Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Vqprd - Afbakening van produktiegebieden door Lid-Staten - Toepassing van bij communautaire regeling bepaalde criteria - Beoordelingsbevoegdheid - Toezicht door Commissie en Hof - Omvang
( Verordening nr . 338/79 van de Raad, artikel 3, lid 2 )
2 . Beroep wegens niet-nakoming - Bewijs van niet-nakoming - Bewijslast rustend op Commissie - Verzoek om deskundigenonderzoek - Ontoelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
3 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Vqprd - Karakterisering op basis van traditionele produktieomstandigheden - Uitbreiding van traditioneel produktiegebied - Toelaatbaarheid - Voorwaarden
( Verordening nr . 338/79 van de Raad, artikel 2 )
Samenvatting
1 . Ofschoon krachtens artikel 3, lid 2, van verordening nr . 338/79 de precieze afbakening van het produktiegebied van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen tot de bevoegdheid van de betrokken Lid-Staten behoort en de nationale autoriteiten daarbij noodzakelijkerwijze over een zekere beoordelingsvrijheid beschikken, zijn de criteria waarmee zij bij de afbakening rekening moeten houden, voor wat de hoofdzaken betreft, door het gemeenschapsrecht bepaald .
Bij de uitoefening van de hun door het Verdrag opgedragen taak mogen de Commissie en het Hof de verificatie van die afbakening niet beperken tot een louter formele verificatie, of de betrokken Lid-Staat rekening heeft gehouden met de gemeenschapsrechtelijke criteria . Immers, een verificatie die geen betrekking zou hebben op de feiten en de beoordeling en kwalificatie van die feiten door de nationale autoriteit, zou niet kunnen bijdragen tot de gemeenschappelijke poging tot harmonisatie ten aanzien van kwaliteitseisen - wat het doel van voormelde verordening is - noch een homogene toepassing van de gemeenschapsverordeningen inzake in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen in de Lid-Staten kunnen waarborgen .
2 . In een procedure wegens niet-nakoming op grond van artikel 169 EEG-Verdrag dient de Commissie het bestaan van de gestelde niet-nakoming aan te tonen en zelf het bewijs daarvan te leveren . Daartoe kan zij het Hof niet verzoeken, een deskundigenonderzoek te gelasten .
3 . Met "traditionele produktieomstandigheden" in artikel 2 van verordening nr . 338/79 wordt weliswaar ook gedoeld op een traditionele plaats van produktie, doch dit belet niet dat het traditionele produktiegebied wordt gewijzigd en, met name, wordt uitgebreid, wanneer de eraan toegevoegde nieuwe gebieden dezelfde kenmerken vertonen als het traditionele produktiegebied, geschikt zijn om dezelfde wijn te produceren en de traditionele voortbrengingswijzen er worden toegepast, vooral ten aanzien van de spreiding van de wijnstoksoorten, de teeltwijzen en de wijze van wijnbereiding .
Partijen
In zaak 141/87,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs P . Karpenstein en G . Marenco als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door I . M . Braguglia, avvocato dello stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek, door bij het wijnproduktiegebied "Lago di Caldaro" gebieden te voegen waar het geen traditie was wijn van deze benaming in de handel te brengen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het EEG-Verdrag en verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 ( PB 1979, L 54, blz . 48 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : R . Joliet, kamerpresident, waarnemend voor de president, T . F . O' Higgins en F . Grévisse, kamerpresidenten, G . F . Mancini, F . A . Schockweiler, J . C . Moitinho de Almeida en G.C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 22 november 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 31 januari 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 7 mei 1987, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door in het produktiegebied van wijn met "denominazione di origine controllata" "Caldaro" of "Lago di Caldaro" bepaalde wijnbouwgebieden in de provincie Trente op te nemen of de opneming ervan te handhaven, waarvan de wijn niet voldoet aan de voorwaarden die in verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 ( PB 1979, L 54, blz . 48 ), houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( hierna : vqprd ), zijn gesteld om die aanduiding te mogen voeren .
2 Krachtens artikel 1 van verordening nr . 338/79 van de Raad komen voor de communautaire vermelding "vqprd" alleen in aanmerking wijnen die voldoen aan de voorschriften van die verordening, alsmede aan de ter uitvoering van de verordening vastgestelde voorschriften die in de nationale wetgevingen zijn omschreven .
