Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen - Bijzondere bevoegdheden - Gerecht van plaats van uitvoering van verbintenis uit overeenkomst - Arbeidsovereenkomst - In aanmerking te nemen
verbintenis - Verbintenis om overeengekomen taken te verrichten - Uitvoering buiten verdragsluitende staten - Niet-toepasselijkheid van artikel 5, sub 1, Executieverdrag - Toepassing van artikel 2 Executieverdrag
( Executieverdrag, artikelen 2 en 5, sub 1 )
Samenvatting
Artikel 5, sub 1, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd, dat de bij arbeidsovereenkomsten in aanmerking te nemen verbintenis die verbintenis is waardoor dergelijke overeenkomsten worden gekarakteriseerd, in het bijzonder de verbintenis om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten . Wanneer de verbintenis van de werknemer om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, buiten het grondgebied van de verdragsluitende staten is en moest worden uitgevoerd, kan artikel 5, sub 1, Executieverdrag geen toepassing vinden; de bevoegdheid van de rechter wordt in dat geval overeenkomstig artikel 2 Executieverdrag bepaald door de woonplaats van de verweerder .
Partijen
In zaak 32/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens het Protocol van 3 juni 1971 betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, van de Cour de cassation te Parijs, in het aldaar aanhangig geding tussen
Six Constructions Ltd, te Brussel ( België ),
en
P . Humbert, te Labrède ( Gironde, Frankrijk ),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 5, sub 1, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken ( PB 1972, L 299, blz . 32 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
samengesteld als volgt : T . Koopmans, kamerpresident, T . F . O' Higgins, G . F . Mancini, F . A . Schockweiler en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro
griffier : J.-G . Giraud
gelet op de opmerkingen, ingediend door :
- P . Humbert, verweerder in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door H . Masse-Dessen en B . Georges, advocaten bij de Conseil d' État en de Cour de cassation te Parijs,
- de regering van de Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door Ch . Boehmer als gemachtigde,
- de regering van de Franse Republiek, vertegenwoordigd door R . de Gouttes en C . Chavance als gemachtigden,
- de regering van de Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . F . Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door O . Fiumara, avvocato dello stato,
- de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door S . J . Hay als gemachtigde, bijgestaan door C . L . Carpenter,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . Kremlis als gemachtigde, bijgestaan door G . Cherubini,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 19 oktober 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 december 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij arrest van 14 januari 1988, ingekomen ten Hove op 28 januari daaraanvolgend, heeft de Franse Cour de cassation krachtens het Protocol van 3 juni 1971 betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken ( hierna : het Executieverdrag ) twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 5, sub 1, Executieverdrag .
2 Die vragen zijn gerezen in een geschil tussen P . Humbert, woonachtig te Labrède ( Frankrijk ), en de vennootschap Six Constructions Ltd, gevestigd te Brussel, wegens de beëindiging van een arbeidsovereenkomst, naar aanleiding waarvan verscheidene bedragen worden gevorderd ( compensatie voor het niet inachtnemen van de opzegtermijn, schadevergoeding, gratificaties voor het jaar 1979 en verschillende schadeloosstellingen en nabetalingen ).
3 Blijkens het dossier is Six Constructions Ltd een naar het recht van Sharjah, een der Arabische Emiraten, opgerichte vennootschap die een vestiging in Brussel heeft . In de procedure in het hoofdgeding heeft zij het doen voorkomen alsof zij in Brussel was gevestigd, en de Franse gerechten hebben dat, waar het niet tijdig is weersproken, aanvaard .
