Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Financiering door EOGFL - Beschikking betreffende goedkeuring van rekeningen - Beschikking waarin voorbehouden zijn gemaakt - Geoorloofd wegens niet-dwingende aard van aan Commissie gestelde termijn om haar beslissing te nemen
( Verordening nr . 729/70 van de Raad, artikel 5, lid 2, sub b )
2 . Landbouw - EOGFL - Goedkeuring van rekeningen - Weigering uitgaven ten laste te brengen, die gevolg zijn van onregelmatigheden bij toepassing van communautaire voorschriften - Beperking door Commissie van kosten van onregelmatigheden voor EOGFL - Onenigheid over door Commissie berekende kosten - Op betrokken Lid-Staat rustende bewijslast
( Verordening nr . 729/70 van de Raad )
3 . Gemeenschapsrecht - Beginselen - Overmacht - Begrip
4 . Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Financiering door EOGFL - Beginselen - Weigering om in strijd met communautaire voorschriften gedane uitgaven ten laste van fonds te brengen - Toepassing van zogenoemde "de minimis"-regeling - Uitgesloten
( Verordening nr . 729/70 van de Raad )
Samenvatting
1 . Nu geen sanctie is gesteld op de niet-naleving door de Commissie van de in artikel 5, lid 2, sub b, van verordening nr . 729/90 gestelde termijn voor de goedkeuring van de rekeningen voor de door het EOGFL gefinancierde uitgaven, kan deze termijn behoudens de aantasting van de belangen van een Lid-Staat slechts als een ordetermijn worden beschouwd ( vgl . het arrest van 27 januari 1988, zaak 349/85, Denemarken/Commissie, Jurispr . 1988, blz . 169 ). Hieruit volgt, dat wanneer het niet mogelijk is een definitieve beslissing te nemen over de financiering van bepaalde uitgaven, de Commissie het recht heeft in haar goedkeuringsbeschikking een desbetreffend voorbehoud te maken . Hierbij is niet van betekenis dat de beschikking algemene voorbehouden bevat en geen gerichte voorbehouden betreffende elke verrichte verificatie, daar de Lid-Staten nauw bij de goedkeuringsprocedure zijn betrokken en volledig op de hoogte zijn van eventuele lopende verificatieprocedures .
Deze voorbehouden, die zich ertoe beperken duidelijkheid te verschaffen over de gevolgen van de beschikking, kunnen uitsluitend in de considerans ervan staan, daar deze een integrerend deel van de beschikking uitmaakt en dus het doel en de draagwijdte ervan mede kan bepalen .
2 . Wanneer de Commissie weigert bepaalde uitgaven ten laste van het EOGFL te brengen, op grond dat zij het gevolg waren van een met het gemeenschapsrecht onverenigbare nationale maatregel, en het geweigerde bedrag werd berekend aan de hand van de weerslag die de betrokken nationale maatregelen op de lasten van het fonds heeft gehad, dient de Lid-Staat die dit bedrag betwist, te bewijzen dat de desbetreffende uitgaven door deze maatregelen niet zijn gestegen of minder dan de Commissie heeft berekend ( vgl . het arrest van 24 maart 1988, zaak 347/85, Verenigd Koninkrijk/Commissie, Jurispr . 1988, blz . 1749 ).
3 . Volgens vaste rechtspraak wordt voor het begrip overmacht vereist, dat het niet-intreden van het betrokken feit te wijten is aan abnormale en onvoorzienbare omstandigheden die vreemd zijn aan degene die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen in weerwil van alle mogelijke voorzorgen niet hadden kunnen worden vermeden .
4 . De Commissie kan uitgaven die niet in overeenstemming met het gemeenschapsrecht zijn gedaan, niet als ten laste van het EOGFL erkennen, zodat de "de minimis"-regel, die in andere sectoren van het gemeenschapsrecht toepassing kan vinden en volgens welke een praktijk alleen in strijd met het gemeenschapsrecht wordt geacht indien zij merkbaar is, bij de goedkeuring van de rekeningen van het fonds geen rol kan spelen .
Partijen
in zaak C-335/87,
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door E . Marinou, advocate en juridisch medewerkster van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, door I . Laios, juridisch adviseur van het Ministerie van Landbouw, en M . Tsotsanis, jurist bij het Ministerie van Landbouw, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, 117, Val Sainte-Croix,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door X . Yataganas, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, vervolgens door D . Gouloussis, juridisch adviseur, als gemachtigde, en daarna door Th . Christoforou, lid van haar juridische dienst, bijgestaan door M . Vilaras, medewerker van de Griekse Raad van State, gedetacheerd bij de juridische dienst van de Commissie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van beschikking 87/469/EEG van de Commissie van 18 augustus 1987 betreffende de goedkeuring van de door de Lid-Staten uit hoofde van het begrotingsjaar 1985 ingediende rekeningen voor de door het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven ( PB 1987, L 262, blz . 35 ).
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, Sir Gordon Slynn en C . N . Kakouris, kamerpresidenten, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verwijst de Helleense Republiek in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy