Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Procedure - Kosten - Afdoening zonder beslissing
( Reglement voor de procesvoering, artikel 69, paragraaf 5 )
Partijen
In zaak 167/87,
Organización de Productores Asociados de Grandes Atuneros Congeladores de España ( Opagac ) en de daarbij aangesloten ondernemingen, gevestigd te Madrid, vertegenwoordigd door G . Ariño Ortiz, advocaat te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Elvinger en Hoss, advocaten aldaar, 15, Côte d' Eich,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs R . C . Fischer en F . J . Santaolalla als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening ( EEG ) nr . 712/87 van de Commissie van 12 maart 1987 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 maart tot en met 31 maart 1986,
in zaak 168/87,
Organización de Productores de Túnidos Congelados ( Optuc ), gevestigd te Bermeo, vertegenwoordigd door L . M . Angulo Errazquin, advocaat bij de balie van Vizcaya, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van E . Arendt, advocaat aldaar, 4, avenue Marie-Thérèse,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridische adviseurs R . C . Fischer en F . J . Santaolalla als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening ( EEG ) nr . 712/87 van de Commissie van 12 maart 1987 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 maart tot en met 31 maart 1986,
in zaak 28/88,
Organización de Productores Asociados de Grandes Atuneros Congeladores de España ( Opagac ) en de daarbij aangesloten ondernemingen, gevestigd te Madrid, vertegenwoordigd door G . Ariño Ortiz, advocaat te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Elvinger en Hoss, advocaten aldaar, 15, Côte d' Eich,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseurs R . C . Fischer en F . J . Santaolalla als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening ( EEG ) nr . 3307/87 van de Commissie van 3 november 1987 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 1986,
en in zaak 123/88,
Organización de Productores Asociados de Grandes Atuneros Congeladores de España ( Opagac ) en de daarbij aangesloten ondernemingen, gevestigd te Madrid, vertegenwoordigd door G . Ariño Ortiz, advocaat te Madrid, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Elvinger en Hoss, advocaten aldaar, 15, Côte d' Eich,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridische adviseurs R . C . Fischer en F . J . Santaolalla als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening ( EEG ) nr . 228/88 van de Commissie van 27 januari 1988 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 september tot en met 31 december 1986,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, T . Koopmans, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . Grévisse, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, G . F . Mancini, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, M . Díez de Velasco en M . Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : J.-G . Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij twee verzoekschriften neergelegd ter griffie van het Hof op 5 juni 1987, hebben de Organización de Productores de Túnidos Congelados ( hierna : Optuc ) en de Organización de Productores Asociados de Grandes Atuneros Congeladores ( hierna : Opagac ) en de acht hierbij aangesloten ondernemingen krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening nr . 712/87 van de Commissie van 12 maart 1987 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 maart tot en met 31 maart 1986 ( PB 1987, L 70, blz . 19 ). Vervolgens hebben Opagac en de acht daarbij aangesloten ondernemingen bij twee op respectievelijk 26 januari en 21 april 1988 ter griffie van het Hof neergelegde verzoekschriften krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening nr . 3307/87 van de Commissie van 3 november 1987 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 juni tot en met 31 augustus 1986 ( PB 1987, L 313, blz . 14 ) en van verordening ( EEG ) nr . 228/88 van de Commissie van 27 januari 1988 tot vaststelling van het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor aan de conservenindustrie geleverde tonijn voor de periode van 1 september tot en met 31 december 1986 ( PB 1988, L 23, blz . 11 ).
2 De beroepen in de zaken 167/87, 168/87, 28/88 en 123/88 hebben hetzelfde voorwerp en zijn dermate verknocht, dat zij in een en dezelfde beschikking kunnen worden behandeld .
