Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefposten - "Originele litho' s" in de zin van post 99.02 - Afdrukken van originele, door kunstenaar met hand vervaardigde tekening - Mechanisch
drukprocédé of herhaalde overdruktechniek waardoor meerdere lithogangen mogelijk zijn - Aantal afdrukken - Niet voor origineel karakter beslissend criterium
Samenvatting
Litho' s die zijn afgedrukt van een door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde plaat, zijn te beschouwen als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT, ook indien het afdrukken is geschied met behulp van een mechanisch drukprocédé . Eveneens als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT zijn te beschouwen, afdrukken die zijn verkregen door middel van een overdrukprocédé, waarbij de op speciaal papier ( overdrukpapier of Berlijns papier ) uitgevoerde originele tekening verscheidene malen wordt overgebracht, eerst van het overdrukpapier op de steen, vandaar weer op een nieuw blad overdrukpapier en vervolgens weer op een nieuwe steen, waardoor het vervaardigen van een nieuwe serie afdrukken mogelijk wordt gemaakt, enzovoort, tot het gewenste aantal lithogangen is bereikt .
Ofschoon het aantal afdrukken dat van een originele tekening is gemaakt, een aanwijzing kan vormen voor het al dan niet originele karakter van het werk, is dat aantal op zich nog geen beslissend criterium voor de vraag, of er sprake is van een originele litho .
Partijen
In zaak 291/87,
betreffende een verzoek van het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Hessische Finanzgericht, in het aldaar aanhangig geding tussen
Volker Huber, Edition und Galerie, te Offenbach/Main,
en
Hauptzollamt Frankfurt/Main-Flughafen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van post 99.02 (" originele lithografieën ") van de bijlage bij verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1968, L 172, blz . 1 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
samengesteld als volgt : T . F . O' Higgins, kamerpresident, G . F . Mancini en F . A . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : W . Van Gerven
griffier : B . Pastor, administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Firma Volker Huber, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door W . Schwinn, advocaat te Frankfurt / Main,
- Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Sack,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 8 november 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 november 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 24 augustus 1987, ingekomen bij het Hof op 28 september daaraanvolgend, heeft het Hessische Finanzgericht krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van post 99.02 (" originele lithografieën ") van de bijlage bij verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( hierna : GDT ) ( PB 1968, L 172, blz . 1 ).
2 Die vragen zijn gerezen in een geding tussen Firma Volker Huber ( verzoekster in het hoofdgeding, hierna : verzoekster ) en het Hauptzollamt Frankfurt / Main-Flughafen ( verweerder in het hoofdgeding, hierna : verweerder ) over de tariefindeling van 10 000 litho' s, die in een oplage van 8 400 en 4 500 exemplaren van twee door de kunstenaar Bruno Bruni met de hand vervaardigde platen waren afgedrukt, die niet waren gesigneerd, noch genummerd, en die waren vervaardigd met behulp van een mechanische pers in een overdrukprocédé, dat meerdere lithogangen mogelijk maakte .
3 Verzoekster liet de litho' s bij verweerder inklaren, waarbij zij deze aangaf als "originele lithografieën, codenr . 9902 000 00", die als zodanig van invoerrechten zijn vrijgesteld .
4 Verweerder deelde de goederen in onder codenr . 4911 930 90 (" gravures ") en hief een invoerrecht van 3,1 % met de verklaring, dat de betrokken litho' s geen signatuur droegen noch aanwijzingen bevatten omtrent oplage en nummer, en dat de oplage te groot was .
5 Verzoekster stelde tegen dit besluit beroep in bij het Hessische Finanzgericht . Dit liet een expertise uitvoeren waaruit bleek, dat het ging om litho' s die niet met een handpers waren gedrukt, maar in een mechanisch procédé vervaardigd, waarbij het papier automatisch op de steen werd gelegd, de steen automatisch van inkt werd voorzien en het afdrukken geschiedde door middel van een plaat . Om meerdere lithogangen te verkrijgen werd de tekening van de kunstenaar verscheidene malen door middel van een overdrukprocédé aldus overgebracht, dat zij eerst van een speciale papiersoort ( zogenoemd overdrukpapier of Berlijns papier ) op de steen werd gedrukt, vervolgens weer van de steen op papier, enzovoort, tot het gewenste aantal lithogangen was bereikt .
6 Van oordeel dat het geding vragen opwerpt over de uitlegging van de betrokken bepalingen van gemeenschapsrecht, heeft het Hessische Finanzgericht het Hof van Justitie verzocht om een uitspraak over de volgende vragen :
"1 ) Heeft men nog te maken met 'originele litho' s' in de zin van post 99.02 ( aantekening 2 bij hoofdstuk 99 van het gemeenschappelijk douanetarief ), wanneer het afdrukken niet is geschied met een handpers, maar het papier automatisch op de steen is gelegd, de steen automatisch van inkt is voorzien, en de afdruk mechanisch heeft plaatsgevonden met behulp van een plaat, nu volgens de Duitse versie van aantekening 2 bij hoofdstuk 99 dit drukprocédé aan een dergelijke tarifering in de weg staat daar het een mechanisch procédé betreft?
2 ) Zo ja, heeft men dan nog te maken met 'originele litho' s' wanneer een door de kunstenaar op overdrukpapier ( Berlijns papier ) gemaakte tekening meerdere malen wordt afgedrukt van het papier op de steen, van de steen op het papier en vandaar weer op de steen, om tot 'meerdere lithogangen' te komen door middel van overdrukken, waarbij de handeling wordt herhaald totdat het gewenste aantal lithogangen is bereikt?
3 ) Moet er, zoals wordt vermeld in de toelichtingen van de Internationale Douaneraad op post 99.02, sprake zijn van een betrekkelijk beperkt aantal ( over het algemeen niet meer dan een zestigtal ) afdrukken van een motief, wil een litho als 'origineel' worden beschouwd? Staan in elk geval oplagen van 8 400 of 4 500 stuks in de weg aan tarifering als 'originele litho' ?"
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
8 Met de eerste vraag wenst de verwijzende rechter in hoofdzaak te vernemen, of exemplaren die van een door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde plaat zijn afgedrukt, gelet op aantekening 2 van hoofdstuk 99 GDT ook dan als orginele litho' s in de zin van post 99.02 moeten worden beschouwd, wanneer gebruik is gemaakt van een mechanisch drukprocédé .
9 Volgens aantekening 2 van hoofdstuk 99 GDT worden als "originele litho' s" aangemerkt "die, welke rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt van één of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek ."
10 De Franse versie van deze aantekening laat ruimte voor twijfel over de vraag, of het verbod van mechanische en fotomechanische technieken betrekking heeft op de vervaardiging van de plaat of op het drukken van de exemplaren .
11 Bij een letterlijke uitlegging van de meeste taalversies van deze aantekening moet echter worden erkend, dat afdrukken die door middel van een mechanisch of fotomechanisch procédé van de plaat zijn gemaakt, niet als originele litho' s kunnen worden beschouwd . Wat bovendien het op de plaat aanbrengen van de tekening betreft, vermeldt de aantekening uitdrukkelijk, dat de tekening door de kunstenaar geheel met de hand moet worden vervaardigd, zodat elke nadere precisering betreffende de uitsluiting van niet-handmatige procédés overbodig is .
12 Dienaangaande betoogt verzoekster, dat er geen fotomechanisch drukprocédé bestaat . Mechanische of fotomechanische technieken voor de vervaardiging van de plaat zouden daarentegen wel bestaan .
13 Voorts betoogt verzoekster, daarin gesteund door de Commissie, dat het drukken van exemplaren steeds een mechanisch procédé vereist, dat wil zeggen een pers die met een hefboomsysteem werkt om het te bedrukken vel papier op de steen of de plaat aan te brengen . Sinds de negentiende eeuw zou een dergelijke pers niet meer noodzakelijkerwijs met de hand worden bediend, maar ook machinaal kunnen worden aangedreven, met name wanneer de steen een gewicht bereikt dat met spierkracht nauwelijks meer is te hanteren .
14 Ter terechtzitting heeft de Commissie erkend, dat de hedendaagse technieken niet wezenlijk verschillen van de in het verleden toegepaste technieken en dat het verbod van een mechanisch procédé niet overeenstemt met de realiteit van de lithografische reproduktietechniek . Voorts zou ook het gebruik van een handpers strikt genomen als mechanisch procédé zijn aan te merken . De Commissie meent derhalve, dat met vorengenoemde aantekening bedoeld wordt, "geautomatiseerde procédés" uit te sluiten, een begrip dat zij evenwel niet nader kon toelichten . Ten slotte meent de Commissie, dat aantekening 2 van hoofdstuk 99 GDT alleen zin heeft indien zij aldus wordt uitgelegd, dat zij het mechanisch drukken van grote oplagen verbiedt .
15 Daar uit de tekst van de aantekening geen definitie van het begrip "originele litho' s" in de zin van post 99.02 valt af te leiden die strookt met de werkelijke praktijk op dit gebied, moet in de ratio legis van de aantekening een uitlegging worden gezocht die beantwoordt aan de bedoeling van de opstellers ervan .
16 In post 99.02 GDT worden de daarin bedoelde goederen kennelijk van invoerrechten vrijgesteld om aan voortbrengselen van kunst een voorkeursbehandeling te geven .
17 Daar een litho altijd de reproduktie is van een door de kunstenaar met de hand vervaardigde tekening, kan het kunstzinnig karakter daarvan enkel aan de hand van dat origineel worden beoordeeld . Wanneer de tekening door de kunstenaar zonder mechanisch of fotomechanisch procédé op de steen of de plaat is aangebracht, is het niet van belang, of een handmatige dan wel mechanische techniek wordt gebruikt om die tekening op het te bedrukken vel papier over te brengen, daar dit de kunstzinnige aard van het werk niet beïnvloedt .
18 Wanneer aantekening 2 van hoofdstuk 99 GDT wordt uitgelegd in het licht van het met post 99.02 beoogde doel, kan het verbod van mechanische of fotomechanische procédés enkel betrekking hebben op de vervaardiging van de originele plaat waarvan de afdrukken worden gemaakt .
19 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat litho' s die zijn afgedrukt van een door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde plaat, zijn te beschouwen als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT, ook indien het afdrukken is geschied met behulp van een mechanisch drukprocédé .
De tweede vraag
20 Met de tweede vraag wenst het Finanzgericht in hoofdzaak te vernemen, of litho' s nog het karakter van originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT hebben, wanneer de afdrukken niet meer rechtstreeks van de door de kunstenaar vervaardigde plaat worden gemaakt, maar door middel van een overdrukprocédé, waarbij de op een speciale papiersoort ( overdrukpapier of Berlijns papier ) uitgevoerde originele tekening verscheidene malen wordt overgebracht, eerst van het overdrukpapier op de steen, vandaar weer op een nieuw blad overdrukpapier en vervolgens weer op een nieuwe steen, waardoor het vervaardigen van een nieuwe serie afdrukken mogelijk wordt, enzovoort, totdat het gewenste aantal lithogangen is bereikt .
21 Volgens de toelichtingen bij de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad ( toelichtingen bij post 99.02 ) ontneemt de techniek van het overdrukken, waarbij de kunstenaar zijn ontwerp eerst op een speciale soort overdrukpapier tekent en het vervolgens op de steen overbrengt, waardoor hij het voortdurend verplaatsen van de zware en omvangrijke steen vermijdt, aan de litho' s niet het karakter van originele werken, ook al worden bij deze techniek strikt genomen de afdrukken niet gemaakt van een "door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde plaat" in de zin van aantekening 2 op hoofdstuk 99 GDT .
22 De vraag rijst, of er nog sprake is van originele litho' s, wanneer de op het overdrukpapier vervaardigde tekening op meerdere platen wordt overgebracht .
23 Daarbij zijn twee gevallen te onderscheiden .
24 Indien de afdrukken worden gemaakt van meerdere platen, die rechtstreeks van hetzelfde door de kunstenaar met de hand bewerkte overdrukpapier zijn vervaardigd, staat geen overweging inzake het originele of kunstzinnige karakter van het werk eraan in de weg, deze afdrukken als originele litho' s te beschouwen .
25 Evenwel moet worden onderzocht, of hetzelfde antwoord kan worden gegeven in een geval als het onderhavige, waarin litho' s zijn vervaardigd door middel van een overdrukprocédé, waarbij de latere platen zijn gemaakt aan de hand van een nieuw, door reproduktie van de eerste plaat verkregen overdrukpapier .
26 De Commissie is dienaangaande de opvatting toegedaan, dat ook al moet bij een enge uitlegging van de toelichtingen bij de IDR-Nomenclatuur ervan worden uitgegaan, dat afdrukken als de onderhavige, die door middel van een overdrukprocédé zijn gemaakt ten einde te komen tot meerdere lithogangen, niet kunnen worden aangemerkt als originele litho' s, dit procédé, nu de overdruktechniek volgens de toelichtingen in beginsel mag worden toegepast, niettemin moet worden toegestaan, mits de oorspronkelijke tekening maar door de kunstenaar is vervaardigd en er geen wezenlijk verschil in kwaliteit is vergeleken met de afdruk van de eerste overdruk . De Commissie preciseert evenwel, dat dit procédé niet mag leiden tot een onbeperkte oplage .
27 Uit de ter terechtzitting afgelegde verklaringen blijkt, dat een procédé als in het hoofdgeding aan de orde is, sinds de negentiende eeuw in de praktijk veelvuldig wordt toegepast om het gelijktijdig drukken van een groter aantal exemplaren mogelijk te maken .
28 Daar lithografisch werk in tegenstelling tot een schilderij nooit rechtstreeks door de kunstenaar wordt vervaardigd, maar de reproduktie is van een originele tekening, kan de vraag of een dergelijk werk een origineel karakter heeft, enkel worden beantwoord aan de hand van de persoonlijke betrokkenheid van de kunstenaar bij de vervaardiging van het origineel en het drukprocédé dat moet worden uitgevoerd vanaf één of meer platen waarop de originele tekening van de kunstenaar door de overdruktechniek is overgebracht .
29 Indien men als beginsel erkent, dat de originele tekening van de kunstenaar niet rechtstreeks op de plaat hoeft te worden aangebracht, maar door toepassing van de overdruktechniek van een speciale papiersoort op die plaat kan worden overgebracht, is er geen reden meer, aan afdrukken van platen waarop de tekening door middel van een van de eerste plaat vervaardigd nieuw overdrukpapier is aangebracht, het karakter van originele litho' s te ontzeggen .
30 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT zijn te beschouwen, afdrukken die zijn verkregen door middel van een overdrukprocédé, waarbij de op speciaal papier ( overdrukpapier of Berlijns papier ) uitgevoerde originele tekening verscheidene malen wordt overgebracht, eerst van het overdrukpapier op de steen, vandaar weer op een nieuw blad overdrukpapier en vervolgens weer op een nieuwe steen, waardoor het vervaardigen van een nieuwe serie afdrukken mogelijk wordt gemaakt, enzovoort, tot het gewenste aantal lithogangen is bereikt .
De derde vraag
31 Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen, of het aantal afdrukken van een zelfde originele tekening invloed heeft op de vraag, of er sprake is van een originele litho in de zin van post 99.02 GDT .
32 Volgens de IDR-toelichtingen bij post 99.02 vormt het betrekkelijk geringe aantal afdrukken - gewoonlijk niet meer dan zestigtal - een belangrijke aanwijzing om het origineel te onderscheiden van kopieën, nabootsingen of reprodukties .
33 Uit die toelichtingen blijkt, dat het criterium van het aantal afdrukken enkel wordt genoemd als aanwijzing voor het al dan niet originele karakter van een werk, om de lithografische produktie te kunnen onderscheiden van door middel van andere procédés vervaardigde reprodukties . Ofschoon het aantal afdrukken van één origineel de economische waarde van de litho rechtstreeks beïnvloedt, is dit op zich nog geen beslissend criterium voor de vraag of er sprake is van een originele litho in de zin van post 99.02 GDT .
34 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord, dat ofschoon het aantal afdrukken dat van een originele tekening is gemaakt, een aanwijzing kan vormen voor het al dan niet originele karakter van het werk, dat aantal op zich nog geen beslissend criterium is voor de vraag, of er sprake is van een originele litho in de zin van post 99.02 GDT .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
35 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
uitspraak doende op de door het Hessische Finanzgericht bij beschikking van 24 augustus 1987 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) Litho' s die zijn afgedrukt van een door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde plaat, zijn te beschouwen als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT, ook indien het afdrukken is geschied met behulp van een mechanisch drukprocédé .
2 ) Als originele litho' s in de zin van post 99.02 GDT zijn te beschouwen, afdrukken die zijn verkregen door middel van een overdrukprocédé, waarbij de op speciaal papier ( overdrukpapier of Berlijns papier ) uitgevoerde originele tekening verscheidene malen wordt overgebracht, eerst van het overdrukpapier op de steen, vandaar weer op een nieuw blad overdrukpapier en vervolgens weer op een nieuwe steen, waardoor het vervaardigen van een nieuwe serie afdrukken mogelijk wordt gemaakt, enzovoort, tot het gewenste aantal lithogangen is bereikt .
3 ) Ofschoon het aantal afdrukken dat van een originele tekening is gemaakt, een aanwijzing kan vormen voor het al dan niet originele karakter van het werk, is dat aantal op zich nog geen beslissend criterium voor de vraag, of er sprake is van een originele litho in de zin van post 99.02 GDT .
Full & Egal Universal Law Academy