3 Ingevolge artikel 2, lid 1, van de verordening dienen de in artikel 1, eerste alinea, bedoelde, voor vqprd geldende bijzondere bepalingen rekening te houden met de traditionele produktieomstandigheden, voor zover deze geen afbreuk doen aan het op kwaliteitsverbetering gerichte beleid en aan de verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt, en dienen zij gebaseerd te zijn op de volgende punten : de begrenzing van het produktiegebied, de spreiding van de verschillende wijnstoksoorten, de teeltwijzen, de wijzen van wijnbereiding, het minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte, de opbrengst per hectare, de analyse en de beoordeling van de organoleptische kenmerken . Ingevolge artikel 2, lid 2, staat het aan de Lid-Staten om bovengenoemde punten te definiëren en kunnen zij, in voorkomend geval, aanvullende produktievoorwaarden en kenmerken vaststellen "met inachtneming van de normale traditionele gebruiken ".
4 Volgens artikel 3, lid 1, van de verordening wordt onder bepaald gebied verstaan een wijngebied of een geheel van wijngebieden waar wijnen met bijzondere kwalitatieve kenmerken worden geproduceerd en waarvan de naam wordt gebruikt ter aanduiding van de wijnen die onder de in artikel 1 van de verordening gegeven definitie van vqprd vallen .
5 Artikel 3, lid 2, ten slotte bepaalt, dat elk bepaald gebied wordt afgebakend, voor zover mogelijk op grondslag van het perceel of de wijngaard . Bij deze afbakening, die door elk der betrokken Lid-Staten wordt verricht, wordt rekening gehouden met de factoren die bijdragen tot de kwaliteit van de in het betrokken gebied geproduceerde wijnen en met name met de gesteldheid van de bodem en de ondergrond, het klimaat en de ligging van de percelen of wijngaarden .
6 Bij decreten van de president van de Italiaanse Republiek van 23 maart 1970 ( GURI nr . 115 van 9.5.1970, blz . 2872 ) en 22 september 1981 ( GURI nr . 92 van 3.4.1982, blz . 2607 ) zijn in het produktiegebied van wijn met de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" gebieden opgenomen die gelegen zijn in twaalf gemeenten in de provincie Bolzano en acht gemeenten in de provincie Trente .
7 Bij brief van 18 november 1983 deelde de Commissie de Italiaanse Republiek mee, dat naar haar mening die afbakening niet in overeenstemming was met de bepalingen van verordening nr . 338/79, en nodigde zij de Italiaanse Republiek uit haar opmerkingen te maken . Toen de Italiaanse Republiek als haar opvatting te kennen gaf, dat de afbakening zowel met het nationale als met het communautaire recht in overeenstemming was, bracht de Commissie op 17 juli 1985 het in artikel 169 EEG-Verdrag bedoelde met redenen omkleed advies uit . Toen de Italiaanse Republiek weigerde aan dit advies te voldoen, heeft de Commissie het onderhavige beroep wegens niet-nakoming bij het Hof ingesteld .
8 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
9 Tot staving van haar beroep wegens niet-nakoming voert de Commissie twee middelen aan . Het eerste is ontleend aan niet-inachtneming van de traditionele produktieomstandigheden, doordat in sommige van de gebieden die ingevolge de presidentiële decreten in het produktiegebied "Caldaro" of "Lago di Caldaro" zijn opgenomen, geen wijnen met deze aanduiding worden geproduceerd . Het tweede middel houdt in, dat de Italiaanse regeling geen rekening houdt met de vereiste homogeniteit van de natuurlijke factoren die kenmerkend zijn voor gebieden die geschikt zijn voor de produktie van wijn met een bepaalde aanduiding, zoals die met name zijn vermeld in artikel 3, lid 2, van de verordening .
10 In haar verweerschrift betoogt de Italiaanse Republiek primair, dat de Commissie en vervolgens het Hof alleen kunnen nagaan, of de betrokken staat bij de afbakening van een produktiegebied rekening heeft gehouden met de criteria van de gemeenschapsregeling en geen daarvan afwijkende criteria heeft toegepast . De Commissie en het Hof zouden echter niet de feiten mogen toetsen, noch de wijze waarop de Italiaanse autoriteiten die feiten bij de afbakeningsprocedure technisch hebben beoordeeld . Dit laatste zou volgens de gemeenschapsregeling tot de bevoegdheid van de nationale autoriteiten behoren . Nu niet wordt betwist, dat de Italiaanse autoriteiten bij de afbakening van de produktiegebieden van "Caldaro" en "Lago di Caldaro" de criteria van de gemeenschapsregeling hebben toegepast, zou het beroep van de Commissie hoe dan ook moeten worden verworpen .
