Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Steunmaatregelen van de staten - Toetsing van steunregeling aan andere communautaire bepalingen dan artikel 92 EEG-Verdrag - Schending van regels van gemeenschappelijke ordening van landbouwmarkten - Procedure van artikel 169 - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikelen 92, 93, lid 2, en 169 )
2 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Prijsvorming - Nationale maatregelen - Onverenigbaarheid met gemeenschapsregeling
3 . Steunmaatregelen van de staten - Voorgenomen steunmaatregelen - Kennisgeving aan Commissie - Verplichting - Niet-nakoming - Procedure van artikel 169 - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikelen 93, lid 3, en 169 )
4 . Lid-Staten - Verplichtingen - Medewerking aan onderzoek naar niet-nakoming
( EEG-Verdrag, artikelen 5 en 169 )
Samenvatting
1 . Het EEG-Verdrag kent in artikel 93, lid 2, weliswaar een procedure die is aangepast aan de bijzondere problemen die steunmaatregelen van de staten voor de mededinging in de gemeenschappelijke markt opleveren, doch het bestaan van die procedure staat geenszins eraan in de weg, dat de verenigbaarheid van een steunregeling met andere regels van gemeenschapsrecht dan die van artikel 92, met name met de regels van een gemeenschappelijke marktordening, wordt getoetst volgens de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 EEG-Verdrag .
2 . De gemeenschappelijke marktordeningen zijn gebaseerd op het beginsel van een open markt, waartoe elke producent vrije toegang heeft onder voorwaarden van echte mededinging en waarvan de werking uitsluitend door de in die ordeningen voorziene instrumenten wordt geregeld . In het bijzonder kunnen de Lid-Staten op de onder een gemeenschappelijke marktordening vallende gebieden, en vooral wanneer die ordening, zoals in casu, op een gemeenschappelijke prijsregeling berust, niet meer met eenzijdig vastgestelde nationale maatregelen ingrijpen in het prijsvormingsmechanisme, zoals dit uit de gemeenschappelijke ordening voortvloeit .
3 . De Commissie kan de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag volgen wanneer zij door het Hof wil laten vaststellen, dat een Lid-Staat artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag heeft geschonden, op grond waarvan de Lid-Staten verplicht zijn de Commissie op de hoogte te brengen van hun voornemens tot invoering of wijziging van steunmaatregelen in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag .
4 . Door niet met de Commissie samen te werken wanneer deze een onderzoek instelt naar een eventuele niet-nakoming die kan leiden tot een beroep krachtens artikel 169 EEG-Verdrag, komt een Lid-Staat de krachtens artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet na . Deze weigering is des te erger, wanneer zij, nadat een beroep wegens niet-nakoming is ingesteld, tot voor het Hof wordt volgehouden .
Partijen
In zaak C-35/88,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X . A . Yataganas en Th . Christoforou, leden van haar juridische dienst, en door M . Vilaras, medewerker van de Raad van State van de Helleense Republiek, gedetacheerd bij de juridische dienst van de Commissie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van de juridische dienst van de Commissie, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door Y . Kranidiotis, bijzonder secretaris bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, bijgestaan door K . Stavropoulos, bijzonder juridisch medewerker van de dienst communautaire geschillen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, I . Laios, juridisch adviseur van het Ministerie van Landbouw, en M . Tsotsanis, hoofd van de dienst juridische zaken van het Ministerie van Landbouw, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Griekse ambassade, 117, Val Sainte-Croix,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Helleense Republiek, door te interveniëren in de markt voor voedergranen, in het bijzonder door aan het Centraal bureau voor het beheer van nationale produkten ( KYDEP ) instructies te geven voor de aan - en verkoop van voedergranen tegen door de Griekse regering vastgestelde prijzen en voorwaarden, door het verlies op die transacties met staatsmiddelen te dekken en door de gunstige financiering van de activiteiten van KYDEP op de markt voor voedergranen door de Griekse Landbouwbank te bevorderen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( PB 1975, L 281, blz . 1 ), zoals gewijzigd, de uitvoeringsverordeningen daarvan en de artikelen 5 en 93 EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, C . N . Kakouris en M . Zuleeg, kamerpresidenten; J . C . Moitinho de Almeida, G . C . Rodríguez Iglesias, F . Grévisse en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 3 april 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 23 mei 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 2 februari 1988, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek, door te interveniëren in de markt voor voedergranen, in het bijzonder door aan het Centraal bureau voor het beheer van nationale produkten ( KYDEP ) instructies te geven voor de aan - en verkoop van voedergranen tegen door de Griekse regering vastgestelde prijzen en voorwaarden, door het verlies op die transacties met staatsmiddelen te dekken en door de gunstige financiering van de activiteiten van KYDEP op de markt voor voedergranen door de Griekse Landbouwbank te bevorderen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( PB 1975, L 281, blz . 1 ), zoals gewijzigd, de uitvoeringsverordeningen daarvan en de artikelen 5 en 93 EEG-Verdrag .
