Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Mededinging - Gemeenschapsregels - Nationale wettelijke regeling inzake boekenprijs - Verenigbaarheid - Voorwaarden
( EEG-Verdrag, artikelen 3, sub f, 5, tweede alinea, en 85 )
Samenvatting
Bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht verbiedt artikel 5, tweede alinea, junctis de artikelen 3, sub f, 85 en 86 EEG-Verdrag de Lid-Staten niet, een wettelijke regeling uit te vaardigen, inhoudende dat de detailhandelsprijs van boeken door de uitgever of importeur van een boek wordt vastgesteld en verbindend is voor alle detailhandelaars, mits die wettelijke regeling de andere specifieke bepalingen van het Verdrag, inzonderheid die betreffende het vrije verkeer van goederen, in acht neemt .
Partijen
In zaak 254/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het tribunal de grande instance te Alençon, in het aldaar aanhangig geding tussen
Syndicat des libraires de Normandie
en
L' Aigle distribution, centre Leclerc, te Saint Sulpice sur Risle,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 3, sub f, 5, 85 en 86 EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde kamer ),
samengesteld als volgt : J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, U . Everling en Y . Galmot, rechters,
advocaat-generaal : Sir Gordon Slynn
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- het Syndicat des libraires de Normandie, vertegenwoordigd door G . Delahaye, advocaat te Alençon,
- de vennootschap L' Aigle distribution, centre Leclerc, vertegenwoordigd door G . Parleani, advocaat te Parijs,
- de Franse regering, vertegenwoordigd door J . P . Puissochet en C . Chavance,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door C . Durand en N . Coutrelis,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 19 april 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 juni 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 5 augustus 1987, ingekomen bij het Hof op 21 augustus daaraanvolgend, heeft het tribunal de grande instance te Alençon krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van bepaalde regels van het EEG-Verdrag inzake de mededinging, ten einde te kunnen vaststellen of met het gemeenschapsrecht verenigbaar is een nationale wettelijke regeling die elke uitgever of importeur van boeken verplicht een detailhandelsprijs vast te stellen voor door hem uitgegeven of geïmporteerde boeken .
2 De Franse wet nr . 81-766 van 10 augustus 1981 ( JORF 11.8.1981, blz . 2198 ) betreffende de boekenprijs, bepaalt dat elke uitgever of importeur van boeken een detailhandelsprijs dient vast te stellen voor de door hem uitgegeven of ingevoerde boeken . Ingevolge artikel 1, vierde alinea, moeten de detailhandelaars een werkelijke detailhandelsprijs toepassen die ligt tussen 95 en 100 % daarvan . In geval van overtreding van de wet kan een rechterlijk verbod of schadevergoeding worden gevorderd door, onder anderen, concurrenten of verenigingen van uitgevers of distributeurs van boeken .
3 Met betrekking tot ingevoerde boeken bepaalt artikel 1, vijfde alinea, van de wet van 10 augustus 1981, dat indien de invoer in Frankrijk uitgegeven boeken betreft, de door de importeur vastgestelde detailhandelsprijs ten minste gelijk is aan die welke door de uitgever is vastgesteld .
4 In zijn arrest van 10 januari 1985 ( zaak 229/83, Leclerc/Au blé vert, Jurispr . 1985, blz . 1 ) besliste het Hof, dat die aan de importeurs opgelegde verplichting in beginsel een door artikel 30 EEG-Verdrag verboden maatregel van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen was, voor zover het de verkoop betrof van in Frankrijk uitgegeven en aldaar na uitvoer naar een andere Lid-Staat weer ingevoerde boeken . Na dat arrest is aan artikel 1 van de wet van 10 augustus 1981 een zesde alinea toegevoegd bij wet nr . 85-500 van 13 mei 1985 ( JORF 14.5.1985, blz . 5415 ), waarin wordt bepaald dat de vijfde alinea - betreffende de verplichting van de importeurs een detailhandelsprijs vast te stellen - "niet van toepassing is op uit een Lid-Staat van de EEG ingevoerde boeken, tenzij uit objectieve omstandigheden, met name het feit dat de boeken in die staat niet daadwerkelijk op de markt zijn gebracht, blijkt dat de wederimport ten doel had de bepalingen van de vierde alinea van dit artikel te ontgaan ".
