Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Melk en zuivelprodukten - Magere-melkpoeder in bezit van interventiebureaus - Verkoop tegen verlaagde prijs als voeder voor varkens en pluimvee - Controle op denaturering - Stelselmatig karakter van chemische analyse
( Verordening nr . 368/77 van de Commissie, artikel 16, lid 2, en bijlage, punt 3, sub D )
2 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Fruit en groente - Financiële vergoedingen toegekend aan sinaasappelen en citroenen verwerkende bedrijven - Berekening - Toepasselijke omrekeningskoers - Vaststelling per verkoopseizoen
( Verordeningen nrs . 2601/69 en 1035/77 van de Raad )
3 . Visserij - Gemeenschappelijke ordening der markten - Speciale uitstelpremie voor sardines en ansjovis uit Middellandse-Zeegebied - Toekenning beperkt tot verwerkende bedrijven die zich bevoorraden bij producentenorganisaties die aan gemeenschapsregels voldoen - Producentenorganisatie die niet volgens regels opereert - Ten laste brengen van EOGFL - Ontoelaatbaarheid
( Verordening nr . 2204/82 van de Raad )
Samenvatting
1 . De controle op de denaturering, die in artikel 16, lid 2, van verordening nr . 368/77 is voorgeschreven met betrekking tot de verkoop bij openbare inschrijving van magere-melkpoeder bestemd voor voeder voor varkens en pluimvee, en die nader is geregeld in de in punt 3, sub D van de bijlage genoemde technische voorschriften, houdt een stelselmatige chemische analyse in .
2 . De financieringsregeling voor de financiële vergoedingen die worden toegekend aan bedrijven die sinaasappelen en citroenen verwerken, houdt rekening met het eigen karakter van elk verkoopseizoen van deze vruchten, zodat de toe te passen omrekeningskoers bij de berekening van de vergoeding waarop de verwerkende bedrijven aanspraak kunnen maken, slechts geldt voor het betrokken verkoopseizoen .
3 . De werking van het stelsel van speciale uitstelpremies die krachtens verordening nr . 2204/82 worden toegekend aan bedrijven die sardines en ansjovis uit het Middellandse-Zeegebied verwerken, berust op de werkzaamheden van producentenorganisaties die voldoen aan de in de gemeenschapsregeling vastgestelde voorwaarden, in die zin dat slechts de door een lid van de organisatie gevangen produkten hiervoor in aanmerking kunnen komen . Daarom kunnen premies die zijn betaald voor produkten afkomstig van een producentenorganisatie, die op grond van zijn werkwijze niet als zodanig kan worden erkend, niet ten laste van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw komen .
Partijen
In de gevoegde zaken 258/87, 337/87 en 338/87,
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door O . Fiumara, avvocato dello stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P . Karpenstein en G . Marenco, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 19 juni 1987 betreffende de goedkeuring van de door de Italiaanse Republiek uit hoofde van het begrotingsjaar 1983 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven ( PB 1985, L 195, blz . 43 ), en van de beschikkingen van de Commissie van 18 augustus 1987 betreffende de goedkeuring van genoemde rekeningen voor de begrotingsjaren 1984 en 1985 ( PB 1987, L 262, blz . 23 en 35 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris en F . A . Schockweiler, kamerpresidenten, T . Koopmans, G . F . Mancini, R . Joliet, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Diez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 30 mei 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 juli 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 27 augustus 1987, heeft de Italiaanse Republiek krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 87/368 van de Commissie van 19 juni 1987 betreffende de goedkeuring van de door de Italiaanse Republiek uit hoofde van het begrotingsjaar 1983 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven ( PB 1987, L 195, blz . 43 ).
2 Bij verzoekschriften, neergelegd ter griffie van het Hof op 26 oktober 1987, heeft de Italiaanse Republiek krachtens dezelfde verdragsbepaling twee beroepen ingesteld tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikkingen 87/468 en 87/469 van de Commissie van 18 augustus 1987 betreffende de goedkeuring van de door de Italiaanse Republiek uit hoofde van de begrotingsjaren 1984 en 1985 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven ( PB 1987, L 262, blz . 23 en 35 ).
3 Deze beroepen strekken tot nietigverklaring van de drie omstreden beschikkingen, voor zover daarbij de volgende bedragen, die de drie betrokken begrotingsjaren betreffen, niet ten laste van het EOGFL zijn gebracht :
- 19 447 011 549 LIT ter zake van de verkoop van magere-melkpoeder uit openbare opslag;
- 7 201 099 330 LIT ter zake van de omrekeningskoers voor de verwerking van sinaasappelen en citroenen;
- 454 112 525 LIT ter zake van de speciale uitstelpremie in de visserijsector .
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, het rechtskader en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
I - De verkopen van magere-melkpoeder uit openbare opslag
5 De middelen van de Italiaanse regering betreffen twee verschillende problemen met betrekking tot de verkoop van magere-melkpoeder : het niet aanbrengen van vermeldingen op de zakken en de permanente controle op de denaturering van het magere-melkpoeder .
a ) De vermeldingen op de zakken
6 De Commissie heeft de terugbetaling geweigerd van de kosten die in het begrotingsjaar 1983 zijn gemaakt voor de verkopen van magere-melkpoeder uit openbare opslag . Als grond voor deze weigering is aangegeven, dat op de door het interventiebureau geleverde zakken met magere-melkpoeder niet de vermeldingen stonden die zijn voorgeschreven bij de verordeningen van de Commissie nrs . 368/77 van 23 februari 1977 met betrekking tot de verkoop bij openbare inschrijving van magere-melkpoeder bestemd voor voeder voor varkens en pluimvee ( PB 1977, L 52, blz . 19 ) en 443/77 van 2 maart 1977 met betrekking tot de verkoop tegen vastgestelde prijs van magere-melkpoeder bestemd voor voeder van varkens en pluimvee en tot wijziging van de verordeningen ( EEG ) nrs . 1687/76 en 368/77 ( PB 1977, L 58, blz . 16 ).
7 Volgens artikel 15 van verordening nr . 368/77 en artikel 7 van verordening nr . 443/77 moet op de zakken met magere-melkpoeder, die door het interventiebureau overeenkomstig één van deze twee verordeningen na een openbare inschrijving of na verkoop tegen vastgestelde prijs zijn geleverd, in letters van ten minste 1 cm hoogte de vermelding "voor denaturering", gevolgd door het nummer van de betrokken verordening, worden aangebracht .
8 De Commissie heeft geconstateerd, dat in het begrotingsjaar 1983 de door deze twee bepalingen voorgeschreven vermeldingen in Italië niet op de zakken zijn aangebracht . Zij heeft dit geconcludeerd uit de omstandigheid, dat de Italiaanse autoriteiten niet om terugbetaling van de kosten voor het aanbrengen van de vermeldingen hadden verzocht en dat uit niets kon worden afgeleid, dat de vermeldingen inderdaad waren aangebracht . De Italiaanse regering betoogt, dat vermeldingen wel op de zakken zijn aangebracht en dat zij de Commissie de daartoe nodige bewijzen heeft geleverd .
9 Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat de Commissie bij beschikking van 17 juni 1986 gegeven op basis van haar verordening nr . 1723/72 van 26 juli 1972 inzake de goedkeuring van de rekeningen betreffende het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, ( PB 1972, L 186, blz . 1 ) heeft bepaald, dat de Lid-Staten alle aanvullende inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de beschikkingen betreffende de goedkeuring van de rekeningen uit hoofde van het begrotingsjaar 1983 uiterlijk op 15 juli 1986 bij haar moesten doen toekomen . Deze beschikking is de Italiaanse regering op 18 juni 1986 ter kennis gebracht . Vaststaat, dat de Italiaanse autoriteiten, die niet onkundig waren van de bezwaren van de Commissie met betrekking tot de vermeldingen op de zakken, vóór 15 juli 1986 geen enkele aanvullende inlichting hebben verstrekt .
10 De Italiaanse regering betoogt evenwel, dat de termijn van 15 juli 1986 niet kon gelden voor inlichtingen betreffende de vermeldingen op de zakken . In dit verband stelt zij allereerst, dat deze inlichtingen reeds tijdens een op 26 juni 1986 gehouden bilaterale bijeenkomst aan de Commissie waren verstrekt en dat de termijn van 15 juli 1986 in ieder geval bij een telexbericht van de Commissie van 8 juli 1986 sine die was verlengd . Voorts zou de Commissie zelf hebben erkend dat deze termijn niet dwingend was, aangezien zij in oktober 1986 nog om aanvullende inlichtingen heeft verzocht . Het Italiaanse Ministerie van Landbouw zou overigens bij die gelegenheid de nodige bewijzen betreffende de vermeldingen op de zakken hebben verstrekt .
11 Met betrekking tot het eerste punt moet worden opgemerkt, dat de Italiaanse autoriteiten weliswaar tijdens een bilaterale bijeenkomst mondelinge uitleg hebben gegeven, maar dat de Commissie in haar telexbericht van 8 juli 1986 uitdrukkelijk om schriftelijke inlichtingen heeft verzocht . In dit telexbericht, dat tot doel had het Italiaanse Ministerie van Landbouw de resultaten van de bilaterale overeenkomst mee te delen, werd over de vermeldingen op de zakken enkel gezegd, dat de Commissie "het aangekondigde schriftelijke antwoord afwacht ". Hieruit blijkt enerzijds, dat de tijdens de bilaterale bijeenkomst verstrekte mondelinge inlichtingen niet toereikend werden geacht, en anderzijds, dat het telexbericht waarin om mededeling van het beloofde schriftelijke antwoord werd verzocht, niet tot doel had de in de beschikking van de Commissie gestelde termijn te verlengen .
12 Aangaande het tweede punt, namelijk de na het verstrijken van de termijn van 15 juli 1986 gevraagde inlichtingen, moet worden opgemerkt, dat de diensten van de Commissie in augustus 1986 een eerste versie van het syntheseverslag over het begrotingsjaar 1983 hebben opgesteld en vervolgens aan de bevoegde instanties van de Lid-Staten hebben gezonden . Het is juist, dat de Commissie het Italiaanse interventiebureau AIMA bij telexbericht van 17 oktober 1986 opnieuw om aanvullende inlichtingen heeft verzocht, doch zij heeft daarbij de reeds aangekondigde beschikking houdende weigering van financiering van bepaalde bedragen door het EOGFL wegens het ontbreken van de vermeldingen op de zakken, niet ter discussie gesteld . In dat telexbericht wordt namelijk gezegd, dat de diensten van het EOGFL bij gebrek aan gegevens "de toe te passen correctie nog niet hebben kunnen berekenen ". De weigering tot financiering werd in dat stadium van de voorbereiding van de eindbeschikking dus als vaststaand beschouwd . In dit verband dient erop te worden gewezen, dat het verzoek om inlichtingen in het bijzonder doelde op gegevens over de uitsplitsing van de kosten van het aanbrengen van de vermeldingen naar de plaats van denaturering van het magere-melkpoeder; de Commissie had immers besloten de weigering tot financiering te beperken tot het geval waarin de denaturering buiten de opslagplaats was verricht, omdat het gevaar dat het produkt aan zijn bestemming wordt onttrokken, dan het grootst is .
13 Hieraan moet worden toegevoegd, dat AIMA op 27 oktober 1986 in antwoord op genoemd telexbericht de door de Commissie gewenste cijfers heeft meegedeeld en deze instelling daardoor in staat heeft gesteld het bedrag waarvoor de financiering moest worden geweigerd, exact te berekenen . Het feit dat in de begeleidende brief van AIMA bovendien werd verklaard, dat de zakken bij het verlaten van de opslagplaats steeds de voorgeschreven vermeldingen droegen, kon op dat ogenblik de heropening van de discussie over het beginsel zelf van de correctie niet meer rechtvaardigen, temeer daar deze verklaring niet door een precisering of bewijs werd gestaafd .
14 Uit het voorgaande volgt, dat de middelen betreffende het ontbreken van de vermeldingen op de zakken ongegrond zijn .
b ) De controle van de denaturering
15 De drie bestreden beschikkingen zijn gebaseerd op de overweging, dat de denaturering van magere-melkpoeder moet worden gecontroleerd door een systeem van permanente controle ter plaatse en door stelselmatige chemische analyse . Een dergelijke analyse zou noodzakelijk zijn om de homogeniteit van het gedenatureerde produkt te verifiëren, daar deze op geen enkele andere wijze kan worden vastgesteld .
16 Het eerste middel van de Italiaanse regering betreft de aard van de verplichting tot chemische analyse . De ter zake geldende bepalingen zouden absoluut niet de betekenis hebben die de Commissie eraan geeft . Artikel 16, lid 2, van genoemde verordening nr . 368/77 verplicht de bevoegde instanties van de Lid-Staten ertoe te zorgen voor de controle op de denaturering, "terwijl de controle op de boekhouding door een controle ter plaatse wordt aangevuld"; deze bepaling bevat geen enkele verwijzing naar een chemische analyse . De Italiaanse regering voegt daaraan toe, dat punt 3, sub D, van de bijlage bij de verordening weliswaar een analyse van het gedenatureerde produkt voorschrijft, maar niet bepaalt dat deze analyse stelselmatig moet worden verricht .
17 In dit verband moet eraan worden herinnerd, dat artikel 16, lid 2, van verordening nr . 368/77 het beginsel van controle op de denaturering en de procedures daarvoor vaststelt . Wat de inhoud van de controles betreft, verwijst deze bepaling naar artikel 6 van dezelfde verordening, dat voor de technische voorschriften op zijn beurt verwijst naar punt 3 van de bijlage bij de verordening . In punt 3, sub D, wordt bepaald, dat de voor de denaturering aan het magere-melkpoeder toegevoegde produkten "gelijkmatig moeten worden verdeeld, zodat twee willekeurig uit een partij van 25 kg getrokken monsters van 50 g elk, binnen de in verband met de gebruikte analysemethode toegestane afwijkingen, bij de chemische bepaling dezelfde resultaten geven ".
18 Uit dit korte overzicht van de toepasselijke bepalingen blijkt, dat de in punt 3, sub D, van de bijlage genoemde technische voorschriften een integrerend deel van het bij verordening nr . 368/77 vastgestelde systeem van controle op de denaturering vormen en dat deze voorschriften zelf impliceren, dat de chemische analyse stelselmatig moet plaatsvinden . In deze bepalingen komt het doel van de verordening tot uiting; deze is met name erop gericht het gebruik van het gedenatureerde produkt in kalvervoeding uit te sluiten; dit doel kan evenwel slechts worden bereikt, indien de gelijke verdeling van de denatureringsmiddelen in de gehele gedenatureerde hoeveelheid is verzekerd .
19 Bijgevolg moet dit middel van de Italiaanse regering worden afgewezen .
20 In haar tweede middel betoogt de Italiaanse regering, dat de Commissie ten onrechte stelt dat de analyses niet zijn uitgevoerd; deze werden namelijk op verzoek van de firma Zoovit, een in denaturering gespecialiseerde onderneming, verricht door het te Crotone gevestigde laboratorium Itrapag . Dit is weliswaar geen officieel erkend laboratorium, maar dat wordt door de communautaire regeling niet geëist .
21 Dit middel kan niet slagen . Uit een op 21 juli 1987 door genoemd laboratorium opgestelde verklaring blijkt immers, dat Zoovit nooit om analyses voor verificatiedoeleinden heeft verzocht en dat dergelijke analyses dus ook niet zijn verricht . In een brief van AIMA aan de Commissie van 27 oktober 1986 wordt trouwens gezegd, dat slechts met betrekking tot Zoovit moest worden "bepaald welke hoeveelheid van het produkt zonder analyse is gecontroleerd", hetgeen de stelling van de Commissie over het ontbreken van analyses bevestigt .
22 Mitsdien moeten de middelen betreffende de controle op de denaturering worden afgewezen .
II - Verwerking van sinaasappelen en citroenen
23 De drie bestreden beschikkingen sluiten de financiële vergoeding toegekend aan bedrijven die verse sinaasappelen en citroenen verwerken, gedeeltelijk van financiering door het EOGFL uit, op grond dat de Italiaanse autoriteiten een verkeerde omrekeningskoers hebben toegepast . Het meningsverschil tussen partijen gaat over de vraag, op welk tijdstip een nieuwe omrekeningskoers op deze financiële vergoedingen van toepassing wordt . De Commissie heeft ter bepaling van dit tijdstip rekening gehouden met de verkoopseizoenen voor sinaasappelen en citroenen, terwijl de Italiaanse regering meent, dat er geen verband bestaat tussen de regeling voor de industriële verwerking, waarvan de financiële vergoedingen deel uitmaken, en die voor verse produkten, waarvoor verkoopseizoenen zijn vastgesteld .