4 Voor de conseil de prud' hommes te Bordeaux, waarvoor de vordering was ingesteld, en de cour d' appel rezen twee bevoegdheidsproblemen . In de eerste plaats deed Six Constructions Ltd een beroep op een clausule in de arbeidsovereenkomst, volgens welke ten aanzien van geschillen over de uitvoering van de arbeidsovereenkomst de gerechten te Brussel bevoegd waren . Het geschrift waarin de clausules van de overeenkomst waren opgenomen, is door Humbert echter nooit ondertekend . In de tweede plaats betwistte de vennootschap de bevoegdheid van de Franse gerechten op grond dat de arbeidsovereenkomst niet in Frankrijk, maar in verschillende landen buiten het grondgebied van de Gemeenschap was uitgevoerd . Humbert was immers vanaf het moment van zijn aanstelling als "deputy project manager" in maart 1979 tot aan zijn ontslag in december 1979 achtereenvolgens naar Libië, Zaïre en het Arabische Emiraat Aboe Dhabi uitgezonden .
5 De Cour de cassation heeft beide middelen onderzocht . Ten aanzien van het eerste besliste zij, dat de forumkeuzeclausule niet voldeed aan de geldigheidsvereisten van artikel 17 Executieverdrag . Aangaande het tweede middel herinnerde zij eraan, dat volgens artikel 5, sub 1, Executieverdrag een verweerder ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats, waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd, en dat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie de bij arbeidsovereenkomsten in aanmerking te nemen verbintenis die is welke de overeenkomst karakteriseert, in het bijzonder de verbintenis om de overeengekomen arbeid te verrichten . De Cour de cassation was echter van oordeel, dat de vraag welke verbintenis in aanmerking moet worden genomen, wanneer de arbeid buiten het grondgebied van de Gemeenschap is verricht, een uitleggingsprobleem opwierp .
6 Mitsdien heeft de Cour de cassation de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de navolgende prejudiciële vragen gesteld :
"1 ) Welke verbintenis moet voor de toepassing van artikel 5, sub 1, van het Executieverdrag van 27 september 1968 in aanmerking worden genomen, wanneer de rechter kennis dient te nemen van vorderingen, gebaseerd op verbintenissen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen een in Frankrijk woonachtige werknemer en een in België gevestigde vennootschap die deze werknemer naar verschillende landen buiten de Gemeenschap heeft uitgezonden?
2 ) Moet het ervoor worden gehouden, dat de karakteristieke verbintenis wordt uitgevoerd in de vestiging die de werknemer heeft aangeworven, of moet de bevoegde rechter worden aangewezen overeenkomstig artikel 2 van het Executieverdrag?"
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
8 Vooraf zij opgemerkt, dat de vordering in het hoofdgeding is ingesteld vóór 1 november 1986, datum van inwerkingtreding van de na de toetreding van nieuwe Lid-Staten gewijzigde versie van het Executieverdrag . In casu gaat het dus om uitlegging van de oude Verdragstekst van 1971 .
De eerste vraag
9 De eerste vraag ziet op het geval waarin de rechter - zoals in het hoofdgeding - kennis dient te nemen van vorderingen, gebaseerd op verschillende verbintenissen die voortvloeien uit één arbeidsovereenkomst . Voor de toepassing van artikel 5, sub 1, Executieverdrag moet namelijk worden vastgesteld, wat in een dergelijk geval de plaats is waar "de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd ".
10 Gelijk de verwijzende rechter terecht stelt, is volgens de rechtspraak van het Hof de verbintenis die voor de toepassing van artikel 5, sub 1, Executieverdrag op arbeidsovereenkomsten in aanmerking moet worden genomen, de verbintenis die dergelijke overeenkomsten karakteriseert, in het bijzonder de verbintenis om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten ( arresten van 26 mei 1982, zaak 131/81, Ivenel, Jurispr . 1982, blz . 1891, en van 15 januari 1987, zaak 266/85, Shenavai, Jurispr . 1987, blz . 239 ). Daarbij is het Hof ervan uitgegaan dat arbeidsovereenkomsten, en meer in het algemeen overeenkomsten betreffende arbeid in dienstverband, in vergelijking met andere overeenkomsten bijzondere kenmerken vertonen, in dier voege dat zij een duurzame band creëren waardoor de werknemer een bepaalde plaats in het bedrijf van de onderneming of van de werkgever krijgt, en zij zijn te lokaliseren op de plaats waar de werkzaamheden worden verricht, welke plaats bepalend is voor de toepassing van regels van dwingend recht en van collectieve arbeidsovereenkomsten .