5 Op 28 april 1987 heeft het Syndicat des libraires de Normandie de vennootschap L' Aigle distribution, centre Leclerc ( hierna : L' Aigle distribution ) gedagvaard voor het tribunal de grande instance te Alençon, teneinde een verbod te verkrijgen van verdere verkoop van boeken tegen een lagere prijs dan krachtens artikel 1 van de wet van 10 augustus 1981, zoals gewijzigd bij wet nr . 85-500 van 13 mei 1985, is toegestaan . L' Aigle distribution betwistte de gestelde gedraging niet, maar voerde als verweer aan, dat de Franse regelgeving niet in overeenstemming is met de mededingingsregels van het EEG-Verdrag . Het tribunal de grande instance vroeg zich af, of de door wet nr . 85-500 tot stand gebrachte wijziging, waarbij bepaalde ondernemingen weer volledig vrijgelaten worden in de vaststelling van de boekenprijzen, niet de totstandkoming mogelijk maakt van mededingingsafspraken over die prijzen en van gebonden distributiestelsels . Voorts overwoog het, dat het Hof nog geen uitspraak had gedaan over de vraag of de opdracht aan de bij het Syndicat national de l' édition aangesloten uitgeverijen om eenzijdig de detailhandelsprijzen vast te stellen, deze niet in staat stelt misbruik te maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt .
6 Het tribunal de grande instance te Alençon heeft derhalve bij beschikking van 5 augustus 1987 de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd :
"1 ) Vergemakkelijkt de aan een enkele categorie van economische subjecten voorbehouden vrijheid om de prijzen vast te stellen, niet de totstandkoming van gebonden of beïnvloede distributiestelsels, hetgeen in strijd zou zijn met de artikelen 3, sub f, 5 en 85 EEG-Verdrag in hun onderlinge samenhang gelezen, of althans met het nuttig effect ervan?
2 ) Maakt de door de Franse wet aan bepaalde economische subjecten, de uitgevers, gegeven opdracht geen inbreuk op artikel 86, en subsidiair op artikel 85, of althans op het nuttig effect ervan, nu de verkoopprijs wordt vastgesteld door een enkele beroepsgroep op grond van economische regels die niet door de mededinging of door de markt zijn ingegeven?"
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten in de hoofdzaak, het in geding zijnde nationale recht en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De uitlegging van de artikelen 3, sub f, 5, 85 en 86 EEG-Verdrag
8 Met zijn prejudiciële vragen wenst het tribunal de grande instance te Alençon in wezen te vernemen, of een Lid-Staat die een regeling inzake de detailhandelsprijs van boeken als hiervóór omschreven invoert of handhaaft, niet in strijd handelt met de uit artikel 5, tweede alinea, EEG-Verdrag voortvloeiende verplichtingen van de Lid-Staten, voor zover een dergelijke regeling, door het ontstaan van gebonden distributiekanalen of misbruik van machtspositie in de hand te werken, aan de artikelen 85 en 86 EEG-Verdrag hun nuttig effect kan ontnemen .
9 L' Aigle distribution meent dat, ook al ontbreekt een gemeenschappelijk beleid inzake boeken, een nationale regeling die de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de verplichte detailhandelsprijs van boeken bij bepaalde economische subjecten legt, afbreuk doet aan het nuttig effect van de artikelen 85 en 86 EEG-Verdrag, voor zover zij met de mededingingsregels strijdige gedragingen van die subjecten niet verhindert .
10 In dit verband zij opgemerkt, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof ( zie laatstelijk het arrest van 1 oktober 1987, Vereniging van Vlaamse Reisbureaus, zaak 311/85, Jurispr . 1987, blz . 3801 ) de Lid-Staten zich ervan dienen te onthouden, maatregelen te treffen of te handhaven die aan het nuttig effect van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsregels afbreuk kunnen doen, in het bijzonder het opleggen of bevorderen van met artikel 85 strijdige mededingingsafspraken of het versterken van de gevolgen van dergelijke afspraken .
11 Met betrekking tot de gestelde vorming van gebonden distributiekanalen zij eraan herinnerd, dat het Hof in zijn arrest van 10 januari 1985 ( reeds aangehaald ) heeft opgemerkt, dat een wettelijke regeling zoals destijds in Frankrijk gold, niet dwong tot overeenkomsten tussen uitgevers en detailhandelaars of tot andere gedragingen als waarop artikel 85, lid 1, EEG-Verdrag het oog heeft, doch de eenzijdige vaststelling, krachtens een wettelijke verplichting, verlangde van de detailhandelsprijzen door de uitgevers of importeurs . Het Hof kwam dan ook tot de conclusie, dat bij gebreke van een gemeenschappelijk mededingingsbeleid met betrekking tot zuiver nationale stelsels of praktijken in de boekensector, de krachtens artikel 5, junctis de artikelen 3, sub f, en 85 EEG-Verdrag op de Lid-Staten rustende verplichtingen niet zo duidelijk bepaald waren, dat het hun verboden was een dergelijke wettelijke regeling uit te vaardigen, op voorwaarde evenwel dat die wettelijke regeling de andere specifieke bepalingen van het Verdrag, inzonderheid die betreffende het vrije verkeer van goederen, in acht nam .
12 Deze beoordeling wordt niet anders door de wijziging van de Franse wetgeving van 1985 . Weliswaar is ingevolge artikel 1, zesde alinea, van de wet van 10 augustus 1981, zoals gewijzigd bij voornoemde wet van 13 mei 1985, elke importeur in beginsel vrij om voor in Frankrijk uitgegeven en door hem uit een andere Lid-Staat ingevoerde boeken een detailhandelsprijs vast te stellen die afwijkt van de door de uitgever bepaalde prijs, doch deze vrijheid is niet aan te merken als een overheidsmaatregel die tot doel of tot gevolg heeft, met artikel 85 EEG-Verdrag strijdige mededingingsregelingen op te leggen of te bevorderen of de gevolgen van dergelijke regelingen te versterken . Bedoelde bepaling maakt het de importeurs immers mogelijk, op dezelfde voet als de uitgevers vrijelijk een detailhandelsprijs vast te stellen, en zou er dus toe moeten leiden, dat de mededinging in de boekensector wordt versterkt .
13 Met betrekking tot de stelling van L' Aigle distribution, dat het gedrag van de Franse uitgevers zich niet verdraagt met artikel 85 EEG-Verdrag, zij opgemerkt dat dit een feitelijke kwestie is die, in het kader van de prejudiciële procedure, aan het oordeel van de verwijzende rechter moet worden overgelaten .
14 Wat de vraag betreft of een nationale wettelijke regeling als door de nationale rechter bedoeld, artikel 86 EEG-Verdrag wel in acht neemt, kan worden volstaan met op te merken, dat het feit dat éen categorie van economische subjecten verplicht is de detailhandelsprijzen van de door hen geproduceerde of ingevoerde goederen te bepalen, hun op zich geen machtspositie verleent; die regeling doet immers geen afbreuk aan de vrijheid van elk van die economische subjecten onafhankelijk het prijsniveau vast te stellen . Uit de verwijzingsbeschikking blijkt trouwens niet van enig feit dat zou wijzen op mogelijk misbruik van een dergelijke positie en dat een uitvloeisel zou zijn van een oorzakelijk verband tussen het gedrag van die economische subjecten en de in geding zijnde regeling .
15 Op de vragen van het tribunal de grande instance te Alençon moet mitsdien worden geantwoord, dat bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht artikel 5, tweede alinea, junctis de artikelen 3, sub f, 85 en 86 EEG-Verdrag, de Lid-Staten niet verbiedt een wettelijke regeling uit te vaardigen, inhoudende dat de detailhandelsprijs van boeken door de uitgever of importeur van een boek wordt vastgesteld en verbindend is voor alle detailhandelaars, mits die wettelijke regeling de andere specifieke bepalingen van het Verdrag, inzonderheid die betreffende het vrije verkeer van goederen, in acht neemt .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 De kosten door de Franse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde kamer ),
uitspraak doende op de vragen door het tribunal de grande instance te Alençon bij beschikking van 5 augustus 1987 gesteld, verklaart voor recht :
Bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht verbiedt artikel 5, tweede alinea, junctis de artikelen 3, sub f, 85 en 86 EEG-Verdrag de Lid-Staten niet, een wettelijke regeling uit te vaardigen, inhoudende dat de detailhandelsprijs van boeken door de uitgever of importeur van een boek wordt vastgesteld en verbindend is voor alle detailhandelaars, mits die wettelijke regeling de andere specifieke bepalingen van het Verdrag, inzonderheid die betreffende het vrije verkeer van goederen, in acht neemt .
Full & Egal Universal Law Academy