24 In haar verzoekschrift tracht de Italiaanse regering allereerst aan te tonen, dat de industriële verwerking wordt geregeld door specifieke verordeningen, die geen enkele verwijzing naar de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit bevatten . De gemeenschapsregeling zou dus een duidelijk onderscheid maken tussen de regeling voor vers fruit en die voor de verwerking van citrusvruchten, zodat de aan het begrip verkoopseizoen verbonden gevolgen onmogelijk kunnen worden uitgebreid tot de regeling voor de verwerking van fruit, waarvoor dit begrip niet kan worden toegepast .
25 Vervolgens stelt de Italiaanse regering, dat de voor de verwerking van citrusvruchten geldende gemeenschapsregels exact aangeven, welke datum in aanmerking moet worden genomen . Volgens deze regels wordt het feit waardoor het recht op de financiële vergoeding ontstaat, immers geacht te hebben plaatsgevonden op een bepaalde datum . Deze datum is juist vastgesteld ter voorkoming van de rechtsonzekerheid die kan voortvloeien uit de moeilijkheid om voor een bepaalde partij citrusvruchten de juiste datum van verwerking te bepalen . Zij wijst in dit verband in het bijzonder op verordening nr . 2972/75 van de Commissie van 12 november 1975 tot wijziging van verordening nr . 208/70 van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen ter zake van de maatregelen tot bevordering van het verwerken van sinaasappelen ( PB 1975, L 295, blz . 16 ); voor sinaasappelen bepaalt deze verordening, dat het feit waardoor het recht op de financiële vergoeding ontstaat, wordt geacht te hebben plaatsgevonden op 1 mei van het betrokken jaar .
26 Om te beginnen moet worden opgemerkt, dat de steun voor de verwerking van sinaasappelen en citroenen tot doel heeft de afzet van deze produkten te bevorderen . De financiële vergoedingen voor verwerkers van sinaasappelen zijn ingesteld bij verordening nr . 2601/69 van de Raad van 18 december 1969 betreffende bijzondere maatregelen ten einde het verwerken van bepaalde variëteiten sinaasappelen te stimuleren ( PB 1969, L 324, blz . 21 ). In de considerans van deze verordening wordt verklaard, dat zich voor de communautaire produktie ernstige afzetmoeilijkheden voordoen, en dat het, om deze situatie te verbeteren, noodzakelijk is maatregelen te treffen ter vergroting van de communautaire afzet, en wel door op grotere schade tot verwerking over te gaan . De verordening stelt daartoe een stelsel van financiële vergoedingen in, ten einde de verwerking van bepaalde variëteiten sinaasappelen te stimuleren in het kader van contracten die de regelmatige voorziening van de verwerkende bedrijven verzekeren met inachtneming van een minimumaankoopprijs voor telers .
27 Hieruit volgt, dat de financiële steun aan de verwerkende bedrijven deel uitmaakt van een stelsel dat de afzet van verse sinaasappelen beoogt te bevorderen en de betaling van minimumprijzen aan de producenten van dit fruit omvat . Hetzelfde geldt voor de steun voor de verwerking van citroenen . De communautaire financiering van de betrokken financiële vergoedingen berust dus op de nauwe band tussen deze vergoedingen en de aan producenten van verse sinaasappelen en citroenen betaalde prijzen .
28 Vervolgens moet worden opgemerkt, dat de minimumprijs voor een bepaald verkoopseizoen geldt, dat het bedrag van de financiële vergoeding vóór het begin van ieder verkoopseizoen wordt vastgesteld en dat deze vergoeding wordt berekend aan de hand van de minimumprijs en de prijs waartegen de verwerkende bedrijven gewoonlijk hun sinaasappelen betrekken; laatstgenoemde prijs wordt berekend op de grondslag van de prijzen die door het betrokken bedrijfsleven werden betaald gedurende de drie voorafgaande verkoopseizoenen .
29 Dit financieringsstelsel wordt dus bepaald voor de duur van het verkoopseizoen, zodat de prijsvaststellingen op grond waarvan de financiële vergoeding wordt berekend, slechts gelden voor de duur van het betrokken seizoen . Hieruit volgt, dat ook de toe te passen omrekeningskoers slechts voor dit seizoen geldt . De inaanmerkingneming van de datum van het feit waardoor het recht op de financiële vergoeding ontstaat, vormt geen beletsel voor de toepassing van één enkele omrekeningskoers gedurende het gehele seizoen . Deze datum is immers naar zijn aard fictief en dient slechts om in abstracto te bepalen op welk moment de verwerking wordt geacht te hebben plaatsgevonden . Het gaat hierbij echter niet om afbakening van de periode waarin een bepaalde koers van toepassing is .
30 Uit deze overwegingen volgt, dat de middelen betreffende de omrekeningskoers voor de financiële vergoeding voor de verwerkers van sinaasappelen en citroenen, ongegrond zijn .
III - De speciale uitstelpremie in de visserijsector
31 De speciale uitstelpremie maakt deel uit van het stelsel van financiële vergoedingen voor de verwerking van sardines en ansjovis . In de drie bestreden beschikkingen heeft de Commissie geweigerd bepaalde bedragen, die overeenkomen met de premies die waren betaald aan de verwerkende bedrijven die zich hadden bevoorraad bij de producentenorganisatie Domar te Porto Garibaldi, voor financiering in aanmerking te nemen .
32 In zijn arresten van 25 november 1987 ( zaken 342/85 en 343/85, Italië/Commissie, Jurispr . 1987, blz . 4701 en 4725 ) heeft het Hof de beroepen verworpen waarbij de Italiaanse Republiek had verzocht om nietigverklaring van de weigering om de door dezelfde producentenorganisatie Domar gedeclareerde uitgaven ter zake van de in 1980 en 1981 betaalde communautaire vergoedingen voor het uit de markt nemen van visserijprodukten, ten laste van het EOGFL te brengen . Het Hof achtte deze weigering gerechtvaardigd, omdat iedere behoorlijke controle op de verrichtingen van deze organisatie ontbrak en de bestuursleden van Domar bij de gerechtelijke instanties waren aangegeven wegens onrechtmatige incassering van gemeenschapssteun .
33 De Italiaanse regering betoogt, dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de aan de producentenorganisatie betaalde vergoedingen voor het uit de markt nemen en de speciale uitstelpremies waarom het in casu gaat, welke aan de verwerkende bedrijven moeten worden betaald . Hoeveel produkten deze bedrijven hebben ontvangen en verwerkt en of zij de aankoopprijs regelmatig hebben betaald, is evenwel door AIMA gecontroleerd . Bijgevolg mag het feit dat de bevoegde instanties een onderzoek hebben ingesteld naar de verrichtingen van Domar, geen beletsel vormen voor de uitbetaling van premies aan bedrijven die de produkten van deze organisatie hebben verwerkt .
34 Er moet aan worden herinnerd dat, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, de werking van het stelsel van uitstelpremies is gebaseerd op de werkzaamheden van producentenorganisaties . Artikel 2 van verordening nr . 2204/82 van de Raad van 28 juli 1982 houdende algemene voorschriften met betrekking tot de toekenning van een speciale uitstelpremie voor sardines en ansjovis uit het Middellandse-Zeegebied ( PB 1982, L 235, blz . 7 ) bepaalt, dat de speciale uitstelpremie slechts wordt verleend voor de sardines en ansjovis die "zijn gevangen door een lid van een producentenorganisatie ". Artikel 5, lid 2, van dezelfde verordening draagt de producentenorganisaties op, de met de controle belaste instantie mededeling te doen van de verwerkte hoeveelheden .
35 Met betrekking tot de hier in het geding zijnde begrotingsjaren heeft de Italiaanse regering erkend, dat Domar niet kon worden aangemerkt als een regelmatige producentenorganisatie die als zodanig draagster is van de door het gemeenschapsrecht aan dergelijke organisaties toegekende rechten en opgelegde verplichtingen . Alleen al deze omstandigheid vormt een beletsel voor de financiering van de omstreden premies, aangezien de uitgaven van een producentenorganisatie niet ten laste van het EOGFL kunnen komen, indien deze organisatie niet aan alle in de gemeenschapsregeling gestelde voorwaarden voldoet .
36 De middelen betreffende de speciale uitstelpremie kunnen dus niet slagen .
37 Uit het voorgaande volgt, dat de beroepen in hun geheel moeten worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
38 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende :
1 ) Verwerpt de beroepen .
2 ) Verwijst de Italiaanse Republiek in de kosten van het geding .
Full & Egal Universal Law Academy