11 Dit betoog van de Italiaanse Republiek kan niet worden aanvaard .
12 Ofschoon de precieze afbakening van het wijnproduktiegebied - voor zover mogelijk op grondslag van het perceel of de wijngaard, zoals artikel 3, lid 2, van verordening nr . 338/79 voorschrijft - tot de bevoegdheid van de nationale autoriteiten behoort en deze daarbij noodzakelijkerwijze over een zekere beoordelingsvrijheid beschikken, zijn de criteria waarmee zij bij de afbakening rekening moeten houden, voor wat de hoofdzaken betreft en zeker voor zover het gaat om de in casu aan de orde zijnde criteria, door het gemeenschapsrecht bepaald .
13 In deze criteria komen de gemeenschappelijke regelingen tot uitdrukking die in de verordeningen van de Raad betreffende vqprd zijn neergelegd ten einde op het gebied van de wijnbouw een kwaliteitsbeleid te ontwikkelen en de producenten tegen oneerlijke concurrentie en de consumenten tegen verwarring en bedrog te beschermen . Deze doelstellingen zouden niet bereikt kunnen worden, indien de toepassing van de in de gemeenschapsverordening vermelde criteria voor de afbakening van het produktiegebied van een onder een bepaalde aanduiding geproduceerde kwaliteitswijn afhing van de discretionaire bevoegdheid van de nationale autoriteiten en ruimte liet voor het in aanmerking nemen van feiten en voor beoordelingen en kwalificaties van die feiten ten aanzien van het gemeenschapsrecht, die van Lid-Staat tot Lid-Staat zouden kunnen verschillen zonder dat daarvoor enige rechtvaardiging ware te vinden in de - overigens zeer grote - verscheidenheid in de kenmerken van de wijnbouwgebieden van de Gemeenschap .
14 Dat zou het geval zijn, indien de Commissie en het Hof zich - zoals de Italiaanse regering stelt - bij de uitoefening van de hun door het Verdrag opgedragen taak enkel ervan mochten vergewissen of de betrokken Lid-Staat bij de afbakening van een produktiegebied rekening heeft gehouden met de gemeenschapsrechtelijke criteria, maar niet mochten verifiëren of de aan de beslissing ten grondslag gelegde feiten en de beoordeling en kwalificatie van die feiten door de met de afbakening van het produktiegebied belaste nationale autoriteit relevant en juist zijn . Zonder die verificatie zou het toezicht van de Commissie en het Hof zuiver formeel zijn, iedere echte betekenis missen, niet kunnen bijdragen tot de "gemeenschappelijke poging tot harmonisatie ten aanzien van kwaliteitseisen" - wat volgens de derde overweging van haar considerans het doel van verordening nr . 338/79 is - noch een homogene toepassing van de gemeenschapsverordeningen inzake vqprd in de Lid-Staten kunnen waarborgen .
15 Er zij echter aan herinnerd, dat het Hof herhaaldelijk - laatstelijk in zijn arrest van 22 september 1988 ( zaak 272/86, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1988, blz . 0000 ) - heeft verklaard, dat de Commissie in een procedure wegens niet-nakoming op grond van artikel 169 EEG-Verdrag, zoals de onderhavige, het bestaan van de gestelde niet-nakoming dient aan te tonen .
16 Om al deze redenen rechtens dient het Hof na te gaan, of de Commissie zelf het bewijs heeft geleverd van haar stelling, dat in sommige van de gebieden die bij de decreten van de president van de Italiaanse Republiek in het produktiegebied van "Caldaro" of "Lago di Caldaro" zijn opgenomen, geen wijn met die aanduiding wordt geproduceerd en dat het afgebakende gebied niet voldoet aan de voorwaarden waaronder het volgens de criteria van de gemeenschapsregeling als een eenheid zou kunnen worden beschouwd .
17 Dienaangaande zij opgemerkt, dat wanneer de Commissie het Hof verzoekt vast te stellen dat een Lid-Staat de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, zij zelf het bewijs van de gestelde niet-nakoming moet leveren . Het verzoek van de Commissie om een deskundigenonderzoek te gelasten, moet daarom worden afgewezen .
Het traditionele gebruik van de aanduiding
18 Met "traditionele produktieomstandigheden" in artikel 2, lid 1, van verordening nr . 338/79 wordt met betrekking tot wijnen met aanduiding van herkomst niet alleen de traditie van de plaats van produktie bedoeld, die aan de bekendheid ten grondslag ligt en dus voldoende oud en constant moet zijn, maar ook de teeltwijzen en de wijzen van bereiding .
19 Het afbakeningsdecreet van 23 oktober 1931 ( GURI nr . 290 van 17.12.1931 ) staat het gebruik van de aanduiding "Caldaro" enkel toe voor wijnen verkregen uit druiven uit wijngaarden in de gemeenten Appiano en Caldaro, en het gebruik van de aanduiding "Lago di Caldaro" enkel voor wijnen uit bepaalde gedeelten van de gemeente Caldaro die uitzien op het meer van die naam . Niets belette de Italiaanse regering echter om, zoals haar overigens uitdrukkelijk was toegestaan door artikel 1, tweede alinea, van het decreet van 12 juli 1963, het betrokken produktiegebied uit te breiden, wanneer er een vast gebruik bestond om wijnen uit de nieuw in het produktiegebied opgenomen zones onder de aanduidingen "Caldaro" en "Lago di Caldaro" te produceren en in de handel te brengen .
20 Met betrekking tot het bestaan van dit gebruik merkt de Commissie op, dat voor wijnen uit het gebied van Trente de aanduiding "Caldaro" pas in het midden van de jaren zestig in de diverse werken betreffende aanduidingen van herkomst verschijnt, en dat de regionale subcommissie voor het onderzoek van de benaming "Caldaro" het bestaan in de provincie Trente van een traditionele produktie van wijn van die benaming in twijfel had getrokken .
21 In haar rapport verklaart genoemde regionale subcommissie evenwel, dat op bepaalde plaatsen in de provincie Trente altijd al een met "Caldaro" overeenkomende wijn is geproduceerd, met gebruikmaking van dezelfde wijnstoksoort en dezelfde traditionele bereidingswijze, welke wijn dezelfde chemische en organoleptische kenmerken bezat en onder die benaming werd verkocht . Bovendien heeft de Italiaanse Republiek verscheidene stukken overgelegd - sommige teruggaande tot het begin van de jaren vijftig - met betrekking tot de verkoop en export van wijnen met de benaming "Caldaro" of "Lago di Caldaro" uit de provincie Trente .
22 Hoewel de Commissie betoogt, dat daarbij sprake was van misbruik en dat twijfel blijft bestaan over de herkomst van die wijn, slaagt zij er niet in, de gegrondheid van haar bewering met feiten te staven .
23 Overigens moet erop worden gewezen, dat met "traditionele produktieomstandigheden" in artikel 2 van verordening nr . 338/79 weliswaar ook wordt gedoeld op een traditionele plaats van produktie, doch dat dit niet belet dat het traditionele produktiegebied wordt gewijzigd en, met name, wordt uitgebreid, wanneer de eraan toegevoegde nieuwe gebieden dezelfde kenmerken vertonen als het traditionele produktiegebied, geschikt zijn om dezelfde wijn te produceren en de traditionele voortbrengingswijzen er worden toegepast, vooral ten aanzien van de spreiding van de wijnstoksoorten, de teeltwijzen en de wijze van wijnbereiding .
24 Wat dit laatste punt betreft, stelt de Commissie zelfs niet, dat de traditionele produktieomstandigheden van "Caldaro" of "Lago di Caldaro" in de provincie Trente niet worden gerespecteerd .
De homogeniteit van het produktiegebied
25 De Commissie stelt, dat het in 1970 en 1981 omschreven produktiegebied niet homogeen is ten aanzien van de gesteldheid van de bodem en de ondergrond, het klimaat en de ligging van de percelen, zodat de organoleptische kwaliteiten van de wijnen uit het gebied van Caldaro verschillen van die uit het gebied van Trente .
26 Om te beginnen zij opgemerkt, dat het produktiegebied zoals dit bij de decreten van 1970 en 1981 is afgebakend, zich over ongeveer 50 kilometer in noord-zuidrichting uitstrekt, in een bergachtige streek aan weerszijde van de Adige, grosso modo tussen Bolzano in het noorden en Trente in het zuiden .
27 Dit gebied omvat verscheidene complexen : dat van Nalles en Andriano in het noorden, dat van Caldaro, Bronzolo en Ora in het midden, en in het zuiden de gebieden waarvan de classificatie door de Commissie wordt betwist, namelijk die gelegen in de streek van Rovere della Luna en Mezzocorona aan de rechteroever van de Adige, en die gelegen in de streek van San Michele all' Adige, Lavis en Cembra aan de linkeroever van dezelfde rivier .