3 Ingevolge artikel 7 van verordening ( EEG ) nr . 1196/76 van de Raad van 17 mei 1976 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de toekenning van een compenserende vergoeding aan de producenten van voor de conservenindustrie bestemde tonijn ( PB 1976, L 133, blz . 1 ), stelt de Commissie volgens de procedure van het Comité van beheer de uitvoeringsbepalingen van de verordening vast alsmede het maximumbedrag van de compenserende vergoeding . De uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld bij verordening nr . 2469/86 van de Commissie van 31 juli 1986 ( PB 1986, L 211, blz . 19 ). Op basis van die bepalingen heeft de Commissie bij verscheidene verordeningen, waaronder die waartegen verzoeksters thans opkomen, het maximumbedrag van de compenserende vergoeding vastgesteld .
4 In zijn arrest van 24 februari 1988 ( zaak 264/86, Frankrijk/Commissie, Jurispr . 1988, blz . 973 ) heeft het Hof artikel 2, lid 3, van verordening nr . 2469/86 nietigverklaard . Overwegende dat het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor het verkoopjaar 1986 bijgevolg opnieuw moest worden bepaald, heeft de Commissie op 11 augustus 1988 verordening nr . 2551/88 vastgesteld ( PB 1988, L 228, blz . 15 ). Bij artikel 1 van deze verordening is het maximumbedrag van de compenserende vergoeding voor vier achtereenvolgende kwartalen bepaald, terwijl bij artikel 2 de verordeningen ( EEG ) nrs . 712/87, 3307/87 en 228/88 zijn ingetrokken .
5 Op 17 oktober 1988 hebben verzoekers bij het Hof opmerkingen ingediend waarin zij het Hof ervan in kennis stellen, dat zij door de vaststelling van verordening ( EEG ) nr . 2551/88 genoegdoening hebben verkregen . Zij hebben het Hof verzocht, bij beschikking vast te stellen dat in de vier zaken niet behoeft te worden beslist . Bij brief van 24 oktober 1988 heeft de Commissie verklaard, geen bezwaar te hebben tegen een dergelijke beslissing .
6 In deze omstandigheden moet worden vastgesteld, dat in de zaken 167/87, 168/87, 22/88 en 123/88 niet behoeft te worden beslist .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
7 De Commissie heeft het Hof verzocht, verzoeksters in de kosten te verwijzen . Zij meent, dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn, in de eerste plaats omdat, volgens vaste rechtspraak van het Hof, een producentenorganisatie niet kan opkomen tegen een handeling die de algemene belangen van haar leden raakt, en in de tweede plaats omdat het gaat om een handeling van normatieve aard, die algemene strekking heeft . Deze niet-ontvankelijkheid zou inhouden, dat verzoeksters in de kosten moeten worden veroordeeld .
8 Daarentegen vorderen verzoeksters de veroordeling van de Commissie in de kosten . Huns inziens waren zij door de houding van de Commissie genoodzaakt de successieve beroepen in te stellen, die vervolgens door het gedrag van de wederpartij zonder voorwerp zijn geraakt . Met betrekking tot de ontvankelijkheid voeren verzoeksters met name aan, dat de bestreden verordeningen, die situaties uit het verleden regelen, in werkelijkheid beschikkingen zijn die een beperkt aantal ondernemingen raken, en dat de beroepen bijgevolg ontvankelijk zijn .
9 Met betrekking tot deze argumenten moet eraan worden herinnerd, dat volgens artikel 69, paragraaf 5, van het Reglement voor de procesvoering het Hof, wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt, vrijelijk over de kosten beslist .
10 In casu moet worden erkend, dat de beroepen zonder voorwerp zijn geraakt door het gedrag van de Commissie, aangezien deze in de door haar vastgestelde verordening ( EEG ) nr . 2551/88 rekening heeft gehouden met wat verzoeksters in hun verzoekschriften hadden gevorderd . Anderzijds moet echter ook worden geconstateerd, dat er ernstig kan worden getwijfeld aan de ontvankelijkheid van de vier beroepen . In deze omstandigheden dient elk der partijen haar eigen kosten te dragen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) Op de beroepen behoeft niet te worden beslist .
2 ) Elk der partijen zal de eigen kosten dragen .
Luxemburg, 18 januari 1989 .
Full & Egal Universal Law Academy