Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Beroep wegens niet-nakoming - Voorwerp van geding - Bepaling door met redenen omkleed advies - Aan Lid-Staat gestelde termijn - Latere opheffing van niet-nakoming - Belang bij voortzetting van actie - Eventuele aansprakelijkheid van Lid-Staat
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
2 . Lid-Staten - Verplichtingen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
Samenvatting
1 . Het voorwerp van een op grond van artikel 169 EEG-Verdrag ingesteld beroep wordt bepaald door het met redenen omkleed advies van de Commissie . Ook wanneer de niet-nakoming na ommekomst van de ingevolge de tweede alinea van genoemd artikel vastgestelde termijn ongedaan is gemaakt, behoudt de Commissie een belang bij voortzetting van haar actie, met het oog op de bepaling van een grondslag voor eventuele aansprakelijkheid van de Lid-Staat wegens de niet-nakoming tegenover andere Lid-Staten, de Gemeenschap of particulieren ( zie arrest van 7 februari 1973, zaak 39/72, Commissie/Italië, Jurispr . 1973, blz . 101 ).
2 . Volgens vaste rechtspraak kan een Lid-Staat zich niet beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van verplichtingen en termijnen die in gemeenschapsrichtlijnen besloten liggen .
Partijen
in zaak C-287/87,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D . Gouloussis en T . Christoforou, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door N . Frangakis, juridisch adviseur bij de Permanente vertegenwoordiging van Griekenland bij de Europese Gemeenschappen te Brussel, en E . Skandalou, advocaat bij de bijzondere juridische dienst Europese Gemeenschappen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, 117, Val Sainte-Croix,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door de noodzakelijke wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om zich te voegen naar Richtlijn nr . 74/562/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal personenvervoer over de weg ( PB 1974, L 308, blz . 23 ), zoals gewijzigd bij Richtlijn nr . 80/1179/EEG van de Raad van 4 december 1980 ( PB 1980, L 350, blz . 42 ), niet binnen de gestelde termijn vast te stellen en aan de Commissie mee te delen .
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, Sir Gordon Slynn, C . N . Kakouris en F . A . Schockweiler, kamerpresidenten, G . F . Mancini, R . Joliet, T . F . O' Higgins, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende, verstaat :
Dictum
1 ) Door de noodzakelijke wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om zich te voegen naar Richtlijn nr . 74/562/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal personenvervoer over de weg, zoals gewijzigd bij Richtlijn nr . 80/1179/EEG van de Raad van 4 december 1980, niet binnen de gestelde termijn vast te stellen en aan de Commissie mee te delen, is de Helleense Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen .
2 ) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure .
Full & Egal Universal Law Academy