directeur-generaal juridische en institutionele cooerdinatie Europese Gemeenschappen, en R . García-Valdecasas Fernández, hoofd van de juridische dienst, als gemachtigden,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I . M . Braguglia, avvocato dello stato,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door H . R . L . Purse, van het Treasury Solicitor' s Department, als gemachtigde,
- de Commissie, vertegenwoordigd door G . Marenco en K . Banks als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 18 mei 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 juni 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 18 september 1986, ingekomen ten Hove op 20 februari 1987, heeft het tribunale civile e penale te Milaan krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van de artikelen 30 tot en met 36 en 86 EEG-Verdrag, ten einde zich te kunnen uitspreken over de verenigbaarheid met de gemeenschapsregels inzake het vrije verkeer van goederen van een nationale regeling waaronder carrosserieonderdelen van auto' s door het depot van een siermodel kunnen worden beschermd, en over de vraag of de uitoefening van een dergelijk recht onder bepaalde omstandigheden misbruik kan opleveren .
2 De vragen zijn gerezen in een geschil tussen het Consorzio italiano della componentistica di ricambio per autoveicoli ( hierna : het Consorzio ), een beroepsorganisatie van Italiaanse ondernemingen die losse carrosserieonderdelen voor auto' s vervaardigen en in de handel brengen, alsmede Maxicar, een onderneming die aangesloten is bij het Consorzio, en de Régie nationale des usines Renault ( hierna : Renault ).
3 Voor de nationale rechter vorderen het Consorzio en Maxicar in de eerste plaats nietigverklaring van de siermodellen waarvan Renault houder is, voor zover deze betrekking hebben op losse carrosserieonderdelen van auto' s, die als zodanig geen zelfstandige esthetische waarde zouden hebben, en in de tweede plaats vaststelling dat de produktie en het in de handel brengen van niet-originele vervangingsonderdelen niet in strijd is met de nationale voorschriften inzake oneerlijke mededinging . Renault vordert in reconventie de vaststelling, dat de verzoekende vennootschappen de gedeponeerde modellen hebben nagemaakt .
4 De nationale rechter is van oordeel dat de bescherming als siermodel van losse carrosserieonderdelen van auto' s in overeenstemming is met de Italiaanse wettelijke regeling, doch dat de uitoefening van de uit die bescherming voortvloeiende uitsluitende rechten in casu in strijd is met de verdragsregels .
5 Hij wijst er in dat verband op dat de beloning van de modelhouder reeds door het uitsluitende recht op de hele carrosserie is gewaarborgd, en dat de bescherming van losse carrosserieonderdelen als zodanig dus niet gerechtvaardigd is . Voorts zou Renault, waar de consumenten uiteraard een deel van hun bestellingen van Renault-onderdelen plaatsen, een monopoliepositie innemen die haar in staat stelt, de mededinging van de zelfstandige fabrikanten van vervangingsonderdelen uit te schakelen en door te gaan met de toepassing van hoge prijzen .
6 Volgens de nationale rechter volgt uit bovenstaande overwegingen, dat de bescherming die Renault geniet een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de tussenstaatse handel in losse onderdelen in de zin van artikel 36 EEG-Verdrag kan vormen, en dat de monopoliepositie waarvan deze onderneming daardoor verzekerd is, in voorkomend geval onder artikel 86 EEG-Verdrag zal vallen .
7 Onder die omstandigheden heeft de nationale rechter besloten, de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof van Justitie de volgende prejudiciële vragen voor te leggen :
"1 ) Moeten de artikelen 30 tot en met 36 EEG-Verdrag aldus worden uitgelegd, dat zij eraan in de weg staan, dat de houder van een in een Lid-Staat verleend recht op een siermodel krachtens het daaraan verbonden uitsluitende recht derden kan verbieden losse onderdelen die samen de carrosserie van een reeds op de markt gebrachte auto vormen, en met name losse onderdelen die bestemd zijn om als vervangingsonderdelen voor die auto te worden verkocht, te fabriceren, te verkopen, alsmede naar een andere Lid-Staat uit te voeren?
2 ) Is het verbod van artikel 86 EEG-Verdrag al dan niet van toepassing op het misbruik van de machtspositie die elke automobielconstructeur op de markt van vervangingsonderdelen voor door hem gefabriceerde auto' s inneemt, dat hierin bestaat dat door het verwerven van modelrechten en de handhaving in rechte daarvan ernaar wordt gestreefd, de mededinging van onafhankelijke producenten van vervangingsonderdelen geheel uit te schakelen?"
8 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten en de juridische context van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
9 Blijkens de verwijzingsbeschikking hebben sommige zelfstandige producenten van vervangingsonderdelen voor auto' s voor de nationale rechter een beroep gedaan op de regels inzake het vrije verkeer van goederen, ten einde de toepassing van nationale wettelijke bepalingen inzake de industriële eigendom, op grond waarvan een automobielconstructeur door het depot van een siermodel recht heeft op bescherming van sommige vervangingsonderdelen voor auto' s van zijn fabrikaat, uit te sluiten . Die zelfstandige producenten hebben zich daarmee willen indekken tegen vorderingen wegens namaak die hun moeten beletten, onder het uitsluitende recht vallende onderdelen te produceren voor verkoop op de binnenlandse of op de exportmarkt, of die hun moeten verbieden, beschermde onderdelen in te voeren uit andere Lid-Staten, waar zij zonder toestemming van de modelhouder zijn vervaardigd .
