Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Granen - Medeverantwoordelijkheidsheffing - Verwerking van uit andere Lid-Staat afkomstig graan - Berekening van heffing - Toepasselijke "groene" omrekeningskoers - Koers van toepassing in Lid-Staat van eerste verwerking
( Verordening nr . 2040/86 van de Commissie, artikel 2, lid 1 )
2 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Granen - Medeverantwoordelijkheidsheffing - Betaling door ondernemingen die eerste verwerking verrichten - Integrale doorberekening aan leveranciers
( Verordening nr . 2727/75 van de Raad, artikel 4, lid 6, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1579/86; verordening nr . 2040/86 van de Commissie, artikel 5, lid 1 )
3 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Granen - Medeverantwoordelijkheidsheffing - Verschillen in hoogte van heffing naar gelang van staat van eerste verwerking - Verschillen inherent aan stelsel van "groene" omrekeningskoersen - Geen schending van verbod van belemmeringen van vrij goederenverkeer - Geen discriminatie tussen producenten
( EEG-Verdrag, artikelen 12, 16, 34 en 40, lid 3; verordening nr . 1676/85 van de Raad, artikel 2, lid 1 )
Samenvatting
1 . Artikel 2, lid 1, van verordening nr . 2040/86 moet aldus worden uitgelegd, dat de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen moet worden berekend op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat waar de eerste verwerking van het graan plaatsvindt, aangezien de verwerker, ongeacht de herkomst van het graan, de heffing aan het bevoegde orgaan van die staat verschuldigd is .
2 . Artikel 4, lid 6, van verordening nr . 2727/75, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1579/86, juncto artikel 5, lid 1, van verordening nr . 2040/86 moet aldus worden uitgelegd, dat de ondernemingen die de eerste verwerking van het graan verrichten, achteraf aan hun leveranciers het eventuele positieve of negatieve verschil moeten doorberekenen tussen de door hen betaalde medeverantwoordelijkheidsheffing en de korting die, in het kader van een door die ondernemingen gevolgde praktijk ter vergemakkelijking van de administratieve en boekhoudkundige controle, hun wegens die heffing door hun leveranciers is verleend .
3 . In het kader van het medeverantwoordelijkheidsstelsel in de sector granen zijn de tussen de diverse Lid-Staten optredende verschillen in de hoogte van de heffing het rechtstreekse gevolg van het verschil tussen de landbouwomrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden toegepast ingevolge artikel 2, lid 1, van verordening nr . 1676/85 en de marktkoersen van de betrokken valuta' s . Voor het handelsverkeer tussen Lid-Staten evenwel vindt de instelling van een van de marktkoers afwijkende landbouwomrekeningskoers haar rechtvaardiging in de noodzaak de gevolgen van de schommelingen van instabiele wisselkoersen te corrigeren die, in een op gemeenschappelijke prijzen gebaseerd systeem van marktordeningen voor landbouwprodukten, tot verstoringen van het handelsverkeer kunnen leiden . Deze maatregel strekt er dus toe, de instandhouding van de normale handelsstromen te waarborgen ondanks de invloed van uiteenlopende monetaire politieken . Om die reden kan zij niet onder het verbod van de artikelen 12, 16 of 34 van het Verdrag vallen .
De verschillen in de zwaarte van de last die de graanproducenten hebben te dragen naar gelang van de Lid-Staat waar de eerste verwerking plaatsvindt, zijn een gevolg van het feit dat aan die producenten volledig de heffing wordt doorberekend die op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat van eerste verwerking is vastgesteld . Met die doorberekening wordt beoogd, de neutraliteit van de heffing ten opzichte van de graanverwerkers en de eventuele tussenhandelaren te verzekeren, ten einde de economische last ervan uitsluitend te leggen bij de graanproducenten, daar juist dezen door hun produktie bijdragen tot het ontstaan van structurele overschotten op de graanmarkt . Het verschil in behandeling tussen producenten van de Gemeenschap dat daarvan het gevolg is, is dus objectief gerechtvaardigd en kan bijgevolg niet worden aangemerkt als discriminatie in de zin van artikel 40, lid 3, van het Verdrag .
