Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot schadevergoeding - Procedure - Afstand van instantie door partijen - Doorhaling
( EEG-Verdrag, artikel 178; Reglement voor de procesvoering, artikel 77 )
Partijen
In zaak C-241/87,
Maclaine Watson & Company Limited, gevestigd te Londen, vertegenwoordigd door J . Lever, QC, en K . P . E . Lasok, barrister, bijgestaan door T . W . B . Brentnall, solicitor van het kantoor Elborne Mitchell te Londen, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Faltz & Elvinger, advocaten aldaar, 6, rue Heine,
verzoekster,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseur B . Hoff-Nielsen als gemachtigde, bijgestaan door J . P . Carver, solicitor van het kantoor Clifford Chance te Londen, en P . J . Allot, barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J . Kaeser, directeur van de directie Juridische zaken van de Europese Investeringsbank, 100, boulevard Konrad-Adenauer, Kirchberg,
en
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur G . Campogrande als gemachtigde, bijgestaan door J . P . Carver, solicitor van het kantoor Clifford Chance te Londen, en P . J . Allot, barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerders,
ondersteund door
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door T . J . G . Pratt, Principal Assistant Treasury Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse Ambassade, 14, boulevard Roosevelt,
interveniënt,
betreffende een beroep tot vergoeding van de schade die is ontstaan door de handelingen en nalatigheden van de Europese Economische Gemeenschap in het kader van de ondertekening van de Zesde Internationale Tinovereenkomst en van haar deelneming aan de Internationale Tinraad,
geeft
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler en M . Zuleeg, kamerpresidenten, G . F . Mancini, R . Joliet, T . F . O' Higgins, J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, F . Grévisse en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon
griffier : J.-G . Giraud
de advocaat-generaal gehoord,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest
1 Bij een op 4 april 1990 ter griffie van het Hof neergelegde brief hebben Maclaine Watson & Company Limited, de Commissie en de Raad van de Europese Gemeenschappen het Hof medegedeeld, dat er een regeling was tot stand gekomen voor het geschil tussen Maclaine Watson & Company Limited en de Internationale Tinraad en dat Maclaine Watson & Company Limited afstand van instantie wenste te doen .
2 Partijen hebben het Hof eveneens laten weten, dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
3 Bij een op 23 april 1990 ter griffie van het Hof neergelegde brief heeft het Verenigd Koninkrijk, interveniënt, akte genomen van de afstand van instantie door partijen en ermee ingestemd de kosten van zijn interventie voor eigen rekening te nemen .
4 Overeenkomstig artikel 77 van het Reglement voor de procesvoering neemt het Hof akte van de afstand van instantie door partijen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE
beschikt :
1 ) Zaak C-241/87 wordt doorgehaald in het register van het Hof .
2 ) Elk der partijen zal de eigen kosten dragen .
Luxemburg, 10 mei 1990 .
Full & Egal Universal Law Academy