10 In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat, zoals het Hof met betrekking tot de bescherming van tekeningen en modellen overwoog in zijn arrest van 14 september 1982 ( zaak 144/81, Keurkoop, Jurispr . 1982, blz . 2853 ), bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht, zolang het recht binnen de Gemeenschap niet eenvormig is gemaakt of de nationale wettelijke regelingen niet zijn geharmoniseerd, de voorwaarden waaronder en de wijze waarop tekeningen en modellen worden beschermd, door de nationale rechtsregels worden bepaald . Het staat derhalve aan de nationale wetgever om vast te stellen, welke produkten deze bescherming genieten, zelfs wanneer zij deel uitmaken van een geheel dat als zodanig reeds beschermd is .
11 Vervolgens moet erop worden gewezen, dat de mogelijkheid voor de houder van een siermodel om zich ertegen te verzetten dat een derde met het oog op verkoop op de binnenlandse of op de exportmarkt produkten fabriceert waarin het model is verwerkt, of om de invoer van dergelijke produkten die zonder zijn toestemming in andere Lid-Staten zijn vervaardigd, te beletten, de essentie vormt van zijn uitsluitend recht . Door onder die omstandigheden de toepassing van de nationale wettelijke regeling uit te sluiten, zou men derhalve het bestaan van dat recht ter discussie stellen .
12 Ten slotte moet er nog aan worden herinnerd dat ingevolge artikel 36 beperkingen van invoer of uitvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom, toelaatbaar zijn voor zover zij geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Lid-Staten vormen . Dienaangaande kan worden volstaan met vast te stellen, dat blijkens het dossier het door de nationale wet aan de houders van siermodellen voor carrosserieonderdelen van auto' s toegekende uitsluitende recht zonder onderscheid kan worden tegengeworpen zowel aan degene die op nationaal grondgebied vervangingsonderdelen vervaardigt als aan degene die deze onderdelen invoert uit andere Lid-Staten, en dat die regeling er niet toe strekt, nationale produkten gunstiger te behandelen dan die van oorsprong uit andere Lid-Staten .
13 Onder die omstandigheden moet de eerste vraag van de nationale rechter aldus worden beantwoord, dat de voorschriften inzake het vrije goederenverkeer zich niet verzetten tegen de toepassing van een nationale regeling ingevolge welke een automobielconstructeur die houder is van het siermodelrecht voor vervangingsonderdelen van door hem vervaardigde auto' s, gerechtigd is aan derden de vervaardiging van de beschermde onderdelen met het oog op binnenlandse verkoop of uitvoer te verbieden, of de invoer uit andere Lid-Staten tegen te gaan van vervangingsonderdelen die daar zonder zijn toestemming zijn vervaardigd .
De tweede vraag
14 Met de tweede vraag wenst de nationale rechter in hoofdzaak te vernemen, of de verkrijging van siermodelrechten voor carrosserieonderdelen van auto' s en de uitoefening van de daaraan verbonden uitsluitende rechten, misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag oplevert .
15 In dat verband moet er onmiddellijk op worden gewezen dat de loutere verkrijging van een door de wet toegekend uitsluitend recht, dat inhoudt dat de rechthebbende zich kan verzetten tegen de produktie en de verkoop van de beschermde produkten door onbevoegde derden, niet kan worden beschouwd als een onrechtmatige uitschakeling van de mededinging .
16 Wel kan de uitoefening van dat uitsluitende recht op grond van artikel 86 verboden zijn, indien zij de onderneming met de machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
17 Wat meer in het bijzonder het prijsverschil betreft tussen de door de constructeur en de door de onafhankelijke fabrikant verkochte onderdelen, moet erop worden gewezen dat ingevolge 's Hofs rechtspraak ( arrest van 29 februari 1968, zaak 24/67, Parke, Davis and Co ., Jurispr . 1968, blz . 81 ) het feit dat de verkoopprijs van de constructeur die van de zelfstandige fabrikant overtreft, niet noodzakelijkerwijs misbruik oplevert, aangezien de houder van het modelrecht rechtmatige aanspraken heeft op beloning voor de uitgaven die hij heeft moeten doen voor de ontwikkeling van het beschermde model .
18 Onder die omstandigheden moet de tweede vraag van de nationale rechter aldus worden beantwoord, dat
- de loutere verkrijging van siermodellen voor carrosserieonderdelen van auto' s geen misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag vormt;
- de uitoefening van de aan de houders van die siermodellen toegekende uitsluitende rechten op grond van artikel 86 verboden kan zijn, indien zij de onderneming met de machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
19 De kosten door de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse regering, de Spaanse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de Italiaanse regering alsmede de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door het tribunale civile e penale te Milaan bij beschikking van 18 september 1986 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) De voorschriften inzake het vrije goederenverkeer verzetten zich niet tegen de toepassing van een nationale regeling ingevolge welke een automobielconstructeur die houder is van het siermodelrecht voor vervangingsonderdelen van door hem vervaardigde auto' s, gerechtigd is aan derden de vervaardiging van de beschermde onderdelen met het oog op binnenlandse verkoop of uitvoer te verbieden, of de invoer uit andere Lid-Staten tegen te gaan van vervangingsonderdelen die daar zonder zijn toestemming zijn vervaardigd .
2 ) De loutere verkrijging van siermodelrechten voor carrosserieonderdelen van auto' s vormt geen misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag; de uitoefening van de aan de houders van die siermodellen toegekende uitsluitende rechten kan op grond van artikel 86 verboden zijn, indien zij de onderneming met de machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
Full & Egal Universal Law Academy