Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Melk en zuivelprodukten - Restituties bij uitvoer - Vaststelling - Als "Grana Padano" aangeduide kaas - Uitsluitend aanduiding van in Italië geproduceerde kaas - Restitutietarief hoger dan voor andere kaas van het Grana-type - Discriminatie - Afwezigheid - Uitdrukking van noodzaak om doelstellingen van gemeenschappelijk landbouwbeleid in aanmerking te nemen
( EEG-Verdrag, artikel 110; verordening nr . 804/68 van de Raad, artikelen 17, lid 2, en 33 )
Samenvatting
De aanduiding "Grana Padano", die sinds eind 1979 wordt gebruikt in de periodieke verordeningen van de Commissie tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelprodukten, ziet uitsluitend op in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas .
Aangezien voor in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas op de gemeenschappelijke markt andere wettelijke bepalingen gelden dan voor elders in de Gemeenschap geproduceerde kaassoorten van het Grana-type, is het niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 17, lid 2, van verordening nr . 804/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sector, om de eerstgenoemde wat de restituties betreft, gunstiger te behandelen .
Bovendien verplicht artikel 33 van genoemde verordening de Commissie, bij de vaststelling van de restituties bij uitvoer ook handelspolitieke overwegingen in aanmerking te nemen . De Commissie zou inbreuk maken op deze verplichting indien zij de voor Italiaanse Grana-Padanokaas vastgestelde hoge restitutie zou uitbreiden tot elders in de Gemeenschap geproduceerde kaassoorten van het Grana-type . Die restitutie zou dan immers de verkoop van die kaassoorten beneden de wereldmarktprijs mogelijk maken, hetgeen reacties van de handelspartners van de Gemeenschap zou kunnen uitlokken en de verwezenlijking van een der in artikel 110 van het Verdrag genoemde doeleinden van de gemeenschappelijke handelspolitiek - de harmonische ontwikkeling van de wereldhandel - in gevaar zou kunnen brengen .
Partijen
In zaak 263/87,
Koninkrijk Denemarken, vertegenwoordigd door L . Mikaelsen, juridisch adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Deense Ambassade,
verzoeker,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseurs P . Karpenstein en J . F . Buhl als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking van 19 juni 1987 ( PB 1987, L 195, blz . 43 ) en de beschikkingen van 18 augustus 1987 ( PB 1987, L 262, blz . 23 en 35 ) betreffende de goedkeuring van de door de Lid-Staten uit hoofde van de begrotingsjaren 1983, 1984 en 1985 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, te financieren uitgaven,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . Grévisse, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, G . F . Mancini, F . A . Schockweiler, J . C . Moitinho de Almeida en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : W . Van Gerven
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 11 januari 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 februari 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 31 augustus 1987, heeft het Koninkrijk Denemarken krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 19 juni 1987 ( PB 1987, L 195, blz . 43 ) en de beschikkingen van de Commissie van 18 augustus 1987 ( PB 1987, L 262, blz . 23 en 35 ) betreffende de goedkeuring van de door de Lid-Staten uit hoofde van de begrotingsjaren 1983, 1984 en 1985 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, te financieren uitgaven .
2 In genoemde begrotingsjaren hebben de Deense autoriteiten aan de exporteurs van in Denemarken onder de benaming "Dansk Grana" of "Dansk Grana Padano" geproduceerde en in de handel gebrachte kaas restituties bij uitvoer toegekend volgens het hoge tarief dat in de verordeningen van de Commissie waarbij de betrokken restituties periodiek werden vastgesteld, was voorzien voor Grana-Padanokaas van code 47 10 11 . De Commissie wilde de Deense autoriteiten die restituties slechts terugbetalen volgens het lagere tarief voor kaas van code 47 10 22 .
3 De Deense regering stelt, dat de weigering van de Commissie om de hoge restitutie voor kaas van code 47 10 11 ook toe te staan voor "Dansk Grana" of "Dansk Grana Padano", in strijd is met het gemeenschapsrecht . Daartoe voert zij in wezen twee argumenten aan .
4 In de eerste plaats zou de Commissie haar eigen periodieke verordeningen tot vaststelling van de restituties hebben geschonden . In de lijsten bij die verordeningen wordt immers, zonder precisering van de plaats van fabricage, enkel gesproken over kaas met de benaming Grana Padano . Deze aanduiding zou noch naar internationaal recht noch naar gemeenschapsrecht een aan kaas uit de Povlakte voorbehouden benaming van oorsprong zijn .
5 In de tweede plaats, aangenomen dat de Commissie, door de aanduiding Grana Padano te gebruiken, het recht op de hoge restitutie enkel had willen toekennen aan in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas, zou zij daardoor inbreuk hebben gemaakt op artikel 17, lid 2, van verordening nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( PB 1968, L 148, blz . 13; hierna : de verordening van de Raad inzake de ordening van de melkmarkt ). Volgens genoemd artikel dient de restitutie voor de gehele Gemeenschap gelijk te zijn . Het aldus geformuleerde beginsel van gelijke behandeling zou zich ertegen verzetten, dat de restituties voor kaassoorten met hetzelfde uiterlijk aanzien ( vorm, kleur, grootte ) en dezelfde samenstelling ( vet - en watergehalte ) worden gedifferentieerd naar gelang van de plaats van fabricage .
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
A - Het eerste argument
7 Het argument betreffende de betekenis van de term "Grana Padano" in de periodieke verordeningen van de Commissie houdende vaststelling van de restituties, kan niet worden aanvaard .
8 Vóór verordening nr . 2822/79 van 14 december 1979 ( PB 1979, L 320, blz . 20 ) duidde de Commissie in haar periodieke verordeningen de kaas van code 47 10 11 aan als "Grana" zonder meer . De restituties voor die kaas waren gelijk aan die voor kaas van code 47 10 22 .
9 In de loop van 1979 ontdekte de Commissie, naar zij heeft verklaard, dat ook in andere delen van de Gemeenschap kaas van het Grana-type werd geproduceerd en onder de restitutieregeling werd uitgevoerd . Die kaas werd in de Gemeenschap voor een lagere prijs verkocht dan de kaas die in de Povlakte werd gemaakt en die ingevolge het decreet van de president van de Republiek nr . 1269 van 30 oktober 1955 ( GURI 1955, nr . 187, blz . 2896 ) in Italië wordt beschermd door een benaming van oorsprong .
10 Die kaas valt, met Parmigiano Reggiano, als enige onder de bij de artikelen 5, lid 2 en 8, lid 1, van 's Raads verordening inzake de ordening van de melkmarkt ingevoerde interventieregeling en moet, om voor die regeling in aanmerking te komen, geproduceerd zijn uit melk die uitsluitend uit het produktiegebied van die kaas afkomstig is . Dit volgt uit artikel 2, lid 1, tweede alinea, sub b, eerste streepje, van verordening nr . 1107/68 van de Commissie van 27 juli 1968 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana-Padanokaas en Parmigiano-Reggianokaas ( PB 1968, L 184, blz . 29 ), volgens welke bepaling "de Lid-Staat de nodige maatregelen neemt ten einde te waarborgen ... dat de producerende bedrijven uitsluitend melk verwerken uit hun normaal aanvoergebied ". Omdat er in Italië te weinig melk wordt geproduceerd, is de melk er duurder dan in andere delen van de Gemeenschap en zijn de kosten van de Italiaanse producenten van Grana Padano hoger .
11 Daardoor is het verschil tussen de gemeenschapsprijs en de lagere wereldmarktprijs - welk verschil ingevolge artikel 17, lid 1, van 's Raads verordening inzake de ordening van de melkmarkt door de restituties moet worden overbrugd - voor in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas groter dan voor andere kaassoorten .
12 Om dat verschil te overbruggen, moest een bijzondere restitutie worden ingesteld . Daarom heeft de Commissie, voor het eerst bij verordening nr . 2822/79 van 14 december 1979 ( reeds aangehaald ), voor kaas van code 47 10 11 een hogere restitutie vastgesteld dan voor kaas van code 47 10 22 . Bovendien heeft zij toen, eveneens voor het eerst, de kaas van code 47 10 11 aangeduid als "Grana Padano ". In het begin werden alleen de restituties bij uitvoer naar de Verenigde Staten gedifferentieerd, maar vanaf de periodieke verordening nr . 739/80 van 27 maart 1980 ( PB 1980, L 83, blz . 36 ) geldt die differentiatie ook bij uitvoer naar andere bestemmingen .