Partijen
In zaak 195/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, in het aldaar aanhangig geding tussen
Cehave NV, te Veghel,
en
Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en de geldigheid van de regeling inzake de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vijfde kamer ),
samengesteld als volgt : R . Joliet, kamerpresident, Sir Gordon Slynn, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro
griffier : H . A . Ruehl, hoofd-administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Cehave NV, vertegenwoordigd door B . H . ter Kuile, advocaat te 's-Gravenhage,
- het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten, vertegenwoordigd door zijn secretaris A . W . F . Helmstrijd,
- de regering van de Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door I . M . Braguglia, avvocato dello stato, als gemachtigde,
- de Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A . Brautigam als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur R . C . Fischer, als gemachtigde;
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 1 maart 1989;
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 20 april 1989;
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij uitspraak van 19 juni 1987, ingekomen bij het Hof op 22 juni daaraanvolgend, heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven krachtens artikel 177 EEG-Verdrag vijf prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging en de geldigheid van de gemeenschapsregeling inzake de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen .
2 Die vragen zijn gerezen in een geding tussen het graanverwerkingsbedrijf Cehave NV en het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten . Cehave had graan verwerkt dat in verschillende Lid-Staten van de Gemeenschap was geproduceerd, en moest daarvoor een medeverantwoordelijkheidsheffing betalen van 542 644 HFL . Dit bedrag was verkregen door de in ecu uitgedrukte heffing om te rekenen in Nederlandse valuta volgens de in Nederland geldende landbouwomrekeningskoers .
3 Voor het College van Beroep voor het Bedrijfsleven komt Cehave op tegen de wijze waarop het heffingbedrag is berekend . Haars inziens had men bij de omrekening van de heffing in Nederlandse valuta tewerk moeten gaan als volgt : eerst omrekening van de in ecu uitgedrukte heffing in de valuta van de Lid-Staat waar het graan is geproduceerd, met toepassing van de voor die staat geldende groene koers, en vervolgens omrekening van het aldus gevonden bedrag in Nederlandse valuta volgens de reële wisselkoers tussen de twee munteenheden .
4 Om deze zienswijze op haar waarde te kunnen schatten, heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd :
"1 ) De communautaire regeling van de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen vindt haar grondslag in de navolgende verordeningen :
- verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975, met name in artikel 4 van die verordening;
- verordening ( EEG ) nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986;
- verordening ( EEG ) nr . 1584/86 van de Raad van 23 mei 1986;
- verordening ( EEG ) nr . 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985, met name in artikel 2 van die verordening .
Moet die regeling zo worden uitgelegd dat de daarin bedoelde medeverantwoordelijkheidsheffing, te betalen door en op te leggen aan de onderneming, waarin een eerste verwerking heeft plaatsgehad, dient te worden berekend in de nationale valuta van de Lid-Staat van eerste verwerking met toepassing van de voor die Lid-Staat geldende landbouwomrekeningskoers?
2 ) Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord, moet de onder 1 bedoelde regeling dan zo worden uitgelegd dat de onderneming, die de medeverantwoordelijkheidsheffing betaalde, bevoegd en verplicht is om achteraf nog aan haar leveranciers door te berekenen het negatieve of positieve verschil tussen de door haar betaalde heffing ( gelijk aan het bedrag van de heffing in ecu, omgerekend in nationale valuta van de Lid-Staat van eerste verwerking met toepassing van de landbouwomrekeningskoers van die Lid-Staat ) en de door haar leverancier verleende korting ( gelijk aan het bedrag van de heffing in ecu, omgerekend in nationale valuta van de Lid-Staat van produktie met toepassing van de landbouwomrekeningskoers van die Lid-Staat, en vervolgens omgerekend in nationale valuta van de Lid-Staat van eerste verwerking met toepassing van de reële marktwisselkoersen )?
3 ) Indien vraag 2 bevestigend wordt beantwoord, voert toepassing van de onder 1 bedoelde regeling in omstandigheden tot het resultaat dat de producent van het graan uiteindelijk wordt belast met een heffing, waarvan de hoogte afhankelijk is van de omstandigheid in welke Lid-Staat het graan een eerste bewerking ondergaat .
Brengt zulks mee dat die regeling ongeldig is wegens strijd met het Verdrag, meer in het bijzonder met de artikelen 12, 16, 34 en/of 40, lid 3, dan wel met enig aan het Verdrag ten grondslag liggend beginsel?
4 ) Indien vraag 2 ontkennend wordt beantwoord, heeft toepassing van de onder 1 genoemde regeling in omstandigheden tot resultaat, dat de eerste verwerker van het graan uiteindelijk wordt belast met een heffing ( het verschil tussen de hem opgelegde heffing en de lagere, door hem ontvangen korting ) dan wel wordt bevoordeeld met een bedrag ( het verschil tussen de door hem ontvangen korting en de lagere, aan hem opgelegde heffing ), waarvan de hoogte verschilt en afhangt van de omstandigheid in welke Lid-Staat het graan is geproduceerd .
Brengt zulks mee dat die regeling ongeldig is wegens strijd met het Verdrag, meer in het bijzonder met de artikelen 12, 13, 30 en/of 40, lid 3, dan wel met enig aan het Verdrag ten grondslag liggend beginsel?
5 ) Indien de vragen 3 en/of 4 bevestigend worden beantwoord, vindt het Hof dan aanleiding om de gevolgen van zijn arrest te regelen voor wat betreft het voor de datum van dat arrest gelegen tijdvak"?
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, de in geding zijnde gemeenschapsbepalingen, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
6 De eerste vraag gaat er in wezen om, of volgens artikel 2, lid 1, van verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen ( PB 1986, L 173, blz . 65 ), bedoelde heffing moet worden berekend op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat waar de eerste verwerking van het graan plaatsvindt, dan wel van de Lid-Staat van herkomst van het graan .
7 Dienaangaande zij eraan herinnerd dat volgens artikel 2, lid 1, van verordening nr . 2040/86 "de heffing wordt betaald door degenen die een verwerking ... uitvoeren . De heffing wordt betaald aan de bevoegde instelling die daartoe door elke Lid-Staat wordt aangewezen ..." De verwerker van het graan is de medeverantwoordelijkheidsheffing dus verschuldigd aan de bevoegde instelling van de Lid-Staat waar de verwerking heeft plaatsgevonden, ongeacht de herkomst van het graan; daaruit volgt - aldus het Hof in zijn arrest van 19 april 1988 ( zaak 64/87, Versele-Laga, Jurispr . 1988, blz . 1961 ) -, dat het te betalen bedrag moet worden berekend op basis van de landbouwomrekeningskoers van de valuta van die Lid-Staat .
8 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat artikel 2, lid 1, van verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 aldus moet worden uitgelegd, dat de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen moet worden berekend op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat waar de eerste verwerking van het graan plaatsvindt .
De tweede en de vierde vraag
9 De tweede vraag strekt er, kort gezegd, toe te vernemen, of artikel 4, lid 6, van verordening nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 ( PB 1975, L 281, blz . 1 ), zoals gewijzigd bij verordening nr . 1579/86 van de Raad van 23 mei 1986 ( PB 1986, L 139, blz . 29 ), juncto artikel 5, lid 1, van voornoemde verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 aldus moet worden uitgelegd, dat de ondernemingen die de eerste verwerking van het graan verrichten, achteraf nog aan hun leveranciers moeten doorberekenen het eventuele positieve of negatieve verschil tussen de door hen betaalde medeverantwoordelijkheidsheffing en de hun wegens die heffing door hun leveranciers verleende korting .
10 In dit verband zij herinnerd aan artikel 4, lid 6, van verordening nr . 2727/75, zoals gewijzigd, dat bepaalt : "De heffing wordt op de producent verhaald ." Voorts preciseert artikel 5, lid 1, van verordening nr . 2040/86 : "Degenen die de ... transacties uitvoeren, berekenen de medeverantwoordelijkheidsheffing door op hun leverancier . De heffing wordt eveneens doorberekend bij elke voorafgaande transactie tot aan de levering door de producent ."
11 Zowel uit de tekst van die bepalingen als uit het doel ervan - de neutraliteit van de heffing ten opzichte van de graanverwerkers en eventuele tussenhandelaren te verzekeren - volgt, dat zij aldus moeten worden uitgelegd, dat de heffing volledig aan de producenten moet worden doorberekend, in voorkomend geval in het kader van hun transacties met eventuele tussenhandelaren . De op de producent te verhalen heffing is dus gelijk aan het bedrag dat door de verwerker van het graan moet worden betaald volgens de in het antwoord op de eerste vraag aangegeven berekeningswijze .
12 Aan deze gedachtengang wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat de doorberekening in de praktijk aldus geschiedt, dat reeds bij de verkoop van het graan door de producent aan de eerste koper het bedrag dat bij de eerste verwerking verschuldigd zal zijn, wordt afgetrokken van de door de producent bedongen prijs en dat het bedrag van die aftrek wordt berekend op basis van de in de Lid-Staat van produktie geldende groene koers . Deze praktijk, die het voordeel heeft de administratieve en boekhoudkundige controle op de betrokken verrichtingen te vergemakkelijken, kan voor de graanverwerkers en de eventuele tussenhandelaren geen grond zijn om zich te onttrekken aan hun verplichting het gehele heffingbedrag aan de graanproducenten door te berekenen en daarbij gebruik te maken van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat van eerste verwerking van het graan .
13 Wanneer dus als gevolg van de uitvoer van het graan naar een andere Lid-Staat, waar de eerste verwerking plaatsvindt, het van de verkoopprijs afgetrokken bedrag - berekend volgens de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat van produktie - verschilt van het door de graanverwerker verschuldigde bedrag - dat wil zeggen het bedrag berekend volgens de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat van eerste verwerking -, vereist het beginsel van volledige doorberekening, dat het verschil achteraf hetzij ten laste van de producent wordt gebracht hetzij aan deze wordt teruggegeven, in voorkomend geval in het kader van de transacties met tussenhandelaren .
14 Tegen deze uitlegging is ingebracht, dat doorberekening achteraf van het verschil tussen het door de verwerker verschuldigde bedrag en de op de verkoopprijs verleende korting om praktische redenen niet steeds uitvoerbaar is . In vele gevallen zouden de verwerker of de tussenhandelaren niet kunnen achterhalen wie de producent van het graan is, omdat bij opslag in een silo het graan van diverse producenten vaak wordt vermengd .
15 Dergelijke problemen, zo zij al zouden bestaan, vormen geen onoverkomelijk beletsel voor de toepassing van het beginsel van volledige doorberekening . Men kan er immers mee volstaan, de betrokken ondernemingen te verplichten hun boekhouding zo in te richten, dat de gang van de diverse hoeveelheden graan door de stadia van verhandeling kan worden gevolgd . Voor zover het meer in het bijzonder onmogelijk zou zijn de in een zelfde silo opgeslagen partijen graan uit elkaar te houden, verzet de letter noch de geest van de regeling zich ertegen, dat de graanverwerkers en de eventuele tussenhandelaren in dat geval de heffing aldus doorberekenen, dat de totale last die op de vermengde partijen drukt, over de betrokken producenten wordt verdeeld naar evenredigheid van de door elk hunner geleverde hoeveelheid .
16 Waar de Lid-Staten belast zijn met de administratieve uitvoering van het stelsel van de medeverantwoordelijkheidsheffing, zullen zij de passende maatregelen moeten treffen om te verzekeren dat de door de verwerkers betaalde heffing steeds volledig aan de graanproducenten kan worden doorberekend .
17 Op de tweede vraag moet mitsdien worden geantwoord, dat artikel 4, lid 6, van verordening nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1579/86 van de Raad van 23 mei 1986, juncto artikel 5, lid 1, van verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 aldus moet worden uitgelegd, dat de ondernemingen die de eerste verwerking van het graan verrichten, achteraf aan hun leveranciers het eventuele positieve of negatieve verschil moeten doorberekenen tussen de door hen betaalde medeverantwoordelijkheidsheffing en de hun wegens die heffing door hun leveranciers verleende korting .
18 Gezien dit antwoord op de tweede vraag, behoeft de vierde vraag niet te worden beantwoord .
De derde en de vijfde vraag
19 In de derde vraag gaat het om de geldigheid van de in geding zijnde regeling, in het licht van de in antwoord op de tweede vraag gegeven uitlegging .