11 Ervan uitgaande dat de werknemer in casu zijn werkzaamheden niet in Brussel heeft verricht - waar hij blijkens het dossier wel regelmatig terugkwam voor rapportage -, doch uitsluitend in de Afrikaanse en Arabische landen waarheen hij was uitgezonden om zich ter plaatse met bepaalde bouwwerkzaamheden bezig te houden, vraagt de nationale rechter zich af, hoe het criterium van de plaats van arbeidsverrichting moet worden toegepast om de bevoegde rechter aan te wijzen .
12 De Duitse, de Britse en de Franse regering zijn van mening, dat wanneer de werknemer niet gewoonlijk zijn arbeid in een zelfde land verricht, de rechter van de plaats waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen, krachtens artikel 5, sub 1, Executieverdrag bevoegd moet worden geacht om kennis te nemen van de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende geschillen . Die uitlegging zou stroken met de oplossing die voor een dergelijke situatie wordt voorzien in het Verdrag van Rome inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst ( PB 1980, L 266, blz . 1 ), alsmede met de bewoordingen van het voorontwerp van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, dat zou worden gesloten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en de bij de Europese Vrijhandelsassociatie aangesloten landen ( het zogenoemde "Parallelverdrag "). Nadat de opmerkingen in de onderhavige zaak waren ingediend, werd dat Verdrag op 16 september 1988 te Lugano gesloten ( PB 1988, L 319, blz . 9 ). In artikel 5, sub 1, van het Parallelverdrag is bepaald, dat de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd, ten aanzien van verbintenissen uit arbeidsovereenkomsten de plaats is, "waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht en, wanneer de werknemer niet in een zelfde land gewoonlijk zijn arbeid verricht, die plaats waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen ".
13 Die opvatting wordt bestreden door de Italiaanse regering en de Commissie . Volgens de Commissie zou de door de drie regeringen voorgestane uitlegging in tweeërlei opzicht niet erg aannemelijk zijn : in de eerste plaats zou daarbij aanzienlijk worden afgeweken van de bewoordingen van artikel 5, sub 1, Executieverdrag, en bovendien zou geen rekening worden gehouden met de noodzaak om de sociaal zwakste partij bij de overeenkomst - de werknemer - een passende bescherming te waarborgen . Het criterium van de plaats waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen, zou leiden tot bevoegdverklaring van de rechter van de plaats waar de werkgever is gevestigd, ook wanneer deze eiser is; daardoor zou een forum actoris ontstaan, terwijl het Executieverdrag juist stoelt op de in de artikelen 2 en 3 duidelijk tot uiting gebrachte gedachte, dat de gevallen waarin de verweerder kan worden opgeroepen voor de rechter van de woonplaats van de verzoeker, moeten worden beperkt .
14 Deze argumenten van de Commissie moeten worden aanvaard . Gelijk het Hof heeft verklaard in zijn vorengenoemde arresten van 26 maart 1982 en van 15 januari 1987, is, gelet op de bijzondere kenmerken van arbeidsovereenkomsten, het gerecht van de de plaats waar de verbintenis tot het verrichten van de arbeid moet worden uitgevoerd, het meest geschikt om de geschillen te beslechten waartoe een of meer van de uit die overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen aanleiding kunnen geven . Die bijzondere kenmerken wettigen niet de uitlegging dat ingevolge artikel 5, sub 1, Executieverdrag de plaats waar zich de vestiging bevindt die de werknemer heeft aangeworven, in aanmerking mag worden genomen, wanneer het moeilijk of onmogelijk is om vast te stellen, in welke staat de arbeid is verricht .
15 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat artikel 5, sub 1, Executieverdrag aldus moet worden uitgelegd, dat de bij arbeidsovereenkomsten in aanmerking te nemen verbintenis die verbintenis is waardoor dergelijke overeenkomsten worden gekarakteriseerd, in het bijzonder de verbintenis om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten .
De tweede vraag
16 Bij de tweede vraag gaat het erom, hoe het criterium van de karakteristieke verbintenis bij arbeidsovereenkomsten moet worden toegepast, wanneer de werknemer al zijn werkzaamheden buiten het grondgebied van de Gemeenschap verricht . De verwijzende rechter vraagt met name, of in een dergelijk geval de rechterlijke bevoegdheid wordt bepaald door de plaats van de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen, of dat de bevoegde rechter moet worden aangewezen overeenkomstig artikel 2 Executieverdrag .
17 De eventuele keuze voor het criterium van de plaats van de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen, is reeds bij de beantwoording van de eerste vraag behandeld .
18 Gelijk het Hof in zijn arrest van 27 september 1988 ( zaak 189/87, Kalfelis, Jurispr . 1988, blz . 0000 ) nog eens heeft opgemerkt, vormen de in de artikelen 5 en 6 Executieverdrag genoemde "bijzondere bevoegdheden" een uitzondering op het in de "algemene bepalingen" van de artikelen 2 en 3 neergelegde beginsel van de bevoegdheid van de gerechten van de staat waar de verweerder zijn woonplaats heeft, en moeten zij derhalve restrictief worden uitgelegd .
19 Wanneer de rechter dus vaststelt, dat de bij hem ingestelde vorderingen gebaseerd zijn op verbintenissen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, en dat de verbintenis van de werknemer om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten is en moet worden uitgevoerd buiten het grondgebied van de Verdragsluitende staten, moet hij wel concluderen, dat de in artikel 5, sub 1, Executieverdrag bedoelde plaats niet tot een bevoegdheid binnen dit grondgebied kan leiden, en dat die bepaling derhalve geen toepassing kan vinden .
20 Weliswaar zijn er nadelen verbonden aan het feit dat een in het Executieverdrag voor verbintenissen uit overeenkomst voorzien alternatief forum niet in aanmerking kan komen vanwege de wijze waarop de partijen bij de overeenkomst de uitvoering van die overeenkomst hebben geregeld, maar dat neemt niet weg dat de verzoeker zijn vordering overeenkomstig het duidelijke en betrouwbare criterium van artikel 2 Executieverdrag altijd kan instellen bij de rechter van de woonplaats van de verweerder .
21 Die uitlegging sluit overigens ook aan bij de wijze waarop de verschillende Verdragsstaten de rechterlijke bevoegdheid ten aanzien van geschillen uit arbeidsovereenkomst hebben geregeld . Een rechtsvergelijkend onderzoek van de desbetreffende wettelijke regelingen leert namelijk, dat de woonplaats van de verweerder of de plaats van arbeidsverrichting de meest voorkomende aanknopingspunten zijn : in de meeste gevallen kan de aanlegger van het geding kiezen tussen die twee fora .
22 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat wanneer in het kader van een arbeidsovereenkomst de verbintenis van de werknemer om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, buiten het grondgebied van de Verdragsluitende staten is en moet worden uitgevoerd, artikel 5, sub 1, Executieverdrag geen toepassing kan vinden, en dat de bevoegdheid van de rechter in dat geval overeenkomstig artikel 2 Executieverdrag wordt bepaald door de woonplaats van de verweerder .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
23 De kosten door de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek en het Verenigd Koninkrijk, en door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde kamer ),
uitspraak doende op de door de Cour de cassation bij arrest van 14 januari 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) Artikel 5, sub 1, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, moet aldus worden uitgelegd, dat de bij arbeidsovereenkomsten in aanmerking te nemen verbintenis die verbintenis is waardoor dergelijke overeenkomsten worden gekarakteriseerd, in het bijzonder de verbintenis om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten .
2 ) Wanneer in het kader van een arbeidsovereenkomst de verbintenis van de werknemer om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, buiten het grondgebied van de Verdragsluitende staten is en moet worden uitgevoerd, kan artikel 5, sub 1, Executieverdrag geen toepassing vinden; de bevoegdheid van de rechter wordt in dat geval overeenkomstig artikel 2 Executieverdrag bepaald door de woonplaats van de verweerder .
Full & Egal Universal Law Academy