2 Volgens de Commissie werden de voorwaarden voor de afzet van voedergranen op de Griekse markt bepaald door de staat, met name door tussenkomst van een comité dat was ingesteld bij gemeenschappelijk besluit nr . A6-2028 van 17 maart 1981 ( Efimeris tis Kyverniseos tis Ellinikis Dimokratias van 31 maart 1981, blz . 1826 ) van de ministers van Landbouw en van Handel en bestond uit vertegenwoordigers van die ministeries en van KYDEP . Laatstbedoelde, een centrale cooeperatieve organisatie van verenigingen van cooeperaties, trad volgens de Commissie op als uitvoerend orgaan van de besluiten van dat comité . Daarbij werd het tekort dat uit de operaties van KYDEP op de markt voor voedergranen ontstond als gevolg van de verkoop met verlies van die granen, gedekt met uit de staatskas afkomstige middelen . Bovendien genoot KYDEP voor die operaties gunstige financieringsvoorwaarden van de Griekse Landbouwbank .
3 Van mening, dat de Helleense Republiek door die interventies inbreuk had gemaakt op haar verplichtingen krachtens de gemeenschappelijke marktordening in de sector granen, ingesteld bij verordening nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975, en daarenboven op die krachtens de artikelen 5 en 93 van het EEG-Verdrag, heeft de Commissie tegen die Lid-Staat een niet-nakomingsprocedure ingeleid .
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
Het voorwerp van het geding
5 De Commissie verzoekt het Hof om drie verschillende inbreuken vast te stellen, te weten inbreuk op de bepalingen van verordening nr . 2727/75, meer in het bijzonder de artikelen 3, 5, 6, 7, 8, 12 en volgende en 24 doordat de staat in de markt voor voedergranen heeft geïntervenieerd, inbreuk op de bepalingen van artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag doordat de aan KYDEP verleende overheidssteun niet tevoren bij de Commissie is aangemeld, en ten slotte inbreuk op artikel 5 EEG-Verdrag . Wat deze laatste inbreuk betreft, stelt de Commissie onder verwijzing naar artikel 5, eerste alinea, dat de Griekse autoriteiten geen medewerking hebben verleend aan het door haar verrichte onderzoek op de markt voor voedergranen in Griekenland en, onder verwijzing naar de tweede alinea van dat artikel, dat de gestelde overheidsinterventie een geheel van maatregelen omvat die de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag in gevaar kunnen brengen .
6 Er zij op gewezen, dat het onderhavige niet-nakomingsberoep, zoals de vertegenwoordiger van de Commissie tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk heeft verklaard, betrekking heeft op de periode van 1 januari 1981 tot 26 maart 1984, op welk tijdstip de Helleense Republiek voor het eerst in gebreke werd gesteld .
7 De grief van schending van verordening nr . 2727/75 moet derhalve worden onderzocht aan de hand van de destijds geldende bepalingen van die verordening, zoals deze luidden na de wijzigingen bij verordeningen van de Raad ( EEG ) nrs . 1143/76 van 17 mei 1976 ( PB 1976, L 130, blz . 1 ), 1151/77 van 17 mei 1977 ( PB 1977, L 136, blz . 1 ), 1254/78 van 12 juni 1978 ( PB 1978, L 156, blz . 1 ), 1870/80 van 15 juli 1980 ( PB 1980, L 184, blz . 1 ), 3808/81 van 21 december 1981 ( PB 1981, L 382, blz . 37 ) en 1451/82 van 18 mei 1982 ( PB 1982, L 164, blz . 1 ).
