Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Gemeenschappelijk douanetarief - Uitlegging - Uitlegging variërend naar gelang van technische ontwikkeling - Ontoelaatbaarheid
2 . Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefposten - Elektronische apparaten voor rekenkundige en andere bewerkingen - Indeling als "automatische gegevensverwerkende machine" onder post 84.53 - Elementaire programmeertaal - Geen invloed
Samenvatting
1 . Wanneer, in het kader van de tariefindeling van goederen, de technische ontwikkelingen een andere indeling rechtvaardigen, is het de taak van de bevoegde gemeenschapsorganen om daarmee rekening te houden door het gemeenschappelijk douanetarief te wijzigen . Zolang dit evenwel niet is geschied, mag men niet, naar gelang van de technische ontwikkeling, het douanetarief verschillend gaan uitleggen . Een andere uitlegging zou geen recht doen wedervaren aan de eisen van de rechtszekerheid en van een vlotte afhandeling van de bij de inklaring te verrichten controles .
2 . Elektronische apparaten die hoofdzakelijk bestemd zijn voor rekenkundige bewerkingen, maar daarnaast ook voor andere, die beantwoorden aan de criteria van aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het gemeenschappelijk douanetarief, zijn automatische gegevensverwerkende machines in de zin van post 84.53 van genoemd tarief, zelfs wanneer zij programmeerbaar zijn volgens een methode die eenvoudiger is dan bij voorbeeld de programmeertaal Basic .
Partijen
In zaak 234/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen
Casio Computer Co . GmbH Deutschland, te Hamburg,
en
Oberfinanzdirektion Muenchen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) en in het bijzonder over de criteria om "rekenmachines" van post 84.52 van het GDT te
onderscheiden van "automatische gegevensverwerkende machines" van post 84.53 van het GDT, met het oog op de tariefindeling van als "programmeerbare calculators" aangeduide elektronische apparaten,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
samengesteld als volgt : T . Koopmans, kamerpresident, C . N . Kakouris en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : B . Pastor, administrateur
gelet op de opmerkingen, ingediend door :
- Casio Computer Co . GmbH Deutschland, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door J . Schellmann als gemachtigde, en ter terechtzitting door A . Bauer, advocaat;
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Sack als gemachtigde, bijgestaan door R . Wagner, en ter terechtzitting door H . Blin als deskundige,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 7 juli 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 oktober 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 30 april 1987, ingekomen ten Hove op 30 juli daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) en in het bijzonder over de criteria om "rekenmachines" van post 84.52 te onderscheiden van "automatische gegevensverwerkende machines" van post 84.53 van het GDT, in de versie van verordening nr . 3400/84 van de Raad van 27 november 1984 tot wijziging van verordening nr . 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1984, L 320, blz . 1 ).
2 Die vraag is gerezen in een geschil tussen Casio Computer Co . GmbH Deutschland ( verzoekster in het hoofdgeding, hierna : verzoekster ) en de Oberfinanzdirektion Muenchen ( verweerster in het hoofdgeding, hierna : verweerster ) over de tariefindeling van vier uit Japan geïmporteerde typen elektronische apparaten, aangeduid als "programmeerbare calculators", die, blijkens de beschrijving in de verwijzingsbeschikking, hoofdzakelijk bestemd zijn voor rekenkundige bewerkingen, maar daarnaast ook voor andere, en die programmeerbaar zijn volgens een methode die eenvoudiger is dan de programmeertaal Basic .
3 Naar aanleiding van door verzoekster ingediende verzoeken deelde verweerster de betrokken goederen bij bindende adviezen van 9 en 15 november 1984 in onder post 84.52 A ( elektronische rekenmachines ) van het GDT . De hiertegen ingediende bezwaarschriften van verzoekster, waarin zij verzocht om indeling van de goederen onder post 84.53 ( automatische gegevensverwerkende machines ), werden door verweerster afgewezen op grond dat de programmeerbare calculators niet voldeden aan alle voorwaarden van aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84, aangezien zij niet een in een formele programmeertaal geschreven verwerkingsprogramma in de interne machinetaal konden vertalen .
4 Verzoekster stelde hiertegen beroep in bij het Bundesfinanzhof, dat met het oog op de oplossing van het geschil de behandeling van de zaak heeft geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen heeft gesteld :
"Hoe moeten de begrippen 'rekenmachines' in post 84.52 en 'automatische gegevensverwerkende machines' in post 83.53 van het gemeenschappelijk douanetarief ten opzichte van elkaar worden afgebakend?
Zijn elektronische apparaten ter uitvoering van overwegend rekenkundige, maar ook van andere bewerkingen, die programmeerbaar zijn volgens een methode die eenvoudiger is dan bij voorbeeld de programmeertaal Basic, rekenmachines in de zin van post 84.52 of automatische gegevensverwerkende machines in de zin van post 84.53 van het gemeenschappelijk douanetarief?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de communautaire bepalingen in geding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
6 Aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het GDT luidt als volgt :
"Voor de toepassing van post 84.53 wordt onder 'automatische gegevensverwerkende machines' verstaan :
a ) digitale machines met geheugen, waarin naast het verwerkingsprogramma of programma' s en de te verwerken gegevens, ook een programma kan worden opgeslagen om de formele programmeertaal waarin de programma' s zijn geschreven, in machinetaal te vertalen . Deze machines moeten een centraal geheugen hebben dat rechtstreeks voor de uitvoering van een programma toegankelijk is en dat een capaciteit heeft die op zijn minst voldoende is om die delen van de verwerkings - en vertaalprogramma' s en de informatie, welke voor het lopende programma direct noodzakelijk zijn, er in op te slaan . Zij moeten, op grond van de instructies in het oorspronkelijk ingebrachte programma, ook in staat zijn door logische beslissing zelf de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop te wijzigen ."
7 Blijkens het dossier is bij het in het hoofdgeding gehouden deskundigenonderzoek vastgesteld, dat de betrokken apparaten - of althans één ervan - voldoen aan de in aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het GDT vermelde criteria .
8 Dat er desondanks een geschil is ontstaan over de tariefindeling van de betrokken apparaten, is te wijten aan het feit, dat zij een elementaire programmeertaal gebruiken en over een beperkt geheugen beschikken . Toen aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het GDT werd vastgesteld, bestonden er nog geen elementaire programmeertalen en werden er ook nog geen "programmeerbare calculators" vervaardigd .
9 Nu het dank zij de technische ontwikkelingen die zich sindsdien hebben voorgedaan, mogelijk is geworden om apparaten te vervaardigen als die welke in casu in geding zijn, wenst de nationale rechter te vernemen, of bij de uitlegging van bedoelde aantekening met die technische vooruitgang moet worden rekening gehouden .
10 Volgens de Commissie moet de betrokken aantekening op dynamische wijze worden uitgelegd, dus met inachtneming van de ontwikkeling van de techniek, zodat programmeerbare calculators die gebruik maken van uiterst eenvoudige programmeertalen, waarvoor slechts een zeer beperkt geheugen is vereist, niet als automatische gegevensverwerkende machines kunnen worden aangemerkt .
11 Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat de gemeenschapswetgever bij de vaststelling van de betrokken aantekening op de hoogte was van de stand van de techniek op dat moment, en dus van de markt, alsmede van de mogelijkheid dat zich op dit gebied een snelle ontwikkeling zou voordoen . Desondanks heeft hij gekozen voor algemene criteria, waarin niet wordt aangeknoopt aan de ontwikkeling van de techniek . Gelet op die houding van de wetgever kan de technische ontwikkeling in de betrokken sector op zich de strekking van de bepalingen van het GDT niet wijzigen .
12 Gelijk het Hof in zijn arrest van 19 november 1981 ( zaak 122/80, Analog Devices, Jurispr . 1981, blz . 2781 ) voor recht verklaarde, is het, wanneer de technische ontwikkelingen een andere tariefindeling rechtvaardigen, de taak van de bevoegde gemeenschapsorganen om daarmee rekening te houden door het gemeenschappelijk douanetarief te wijzigen . Zolang dit evenwel niet is geschied, mag men niet, naar gelang van de technische ontwikkeling, het douanetarief verschillend gaan uitleggen .
13 Een andere uitlegging zou geen recht doen wedervaren aan de eisen van de rechtszekerheid en van een vlotte afhandeling van de bij de inklaring te verrichten controles .
14 Mitsdien moet op de vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat elektronische apparaten die hoofdzakelijk bestemd zijn voor rekenkundige bewerkingen, maar daarnaast ook voor andere, die programmeerbaar zijn volgens een methode die eenvoudiger is dan bij voorbeeld de programmeertaal Basic, en die beantwoorden aan de criteria van aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het gemeenschappelijk douanetarief, automatische gegevensverwerkende machines zijn in de zin van post 84.35 van genoemd tarief .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening harer opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechter over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 30 april 1987 gestelde vraag,
verklaart voor recht :
Elektronische apparaten die hoofdzakelijk bestemd zijn voor rekenkundige bewerkingen, maar daarnaast ook voor andere, die programmeerbaar zijn volgens een methode die eenvoudiger is dan bij voorbeeld de programmeertaal Basic, en die beantwoorden aan de criteria van aantekening 3 A, sub a, op hoofdstuk 84 van het gemeenschappelijk douanetarief, zijn automatische gegevensverwerkende machines in de zin van post 84.53 van genoemd tarief .
Full & Egal Universal Law Academy