Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Gemeenschappelijk douanetarief - Algemene bepalingen welke zowel op nomenclatuur als op invoerrecht betrekking hebben - "Verpakkingen" in zin van bepaling 2
- Vaten, flessen en kratten voor bier - Daaronder begrepen - Retournering aan buitenlandse verkoper - Geen invloed
2 . Gemeenschappelijk douanetarief - Bijzondere bepalingen betreffende gevuld ingevoerde verpakkingsmiddelen - Bepaling 1 a - Draagwijdte - Vrijmaking van verpakkingen volgens tarief dat voor verpakte goederen geldt
3 . Gemeenschappelijk douanetarief - Douanewaarde - Transactiewaarde - Bepaling - Verpakkingen niet begrepen in prijs van goederen en bestemd voor retournering aan buitenlandse verkoper - Daarvan uitgesloten - Vergoeding door koper van niet-geretourneerde verpakkingen - Kosten waarmee betaalde prijs wordt verhoogd - Navordering
( Verordeningen nr . 1697/79 van de Raad, artikel 2, en nr . 1224/80, artikelen 3 en 8, lid 1, sub a )
Samenvatting
1 . De bepaling van deel I, titel I, C, 2, laatste zin, van het gemeenschappelijk douanetarief moet aldus worden uitgelegd, dat het begrip "verpakkingen" biervaten, bierflessen en plastic kratten voor bierflessen omvat, ook wanneer deze voorwerpen aan de buitenlandse bierverkoper moeten worden geretourneerd .
2 . De bepaling van deel I, titel II, D, 1, sub a, van het gemeenschappelijk douanetarief ( in de versie van verordening nr . 3333/83 ) moet aldus worden uitgelegd, dat over de verpakkingen invoerrechten zijn verschuldigd volgens het tarief dat voor de verpakte goederen geldt .
3 . Wanneer de verpakkingen moeten worden geretourneerd aan de buitenlandse verkoper en daarom niet in de prijs van de geïmporteerde goederen zijn begrepen, behoort hun waarde niet tot de douanewaarde als onderdeel van de transactiewaarde . De door de koper aan de verkoper te betalen vergoeding voor de niet-geretourneerde verpakkingen zijn voor het bepalen van de douanewaarde evenwel aan te merken als kosten waarmee de werkelijk betaalde prijs wordt verhoogd, in de zin van artikel 8, lid 1, sub a, van verordening nr . 1224/80; overeenkomstig artikel 2 van verordening nr . 1697/79 geven zij aanleiding tot navordering van de verschuldigde rechten .
Partijen
In zaak 357/87,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg, in het aldaar aanhangig geding tussen
Firma Albert Schmid
en
Hauptzollamt Stuttgart-West,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1968, L 172, blz . 1 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
samengesteld als volgt : O . Due, kamerpresident, K . Bahlmann en T . F . O' Higgins, rechters,
advocaat-generaal : J . L . Cruz Vilaça
griffier : B . Pastor, administrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- de firma Albert Schmid, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door H . Glashoff en H . Kuehle, belastingadviseurs van het belastingadviesbureau Schuermann & Partner, te Frankfurt am Main,
- de Commissie, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Sack,
- de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door M . Seidel, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische Zaken,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 14 juni 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 juli 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 17 november 1987, ingekomen bij het Hof op 27 november daaraanvolgend, heeft het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1968, L 172, blz . 1 ), ten einde te kunnen vaststellen of voor ingevoerd bier gebruikte vaten, flessen en kratten verpakkingen zijn in de zin van dat tarief, en zo ja, op welke grondslag deze moeten worden belast .
2 Verzoekster in het hoofdgeding, de firma Albert Schmid ( hierna : verzoekster ), importeert uit Tsjechoslowakije bier in vaten of in flessen in kratten in de Bondsrepubliek Duitsland . Volgens de koopovereenkomst is in de bierprijs niet de prijs van deze verpakkingen begrepen noch een huurprijs of iets dergelijks, maar is verzoekster verplicht de lege verpakkingen zo snel mogelijk op eigen kosten te retourneren . De verlorengegane verpakkingen moeten hetzij in natura hetzij in geld worden vergoed, waarbij de vergoeding voor vaten op 75 % en voor flessen en kratten op 100 % van de nieuwwaarde is vastgesteld . Verzoekster retourneerde de verpakkingen van 1981 tot 31 maart 1984 in gemiddeld 96 % van de gevallen en betaalde voor de rest een vergoeding .
3 Verweerder in het hoofdgeding, het Hauptzollamt Stuttgart-West ( hierna : verweerder ), vorderde betaling van invoerrechten over de niet-geretourneerde lege verpakkingen, waarbij hij op de waarde van de vergoedingen het recht voor bier ( 24 %) toepaste . Verzoekster ging tegen deze beschikking in beroep bij het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg, stellende dat het over de verpakking geheven recht reeds was begrepen in het over het bier geheven recht .
4 Het Finanzgericht heeft bovendien de vraag opgeworpen, of de vaten, flessen en kratten werkelijk verpakkingen zijn dan wel vervoermiddelen (" Befoerderungsmittel ") in de zin van het gemeenschappelijk douanetarief . Zouden zij als verpakkingen zijn aan te merken, dan rijst volgens het Finanzgericht de vraag of invoerrecht verschuldigd is, niet slechts voor de te vergoeden verpakkingen, maar voor alle verpakkingen, voor zover zij niet, zoals in casu, voor tijdelijk gebruik zijn ingeklaard .
5 Om dit geschil te kunnen beslechten, heeft het Finanzgericht de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende vragen voorgelegd :
"1 ) Moet het bepaalde in deel I, titel I, C, 2, laatste zin, van de bijlage bij artikel 1 van verordening ( EEG ) nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1968, L 172, blz . 1, 12 ) aldus worden uitgelegd, dat het begrip 'verpakkingen' ( uitwendige en inwendige verpakkingsmiddelen, omhulsels, opwindmiddelen en dergelijke voorzieningen, met uitsluiting van vervoermiddelen - met name containers -, dekkleden en het stuw - en hulpmateriaal ) mede omvat biervaten, bierflessen, en plastic bierkratten, wanneer deze aan de buitenlandse bierverkoper moeten worden geretourneerd?
2 ) Zo ja, moet het bepaalde in deel I, titel II, D, 1, sub a, van de bijlage bij artikel 1 van genoemde verordening ( verpakkingen 'worden aan hetzelfde invoerrecht onderworpen als het verpakte goed' ) dan aldus worden uitgelegd, dat de over de goederen betaalde invoerrechten tevens gelden voor de als zodanig aan het invoerrecht onderworpen verpakkingen, of moeten over de verpakkingen naar hun douanewaarde invoerrechten worden betaald tegen het voor de produkten geldende tarief?"
6 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, de relevante gemeenschapsbepalingen, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De eerste vraag
7 Ten aanzien van de eerste vraag zij opgemerkt, dat de Duitse tekst van de in geding zijnde bepaling afwijkt van de andere taalversies . Terwijl het als voorbeeld van een vervoermiddel in de Duitse tekst genoemde begrip "Behaelter" niet nader wordt verklaard, is in de andere taalversies het woord container gebruikt - dan wel tussen haakjes het Engelse woord "containers" toegevoegd - en in de Engelse tekst de term "transport containers"; hiermee wordt duidelijk gemaakt, dat het om speciaal voor goederenvervoer aangepaste vervoermiddelen gaat .
8 Deze vergelijking van de verschillende taalversies bevestigt dus, dat het begrip "verpakkingen" overeenkomstig het normale spraakgebruik betrekking heeft op verpakkingsmiddelen die zich niet enkel lenen voor het vervoer van de betrokken waren, maar ook voor opslag en verhandeling ervan . Dit is het geval bij biervaten, -flessen en -kratten . Dat het in casu niet gaat om verpakkingen voor eenmalig gebruik, maar om verpakkingsmiddelen die voor hergebruik aan de verkoper moeten worden teruggezonden, verandert niets aan hun karakter van verpakkingen in de zin van de litigieuze bepaling .
9 Mitsdien moet op de eerste vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat de bepaling van deel I, titel I, C, 2, laatste zin, van de bijlage bij verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief, aldus moet worden uitgelegd, dat het begrip "verpakkingen" biervaten, bierflessen en plastic kratten voor bierflessen omvat, ook wanneer deze voorwerpen aan de buitenlandse bierverkoper moeten worden geretourneerd .
De tweede vraag
10 Met betrekking tot de tweede vraag zij opgemerkt, dat de daarin tot uiting komende twijfel eveneens berust op de eigenheden van de Duitse versie van het gemeenschappelijk douanetarief . Terwijl in die versie de formulering van de bepaling van deel I, titel II, D, 1, sub a, van de bijlage bij verordening nr . 950/68 (" Umschliessungen ... werden durch den Zoll fuer die in ihnen verpackten Waren erfasst ") de door verzoekster voorgestelde uitlegging toelaat, is dit bij de andere taalversies niet het geval . Deze versies bepalen duidelijk, dat verpakkingsmiddelen aan hetzelfde invoerrecht worden onderworpen als het verpakte goed, en beogen dus enkel de toepassing van invoerrechten volgens hetzelfde percentage als voor het goed zelf geldt .
11 Het aan de nationale rechter voorgelegde probleem inzake het heffen van invoerrechten over verpakkingen die aan de buitenlandse verkoper moeten worden teruggezonden, kan dus niet enkel op basis van genoemde bepaling van het gemeenschappelijk douanetarief worden opgelost . Om die rechter een bruikbaar antwoord te kunnen geven, moet derhalve worden nagegaan, of dit probleem, dat - zoals de Commissie in haar bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen heeft uiteengezet - met name de douanewaarde van de ingevoerde goederen betreft, op grond van een andere bepaling van het gemeenschapsrecht kan worden opgelost .
12 Volgens artikel 3 van verordening nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen ( PB 1980, L 134, blz . 1 ), is de douanewaarde "de transactiewaarde, dat wil zeggen de ... werkelijk betaalde of te betalen prijs ". Indien de verpakkingen niet door de importeur worden gekocht, maar hem slechts door de verkoper ter beschikking worden gesteld op voorwaarde dat hij ze hem retourneert, en de door de importeur te betalen prijs niet de prijs van de verpakkingen omvat, dan behoort de waarde daarvan derhalve niet tot de douanewaarde, daar zij geen deel uitmaakt van de transactiewaarde .
13 Volgens artikel 8, lid 1, sub a, van verordening nr . 1224/80 moet echter de werkelijk betaalde of te betalen prijs worden verhoogd met de kosten van onder meer de verpakkingsmiddelen, voor zover deze ten laste van de koper komen, maar niet in de prijs van de goederen zijn begrepen .
14 In een geval als het onderhavige, waarin de kosten van de verpakking in de betaling van een geldelijke vergoeding voor verlorengegane verpakkingen tot uitdrukking komen, welke vergoeding na het verbruik van de ingevoerde goederen moet worden vastgesteld en afzonderlijk betaald, dient derhalve de douanewaarde van die goederen achteraf te worden gewijzigd en, overeenkomstig artikel 2 van verordening nr . 1697/79 van de Raad van 24 juli 1979 inzake navordering van de rechten bij invoer of bij uitvoer die niet van de belastingschuldigen zijn opgeëist voor goederen welke zijn aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide ( PB 1979, L 197, blz . 1 ), het resterende bedrag aan rechten te worden ingevorderd .
15 Mitsdien moet op de tweede vraag van de nationale rechter worden geantwoord, dat de bepaling van deel I, titel II, D, 1, sub a, van de bijlage bij verordening nr . 950/68 aldus moet worden uitgelegd, dat over de verpakkingen invoerrechten zijn verschuldigd volgens het tarief dat voor de verpakte goederen geldt; ingeval evenwel de verpakkingen niet in de voor de goederen te betalen prijs zijn begrepen, doch aan de verkoper moeten worden geretourneerd en de koper verplicht is hem een geldelijke vergoeding voor de niet-geretourneerde verpakkingen te betalen, dan behoort die vergoeding tot de kosten in de zin van artikel 8, lid 1, sub a, van verordening nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 De kosten door de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede kamer ),
uitspraak doende op de vragen, door het Finanzgericht Baden-Wuerttemberg bij beschikking van 17 november 1987 gesteld, verklaart voor recht :
1 ) De bepaling van deel I, titel I, C, 2, laatste zin, van de bijlage bij verordening nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat het begrip "verpakkingen" biervaten, bierflessen en plastic kratten voor bierflessen omvat, ook wanneer deze voorwerpen aan de buitenlandse bierverkoper moeten worden geretourneerd .
2 . De bepaling van deel I, titel II, D, 1, sub a, van de bijlage bij verordening nr . 950/68 moet aldus worden uitgelegd, dat over de verpakkingen invoerrechten zijn verschuldigd volgens het tarief dat voor de verpakte goederen geldt; ingeval evenwel de verpakkingen niet in de voor de goederen te betalen prijs zijn begrepen, doch aan de verkoper moeten worden geretourneerd en de koper verplicht is hem een geldelijke vergoeding voor de niet-geretourneerde verpakkingen te betalen, dan behoort die vergoeding tot de kosten in de zin van artikel 8, lid 1, sub a, van verordening nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen .
Full & Egal Universal Law Academy