20 Dienaangaande betoogt Cehave dat de medeverantwoordelijkheidsheffing, doordat de hoogte ervan verschilt naar gelang van de omrekeningskoers van de Lid-Staat van eerste verwerking, de graanuitvoer naar andere Lid-Staten belemmert en bijgevolg een door artikel 34 EEG-Verdrag verboden maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve uitvoerbeperking is en tegelijk een door de artikelen 12 en 16 van het Verdrag verboden heffing van gelijke werking als een uitvoerrecht . Verder, aldus Cehave, leidt de medeverantwoordelijkheidsheffing, doordat de graanproducenten als gevolg van de doorberekening ervan een last hebben te dragen die verschilt volgens de in de Lid-Staat van eerste verwerking geldende omrekeningskoers, tot een door artikel 40, lid 3, van het Verdrag verboden discriminatie tussen producenten van de Gemeenschap .
21 Wat in de eerste plaats de grief inzake schending van de artikelen 12, 16 en 34 van het Verdrag betreft, moet worden vastgesteld dat de door verzoekster in het hoofdgeding gewraakte verschillen in de hoogte van de heffing het rechtstreeks gevolg zijn van het verschil tussen de landbouwomrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden toegepast ingevolge artikel 2, lid 1, van verordening nr . 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast ( PB 1985, L 164, blz . 1 ), en de marktkoersen van de betrokken valuta' s . Voor het handelsverkeer tussen Lid-Staten evenwel vindt de instelling van een van de marktkoers afwijkende landbouwomrekeningskoers haar rechtvaardiging in de noodzaak de gevolgen van de schommelingen van instabiele wisselkoersen te corrigeren die, in een op gemeenschappelijke prijzen gebaseerd systeem van marktordeningen voor landbouwprodukten, tot verstoringen van het handelsverkeer kunnen leiden . Deze maatregel strekt er dus toe, de instandhouding van de normale handelsstromen te waarborgen ondanks de invloed van uiteenlopende monetaire politieken . Om die reden kan zij niet onder het verbod van de artikelen 12, 16 of 34 van het Verdrag vallen .
22 Wat in de tweede plaats de grief inzake schending van het non-discriminatiebeginsel betreft, moet worden opgemerkt, dat de verschillen in de zwaarte van de last die de graanproducenten hebben te dragen, een gevolg zijn van het feit dat aan die producenten volledig de heffing wordt doorberekend die op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat van eerste verwerking is vastgesteld . Zoals bij de beantwoording van de tweede vraag werd overwogen, wordt met die doorberekening beoogd, de neutraliteit van de heffing ten opzichte van de graanverwerkers en de eventuele tussenhandelaren te verzekeren, ten einde de economische last ervan uitsluitend te leggen bij de graanproducenten, daar juist dezen door hun produktie bijdragen tot het ontstaan van structurele overschotten op de graanmarkt . Het verschil in behandeling tussen producenten van de Gemeenschap dat daarvan het gevolg is, is dus objectief gerechtvaardigd en kan bijgevolg niet worden aangemerkt als discriminatie in de zin van artikel 40, lid 3, van het Verdrag .
23 Op de derde vraag moet mitsdien worden geantwoord, dat bij onderzoek van de in geding zijnde regeling niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten .
24 Gezien het antwoord op de derde vraag, behoeft de vijfde vraag niet te worden beantwoord .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
25 De kosten door de regering van de Italiaanse Republiek, de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vijfde kamer ),
uitspraak doende op de vragen, door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven bij uitspraak van 19 juni 1987 gesteld, verklaart voor recht :
1 ) Artikel 2, lid 1, van verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 moet aldus worden uitgelegd, dat de medeverantwoordelijkheidsheffing in de sector granen moet worden berekend op basis van de landbouwomrekeningskoers van de Lid-Staat waar de eerste verwerking van het graan plaatsvindt .
2 ) Artikel 4, lid 6, van verordening nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1579/86 van de Raad van 23 mei 1986, juncto artikel 5, lid 1, van verordening nr . 2040/86 van de Commissie van 30 juni 1986 moet aldus worden uitgelegd, dat de ondernemingen die de eerste verwerking van het graan verrichten, achteraf aan hun leveranciers het eventuele positieve of negatieve verschil moeten doorberekenen tussen de door hen betaalde medeverantwoordelijkheidsheffing en de hun wegens die heffing door hun leveranciers verleende korting .
3 ) Bij onderzoek van de in geding zijnde regeling is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten .
Full & Egal Universal Law Academy