Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief - Vrijstelling van invoerrechten - Wetenschappelijke instrumenten en apparaten - Gelijkwaardigheid van ingevoerd apparaat en andere in Gemeenschap vervaardigde apparaten - Beoordeling - Gelijkwaardigheid verzekerd door hulpapparaat
( Verordening nr . 918/83 van de Raad, artikel 54 )
Samenvatting
In het kader van het stelsel van douanevrijstellingen voor wetenschappelijke instrumenten en apparaten van verordening nr . 918/83 heeft de omstandigheid dat een in de Gemeenschap vervaardigd apparaat slechts aan de eisen van een bepaald onderzoeksproject beantwoordt met behulp van een op de markt beschikbaar hulpapparaat, geen gevolgen voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van het betrokken apparaat aan het ingevoerde apparaat .
Partijen
In zaak 303/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg, in het aldaar aanhangig geding tussen
Universitaet Stuttgart
en
Hauptzollamt Stuttgart-Ost,
om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van beschikking 85/C 57/03 van de Commissie van 1 maart 1985, waarbij wordt vastgesteld dat het apparaat genaamd
"Jarrel-Ash-Plasma-Atomcomp Direct Reading Spectrometer System ( model 1125 A )" niet met vrijstelling van rechten kan worden ingevoerd,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
samengesteld als volgt : T . Koopmans, kamerpresident, C . N . Kakouris en M . Díez de Velasco, rechters;
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- de regering van het Koninkrijk België, vertegenwoordigd door K . Lenaerts als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door J . Sack, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 1 december 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 januari 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 7 september 1987 ingekomen ten Hove op 5 oktober daaraanvolgend, heeft het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van beschikking 85/C 57/03 van de Commissie van 1 maart 1985 ( PB 1985, C 57, blz . 3 ), waarbij wordt vastgesteld dat het apparaat genaamd "Jarrel-Ash-Plasma-Atomcomp Direct Reading Spectrometer System ( model 1125 A )" niet met vrijstelling van rechten kan worden ingevoerd .
2 Deze vraag is gerezen in het kader van een beroep door de Universitaet Stuttgart ( hierna : verzoekster ) ingesteld tegen het besluit van het Hauptzollamt Stuttgart-Ost ( hierna : verweerder ) van 26 april 1985 houdende weigering om voor genoemde spectrometer vrijstelling van invoerrechten te verlenen .
3 Het Amerikaanse apparaat, dat verzoekster in het hoofdgeding op 13 januari 1982 bestelde en op 19 april 1982 vanuit de Verenigde Staten in de Bondsrepubliek Duitsland invoerde, was volgens het door de Universitaet Stuttgart op 16 maart 1982 ingediende verzoek om inklaring bestemd voor het onderzoek van metaalgehalten in afvalwater en slib in verband met onderzoekswerkzaamheden voor het ontwikkelen en testen van verschillende procédés voor de behandeling van afvalwater en slib .
4 In het kader van de procedure voor de toekenning van de door verzoekster gevraagde vrijstelling van rechten, vroegen de Duitse autoriteiten op 20 augustus 1984 het advies van de Commissie over de vraag, of de betrokken spectrometer kon worden aangemerkt als wetenschappelijk apparaat in de zin van artikel 3, lid 1, sub b, van verordening nr . 1798/75 van de Raad van 10 juli 1975 betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard ( PB 1975, L 184, blz . 1 ), zoals per 1 januari 1980 gewijzigd bij verordening nr . 1027/79 van de Raad van 8 mei 1979 ( PB 1979, L 134, blz . 1 ).
5 Nadat de Commissie dat verzoek aan het bevoegde Comité Douanevrijstellingen had voorgelegd, beschikte zij op 1 maart 1985, dat het Amerikaanse apparaat, ongeacht zijn wetenschappelijk karakter, niet met vrijstelling van rechten kon worden ingevoerd, daar op dat tijdstip apparaten van gelijke wetenschappelijke waarde, die voor hetzelfde doel geschikt waren, in de Gemeenschap werden vervaardigd, te weten het in België door Philips vervaardigde apparaat "PV 8210/PV 8490" en de in Frankrijk door Jobin Yvon vervaardigde apparaten "JY 48" en "JY 70 P ".