De schending van verordening ( EEG ) nr . 2727/75
De ontvankelijkheid
8 De Helleense Republiek stelt, dat het beroep van de Commissie niet-ontvankelijk is voor zover het strekt tot vaststelling door het Hof van een niet-nakoming van verordening nr . 2727/75 .
9 Volgens verweerster draait namelijk de thans in geding zijnde overheidsinterventie, indien deze al zou worden aangetoond, om de dekking door de staatsbegroting van het tekort van KYDEP, dat ontstond doordat deze instelling voedergranen met verlies verkocht . Die steun vormt een steunmaatregel van de staat in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag, zodat alleen de procedure van artikel 93, lid 2, EEG-Verdrag van toepassing is en niet die van artikel 169 EEG-Verdrag .
10 Luidens artikel 42 EEG-Verdrag zijn de bepalingen van het hoofdstuk betreffende de mededinging, dat wil zeggen de artikelen 85 tot en met 94, op de voortbrenging van en de handel in landbouwprodukten slechts in zoverre van toepassing, als door de Raad binnen het raam van de vastgestelde regelingen voor de organisatie van de landbouwmarkten wordt bepaald . Op basis van dat artikel bepaalt artikel 22 van verordening nr . 2727/75, dat de artikelen 92 tot en met 94 EEG-Verdrag van toepassing zijn op de produktie van en de handel in granen "behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening ".
11 De toepasselijke procedure voor de vaststelling van een schending van de regels van een gemeenschappelijke marktordening is evenwel volgens vaste rechtspraak van het Hof de niet-nakomingsprocedure van artikel 169 EEG-Verdrag . Volgens die rechtspraak kent het EEG-Verdrag in artikel 93, lid 2, weliswaar een procedure die specifiek is aangepast aan de bijzondere problemen die de steunmaatregelen van de staten voor de mededinging in de gemeenschappelijke markt opleveren, doch staat het bestaan van die procedure geenszins eraan in de weg, dat de verenigbaarheid van een steunregeling met andere regels van gemeenschapsrecht dan die van artikel 92 wordt beoordeeld volgens de procedure van artikel 169 ( zie de arresten van 24 april 1980, zaak 72/79, Commissie/Italië, Jurispr . 1980, blz . 1411, en van 30 januari 1985, zaak 290/83, Commissie/Frankrijk, Jurispr . 1985, blz . 439 ).
12 Derhalve belet het feit dat, zoals de Helleense Republiek betoogt, de omstreden overheidsinterventie, zo deze zou worden aangetoond, een steunmaatregel vormt, de Commissie niet om de verenigbaarheid van die interventie met de regels van de gemeenschappelijke marktordening voor granen te betwisten volgens de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag .
13 De door verweerster opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid moet derhalve worden verworpen .
Ten gronde
14 KYDEP heeft tot de datum van de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen voor rekening van de staat voedergranen aangekocht, opgeslagen en gedistribueerd .
15 Bij de toetreding heeft de staat bij voormeld besluit nr . A6-2028 van de ministers van Landbouw en van Handel van 17 maart 1981 de hem toebehorende voedergranen aan KYDEP verkocht volgens een op 31 december 1980 opgemaakte inventaris .
16 Het bij datzelfde besluit ingestelde comité had tot taak, het beheer en de afzet door KYDEP van de verkochte granen te controleren .
17 De Helleense Republiek betoogt, dat de interventie van de staat in de markt voor voedergranen door tussenkomst van dat comité en van KYDEP uitsluitend betrekking had op de hoeveelheden granen waarop het besluit van 17 maart 1981 van toepassing was .
18 De Commissie stelt daarentegen, dat de interventie van de Griekse autoriteiten, na de toetreding van Griekenland, de gehele markt voor voedergranen betrof .
19 Achtereenvolgens moet worden nagegaan, of er sprake is geweest van een interventie van de Griekse autoriteiten onder de door de Commissie gestelde omstandigheden en, indien die interventie wordt aangetoond, of deze verenigbaar is met de bepalingen van verordening nr . 2727/75 .
20 Tot staving van haar betoog heeft de Commissie verschillende stukken overgelegd, waaronder een rapport van 4 november 1985 van de juridische dienst van KYDEP en het verslag van de 36e algemene vergadering van deze instelling op 12 en 13 december 1986, dat uitlatingen van directieleden van KYDEP bevat blijkens welke deze organisatie daadwerkelijk belast was met de uitvoering van de door de nationale autoriteiten genomen besluiten betreffende de markt voor voedergranen .
21 De in deze stukken vervatte informatie wordt bevestigd en gepreciseerd door de besluiten van Griekse ministers of van onder hun gezag geplaatste comités, die de Griekse regering op het uitdrukkelijk verzoek van het Hof heeft overgelegd .
22 Uit deze besluiten blijkt in de eerste plaats, dat de Griekse autoriteiten de verkoopprijzen en de door KYDEP aan de fokkers en de fabrikanten van samengestelde mengvoeders verkochte hoeveelheden voedergranen vaststelden . In dat verband kan met name besluit nr . 1761 van het "financieel comité" van 24 september 1981 worden vermeld, waarbij in paragraaf 1 werd "vastgesteld een eenheidsprijs van 10 DR per kilo voor de verkoop van voedergranen ( mais, gerst, enz .) door KYDEP aan de fokkers van vee en pluimvee en de diervoederindustrie ...", alsmede het besluit van de minister van Landbouw van 29 juli 1982, waarin per diersoort zeer nauwkeurig de hoeveelheden voedergranen waren bepaald die KYDEP aan de fokkers mocht verkopen .
23 In de tweede plaats dekte de staat het tekort dat KYDEP had als gevolg van de voorgeschreven vaste praktijk van verkoop met verlies . Paragraaf 3 van voormeld besluit nr . 1761 van het "financieel comité" is op dat punt bijzonder expliciet, daar het goedkeuring verleent aan "dekking van het verschil tussen de kosten van aankoop, opslag en vervoer door KYDEP en de verkoopprijs van 10 DR per kilo, door de lening van de Bank van Griekenland aan de Griekse Landbouwbank ten laste van de staatsbegroting, met boeking onder de post consumptiegoederen voor 1982 ".
24 Uit dat besluit en uit het besluit vervat in de brief van 2 april 1982 van het "financieel comité" aan de Bank van Griekenland volgt tevens, dat de staat zich garant stelde voor KYDEP, opdat zij ter financiering van haar optreden op de markt voor voedergranen leningen van de Bank van Griekenland kon verkrijgen via de Griekse Landbouwbank .
25 Wat voorts de prijs betreft waartegen KYDEP voedergranen inkocht, bevat het dossier een aantal onderling overeenstemmende elementen waaruit kan worden afgeleid, dat die prijs eveneens door de Griekse autoriteiten werd vastgesteld .
26 Hierbij kan onder meer worden gewezen op het rapport van de juridische dienst van KYDEP en het verslag van de 36e algemene vergadering van deze instelling, die reeds eerder zijn genoemd . Voorts zij opgemerkt, dat aangezien de staat het verschil tussen de kostprijs en de verkoopprijs van de voedergranen geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening nam, hij KYDEP niet vrij kon laten in het bepalen van de prijzen waartegen zij die granen van de producenten kocht . Tot deze conclusie leiden de notulen nr . 189 van 14 februari 1984 van het comité dat werd ingesteld bij eerder aangehaald besluit nr . A6-2028, waarin werd gesproken van zowel "de bepaling van de inkoopprijs van mais, gerst en tarwe" als "het uiteindelijke door de staat voor het jaar 1982 overgenomen bedrag ter zake van het beheer van voedergranen ".
27 Ten slotte zij benadrukt, dat, zoals duidelijk blijkt uit paragraaf 1, tweede alinea, van besluit nr . 1761 van het "financieel comité", dat betrekking heeft op voedergranen "ingekocht na 1 januari 1981" en dat inhoudelijk door geen van de stukken in het dossier wordt tegengesproken, de interventie van de Griekse autoriteiten de gehele markt voor voedergranen betrof en, anders dan verweerster stelt, in ieder geval absoluut niet was beperkt tot granen die vóór de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen waren geproduceerd of ingekocht .
28 Gelet op de bewijskracht van voormelde besluiten en van de andere soortgelijke stukken in het dossier, moet worden aanvaard, dat de Griekse autoriteiten in de in geding zijnde periode de activiteiten van KYDEP op de markt voor voedergranen hebben gecontroleerd zowel door middel van maatregelen die met name de vaststelling van de prijzen betroffen, als door middel van financiële steunmaatregelen .
29 Wat de verenigbaarheid van die overheidsinterventie met verordening nr . 2727/75 betreft, zij eraan herinnerd, dat de gemeenschappelijke marktordeningen zijn gebaseerd op het beginsel van een open markt, waartoe elke producent vrije toegang heeft onder voorwaarden van echte mededinging en waarvan de werking uitsluitend door de in die ordeningen voorziene instrumenten wordt geregeld . In het bijzonder kunnen de Lid-Staten op de onder een gemeenschappelijke marktordening vallende gebieden, en vooral wanneer die ordening, zoals in casu, op een gemeenschappelijke prijsregeling berust, niet meer met eenzijdig vastgestelde nationale maatregelen ingrijpen in het prijsvormingsmechanisme, zoals dit uit de gemeenschappelijke ordening voortvloeit ( arrest van 29 november 1989, zaak 281/87, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1989, blz . 4015, r.o . 16 ).
30 Door in de hiervóór beschreven omstandigheden te interveniëren in een gebied dat door de gemeenschapswetgeving uitputtend is geregeld, hebben de Griekse autoriteiten de regels van de gemeenschappelijke marktordening geschonden . De vaststelling door de administratie van KYDEP' s aan - en verkoopprijzen voor voedergranen en de aan deze instelling verleende financiële steun zijn in strijd met het op concurrentie gebaseerde prijsvormingssysteem en met het exclusieve karakter van de communautaire interventie zoals deze is geregeld in met name de artikelen 3, 5, 6, 7 en 8 van verordening nr . 2727/75 . Anders dan de Griekse regering stelt, kunnen noch de beweerde specificiteit van de landbouwbedrijven in Griekenland, noch conjuncturele omstandigheden als droogte, of uitzonderlijke omstandigheden als de problemen als gevolg van de ramp in Tsjernobyl, een rechtvaardigingsgrond vormen voor het nemen van interventiemaatregelen op prijsgebied waartoe niet op gemeenschapsniveau in overeenstemming met de regels van de gemeenschappelijke marktordening is besloten .
31 Met betrekking tot de schending van de artikelen 12 en volgende van verordening nr . 2727/75 betreffende de verhouding met derde landen, beperkt de Commissie blijkens de uiteenzettingen van haar vertegenwoordiger ter terechtzitting haar klacht tot schending van de in die bepalingen neergelegde procedureregels . Zoals de Commissie tijdens die terechtzitting heeft erkend, wordt deze klacht niet gesteund door voldoende precieze gegevens om gegrond te worden geacht .
32 In haar antwoord op de vragen van het Hof heeft de Commissie tevens schending van artikel 24 van verordening nr . 2727/75 gesteld, volgens hetwelk de Lid-Staten de verplichting hebben aan de Commissie gegevens te verstrekken over de toepassing van de regels van de gemeenschappelijke marktordening . Tot staving van deze klacht voert de Commissie aan, dat de Griekse autoriteiten weigerden om gegevens te verstrekken tijdens haar onderzoek naar het functioneren van KYDEP . De feiten die de Helleense Republiek in dit verband worden verweten, hangen, zoals de Commissie overigens tijdens de precontentieuze fase en in haar bij het Hof ingediende memories heeft gesteld, nauw samen met een eventuele niet-nakoming van de door artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag opgelegde medewerkingsplicht . Zij zullen daarom bij dat middel worden onderzocht .
33 Om al deze redenen moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door te interveniëren in de voorwaarden voor de aankoop en verkoop van voedergranen door KYDEP, door via budgettaire maatregelen het tekort van KYDEP als gevolg van haar interventie in de markt voor voedergranen te compenseren en door deze instelling met behulp van een staatsgarantie in staat te stellen, leningen bij de Bank van Griekenland te verkrijgen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen, zoals gewijzigd .
De schending van artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag
34 Vooraf zij eraan herinnerd, dat de Commissie de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag kan volgen wanneer zij door het Hof wil laten vaststellen, dat een Lid-Staat artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag heeft geschonden, op grond waarvan de Lid-Staten verplicht zijn de Commissie op de hoogte te brengen van hun voornemens tot invoering of wijziging van steunmaatregelen in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag ( arrest van 27 maart 1984, zaak 169/82, Commissie/Italië, Jurispr . 1984, blz . 1603 ).
35 De Helleense Republiek heeft in rechte niet betwist, dat de aan KYDEP verleende subsidies om haar in staat te stellen de beheerstekorten te dekken die het gevolg waren van de verkoop met verlies van voedergranen, het karakter hebben van een steunmaatregel van de staat in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag . Verweerster heeft zich integendeel juist op die kwalificatie beroepen ter rechtvaardiging van haar exceptie van niet-ontvankelijkheid tegen het eerste middel van de Commissie .
36 Evenmin is betwist, dat die steunmaatregelen niet vooraf zijn aangemeld volgens de procedure van artikel 93, lid 3 .
37 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door de Commissie niet op de hoogte te brengen van de voornemens om KYDEP steun toe te kennen voor de aankoop en verkoop van voedergranen, de krachtens artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
De schending van artikel 5 EEG-Verdrag
38 De Commissie is in de eerste plaats van mening, dat de Helleense Republiek de krachtens artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door te weigeren, haar informatie te geven over het functioneren van KYDEP, alsook door niet de administratieve besluiten mee te delen betreffende de marktordening voor voedergranen in Griekenland .
39 Benadrukt zij, dat de Griekse regering tijdens het onderzoek dat is ingesteld in het kader van de procedure die tot de instelling van het onderhavige beroep heeft geleid, de Commissie geen mededeling heeft gedaan van de niet-gepubliceerde ministeriële besluiten en besluiten van de onder ministerieel gezag staande comités, die KYDEP' s interventie in de markt voor voedergranen regelden .
40 Die nalatigheid moet, doordat zij de Commissie heeft belet kennis te nemen van de veelheid van complexe relaties tussen de Griekse staat en KYDEP, worden beschouwd als een weigering om met die instelling samen te werken .
41 Deze weigering is des te erger, nu zij tot voor het Hof is volgehouden . Toen het Hof om overlegging van die besluiten verzocht, heeft de Griekse regering die stukken niet binnen de aanvankelijke termijn overgelegd en evenmin de precieze vragen beantwoord die aan haar waren gesteld . Eerst na de eerste mondelinge behandeling, waarbij het Hof bij wijze van uitzondering de Griekse regering een nieuwe termijn heeft gesteld, heeft zij aan de verzoeken van het Hof voldaan .
42 Mitsdien moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door de Commissie niet de besluiten van de Griekse autoriteiten betreffende de voorwaarden voor de interventie door KYDEP in de markt voor voedergranen mee te delen, de krachtens de bepalingen van artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
43 Wat ten slotte de schending van artikel 5, tweede alinea, EEG-Verdrag betreft, is er geen aanleiding om, naast de zojuist vastgestelde niet-nakoming van de nader bepaalde communautaire verplichtingen waaraan de Helleense Republiek was gehouden, een niet-nakoming vast te stellen van de in deze bepaling neergelegde algemene verplichtingen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
44 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen . Aangezien de Helleense Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij in de kosten worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verstaat
1 ) Door te interveniëren in de voorwaarden voor de aankoop en verkoop van voedergranen door KYDEP, door via budgettaire maatregelen het deficit van KYDEP als gevolg van haar interventie in de markt voor voedergranen te compenseren en door deze instelling met behulp van een staatsgarantie in staat te stellen, leningen bij de Bank van Griekenland te verkrijgen, is de Helleense Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens verordening ( EEG ) nr . 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen, zoals gewijzigd .
2 ) Door de Commissie niet op de hoogte te brengen van de voornemens om KYDEP steun toe te kennen voor de aankoop en verkoop van voedergranen, is de Helleense Republiek de krachtens artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen .
3 ) Door de Commissie niet de besluiten van de Griekse autoriteiten betreffende de voorwaarden voor de interventie door KYDEP in de markt voor voedergranen mee te delen, is de Helleense Republiek de krachtens de bepalingen van artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen .
4 ) De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy