Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Auteursrechten - Daarmee gelijkgestelde verveelvoudigings - en verspreidingsrechten voor geluidsdragers - Toepassing van artikel 36 van het Verdrag
( EEG-Verdrag, artikel 36 )
2 . Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Auteursrechten - In verscheidene Lid-Staten beschermde muziekwerken - Verstrijken van beschermingsduur in Lid-Staat - In het verkeer brengen in die staat, zonder toestemming van rechthebbende, van geluidsdragers met die werken - Invoer en in het verkeer brengen in Lid-Staat waar bescherming voortduurt - Verzet van rechthebbende - Beperkingen van handelsverkeer als gevolg van dispariteiten in nationale wetgevingen - Toelaatbaarheid - Voorwaarden
( EEG-Verdrag, artikelen 30 en 36 )
Samenvatting
1 . De bescherming van de industriële en commerciële eigendom in de zin van artikel 36 van het Verdrag omvat die van de letterkundige en artistieke eigendom, waaronder het auteursrecht, met name voor zover dit commercieel wordt geëxploiteerd . Zij omvat bijgevolg ook de bescherming van de exclusieve verveelvoudigings - en verspreidingsrechten voor geluidsdragers, die door de toepasselijke nationale wetgeving op één lijn wordt gesteld met de bescherming van het auteursrecht .
2 . De artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag verzetten zich niet tegen de toepassing van een wettelijke regeling van een Lid-Staat, op grond waarvan een producent van geluidsdragers in die Lid-Staat met een beroep op het hem aldaar toekomende exclusieve recht om bepaalde muziekwerken te verveelvoudigen en te verspreiden, de verkoop in die Lid-Staat van geluidsdragers met dezelfde muziekwerken kan doen verbieden, wanneer deze geluidsdragers zijn ingevoerd uit een andere Lid-Staat waar zij zonder toestemming van de exclusief gerechtigde of diens licentienemer rechtmatig in de handel zijn gebracht en waar een beschermingstermijn voor de producent van die geluidsdragers wel heeft bestaan, doch inmiddels is verstreken .
In zoverre het verschil tussen de nationale wettelijke regelingen inzake de bescherming van letterkundige en artistieke eigendom tot beperkingen van het intracommunautaire handelsverkeer van geluidsdragers kan leiden, zijn die beperkingen gerechtvaardigd op grond van artikel 36 van het Verdrag, wanneer zij een uitvloeisel zijn van de uiteenlopende regelingen inzake de beschermingsduur en deze onlosmakelijk verbonden is met het bestaan van de exclusieve rechten . Een dergelijke rechtvaardiging zou slechts ontbreken indien de handelsbeperkingen die de nationale bepalingen opleggen of toelaten, een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte handelsbeperkende maatregel vormden .
Partijen
In zaak 341/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Landgericht Hamburg, in het aldaar aanhangig geding tussen
EMI Electrola GmbH, te Keulen
en
1 ) Patricia Im - und Export Verwaltungsgesellschaft mbH, te Lueneburg,
2 ) Luene-ton Tontraeger-Herstellungs GmbH & Co . KG, te Lueneburg,
3 ) L . E . Kraul, te Bardowick,
4 ) I . Beetz, te Hamburg,
om een prejudiciële beslissing over de grenzen die het beginsel van het vrije verkeer van goederen stelt aan de uitoefening van industriële-eigendomsrechten en auteursrechten in het geval dat de wetgeving van de verschillende Lid-Staten in een ongelijke beschermingsduur voorziet,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
samengesteld als volgt : T . Koopmans, kamerpresident, T . F . O' Higgins, G . F . Mancini, F . A . Schockweiler en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : B . Pastor, administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- EMI Electrola GmbH, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door H . Ahlberg, advocaat te Hamburg,
- Patricia Im - und Export Verwaltungsgesellschaft mbH, Luene-ton Tontraeger-Herstellungs GmbH & Co . KG, L . E . Kraul en I . Beetz, verweerders in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door D . Marquard, advocaat te Hamburg,
- de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door M . Seidel, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische Zaken, als gemachtigde,
- de regering van de Franse Republiek, voor de schriftelijke procedure vertegenwoordigd door E . Belliard als gemachtigde en ter terechtzitting door M . Giacomini als gemachtigde,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door J . Gensmantel als gemachtigde,
- de regering van het Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door J . Conde de Saro, directeur-generaal Cooerdinatie van juridische en institutionele gemeenschapszaken, en door R . Silva de Lapuerta, landsadvocaat, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . zur Hausen, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 19 oktober 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 november 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 2 oktober 1987, ingekomen bij het Hof op 3 november daaraanvolgend, heeft het Landgericht Hamburg krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de artikelen 30 en 36 van het Verdrag, ten einde te kunnen beoordelen of toepassing van een nationale wettelijke regeling inzake het auteursrecht op muziekwerken met die artikelen verenigbaar is .
2 Die vraag is gerezen in een geding tussen enerzijds de Duitse onderneming EMI Electrola GmbH, waaraan de Britse vennootschap EMI Records Ltd de verveelvoudigings - en verspreidingsrechten voor door een bekende Britse zanger vertolkte muziekwerken heeft overgedragen, en anderzijds twee andere Duitse ondernemingen, Patricia Im - und Export en Luene-ton, die uit Denemarken afkomstige geluidsdragers met opnamen van sommige van die werken in de Bondsrepubliek Duitsland hebben verkocht .
3 Stellende dat inbreuk was gemaakt op haar exclusief recht om geluidsdragers met opnamen van die werken in Duitsland te verspreiden, heeft EMI Electrola voor het Landgericht Hamburg gevorderd, dat het Patricia en Luene-ton zou worden verboden de uit Denemarken ingevoerde geluidsdragers verder te verkopen, met veroordeling van genoemde ondernemingen tot betaling van schadevergoeding . De beide verweersters betoogden echter, dat de betrokken geluidsdragers in Denemarken rechtmatig in het verkeer waren gebracht, omdat de termijn gedurende welke de exclusieve rechten ingevolge de Deense auteursrechtwetgeving beschermd zijn, reeds was verstreken .
4 Blijkens het dossier zijn de geluidsdragers in Duitsland vervaardigd door Patricia in opdracht van een Deense onderneming en vervolgens in Denemarken aan die onderneming geleverd alvorens weer naar de Bondsrepubliek Duitsland te worden uitgevoerd . Die Deense onderneming was niet die waaraan EMI Records Ltd de verveelvoudigings - en verspreidingsrechten op de betrokken muziekwerken voor het Deense grondgebied had overgedragen .
5 De nationale rechter is van oordeel, dat de vordering van EMI Electrola naar Duits recht voor toewijzing vatbaar is, maar dat men zich kon afvragen, of de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag zich niet tegen toepassing van de nationale wetgeving verzetten . Om dit probleem te kunnen oplossen, heeft hij de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende vraag gesteld :
" Is het verenigbaar met de bepalingen inzake het vrije verkeer van goederen ( artikel 30 e.v . EEG-Verdrag ) dat een producent van geluidsdragers in Lid-Staat A gebruik maakt van zijn aldaar bestaande exclusieve verveelvoudigings - en verkooprechten op bepaalde muziekwerken ten einde in Lid-Staat A de verkoop te laten verbieden van in Lid-Staat B vervaardigde en verkochte geluidsdragers met dezelfde muziekwerken, wanneer de rechten van deze producent in Lid-Staat B weliswaar beschermd waren, maar deze bescherming inmiddels is vervallen?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de toepasselijke bepalingen, de feiten van de zaak, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
7 Volgens artikel 36 EEG-Verdrag vormen de bepalingen van artikel 30 - die iedere maatregel van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen tussen de Lid-Staten verbieden - geen beletsel voor verboden of beperkingen van de invoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom . Deze bescherming omvat die van de letterkundige en artistieke eigendom, waaronder het auteursrecht, met name voor zover dit commercieel wordt geëxploiteerd . Zij omvat bijgevolg ook de bescherming van de exclusieve verveelvoudigings - en verspreidingsrechten voor geluidsdragers, die door de toepasselijke nationale wetgeving op één lijn wordt gesteld met de bescherming van het auteursrecht .
8 De artikelen 30 en 36 hebben aldus tot doel, de vereisten van het vrije verkeer van goederen overeen te brengen met de eerbiediging van de legitieme uitoefening van exclusieve rechten op het gebied van de letterkundige en artistieke eigendom . Dit betekent in het bijzonder, dat geen bescherming wordt verleend ingeval die rechten worden misbruikt om een kunstmatige compartimentering van de gemeenschappelijke markt te handhaven of tot stand te brengen .
9 In zijn rechtspraak heeft het Hof daaruit afgeleid, dat de auteursrechthebbende zich niet op het door het auteursrecht verleende exclusieve exploitatierecht kan beroepen om de invoer van geluidsdragers die in een andere Lid-Staat door de rechthebbende zelf of met zijn toestemming rechtmatig op de markt zijn gebracht, te verhinderen of te beperken ( arrest van 20 januari 1981, gevoegde zaken 55 en 57/80, Musik-Vertrieb membran, Jurispr . 1981, blz . 147 ).
10 In het door de nationale rechter bedoelde geval gaat het echter om een andere situatie . Uit de prejudiciële vraag blijkt immers, dat de rechtmatigheid van de verhandeling van de geluidsdragers in een andere Lid-Staat geen gevolg is van een daad of de toestemming van de auteursrechthebbende of zijn licentienemer, maar van het feit dat de door de wetgeving van die Lid-Staat voorziene beschermingstermijn is verstreken . Het gestelde probleem vloeit dus voort uit het verschil tussen de nationale wettelijke regelingen met betrekking tot de termijn van de door het auteursrecht en verwante rechten geboden bescherming, welk verschil zowel de duur van de bescherming zelf betreft als de modaliteiten daarvan, zoals het tijdstip waarop de beschermingstermijn aanvangt .
11 Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat bij de huidige stand van het gemeenschapsrecht, dat gekenmerkt wordt door het ontbreken van harmonisatie of onderlinge aanpassing van de wettelijke regelingen inzake de bescherming van de letterkundige en artistieke eigendom, het aan de nationale wetgevers staat, de voorwaarden en modaliteiten van die bescherming te bepalen .
12 In zoverre het verschil tussen de nationale wettelijke regelingen tot beperkingen van het intracommunautaire handelsverkeer van geluidsdragers kan leiden, zijn die beperkingen gerechtvaardigd op grond van artikel 36 van het Verdrag, wanneer zij een uitvloeisel zijn van de uiteenlopende regelingen inzake de beschermingsduur en deze onlosmakelijk verbonden is met het bestaan van de exclusieve rechten .
13 Een dergelijke rechtvaardiging zou ontbreken indien de handelsbeperkingen die de door de exclusief rechthebbende of zijn licentienemer ingeroepen nationale bepalingen opleggen of toelaten, een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte handelsbeperkende maatregel vormden . Het dossier bevat echter niets op grond waarvan men zou moeten aannemen dat zich een dergelijke situatie in een geval als het onderhavige kan voordoen .
14 Mitsdien moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord, dat de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag aldus moeten worden uitgelegd, dat zij zich niet verzetten tegen de toepassing van een wettelijke regeling van een Lid-Staat, op grond waarvan een producent van geluidsdragers in die Lid-Staat met een beroep op het hem aldaar toekomende exclusieve recht om bepaalde muziekwerken te verveelvoudigen en te verspreiden, de verkoop in die Lid-Staat van geluidsdragers met dezelfde muziekwerken kan doen verbieden, wanneer deze geluidsdragers zijn ingevoerd uit een andere Lid-Staat waar zij zonder toestemming van de exclusief gerechtigde of diens licentienemer rechtmatig in de handel zijn gebracht en waar een beschermingstermijn voor de producent van die geluidsdragers wel heeft bestaan, doch inmiddels is verstreken .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
15 De kosten door de Duitse, de Franse, de Britse en de Spaanse regering alsmede door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
uitspraak doende op de door het Landgericht Hamburg bij beschikking van 2 oktober 1987 gestelde vragen, verklaart voor recht :
De artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag moeten aldus worden uitgelegd, dat zij zich niet verzetten tegen de toepassing van een wettelijke regeling van een Lid-Staat, op grond waarvan een producent van geluidsdragers in die Lid-Staat met een beroep op het hem aldaar toekomende exclusieve recht om bepaalde muziekwerken te verveelvoudigen en te verspreiden, de verkoop in die Lid-Staat van geluidsdragers met dezelfde muziekwerken kan doen verbieden, wanneer deze geluidsdragers zijn ingevoerd uit een andere Lid-Staat waar zij zonder toestemming van de exclusief gerechtigde of diens licentienemer rechtmatig in de handel zijn gebracht en waar een beschermingstermijn voor de producent van die geluidsdragers wel heeft bestaan, doch inmiddels is verstreken .
Full & Egal Universal Law Academy