Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
EGKS - Produktie - Stelsel van produktie - en leveringsquota voor staal - Overdracht van referentieproduktiecijfers en referentiehoeveelheden - Wijziging van relatieve positie van ondernemingen op markt - Bepalingen ten gunste van monoproducenten om hen in staat te stellen hun positie te behouden - Uitbreiding tot andere groepen ondernemingen - Geen verplichting van Commissie
( Algemene beschikking nr . 3485/85, artikel 15 )
Samenvatting
In het kader van het stelsel van produktie - en leveringsquota voor staal hebben de overdrachten van referentiecijfers van een categorie naar een andere, die door artikel 15 van beschikking nr . 3485/85 worden toegestaan, onvermijdelijk een wijziging tot gevolg van de relatieve marktpositie van de ondernemingen in de bij die overdrachten betrokken produktcategorieën .
Omdat monoproducenten, anders dan ondernemingen die meer produkten produceren, niet of slechts in zeer beperkte mate van die overdrachten kunnen profiteren, verkeren zij in een bijzondere situatie . Dit rechtvaardigt de afwijking van het algemene quotastelsel, waarin genoemd artikel te hunnen behoeve voorziet door te bepalen, dat de Commissie de nodige aanpassingen goedkeurt indien zij ten gevolge van overdrachten van referentiecijfers een aanzienlijke vermindering vaststelt van de verhouding tussen hun referentiecijfers enerzijds, en die van alle ondernemingen van de Gemeenschap anderzijds .
Die rechtvaardiging ontbreekt in het geval van ondernemingen die niet verkeren in de bijzondere omstandigheden die kenmerkend zijn voor een monoproducent . De Commissie was dus niet verplicht, het behoud van de relatieve marktpositie eveneens te waarborgen aan ondernemingen die 90 % van hun totale referentieproduktie in twee produktcategorieën verwezenlijken .
Partijen
In zaak 219/87,
Hoogovens Groep BV, vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te IJmuiden, vertegenwoordigd door F . O . W . Vogelaar en L . H . van Lennep, advocaten te Den Haag, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van J . Loesch, advocaat aldaar, 8, rue Zithe,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur R . Waegenbaur als gemachtigde, bijgestaan door P . Vercruysse, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van algemene beschikking nr . 1434/87/EGKS van de Commissie van 20 mei 1987 tot intrekking van beschikking nr . 3524/86/EGKS tot wijziging van beschikking nr . 3485/85/EGKS tot verlenging van het stelsel voor toezicht en produktiequota voor bepaalde produkten van de ondernemingen van de ijzer - en staalindustrie,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
samengesteld als volgt : T . Koopmans, kamerpresident, T . F . O' Higgins, G . F . Mancini, F . A . Schockweiler en M . Diez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 1 maart 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 april 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 juli 1987, heeft Hoogovens Groep BV ( hierna : Hoogovens ) krachtens artikel 33, tweede alinea, EGKS-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van algemene beschikking nr . 1434/87/EGKS van de Commissie van 20 mei 1987 tot intrekking van beschikking nr . 3524/86/EGKS tot wijziging van beschikking nr . 3485/85/EGKS tot verlenging van het stelsel voor toezicht en produktiequota voor bepaalde produkten van de ondernemingen van de ijzer - en staalindustrie ( PB 1987, L 136, blz . 39 ).
2 Bij beschikking nr . 3485/85/EGKS van de Commissie van 27 november 1985 ( PB 1985, L 340, blz . 5 ) werd het stelsel voor toezicht en produktiequota voor bepaalde produkten van de ondernemingen van de ijzer - en staalindustrie verlengd voor de periode van 1 januari 1986 tot en met 31 december 1987, en wel voor de categorieën Ia, Ib, Ic, II, III, IV en VI . Artikel 15, lid 1, van deze beschikking bepaalde, onder welke voorwaarden de Commissie overdrachten van referentiecijfers kon toestaan binnen twee categorieën produkten, te weten Ia, Ib, Ic, II en III ( groep 1 ) en III, IV en VI ( groep 2 ). Volgens het tweede lid van dit artikel kon de Commissie ruilingen, verkopen of cessies van de referentieproduktiecijfers en referentiehoeveelheden toestaan, indien de installaties na 1 januari 1980 werden gesloten of aan een derde land werden verkocht en daarheen werden overgebracht . Ingevolge lid 3 kon de Commissie in die gevallen goedkeuring verlenen om de op deze installatie betrekking hebbende referentiecijfers binnen beide in lid 1 genoemde groepen over te dragen .
3 Aangezien categorie Ic met ingang van 1 januari 1987 niet meer onder het stelsel van produktiequota zou vallen en het dus wenselijk was om te voorkomen dat zich door de overdracht van de referentiecijfers voor de produkten die binnenkort werden geliberaliseerd, verstoringen van de staalmarkt voordeden als gevolg van de kunstmatige toename van de referentiecijfers voor de produkten die onder het stelsel van de produktiequota bleven vallen, besloot de Commissie bij beschikking nr . 3524/86/EGKS van 19 november 1986 tot wijziging van beschikking nr . 3485/85/EGKS ( PB 1986, L 325, blz . 35 ) om met onmiddellijke ingang de in artikel 15, leden 1 en 3, van beschikking nr . 3485/85/EGKS bedoelde mogelijkheden van overdracht te beperken tot de produkten van de categorieën Ia, Ib, II, III, IV en VI .
4 Bij beschikking nr . 3746/86/EGKS van 5 december 1986 tot wijziging van beschikking nr . 3485/85/EGKS ( PB 1986, L 348, blz . 1 ) lichtte de Commissie categorie Ic uit het quotastelsel .
5 Toen zij vaststelde dat de mogelijke uitwerkingen van de overdrachten van referentiecijfers van categorie Ic naar de categorieën die onder het quotastelsel bleven vallen, niet zo ernstig waren, dat zij de bij beschikking nr . 3524/86/EGKS vastgestelde maatregel rechtvaardigden, trok de Commissie bij beschikking nr . 1434/87/EGKS beschikking nr . 3524/86/EGKS met terugwerkende kracht tot 19 november 1986 in .
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
7 Verzoekster betoogt, dat de Commissie zich bij de vaststelling van de bestreden beschikking te haren opzichte schuldig heeft gemaakt aan misbruik van bevoegdheid, omdat zij heeft nagelaten de maatregelen te voorzien, die noodzakelijk waren om het behoud van haar relatieve marktpositie te waarborgen .
8 Als semi-monoproducent, die 90 % van het totaal van haar referentieproduktiecijfer in twee categorieën produceert, kon verzoekster evenmin van de mogelijkheden tot overdracht van artikel 15 van beschikking 3485/85/EGKS profiteren als monoproducenten, wier situatie wordt gekenmerkt door het feit dat hun referentieproduktiecijfer voor één categorie ten minste 80 % van het totaal van hun referentieproduktiecijfer vertegenwoordigt . Wat het behoud van haar relatieve marktpositie betreft, diende zij bijgevolg op gelijke wijze te worden behandeld als de monoproducenten . Terwijl de regeling van de Commissie voor monoproducenten, wier relatieve positie achteruit gaat door overdrachten naar de categorie waarin zij produceren, in aanpassingsmogelijkheden voorzag, waren dergelijke maatregelen niet ingevoerd voor semi-monoproducenten als verzoekster .
9 Voor de beoordeling of het door verzoekster aangevoerde middel van misbruik van bevoegdheid gegrond is, moet worden onderzocht, of de Commissie door de litigieuze beschikking vast te stellen, haar bevoegdheden voor andere doeleinden heeft gebruikt dan waarvoor zij haar zijn verleend .
10 Hiertoe moet worden nagegaan, of de doelstelling van het stelsel van produktiequota, dat de Commissie krachtens artikel 58 EGKS-Verdrag in bepaalde omstandigheden moet invoeren, inhoudt dat de Commissie verplicht is, ondernemingen die zich in verzoeksters situatie bevinden, het behoud van hun relatieve marktpositie te waarborgen .
11 Ter zake heeft het Hof reeds eerder vastgesteld dat de krachtens artikel 58 EGKS-Verdrag genomen maatregelen de gehele ijzer - en staalindustrie in de Gemeenschap in staat dienen te stellen zich op collectieve grondslag en door bundeling van inspanningen te verdedigen tegen de gevolgen van een crisis bij het afnemen van de vraag . Bijgevolg is deze bepaling er niet om de ondernemingen in crisistijd te vrijwaren tegen de consequenties van hun vroegere beleidskeuzen ten aanzien van investeringen en produktie ( zie arresten van 7 juli 1982, zaak 119/81, Kloeckner, Jurispr . 1982, blz . 2627, en van 11 mei 1983, zaak 244/81, Kloeckner, Jurispr . 1983, blz . 1451 ).
12 De in beschikking nr . 3485/85/EGKS voorziene regeling, waarbij referentieproduktiecijfers van de ene categorie naar de andere kunnen worden overgedragen - een regeling waarvan de wettigheid nooit in geding is geweest - heeft onvermijdelijk een wijziging van de relatieve positie van de ondernemingen in de door de overdrachten getroffen categorieën produkten tot gevolg .
13 Enkel voor ondernemingen die slechts één produkt produceren of waarvan het referentieproduktiecijfer voor één categorie ten minste 80 % van het totaal van haar referentieproduktiecijfer vertegenwoordigt, heeft de Commissie in artikel 15, lid 1, een bepaling ingevoerd, volgens welke zij de nodige aanpassingen goedkeurt, indien zij ten gevolge van de krachtens artikel 15, lid 1, toegestane overdrachten van referentiecijfers een aanzienlijke vermindering van de verhouding tussen hun referentiecijfers enerzijds, en die van het geheel van de andere ondernemingen van de Gemeenschap anderzijds, vaststelt .
14 Deze bepaling, waarin wordt afgeweken van het algemene stelsel van produktiequota, wordt gerechtvaardigd op grond van de overweging dat een monoproducent - de invoering van dat begrip in het quotastelsel, noch de definitie ervan zijn in geding - zich in een bijzondere situatie bevindt, omdat hij niet, zoals producenten die meer dan een produkt produceren, gebruik kan maken van de overdrachten van artikel 15 of zulks slechts in zeer beperkte mate kan doen .
15 Er is geen enkele reden voor een dergelijke afwijking voor ondernemingen die niet in de bijzondere omstandigheden verkeren, die kenmerkend zijn voor een monoproducent, zodat de Commissie stellig niet verplicht was om het behoud van de relatieve marktpositie eveneens te waarborgen aan ondernemingen die zich in de situatie van verzoekster bevinden .
16 Zo gezien moet worden vastgesteld dat de Commissie, door geen waarborg te voorzien voor het behoud van verzoeksters relatieve marktpositie, zich te haren opzichte niet heeft schuldig gemaakt aan misbruik van bevoegdheid .
17 Derhalve dient het beroep te worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
18 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verzoekster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
rechtdoende, verstaat :
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verwijst verzoekster in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy