Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Harmonisatie van wetgevingen - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd drinkwater - Machtiging tot overschrijding van maximaal toelaatbare concentraties - Voorwaarden
( Richtlijn 80/778 van de Raad, artikel 10, lid 1 )
Samenvatting
De in artikel 10, lid 1, van richtlijn 80/778 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water bedoelde machtiging tot overschrijding van de maximaal toelaatbare concentraties vermeld in bijlage I bij die richtlijn, mag slechts worden verleend in dringende gevallen, waarin de nationale instanties onverhoeds het hoofd moeten bieden aan moeilijkheden bij de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water . Een dergelijke machtiging mag slechts worden verleend voor de tijdsspanne die normalerwijze noodzakelijk is om de kwaliteit van het betrokken water te herstellen; zij mag niet leiden tot onaanvaardbare risico' s voor de volksgezondheid en is enkel mogelijk indien de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water niet op andere wijze kan worden verzekerd .
Partijen
In zaak 228/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Pretura unificata te Turijn, in de aldaar dienende strafzaak tegen
X,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water, meer in het bijzonder van artikel 10, lid 1, van die richtlijn ( PB 1980, L 229, blz . 11 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde kamer ),
samengesteld als volgt : J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, U . Everling en Y . Galmot, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door P . G . Ferri, avvocato dello stato,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . Berardis als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 20 april 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 31 mei 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 22 juli 1987, ingekomen ten Hove op 27 juli daaraanvolgend, heeft de Pretura unificata te Turijn krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 10, lid 1, van richtlijn 80/778/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water ( PB 1980, L 229, blz . 11 ).
2 Deze vraag is gerezen in een door de Pretore te Turijn ingeleide strafzaak tegen onbekenden, nadat hij de resultaten had vernomen van de analyse van door een plaatselijke gezondheidsdienst genomen monsters van voor menselijke consumptie bestemd water . Uit die monsters bleek, dat in sommige bronnen een hoeveelheid atrazin voorkwam die boven de grenswaarde ( per afzonderlijke stof ) van 0,1 microgram/liter lag, zoals voor pesticiden vastgesteld bij het ter uitvoering van voormelde richtlijn genomen besluit van de voorzitter van de ministerraad ( hierna : DPCM ) van 8 februari 1985 .
3 Blijkens het dossier hebben de minister van Volksgezondheid en de bevoegde autoriteiten van de Regio Piemonte in afwijking van voormeld DPCM voor de gehele periode van 25 juni 1986 tot en met 31 december 1987 bij een aantal besluiten het maximumgehalte aan atrazin op 1 microgram per liter voor menselijke consumptie bestemd water gebracht . In latere besluiten, geldend van 3 april 1987 tot 31 maart 1988, namen de minister van Volksgezondheid en de Regio Piemonte de eerder vastgestelde regeling voor atrazin over en stelden zij de grenswaarde voor het molinaatgehalte vast op 6 en nadien 3,5 microgram per liter voor menselijke consumptie bestemd water .
4 In de hoofdzaak is op grond van artikel 328 van de Italiaanse Codice penale strafvervolging wegens nalatigheid in het ambt ingesteld, op grond dat de Italiaanse autoriteiten niet het gebruik voor menselijke consumptie hebben verboden van water dat niet voldoet aan de voorwaarden van vorenbedoeld DPCM . De Pretore te Turijn is evenwel van mening, dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid uitgesloten is wanneer de in bovenbedoelde besluiten vervatte afwijkingen van het DPCM in overeenstemming zijn met de krachtens de richtlijn toegestane afwijkingen . Om dit probleem te kunnen oplossen heeft de Pretore het noodzakelijk geacht, het Hof de vraag voor te leggen "of richtlijn nr . 80/778/EEG, in het bijzonder artikel 10, lid 1, daarvan, aldus moet worden verstaan, dat de Lid-Staten gemachtigd zijn, afwijkingen vast te stellen op de wijze en in de omstandigheden als geschied in voornoemde besluiten van de minister van Volksgezondheid en van de Regio Piemonte ".
