Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Sociale zekerheid voor migrerende werknemers - Grensarbeider - Begrip - Werknemer die woonplaats overbrengt naar andere Lid-Staat dan Lid-Staat van tewerkstelling en er niet meer terugkeert - Daarvan uitgesloten
( Verordening nr . 1408/71 van de Raad, artikelen 1, sub b, en 71, lid 1, sub a-ii )
Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Werkloosheid - Werknemer, niet zijnde volledig werkloze grensarbeider, die zijn woonplaats om gezinsredenen naar
andere Lid-Staat dan Lid-Staat van laatste werkzaamheid overbrengt - Recht op uitkeringen in Lid-Staat van woonplaats
( Verordening nr . 1408/71 van de Raad, artikel 71, lid 1, sub b-ii )
Samenvatting
De hoedanigheid van "grensarbeider" wordt slechts toegekend aan werknemers die in een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van tewerkstelling wonen en vaak en regelmatig, namelijk "dagelijks of ten minste eenmaal per week" naar hun Lid-Staat van woonplaats terugkeren . Bijgevolg valt een werknemer die na het overbrengen van zijn woonplaats naar een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van tewerkstelling niet meer naar die laatste staat terugkeert om er zijn werkzaamheden uit te oefenen, niet onder het begrip "grensarbeider" in de zin van artikel 1, sub b, van verordening nr . 1408/71 en kan hij zich derhalve niet beroepen op artikel 71, lid 1, sub a-ii, van deze verordening .
2 . De werkingssfeer ratione personae van artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening nr . 1408/71, is niet beperkt tot de categorieën werknemers bedoeld in besluit nr . 94 van de Administratieve commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers . Deze bepaling is inzonderheid van toepassing op de werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats om gezinsredenen overbrengt naar een andere Lid-Staat en nadien niet meer terugkeert naar de Lid-Staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen . De door deze bepaling verleende mogelijkheid om niet in de Lid-Staat van de laatste werkzaamheid, maar in de Lid-Staat van woonplaats werkloosheidsuitkeringen te ontvangen, is immers gerechtvaardigd in het geval van bepaalde werknemers, die nauwe banden hebben - inzonderheid wat hun privé-leven en hun beroep betreft - met het land waar zij zijn gevestigd en waar zij gewoonlijk verblijven, en die aldaar bijgevolg de beste kansen op reïntegratie in het arbeidsproces hebben .
Partijen
In zaak 236/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Landessozialgericht fuer das Land Nordrhein-Westfalen, in het aldaar aanhangig geding tussen
A . Bergemann
en
Bundesanstalt fuer Arbeit
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 71, lid 1, sub a-ii en b-ii, van verordening nr . 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen
de Gemeenschap verplaatsen ( PB 1971, L 149, blz . 2 ), zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening nr . 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 ( PB 1983, L 230, blz . 6 ), en van besluit nr . 94 van de Administratieve commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers van 24 januari 1974 ( PB 1974, C 126, blz . 22 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
samengesteld als volgt : G . Bosco, kamerpresident, R . Joliet en F . A . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- A . Bergemann, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door K . Leingaertner, advocaat,
- de Bundesanstalt fuer Arbeit, verweerster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door U . Monfort,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door D . Gouloussis, lid van haar juridische dienst, bijgestaan door B . Schulte,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 4 mei 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 juni 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 11 juni 1987, ingekomen ten Hove op 31 juli daaraanvolgend, heeft het Landessozialgericht fuer das Land Nordrhein-Westfalen ( Negende kamer ) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 71, lid 1, sub a-ii en b-ii, van verordening nr . 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen ( PB 1971, L 149, blz . 2 ), zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening nr . 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 ( PB 1983, L 230, blz . 6 ), en van besluit nr . 94 van de Administratieve commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers van 24 januari 1974 ( PB 1974, C 126, blz . 22 ).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geschil tussen A . Bergemann en de Bundesanstalt fuer Arbeit .
3 Bergemann bezit de Nederlandse nationaliteit, en werkte en woonde te Venlo in Nederland . Op 5 juni 1984 huwde zij met een Duitser en de volgende dag bracht zij haar woonplaats over naar die van haar echtgenoot te Kerken in de Bondsrepubliek Duitsland .
4 Daar die verandering van woonplaats gebeurde tijdens een periode van verlof die tot het einde van haar arbeidsverhouding op 30 juni 1984 duurde, keerde zij niet meer naar Nederland terug om er haar werkzaamheden uit te oefenen .
5 Op 20 augustus 1984 diende zij bij de Duitse autoriteiten een aanvraag om werkloosheidsuitkeringen in; deze aanvraag werd bij besluit van 27 november 1984 afgewezen . Haar bezwaarschrift tegen dat afwijzend besluit werd bij besluit van 25 februari 1985 afgewezen . Op 26 maart 1985 stelde Bergemann beroep in bij het Sozialgericht te Duisburg; dit beroep werd bij vonnis van 9 september 1985 verworpen . Van dat vonnis kwam zij in hoger beroep bij het Landessozialgericht fuer das Land Nordrhein-Westfalen .