13 Hieruit volgt dat onder de benaming Grana Padano, die sinds eind 1979 wordt gebruikt in de bijlagen bij de periodieke verordeningen van de Commissie, enkel de in Italië gefabriceerde Grana-Padanokaas valt .
14 Blijft dus nog te onderzoeken of de Commissie, door het recht op restitutie uitsluitend toe te kennen aan in Italië gefabriceerde Grana-Padanokaas, inbreuk heeft gemaakt op artikel 17, lid 2, van 's Raads verordening inzake de ordening van de melkmarkt, bepalende dat de restitutie voor de gehele Gemeenschap gelijk moet zijn .
B - Het tweede argument
15 Met betrekking tot het argument ontleend aan schending van het in genoemd artikel 17, lid 2, vervatte beginsel van gelijke behandeling, moet er in de eerste plaats aan worden herinnerd, dat melk, als vers produkt, zelf niet geschikt is voor toepassing van de interventieregeling en dat deze daarom wordt toegepast op de voornaamste uit melk verkregen produkten, te weten boter en magere-melkpoeder . Omdat er echter in Italië van deze produkten maar weinig wordt geproduceerd, wordt de interventieregeling daar op een derde produkt toegepast, namelijk bepaalde kaassoorten, waaronder met name Grana Padano . Om de interventieregeling ten goede te laten komen aan de Italiaanse melkproducenten waarvoor zij is opgezet, was het noodzakelijk te bepalen dat de Italiaanse fabrikanten van Grana-Padanokaas enkel melk uit hun eigen gebied mogen gebruiken .
16 De reden waarom voor in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas hogere kosten moeten worden gemaakt dan voor in andere delen van de Gemeenschap geproduceerde kaas van het Grana-type - welke kosten dus door een hogere restitutie moeten worden gecompenseerd -, is het bestaan van een fabricagevoorschrift waarvan de eerbiediging onontbeerlijk is voor de goede werking van de interventieregeling, en niet eenvoudig het spel van vraag en aanbod op de markt .
17 Aangezien voor in Italië geproduceerde Grana-Padanokaas op de gemeenschappelijke markt andere wettelijke bepalingen gelden dan voor in andere delen van de Gemeenschap geproduceerde kaassoorten van het Grana-type, is het niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 17, lid 2, van 's Raads verordening inzake de ordening van de melkmarkt om de eerstgenoemde wat de restituties betreft, gunstiger te behandelen .
18 Bovendien bepaalt artikel 33 van die verordening, dat "deze verordening zodanig moet worden toegepast, dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden ". Bij de vaststelling van de restituties bij uitvoer dient de Commissie derhalve ook handelspolitieke overwegingen in aanmerking te nemen .
19 De Commissie zou inbreuk maken op deze verplichting indien zij de voor Italiaanse Grana-Padanokaas vastgestelde hoge restitutie zou uitbreiden tot in andere delen van de Gemeenschap geproduceerde kaassoorten van het Grana-type . Die restitutie zou dan immers het in artikel 17, lid 1, van 's Raads verordening inzake de ordening van de melkmarkt gestelde doel voorbijschieten, want zij zou het verschil tussen de gemeenschapsprijs en de wereldmarktprijs meer dan compenseren . Zij zou de verkoop van die kaassoorten beneden de wereldmarktprijs mogelijk maken, hetgeen reacties van de handelspartners van de Gemeenschap zou kunnen uitlokken . Een dergelijk restitutietarief zou de verwezenlijking van een der in artikel 110 van het Verdrag genoemde doeleinden van de gemeenschappelijke handelspolitiek - de harmonische ontwikkeling van de wereldhandel - in gevaar kunnen brengen .
20 Nu de twee door het Koninkrijk Denemarken tot staving van zijn beroep aangevoerde argumenten hiermee zijn afgewezen, moet het beroep worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verzoeker in het ongelijk is gesteld, dient hij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende :
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verwijst het Koninkrijk Denemarken in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy