Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Tekeningen en modellen - Bescherming - Voorwaarden en modaliteiten - Vaststelling door
nationaal recht - Bescherming van onderdelen die deel uitmaken van als zodanig beschermd geheel - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 36 )
2 . Mededinging - Machtspositie - Tekeningen en modellen - Carrosserieonderdelen voor auto' s - Uitoefening van recht - Misbruik - Voorwaarden
( EEG-Verdrag, artikel 86 )
Samenvatting
1 . Zolang het recht binnen de Gemeenschap niet eenvormig is gemaakt of de nationale wettelijke regelingen niet zijn geharmoniseerd, worden de voorwaarden waaronder en de wijze waarop tekeningen en modellen worden beschermd, door de nationale rechtsregels van de respectieve Lid-Staten bepaald . Het staat aan de nationale wetgever om vast te stellen, welke produkten deze bescherming genieten, zelfs wanneer zij deel uitmaken van een geheel dat als zodanig reeds beschermd is .
2 . De mogelijkheid voor de houder van een model om derden te beletten, produkten waarin het model is verwerkt zonder zijn toestemming te vervaardigen en te verkopen of in te voeren, vormt de essentie van zijn uitsluitend recht . Daaruit volgt dat, wanneer de houder van een beschermd model wordt verplicht om derden, zelfs tegen billijke royalty' s, een licentie te verlenen voor de levering van produkten waarin het model is verwerkt, hem de essentie van zijn uitsluitend recht wordt ontzegd, en dat de weigering om zulk een licentie te verlenen op zich geen misbruik van machtspositie kan opleveren in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag .
Wel kan de uitoefening van dit uitsluitend recht door de houder van een modelrecht voor carrosserieonderdelen van auto' s op grond van artikel 86 verboden zijn, indien zij de onderneming met de machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
Partijen
In zaak 238/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de High Court of Justice, Chancery Division, Patents Court, te Londen, in het aldaar aanhangig geding tussen
AB Volvo
en
Erik Veng ( UK ) Ltd,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 86 EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : Mackenzie Stuart, president, G . Bosco, O . Due en J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresidenten, T . Koopmans, U . Everling, K . Bahlmann, Y . Galmot, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . A . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : D . Louterman, administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- AB Volvo, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door D . Vaughan QC, R . Miller, barrister, en W . Richards, solicitor,
- Erik Veng ( UK ) Ltd, verweerster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door R . Jacob QC en P . Prescott, solicitor,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door R . de Gouttes als gemachtigde,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door H . R . L . Purse van het Treasury Solicitor' s Department, als gemachtigde,
- de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I . M . Braguglia, avvocato dello stato,
- de Commissie, vertegenwoordigd door A . McClellan en I . Langermann als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 18 mei 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 21 juni 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 17 juli 1987, ingekomen ten Hove op 3 augustus 1987, heeft de High Court of Justice of England and Wales ( Chancery Division, Patents Court ) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 86 EEG-Verdag, ten einde te kunnen vaststellen of de weigering van de houder van een model voor carrosserieonderdelen van auto' s om voor de invoer en de verkoop van die onderdelen een licentie te verlenen, onder bepaalde omstandigheden is te beschouwen als misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag .
2 Deze vragen zijn gerezen in een geschil tussen AB Volvo ( hierna : Volvo ) en Erik Veng ( UK ) Ltd ( hierna : Veng ).
3 Volvo, die in het Verenigd Koninkrijk houder is van gedeponeerd model nr . 968895 voor de voorspatborden van de Volvo 200, heeft voor de High Court of Justice een procedure tegen Veng ingeleid wegens inbreuk op haar uitsluitende rechten . Veng importeert die carrosserieonderdelen, die zonder toestemming van Volvo zijn vervaardigd, en verkoopt ze in het Verenigd Koninkrijk .
4 De High Court heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen :
1 ) Wanneer een belangrijk automobielconstructeur rechten bezit op gedeponeerde modellen, op grond waarvan hij krachtens het recht van een Lid-Staat bij uitsluiting gerechtigd is vervangingsonderdelen die voor herstellingen van de carrosserie van auto' s van zijn fabrikaat nodig zijn, te vervaardigen en in te voeren ( indien die carrosserieonderdelen niet door onderdelen van een ander model kunnen worden vervangen ), bezit die fabrikant dan wegens die uitsluitende rechten een machtspositie met betrekking tot die onderdelen in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag?
2 ) Is er sprake van misbruik van machtspositie wanneer die constructeur weigert anderen een licentie voor het leveren van dergelijke carrosserieonderdelen te verlenen, zelfs wanneer die anderen bereid zijn een billijke royalty voor alle onder de licentie verkochte goederen te betalen ( dat wil zeggen een royalty die, gelet op de waarde van het model en alle overige omstandigheden, een rechtvaardige en billijke vergoeding vormt en die door arbitrage of op andere door de nationale rechter vast te stellen wijze wordt bepaald )?
3 ) Kan een dergelijk misbruik de handel tussen Lid-Staten ongunstig beïnvloeden in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag, doordat een gegadigde-licentienemer wordt belet carrosserieonderdelen uit een andere Lid-Staat in te voeren?
5 Blijkens de verwijzingsbeschikking heeft de nationale rechter bij het stellen van deze vragen rekening gehouden met de toezegging van verweerster in het hoofdgeding om geen gebruik te maken van het argument, dat de prijzen die zij voor de betrokken carrosserieonderdelen toepast en de hogere prijzen die verzoekster in het hoofdgeding voor diezelfde onderdelen in rekening brengt, zich aldus verhouden dat dit misbruik van machtspositie door laatstgenoemde oplevert .
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De tweede vraag
7 In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat, gelijk het Hof met betrekking tot de bescherming van tekeningen en modellen overwoog in zijn arrest van 14 september 1982 ( zaak 144/81, Keurkoop, Jurispr . 1982, blz . 2853 ), bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht, zolang het recht binnen de Gemeenschap niet eenvormig is gemaakt of de nationale wettelijke regelingen niet zijn geharmoniseerd, de voorwaarden waaronder en de wijze waarop tekeningen en modellen worden beschermd, door de nationale rechtsregels worden bepaald . Het staat derhalve aan de nationale wetgever om vast te stellen, welke produkten bescherming zullen genieten, zelfs wanneer zij deel uitmaken van een geheel dat als zodanig reeds is beschermd .
8 Vervolgens moet worden beklemtoond dat de mogelijkheid voor de houder van een model om derden te beletten, produkten waarin het model is verwerkt zonder zijn toestemming te vervaardigen en te verkopen of in te voeren, de essentie vormt van zijn uitsluitend recht . Daaruit volgt dat, wanneer de houder van een beschermd model wordt verplicht om derden, zelfs tegen billijke royalty' s, een licentie te verlenen voor de levering van produkten waarin het model is verwerkt, hem de essentie van zijn uitsluitend recht wordt ontzegd, en dat de weigering om zulk een licentie te verlenen op zich geen misbruik van machtspositie kan opleveren .
9 Er zij evenwel op gewezen, dat de uitoefening van een uitsluitend recht door de houder van een model voor carrosserieonderdelen van auto' s op grond van artikel 86 verboden kan zijn, indien zij de onderneming met een machtspositie brengt tot gedragingen die misbruik opleveren, zoals de willekeurige weigering om vervangingsonderdelen te leveren aan onafhankelijke reparateurs, de vaststelling van onbillijke prijzen voor vervangingsonderdelen of de beslissing om geen vervangingsonderdelen voor een bepaald automodel meer te vervaardigen, terwijl er nog vele auto' s van dat model in omloop zijn, een en ander wanneer die gedragingen de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden .
10 In de onderhavige zaak heeft de nationale rechter van dergelijke gedragingen geen gewag gemaakt . Onder die omstandigheden, en gelet op het antwoord op de tweede vraag, behoeven de eerste en de derde vraag niet te worden beantwoord .
11 Mitsdien moet op de tweede vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat de weigering van de houder van een model voor carrosserieonderdelen om derden, zelfs tegen billijke royalty' s, een licentie te verlenen voor de levering van onderdelen waarin het model is verwerkt, op zich niet kan worden beschouwd als misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
12 De kosten door de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk, de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
uitspraak doende op de door de High Court of Justice of England and Wales bij beschikking van 17 juli 1987 gestelde vragen, verklaart voor recht :
De weigering van de houder van een model voor carrosserieonderdelen om derden, zelfs tegen billijke royalty' s, een licentie te verlenen voor de levering van onderdelen waarin het model is verwerkt, kan op zich niet worden beschouwd als misbruik van machtspositie in de zin van artikel 86 EEG-Verdrag .
Full & Egal Universal Law Academy