6 In haar bij het Finanzgericht ingestelde beroep tegen de op genoemde beschikking gebaseerde weigering van vrijstelling van rechten, stelde verzoekster, dat de beschikking van de Commissie naar de vorm onvoldoende met redenen omkleed en naar de inhoud onjuist was . Tot staving van die laatste stelling voerde zij aan, dat de Belgische en Franse apparaten wegens hun beperkt golflengtebereik niet in staat waren tot simultane vaststelling van het element kalium op de 766,4 nm-band, terwijl zulks voor de onderzoeksdoeleinden van verzoekster onontbeerlijk was .
7 Volgens de expertise van een in het hoofdgeding geraadpleegde deskundige zijn de apparaten van Europees fabrikaat, afgezien van bepaalde verschillen in het golflengtebereik, gelijkwaardig aan het betrokken Amerikaanse apparaat . De in de Gemeenschap vervaardigde apparaten zouden het element kalium slechts op de 404,4 nm-band meten . De meting van dit element op een verderreikende band zou evenwel van essentieel belang zijn voor verzoeksters onderzoeksdoeleinden .
8 Van oordeel dat er twijfel bestond omtrent de geldigheid van de beschikking van de Commissie, heeft het Finanzgericht het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd :
"Is beschikking 85/C 57/03 van de Commissie van 1 maart 1985 ( PB 1985, C 57, blz . 3 ) ongeldig?
9 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten en het juridisch kader van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende mondelinge en schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting zoals aangevuld na de mondelinge behandeling . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
10 De aan het Hof ter beoordeling voorgelegde beschikking van de Commissie van 1 maart 1985 was gebaseerd op verordening nr . 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen ( PB 1983, L 105, blz . 1 ) en op verordening nr . 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 houdende uitvoeringsbepalingen van de artikelen 50 tot en met 59 van genoemde verordening nr . 918/83 van de Raad ( PB 1983, L 220, blz . 20 ).
11 In de motivering van zijn verwijzingsbeschikking verklaart het Finanzgericht, dat de motivering van de omstreden beschikking als ontoereikend kan worden beschouwd, daar de Commissie slechts weinig woorden heeft besteed aan de gelijkwaardigheid van de apparaten van Belgische en Franse makelij en het uit de Verenigde Staten ingevoerde apparaat .
12 De Belgische regering en de Commissie betogen, dat de beschikking van 1 maart 1985 voldoende is gemotiveerd, met name omdat zij eerst aangeeft met welke Europese apparaten het Amerikaanse apparaat is vergeleken en vervolgens meedeelt dat de geraadpleegde deskundigen van mening waren dat al deze apparaten wetenschappelijk gezien gelijkwaardig zijn . Aan de hand van deze gegevens, te zamen met de inlichtingen die de aanvrager overeenkomstig artikel 6, lid 2, sub j, van verordening nr . 2290/83 vooraf bij fabrikanten in de Gemeenschap heeft ingewonnen, zouden de betrokkenen in staat moeten zijn, alle aan de beschikking van de Commissie ten grondslag liggende elementen te kennen .
13 Er zij aan herinnerd dat, zoals het Hof in zijn arrest van 25 oktober 1984 ( zaak 185/83, Rijksuniversiteit Groningen, Jurispr . 1984, blz . 3623 ) overwoog, weliswaar volgens de rechtspraak van het Hof de door artikel 190 EEG-Verdrag verlangde motivering de redenering van de communautaire instantie, waarvan de bestreden handeling afkomstig is, zo duidelijk en ondubbelzinnig dient te doen uitkomen dat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel kunnen kennen en hun rechten kunnen verdedigen en het Hof zijn toezicht kan uitoefenen, doch dat het niet is vereist dat alle verschillende gegevens die feitelijk of rechtens relevant zijn, erin worden vermeld . Bij de vraag of de motivering van een beschikking aan deze vereisten voldoet, moet immers niet alleen acht worden geslagen op de tekst ervan, doch ook op de context waarin zij is gegeven, en op het geheel van rechtsregels die de betrokken materie beheersen .
14 In het onderhavige geval voldoet de motivering van de beschikking van 1 maart 1985 ondanks haar beknopte vorm aan de vereisten van artikel 190 EEG-Verdrag, daar zij alle gegevens bevat die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de gelijkwaardigheid van de betrokken wetenschappelijke apparaten .
15 Met betrekking tot de grond van de zaak werpt de verwijzende rechter de vraag op, of de Europese apparaten, gezien een aantal technische prestaties ervan, gelijkwaardig zijn aan het ingevoerde apparaat . Eerst moeten de bezwaren tegen de gelijkwaardigheid van het in België vervaardigde apparaat worden onderzocht .
16 Uit de stukken blijkt, dat het enige twistpunt ten aanzien van het Belgische apparaat de meting van het element kalium is . Volgens de door het Finanzgericht aangehaalde expertise meet het apparaat van Philips, anders dan het Amerikaanse apparaat, kalium niet op de 766,4 nm-band, maar op de 404,4 nm-band .
17 Deze opvatting wordt door de Belgische regering bestreden . Zij stelt, dat volgens de door Philips in het hoofdgeding verschafte informatie het apparaat "PV 8210/PV 8490" kalium op de 766,4 nm-band meet .
18 De Commissie stelt, dat het apparaat van Philips met een standaard-hulpapparaat "PV 8291/OO" van dezelfde firma kalium volledig kan meten, dat wil zeggen op de 766,4 nm-band .
19 Daar het wetenschappelijk karakter van de betrokken apparaten niet wordt bestreden, moet worden onderzocht of, zoals verzoekster in het hoofdgeding stelt, het apparaat van Philips kalium niet op de 766,4 nm-band kan meten .
20 Er zij op gewezen, dat het Hof in het kader van een dergelijk onderzoek, dat de materiële geldigheid van de beschikking van de Commissie betreft, slechts over een beperkte toetsingsbevoegdheid beschikt . Zoals het Hof immers in zijn arrest van 27 september 1983 ( zaak 216/82, Universitaet Hamburg, Jurispr . 1983, blz . 2771 ) overwoog, kan het, gelet op het technische karakter van het onderzoek ter zake van de gelijkwaardigheid van verschillende apparaten, de inhoud van een door de Commissie conform het advies van het Comité Douanevrijstellingen gegeven beschikking, slechts aan de kaak stellen bij een klaarblijkelijke beoordelingsfout of bij misbruik van bevoegdheid .
21 In dit verband zij opgemerkt, dat het kennelijke verschil van mening tussen verzoekster in het hoofdgeding enerzijds en de Belgische regering en de Commissie anderzijds over de prestaties van het Belgische apparaat vergeleken met die van het uit de Verenigde Staten ingevoerde apparaat, slechts de kenmerken van die apparaten als zodanig betreft . Er wordt dus niet getwijfeld aan de mogelijkheid om die apparaten aldus aan te passen, dat zij door middel van een bij dezelfde fabrikant verkrijgbaar hulpapparaat, de module "PV 8291/00", kalium op de 766,4 nm-band kunnen meten .
22 Op deze technische optie is gewezen door de Commissie, die daartoe de commerciële folder van Philips over aanvullende voorzieningen die verdergaande meting van kalium mogelijk maken, heeft overgelegd . Deze mogelijkheid is door de Belgische regering en de Commissie ter terechtzitting bevestigd, zonder dat dit door verzoekster in het hoofdgeding is weersproken . Deze technische vaststelling stemt ten slotte overeen met de inhoud van de in het hoofdgeding opgestelde expertise, die deze aanpassingsmogelijkheid van het apparaat van Philips niet alleen niet heeft uitgesloten, maar stilzwijgend heeft bevestigd .
23 De omstandigheid dat voor verdergaande meting van kalium een hulpapparaat is vereist, heeft geen gevolgen voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van de betrokken apparaten, daar de verordening erop is gericht de invoer van apparaten uit derde landen tegen te gaan, voor zover de in de Gemeenschap vervaardigde apparaten gelijkwaardige technische mogelijkheden bieden .
24 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de beschikking van de Commissie waarbij wordt vastgesteld dat het Belgische en het Amerikaanse apparaat gelijkwaardig zijn, geen kennelijke beoordelingsfout bevat .
25 Gezien deze vaststelling behoeft voor het beantwoorden van de vraag van de verwijzende rechter niet te worden onderzocht of de Franse apparaten eveneens gelijkwaardig zijn aan het betrokken Amerikaanse apparaat .
26 Derhalve moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat bij onderzoek van de gestelde vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van beschikking 85/C 57/03 van de Commissie van 1 maart 1985 kunnen aantasten .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
27 De kosten door de Belgische regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
uitspraak doende op de door het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg bij beschikking van 7 september 1987 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van beschikking 85/C 57/03 van de Commissie van 1 maart 1985 kunnen aantasten .
Full & Egal Universal Law Academy