Conclusie van de advocaat generaal
++++
1 . In de conclusie werd eerst de ontvankelijkheid onderzocht van de beroepen in de zaken C-112/88 en C-20/89, ingesteld door de Kretenzische Vereniging voor Citrusvruchtenproducenten tegen de tot de Griekse regering gerichte beschikkingen 88/438/EEG ( 1 ) en 88/600/EEG ( 2 ). De advocaat-generaal stelde dat, wilde het beroep van de Vereniging ontvankelijk zijn, deze op het moment dat de bestreden beschikkingen werden genomen, moest behoren tot een naar aantal en persoon bepaalde of bepaalbare kring van rechtssubjecten, zodat de Commissie kon weten dat haar beschikking slechts de belangen en de rechtspositie van die personen betrof . ( 3 )
Deze voorwaarde bleek niet vervuld in het geval van de vereniging . Immers, de beschikkingen strekten ertoe, met ingang van 4 februari 1988 alle exportsteun af te schaffen in de sector gekonfijte vruchteschillen, ongeacht aan wie deze steun ten goede komt of later nog zou gekomen zijn als exporteur van gekonfijte vruchteschillen . Het gaat dus niet om een "gesloten" groep van rechtssubjecten, die op het moment van de beschikkingen eens en voor goed konden worden geïndividualiseerd, maar om een "open" groep van rechtssubjecten, gedefinieerd aan de hand van hun objectieve hoedanigheid van marktdeelnemer in een bepaalde sector . Het enkele feit dat zij allen gekonfijte vruchteschillen exporteren, kan niet volstaan als bewijs dat zij door de bewuste beschikkingen individueel worden geraakt . ( 4 )
De advocaat-generaal stelde voorts, dat de conclusie niet anders zou zijn indien de bestreden beschikking slechts één enkele onderneming raakte ( de vereniging beweert de enige Griekse exporteur van gekonfijte vruchteschillen te zijn ): het algemene karakter van een beschikking gaat immers niet teloor doordat het aantal - of zelfs de identiteit - van de rechtssubjecten op wie zij op een gegeven ogenblik van toepassing is, kan worden bepaald, zolang maar vaststaat dat die toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtstoestand, die in de beschikking in relatie tot haar doelstelling wordt omschreven . ( 5 )
2 . Met betrekking tot de vraag of aan de toepassingsvoorwaarden van beschikking 86/614/EEG was voldaan, overwoog de advocaat-generaal onder meer als volgt :
"Uit al het voorgaande moge blijken dat ik van oordeel ben, dat de Commissie de toepassingsvoorwaarden van artikel 3 van beschikking 86/614/EEG terecht vervuld heeft geacht, ermee rekening houdend dat voor de toepassing van de eerste twee voorwaarden een dreiging van grote veranderingen in de handelsstromen respectievelijk van ernstige schade volstaat . Voorzeker, het bewijsmateriaal waarop de Commissie zich baseert, is, ofschoon voldoende, eerder gering, dit mede als gevolg van het gebrek aan medewerking van de Griekse regering . Ik dien bovendien vast te stellen, dat het door de Helleense Republiek aangevoerde tegenbewijs weinig concreet is en de aannemelijkheid van de conclusie van de Commissie niet kan ontkrachten .
Bovendien moet er rekening mee worden gehouden, dat de juridische basis van de bestreden beschikking is gelegen in beschikking 86/614/EEG en indirect in lid 3 van artikel 108 van het Verdrag . Deze verdragsbepaling kent aan de Commissie een niet geringe beoordelingsvrijheid toe, ten aanzien zowel van het principe als van de voorwaarden en de wijze van toepassing van in casu toegelaten steunmaatregelen, die op zich gezien onverenigbaar zijn met de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag en dus zeer uitzonderlijk moeten blijven . De noodzaak van een dergelijke beoordelingsvrijheid is des te groter wanneer het erom gaat, op basis van artikel 3 van beschikking 86/614/EEG de onderscheiden sectoren van een nationale economie te beoordelen . De Commissie staat dan voor de moeilijkheid om met betrekking tot elk van deze sectoren afzonderlijk nauwkeurige gegevens te verzamelen ( 6 ), en voor de wenselijkheid om in bepaalde gevallen snel op te treden .
Mede op grond van deze overweging meen ik, dat de Commissie terecht heeft kunnen oordelen dat aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 3 was voldaan ."
3 . Met betrekking tot de vraag of de Commissie de procedurele rechten van verzoeksters had geschonden, stelde de advocaat-generaal :
"Het in artikel 3 van beschikking 86/614/EEG vervatte vereiste van 'overleg met de betrokkenen' is een toepassing van het meer algemene beginsel van de hoorplicht, krachtens hetwelk de Commissie verplicht is om de betrokken Lid-Staat in te lichten over een ontvangen klacht en over de in die klacht aangehaalde feitelijke omstandigheden die aanleiding zouden kunnen zijn om een voor een Lid-Staat nadelige maatregel te treffen . Krachtens hetzelfde beginsel dient de Commissie aan de 'betrokkenen' de gelegenheid te bieden hun standpunt kenbaar te maken met betrekking tot de juistheid en de relevantie van de gestelde feiten en omstandigheden, alsook met betrekking tot de stukken waarop de Commissie haar beslissing heeft gebaseerd ( 7 ) of wil baseren . ( 8 ) Daarbij gaat het echter niet om de beslechting van een geschil tussen de staat die vrijwaringsmaatregelen treft, en de onderneming die zich over de gevolgen van deze maatregelen beklaagt; met andere woorden, de Commissie hoeft de verschillende standpunten niet tegen elkaar af te wegen, maar moet de bij gelegenheid van het overleg met de betrokkenen verzamelde informatie gebruiken om haar beslissing omtrent het al dan niet voorhanden zijn van de toepassingsvoorwaarden van genoemd artikel 3 met kennis van zaken te nemen ."
4 . De advocaat-generaal concludeerde als volgt :
1 ) het beroep in zaak C-111/88 ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten van het geding, daaronder begrepen de kosten van de procedure in kort geding;
2 ) het beroep in zaak C-112/88 niet-ontvankelijk ( subsidiair : ongegrond ) te verklaren en verzoekster te verwijzen in de kosten van het geding, daaronder begrepen de kosten van de procedure in kort geding;
3 ) het beroep in zaak C-20/89 niet-ontvankelijk ( subsidiair : ongegrond ) te verklaren en verzoekster te verwijzen in de kosten van het geding .
(*) Oorspronkelijke taal : Nederlands .
( 1 ) PB 1988, L 218, blz . 19 .
( 2 ) PB 1988, L 325, blz . 58 .
( 3 ) Zie de arresten van 1 juli 1965, gevoegde zaken 106-107/63, Toepfer, Jurispr . 1965, blz . 507, en 18 november 1975, zaak 100/74, CAM, Jurispr . 1975, blz . 1393 .
( 4 ) Zie arrest van 17 januari 1985, zaak 11/82, Piraiki-Patraiki, Jurispr . 1985, blz . 227, r.o . 14 .
( 5 ) Zie de arresten van 14 juli 1983, zaak 231/82, Spijker, Jurispr . 1983, blz . 2559, r.o . 10, en 6 oktober 1982, zaak 307/81, Alusuisse, Jurispr . 1982, blz . 3463 .
( 6 ) Zo blijkt uit de beschikking van de president in kort geding in zaak 111/88 R van 6 mei 1988, dat de export van citrusvruchten slechts 0,0245% van de totale waarde van de Griekse uitvoer bedraagt ( zie r.o . 17 en 18 van de beschikking ).
( 7 ) Zie arrest van 10 juli 1986, zaak 234/84, België/Commissie, Jurispr . 1986, blz . 2263, r.o . 27 .
( 8 ) Zie arrest van 11 november 1987, zaak 259/85, Frankrijk/Commissie, Jurispr . 1987, blz . 4393, r.o . 12 .
Full & Egal Universal Law Academy