Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Ambtenaren - Beroep - Beoordelingsrapport - Voorafgaande administratieve klacht - Facultatief karakter
( Ambtenarenstatuut, artikelen 90 en 91 )
2 . Ambtenaren - Beoordeling - Beoordelingsrapport - Vaststelling - Te late vaststelling - Onregelmatigheid die niet tot nietigverklaring kan leiden - Toekenning van schadevergoeding - Voorwaarden - Schade - Dienstfout
( Ambtenarenstatuut, artikel 43 )
3 . Ambtenaren - Beoordeling - Beoordelingsrapport - Rechterlijke toetsing - Grenzen
( Ambtenarenstatuut, artikel 43 )
4 . Ambtenaren - Bevordering - Vergelijking van verdiensten - Modaliteiten - Inaanmerkingneming van beoordelingsrapporten - Onvolledig persoonsdossier - Gevolgen
( Ambtenarenstatuut, artikelen 43 en 45 )
5 . Ambtenaren - Bevordering - Beoordelingsbevoegdheid van administratie - Rechterlijke toetsing - Grenzen
( Ambtenarenstatuut, artikel 45 )
Samenvatting
1 . Beroep in rechte tegen een beoordelingsrapport staat open, zodra het rapport kan worden geacht definitief te zijn vastgesteld; men kan dan niet verlangen, dat eerst nog de formaliteit van een voorafgaande klacht in de zin van artikel 90, lid 2, van het Statuut wordt vervuld ( zie arrest van 19 februari 1981, gevoegde zaken 122 en 123/79, Schiavo, Jurispr . 1981, blz . 473 ).
2 . Het enkele feit dat de beoordelingsprocedure met vertraging is afgewikkeld, kan de geldigheid van het beoordelingsrapport hoe dan ook niet aantasten en derhalve ook geen grond opleveren voor nietigverklaring ervan ( zie arrest van 9 februari 1988, zaak 1/87, Picciolo, Jurispr . 1988, blz . 711 ).
Daarentegen kan de ambtenaar door het ontbreken van het beoordelingsrapport komen te verkeren in een toestand van onzekerheid en ongerustheid over zijn ambtelijke toekomst en daardoor morele schade lijden, die voor vergoeding in aanmerking komt wanneer het bestaan van een dienstfout wordt aangetoond ( zie arrest van 14 juli 1977, zaak 61/76, Geist, Jurispr . 1977, blz . 1419 ).
3 . De beoordelingsrapporten bevatten beoordelingen die inhoudelijk slechts aan rechterlijk toezicht zijn onderworpen voor zover er daarbij sprake is van kennelijke dwaling ten aanzien van de feiten of misbruik van beoordelingsbevoegdheid door degenen die bij de vaststelling van die rapporten betrokken zijn ( zie arrest van 5 mei 1983, zaak 207/81, Ditterich, Jurispr . 1983, blz . 1359 ).
4 . Voor nietigverklaring van een bevorderingsbesluit is het niet voldoende, dat het persoonsdossier van een van de kandidaten wier verdiensten onderling zijn vergeleken, onregelmatig of onvolledig was - met name wegens het ontbreken van een beoordelingsrapport -, tenzij komt vast te staan, dat de bevorderingsprocedure daardoor doorslaggevend is beïnvloed ( zie arrest van 10 juni 1987, zaak 7/86, Vincent, Jurispr . 1987, blz . 2473 ).
5 . Bij het vergelijkend onderzoek van de verdiensten van de kandidaten voor een bevordering als bedoeld in artikel 45 van het Statuut, beschikt het tot aanstelling bevoegde gezag over een ruime beoordelingsbevoegdheid . Te dien aanzien dient het Hof zich bij zijn toezicht te beperken tot de vraag, of de administratie binnen redelijke grenzen is gebleven en geen kennelijk verkeerd gebruik van haar bevoegdheid heeft gemaakt . Het Hof kan zijn beoordeling van de bekwaamheid en verdiensten van de kandidaten dus niet in de plaats stellen van die van het tot aanstelling bevoegde gezag ( zie arrest van 4 februari 1987, zaak 324/85, Bouteiller, Jurispr . 1987, blz . 529 ).
Partijen
in zaak 140/87,
Malcolm Bevan, ambtenaar van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd en bijgestaan door Ch . Vajda, barrister van Gray' s Inn, en G . Vandersanden, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J . Biver, advocaat aldaar, 8, rue Zithe,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur P . Kalbe als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verzoekers beoordelingsrapport over het tijdvak 1983-1985 en van de besluiten van de Commissie houdende bevordering van ambtenaren van de rang A/5 naar de rang A/4, met uitsluiting van verzoeker, alsmede tot toekenning van schadevergoeding .
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
samengesteld als volgt : T . F . O' Higgins, kamerpresident, G . F . Mancini en F . A . Schockweiler, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verstaat dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
Full & Egal Universal Law Academy