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten in de hoofdzaak, de betrokken nationale en communautaire bepalingen, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
6 Gezien de formulering van de vraag van de Pretore te Turijn, moet eraan worden herinnerd dat, volgens vaste rechtspraak, het Hof zich in het kader van artikel 177 EEG-Verdrag niet kan uitspreken over de verenigbaarheid van een nationale bepaling met het gemeenschapsrecht ( zie onder meer het arrest van 11 juni 1987, zaak 14/86, X, Jurispr . 1987, blz . 2545 ).
7 Het Hof kan evenwel uit de bewoordingen van de door de nationale rechter geformuleerde vragen en gelet op de inlichtingen die hij heeft verschaft, de elementen lichten die onder de uitlegging van het gemeenschapsrecht vallen, ten einde die rechter in staat te stellen de voor hem gerezen rechtsvragen op te lossen .
8 Blijkens de verwijzingsbeschikking verzoekt de nationale rechter het Hof in wezen om uitlegging van artikel 10, lid 1, van de richtlijn, en meer in het bijzonder van de voorwaarden die deze bepaling aan overschrijding van de in bijlage I bij de richtlijn vermelde maximaal toelaatbare concentraties verbindt .
9 In de eerste plaats moet erop worden gewezen, dat richtlijn 80/778 de Lid-Staten nauwkeurig omschreven verplichtingen oplegt met betrekking tot de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water . Dit water moet binnen een termijn van vijf jaar na kennisgeving van de richtlijn ( artikel 19 ) ten minste beantwoorden aan de waarden die zijn vermeld voor de in bijlage I opgegeven parameters ( artikel 7, lid 6 ). Met het oog op de naleving van die verplichting moeten de Lid-Staten regelmatig controles uitvoeren, waarbij zij zich aan bijlage II dienen te houden en de in bijlage III genoemde referentie-analysemethoden moeten toepassen ( artikel 12 ).
10 De Lid-Staten mogen slechts onder de voorwaarden voorzien in de artikelen 9, 10 en 20 van de richtlijn afwijken . Deze bepalingen moeten strikt worden uitgelegd .
11 De in de artikelen 9 en 20 bedoelde afwijkingen houden geen verband met de onderhavige feiten . In de eerste plaats zijn hogervermelde besluiten niet vastgesteld wegens de natuurlijke staat en de structuur van de bodem van het gebied waarvan de betreffende voorzieningsbron afhankelijk is, noch om rekening te houden met uitzonderlijke weerkundige omstandigheden; in strijd met artikel 9, lid 3, betreffen de afwijkingen toxische stoffen ( bijlage I, sub D ). In de tweede plaats heeft de Italiaanse regering geen gebruik gemaakt van de procedure van artikel 20, die het mogelijk maakt om - onder toezicht van de Commissie en de Raad - de moeilijkheden op te vangen die de omzetting van de richtlijn binnen de in artikel 18 gestelde termijn meebrengt .
12 Artikel 10, lid 1, van richtlijn 80/778 luidt als volgt :
" In noodgevallen mogen de bevoegde nationale autoriteiten, gedurende een beperkte tijdsduur en tot een maximumwaarde die zij vaststellen, overschrijding van de in bijlage I vermelde maximaal toelaatbare concentraties toelaten, voor zover deze overschrijding geen enkel onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt en de voorziening van voor menselijke consumptie bestemd water op geen enkele andere manier kan worden bewerkstelligd ."
13 Deze bepaling is soepeler dan artikel 5, lid 2, van het voorstel voor een richtlijn van de Commissie ( PB 1975, C 214, blz . 2 ), dat met betrekking tot bepaalde toxische factoren, met name pesticiden en verwante produkten, geen enkele afwijking toeliet . De richtlijn staat afwijkingen toe met betrekking tot factoren die gevaarlijk zijn voor de menselijke gezondheid, doch stelt daarvoor wel strikte voorwaarden .
14 In de eerste plaats blijkt uit de verschillende taalversies van artikel 10, lid 1, dat het begrip "noodgevallen" moet worden uitgelegd als dringende situaties, waarin de verantwoordelijke instanties onverhoeds het hoofd moeten bieden aan moeilijkheden bij de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water .
15 In de tweede plaats mag de overschrijding van de maximaal toelaatbare concentratie slechts voor een beperkte tijdspanne worden toegelaten, die overeenstemt met de tijd die normalerwijze noodzakelijk is om de kwaliteit van het betrokken water te herstellen .
16 In de derde plaats is het absoluut noodzakelijk, dat de overschrijding geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt . Het staat aan de Lid-Staten om op basis van wetenschappelijke gegevens na te gaan, of er een dergelijk risico bestaat .
17 Ten slotte is vereist, dat de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water niet op andere wijze kan worden verzekerd . Dit moet worden beoordeeld rekening houdend met de middelen die de nationale overheid ter beschikking staan .
18 Voorts moet worden opgemerkt, dat het de Lid-Staten krachtens artikel 16 van de richtlijn vrijstaat om voor water dat bestemd is voor menselijke consumptie, strengere voorschriften uit te vaardigen dan die welke in de richtlijn zijn opgenomen, met uitzondering van maatregelen die een belemmering vormen voor het vrije verkeer van levensmiddelen, waarvoor water is gebruikt waarvan de kwaliteit aan de richtlijn voldoet . Artikel 10, lid 1, belet de nationale wetgever derhalve niet, aan de machtiging tot overschrijding van de maximale concentraties strengere voorwaarden te verbinden of die overschrijding zelfs te verbieden .
19 Het staat aan de nationale rechterlijke instantie om na te gaan, of de nationale wettelijke regeling bepalingen bevat die de in de richtlijn voorziene mogelijkheden om van de voorschriften van deze laatste af te wijken, beperken .
20 Mitsdien moet de vraag van de Pretore te Turijn worden beantwoord als volgt :
1 ) De in artikel 10, lid 1, van richtlijn 80/778 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water bedoelde machtiging tot overschrijding van de maximaal toelaatbare concentraties, vermeld in bijlage I bij die richtlijn, mag slechts worden verleend in dringende gevallen, waarin de nationale instanties onverhoeds het hoofd moeten bieden aan moeilijkheden bij de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water .
2 ) Een dergelijke machtiging mag slechts worden verleend voor de tijdspanne die normalerwijze noodzakelijk is om de kwaliteit van het betrokken water te herstellen; zij mag niet leiden tot onaanvaardbare risico' s voor de volksgezondheid en is enkel mogelijk indien de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water niet op andere wijze kan worden verzekerd .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 De kosten door de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in de hoofdzaak is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde kamer ),
uitspraak doende op de door de Pretore te Turijn bij beschikking van 22 juli 1987 gestelde vraag, verklaart voor recht :
1 ) De in artikel 10, lid 1, van richtlijn 80/778 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water bedoelde machtiging tot overschrijding van de maximaal toelaatbare concentraties, vermeld in bijlage I bij die richtlijn, mag slechts worden verleend in dringende gevallen, waarin de nationale instanties onverhoeds het hoofd moeten bieden aan moeilijkheden bij de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water .
2 ) Een dergelijke machtiging mag slechts worden verleend voor de tijdspanne die normalerwijze noodzakelijk is om de kwaliteit van het betrokken water te herstellen; zij mag niet leiden tot onaanvaardbare risico' s voor de volksgezondheid en is enkel mogelijk indien de voorziening met voor menselijke consumptie bestemd water niet op andere wijze kan worden verzekerd .
Full & Egal Universal Law Academy