6 In zijn verwijzingsbeschikking merkt het Landessozialgericht allereerst op, dat Bergemann niet aan de door het Duitse Arbeitsfoerderungsgesetz ( Wet op de arbeidsvoorziening, hierna : AFG ) gestelde voorwaarden voor de toekenning van werkloosheidsuitkeringen of werklozensteun voldoet, daar zij nooit onder het stelsel van het AFG arbeid heeft verricht en derhalve de bij paragraaf 168 AFG voorgeschreven wachttijd ( bijdrageplichtige tewerkstelling gedurende ten minste 360 kalenderdagen ) niet heeft vervuld . Bovendien konden de Duitse autoriteiten de door betrokkene in Nederland vervulde tijdvakken van verzekering of arbeid niet in aanmerking nemen, daar volgens artikel 67, lid 3, van verordening nr . 1408/71 de Lid-Staat van de laatste werkzaamheid, in casu het Koninkrijk der Nederlanden, bevoegd is ter zake van werkloosheidsuitkeringen .
7 Van mening dat verzoekster eventueel met een beroep op de uitzonderingsbepalingen van artikel 71, lid 1, sub a-ii of sub b-ii, van verordening nr . 1408/71 van de autoriteiten van de Lid-Staat van woonplaats toekenning van de betrokken uitkeringen zou kunnen verlangen, heeft het Landessozialgericht de behaning van de zaak geschorst en het Hof van Justitie de navolgende prejudiciële vragen gesteld :
" Verkrijgt een werknemer de hoedanigheid van grensarbeider in de zin van artikel 1, sub b, en artikel 71, lid 1, sub a, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 ook tijdens zijn verlof in het kader van een arbeidsovereenkomst, wanneer hij na het verlof en tot de beëindiging van de arbeidsverhouding geen feitelijke arbeidsprestatie meer verricht, dat wil zeggen wanneer hij zich geen enkele maal vanuit zijn woonplaats in de ene Lid-Staat naar de plaats van tewerkstelling in de andere Lid-Staat begeeft?
Zo neen, is artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 enkel van toepassing op de categorieën werknemers bedoeld in besluit nr . 94 van de Administratieve commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers van 24 januari 1974?"
8 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten en het juridisch kader van het hoofdgeding alsmede voor de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
9 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats naar een andere Lid-Staat overbrengt en nadien niet meer terugkeert naar de staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen, als "grensarbeider" in de zin van de artikelen 1, sub b, en 71, lid 1, sub a-ii van verordening nr . 1408/71 kan worden aangemerkt .
10 De partijen in het hoofdgeding en de Commissie zijn het erover eens, dat een werknemer die zich in de door de verwijzende rechter beschreven situatie bevindt, niet als "grensarbeider" in de zin van genoemde bepalingen kan worden aangemerkt .
11 Daartoe behoeft slechts te worden vastgesteld, dat volgens artikel 1, sub b, van verordening nr . 1408/71 onder "grensarbeider" wordt verstaan "iedere werknemer of zelfstandige die zijn beroepswerkzaamheden uitoefent op het grondgebied van een Lid-Staat en woont op het grondgebied van een andere Lid-Staat, waarheen hij in beginsel dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert ".
12 Uit die bepaling blijkt, dat de hoedanigheid van "grensarbeider" slechts wordt toegekend aan werknemers die in een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van tewerkstelling wonen en vaak en regelmatig, namelijk "dagelijks of ten minste eenmaal per week" naar hun Lid-Staat van woonplaats terugkeren .
13 Bijgevolg valt een werknemer die na het overbrengen van zijn woonplaats naar een andere Lid-Staat dan de Lid-Staat van tewerkstelling niet meer naar die laatste staat terugkeert, niet onder het begrip "grensarbeider" in de zin van artikel 1, sub b, van verordening nr . 1408/71 . Een dergelijke werknemer kan zich derhalve niet beroepen op artikel 71, lid 1, sub a-ii, van deze verordening .
14 Mitsdien moet de eerste vraag van de verwijzende rechter aldus worden beantwoord, dat een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats naar een andere Lid-Staat overbrengt en nadien niet meer terugkeert naar de staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen, niet kan worden aangemerkt als "grensarbeider" in de zin van de artikelen 1, sub b, en 71, lid 1, sub a-ii, van verordening nr . 1408/71 .
De tweede vraag
15 Met zijn tweede vraag snijdt de verwijzende rechter in wezen twee verschillende punten aan :
- het eerste betreft de vraag of artikel 71, lid 1, sub b-ii, uitsluitend van toepassing is op de categorieën werknemers bedoeld in besluit nr . 94 van de Administratieve commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers van 24 januari 1974;
- het tweede betreft de vraag of, ingeval op het voorgaande ontkennend moet worden geantwoord, artikel 71, lid 1, sub b-ii, van toepassing is op een werknemer die zich in de door de verwijzende rechter beschreven situatie bevindt, dat wil zeggen op een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats om gezinsredenen overbrengt naar een andere Lid-Staat en nadien niet meer terugkeert naar de Lid-Staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen .
16 Met betrekking tot het eerste punt behoeft slechts te worden opgemerkt, dat het Hof reeds in zijn arrest van 17 februari 1977 ( zaak 76/76, Di Paolo, Jurispr . 1977, blz . 322 ) heeft overwogen, dat besluit nr . 94 "niet geacht kan worden een uitputtende opsomming te bevatten van de categorieën werknemers die onder (( artikel 71, lid 1, sub b-ii )) kunnen vallen, of bepaalde andere categorieën uit te sluiten die overeenkomstige nauwe banden met het land van hun gewone verblijfplaats hebben behouden ".
17 Mitsdien moet met betrekking tot het eerste door de verwijzende rechter aangesneden punt worden geantwoord, dat artikel 71, lid 1, sub b-ii, van genoemde verordening niet uitsluitend van toepassing is op de categorieën werknemers bedoeld in besluit nr . 94 van de Administratieve commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers .
18 Met betrekking tot het tweede punt moet worden opgemerkt, dat artikel 71 volgens de negende overweging van de considerans van verordening nr . 1408/71 tot doel heeft ervoor te zorgen, dat de migrerende werknemer onder de voor het zoeken naar werk gunstigste voorwaarden aanspraak kan maken op werkloosheidsuitkeringen .
19 Daartoe bepaalt artikel 71, lid 1, sub b-ii, dat werknemers die geen grensarbeider zijn, volledig werkloos zijn, tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden op het grondgebied van een andere dan de Lid-Staat van tewerkstelling woonden en zich ter beschikking stellen van de diensten voor arbeidsbemiding op het grondgebied van de Lid-Staat waar zij wonen of die naar dit grondgebied terugkeren, recht hebben op werkloosheidsuitkeringen volgens de wettelijke regeling van deze staat, alsof zij hun laatste werkzaamheden op het grondgebied daarvan hadden uitgeoefend .
20 Volgens de rechtspraak van het Hof ( zie het arrest van 17 februari 1977, zaak 76/76, reeds aangehaald ) is deze mogelijkheid om in de Lid-Staat van woonplaats werkloosheidsuitkeringen te ontvangen, gerechtvaardigd in het geval van bepaalde werknemers, die nauwe banden - inzonderheid wat hun privé-leven en hun beroep betreft - hebben behouden met het land waar zij zijn gevestigd en waar zij gewoonlijk verblijven . Werknemers die dergelijke banden hebben met de Lid-Staat van woonplaats zullen immers normalerwijze in die staat ook de beste kansen op reïntegratie in het arbeidsproces hebben .
21 Gelet op het voorgaande moet worden aangenomen, dat artikel 71, lid 1, sub b-ii, van toepassing is op een werkneemster die - zoals in casu - om gezinsredenen, namelijk om met echtgenoot en kind samen te wonen, haar woonplaats naar een andere Lid-Staat dan de staat van tewerkstelling heeft overgebracht, want in die omstandigheden is het voor een dergelijke werkneemster zeker veel gunstiger om in de Lid-Staat van de woonplaats dan in de Lid-Staat van tewerkstelling een nieuwe arbeidsplaats te zoeken .
22 Mitsdien moet met betrekking tot het tweede door de verwijzende rechter aangesneden punt worden geantwoord, dat artikel 71, lid 1, sub b-ii, van voornoemde verordening van toepassing is op een werknemer die zich in de door de verwijzende rechter beschreven situatie bevindt, dat wil zeggen een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats om gezinsredenen overbrengt naar een andere Lid-Staat en nadien niet meer terugkeert naar de Lid-Staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
23 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
uitspraak doende op de door het Landessozialgericht fuer das Land Nordrhein-Westfalen bij beschikking van 11 juni 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) Een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats naar een andere Lid-Staat overbrengt en nadien niet meer terugkeert naar de staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen, kan niet worden aangemerkt als "grensarbeider" in de zin van de artikelen 1, sub b, en 71, lid 1, sub a-ii, van verordening nr . 1408/71 .
2 ) Artikel 71, lid 1, sub b-ii, van voornoemde verordening is niet uitsluitend van toepassing op de categorieën werknemers bedoeld in besluit nr . 94 van de Administratieve commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers .
3 ) Artikel 71, lid 1, sub b-ii, van voornoemde verordening is van toepassing op een werknemer die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden zijn woonplaats om gezinsredenen overbrengt naar een andere Lid-Staat en nadien niet meer terugkeert naar de Lid-Staat van tewerkstelling om er zijn werkzaamheden uit te oefenen .
Full & Egal Universal Law Academy