28 Wat de geologische gesteldheid betreft, zijn de terreinen in de streek van Caldaro volgens de Commissie ontstaan uit kalkhoudende morenen, terwijl zij in bepaalde delen van de streek van Trente porfierachtig zijn .
29 Uit de stukken blijkt echter, dat het in de decreten van 1970 en 1981 omschreven produktiegebied zich zowel in het gebied van Bolzano als in dat van Trente uitstrekt over terreinen van dolomitische oorsprong met een aandeel van morenen afkomstige kalk, en over kwartsrijke terreinen . De Commissie heeft derhalve niet aangetoond, in welk opzicht de opneming van de litigieuze streek in het produktiegebied de geologische eenheid hiervan doorbreekt .
30 De Commissie stelt voorts, dat er aanzienlijke klimaatsverschillen bestaan tussen de streek van Caldaro en die van Trente, en dat de meeste wijngaarden in Trente hoger gelegen zijn .
31 In de eerste plaats zij erop gewezen, dat de door de Commissie gemaakte vergelijkingen betreffende het aantal uren zon en de neerslag niet volledig concludent zijn, daar zij gebaseerd zijn op gegevens van het weerkundig station van Bolzano, dat buiten het produktiegebied ligt en waarvan vaststaat dat er buitengewone klimatologische omstandigheden heersen . In de tweede plaats toont de Commissie niet aan, dat de verschillen in het aantal uren zon en in de neerslag, hoe groot die tussen de diverse streken van het produktiegebied ook zijn, een significante invloed hebben op de kenmerken van de in de betrokken streken geproduceerde wijn . Zo houdt de regionale subcommissie voor het onderzoek van de benaming "Caldaro" het in haar voormeld rapport voor onbetwistbaar, dat in de provincie Trente een wijn wordt geproduceerd en verkocht die "nagenoeg identiek" is met "Caldaro ". Voorts verschaft de Commissie geen nadere gegevens over de zone van de Val di Cembra, ofschoon zij juist de meeste bezwaren heeft tegen de opneming van die zone in het produktiegebied .
32 Uit de bij het dossier gevoegde kaarten blijkt weliswaar, dat het produktiegebied van het Lago di Caldaro 212 tot 556 meter boven de zeespiegel ligt en dat in de streek van Trente tussen 339 en 654 meter, doch met betrekking tot de ligging van de percelen verschaft de Commissie geen nadere gegevens aan de hand waarvan de hoogteverschillen nauwkeurig kunnen worden vastgesteld en kan worden nagegaan of zij werkelijk van invloed zijn op de kenmerken van de geproduceerde wijn .
33 Ten slotte stelt de Commissie met betrekking tot de organoleptische en chemische kenmerken van de betrokken wijnen, dat die uit het gebied van Trente "zurig" zijn en die uit het gebied van Caldaro "niet erg zuur ".
34 Volgens de considerans van verordening nr . 338/79, en overigens ook volgens die van verordening nr . 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 ( PB 1987, L 84, blz . 1 ), vormt "het zuurgehalte voor wijn een beoordelingscriterium en een houdbaarheidsfactor ". De Commissie heeft echter niets aangevoerd wat licht zou kunnen werpen op de vraag, in hoeverre het verschil in aciditeit en, daarmee samenhangend, in fosfaatgehalte kan leiden tot aanzienlijke verschillen tussen de betrokken wijnen, terwijl zij andere vergelijkbare factoren, bij voorbeeld het suikergehalte, buiten beschouwing heeft gelaten .
35 Een aantal van de door de Commissie gestelde verschillen tussen de zones van het produktiegebied zijn derhalve niet aangetoond, terwijl niet is bewezen dat de andere verschillen significante gevolgen hebben . Bijgevolg kan het gebrek aan homogeniteit van het produktiegebied niet bewezen worden geacht .
36 Uit het voorgaande volgt, dat de Commissie niet heeft weten aan te tonen, zoals zij had behoren te doen, dat wijn met de benaming "Caldaro" of "Lago di Caldaro" traditioneel niet in het gebied van Trente wordt geproduceerd, en dat het produktiegebied van deze wijn, zoals afgebakend bij de decreten van de president van de Italiaanse Republiek van 23 maart 1970 en 22 september 1981, niet homogeen is . Bijgevolg moet haar beroep worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
37 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende,
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verwijst de Commissie in de kosten van de procedure .
Full & Egal Universal Law Academy