Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
Ambtenaren - Ziekteverlof - Medische controle - Vaststelling van onregelmatige afwezigheid - Gebruik van conclusies van medische commissie, ingesteld om te beoordelen of de ambtenaar in aanmerking komt voor invaliditeitspensioen - Ontoelaatbaarheid
( Ambtenarenstatuut, artikelen 59 en 60 )
Samenvatting
Het rapport dat door een medische commissie in het kader van een invaliditeitsprocedure wordt opgesteld, dient om vast te stellen of een ambtenaar al dan niet geschikt is om blijvend een tot zijn loopbaan behorend ambt te vervullen, en niet om te beoordelen of de tijdelijke afwezigheid van die ambtenaar als medisch gerechtvaardigd kan worden beschouwd . Wanneer die commissie tot het oordeel komt, dat niet is voldaan aan de voorwaarden om een ambtenaar op invaliditeitspensioen te stellen, kunnen haar conclusies niet dienen tot bewijs van de lichamelijke geschiktheid van de betrokkene om zijn functies op een gegeven moment te vervullen, zulks in verband met het verschillend karakter van de in elk van de twee gevallen te geven beoordeling . Een aandoening die onvoldoende grond vormt voor een invaliditeitspensioen, zou immers wel een tijdelijke afwezigheid van de ambtenaar kunnen rechtvaardigen .
De onregelmatigheid van een dergelijke afwezigheid kan slechts naar behoren worden vastgesteld in de zin van artikel 60 van het Statuut, en kan in voorkomend geval slechts leiden tot verlies van de bezoldiging over het desbetreffende tijdvak na een medische controle als bedoeld in artikel 59 van het Statuut .
Partijen
in zaak 271/87,
A.-M . Fedeli, ambtenaar van het Europese Parlement, wonende te Luxemburg, vertegenwoordigd door V . Biel en A . May, advocaten te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende aldaar bij genoemde V . Biel, 18 A, rue des Glacis,
verzoekster,
tegen
Europees Parlement vertegenwoordigd door F . Pasetti Bombardella, juridisch adviseur, en M . Peter, afdelingshoofd, bijgestaan door A . Bonn, advocaat te Luxemburg, domicilie gekozen hebbende aldaar bij genoemde A . Bonn, 22, côte d' Eich,
verweerder,
betreffende een beroep tot veroordeling van het Europese Parlement om aan verzoekster te betalen de ingevolge artikel 60 van het Statuut op haar salaris ingehouden bedragen, vermeerderd met rente op de voet van 8% 's jaars, alsmede schadevergoeding wegens een dienstfout .
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
samengesteld als volgt : R . Joliet, kamerpresident, Sir Gordon Slynn en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum
1 ) Veroordeelt het Europese Parlement tot betaling van de over de periode van 3 juli 1985 tot 13 maart 1986 op verzoeksters salaris ingehouden bedragen, vermeerderd met 8% moratoire interessen .
2 ) Verwijst het Europese Parlement in de kosten van het geding .
Full & Egal Universal Law Academy