Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Handelingen van de instellingen - Verordeningen - Verordening met minder strenge voorschriften dan eerdere verordening - Geen invloed op strekking van eerdere verordening
2 . Lid-Staten - Verplichtingen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
Samenvatting
1 . De strekking en het verbindend karakter van een verordening wordt voor het tijdvak dat zij gold, onverlet gelaten door de vaststelling van een latere verordening die hetzelfde doel heeft doch de Lid-Staten minder strenge verplichtingen oplegt .
2 . Een Lid-Staat kan zich, ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in gemeenschapsnormen besloten liggen, niet beroepen op nationale situaties, zoals bij de toepassing van een communautair besluit aan de dag getreden moeilijkheden .
Partijen
In zaak C-39/88,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P . Oliver, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Berardis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Ierland, vertegenwoordigd door L . J . Dockery, Chief State Solicitor, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Ierse ambassade, 28, route d' Arlon,
verweerder,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat Ierland, door geen mededeling te doen van bepaalde prijzen op de markt van visserijprodukten, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11 van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten, en de artikelen 1 en 2 van verordening ( EEG ) nr . 3598/83 van de Commissie betreffende de mededeling van de geconstateerde prijzen en de vaststelling van de lijst van voor visserijprodukten representatieve markten en havens,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins, G . C . Rodríguez Iglesias en M . Díez de Velasco, kamerpresidenten, C . N . Kakouris, R . Joliet, F . A . Schockweiler en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 19 september 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 9 oktober 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 3 februari 1988, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat Ierland door geen mededeling te doen van bepaalde prijzen op de markt van visserijprodukten, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11, leden 1 en 3, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1981, L 379, blz . 1 ), en de artikelen 1 en 2 van verordening ( EEG ) nr . 3598/83 van de Commissie van 20 december 1983 betreffende de mededeling van de geconstateerde prijzen en de vaststelling van de lijst van voor visserijprodukten representatieve markten en havens ( PB 1983, L 357, blz . 17 ).
2 De Commissie voert tegen Ierland twee grieven aan .
3 De eerste grief betreft artikel 11, lid 1, van verordening nr . 3796/81 en artikel 1 van verordening nr . 3598/83 . Met het oog op de vaststelling van de oriëntatieprijs van de in bijlage I, sub A en D, bedoelde produkten, moeten de Lid-Staten ingevolge artikel 11, lid 1, van verordening nr . 3796/81 de Commissie de prijzen meedelen die op de representatieve groothandelsmarkten of in representatieve havens voor deze produkten worden geconstateerd . Artikel 1 van verordening nr . 3598/83 bepaalt, dat deze mededelingen de gemiddelde prijs van de marktdag, de totale aangelande en verhandelde hoeveelheden en de totale uit de markt genomen hoeveelheid moeten omvatten . Deze mededelingen moeten per telexbericht aan de Commissie worden gezonden op de tiende en de vijfentwintigste dag van iedere maand en, wanneer een crisissituatie of een verstoring der markten dreigt te ontstaan, op iedere marktdag .
4 Aangezien de uitvoeringsverordening geen enkele Ierse haven noemt die representatief is voor garnalen, die in bijlage I, sub D, van verordening nr . 3796/81 staan genoemd, is het onderhavige beroep, voor zover het artikel 11, lid 1, van deze verordening betreft, beperkt tot de in bijlage I, sub A, bedoelde produkten .
5 De tweede grief van de Commissie heeft betrekking op artikel 11, lid 3, van verordening nr . 3796/81 van de Raad en op artikel 2 van verordening nr . 3598/83 van de Commissie . Artikel 11, lid 3, van verordening nr . 3796/81 verplicht de Lid-Staten, de Commissie elk kwartaal in kennis te stellen van de verkoopprijzen die bij de groothandel gelden voor de in bijlage IV, sub B, bedoelde produkten die aan boord en aan de wal zijn ingevroren . In antwoord op een vraag van het Hof heeft de Commissie verklaard, dat deze prijsgegevens dienden om de referentieprijs vast te kunnen stellen, die op zijn beurt volgens artikel 21 van verordening nr . 3596/81 moet dienen om verstoringen te voorkomen die zouden kunnen optreden door de invoer van produkten uit derde landen . Volgens artikel 2 van verordening nr . 3598/83 moeten deze mededelingen uiterlijk aan het einde van de zesde week volgende op het betrokken kwartaal per telexbericht worden ingezonden .
6 Reeds thans zij opgemerkt, dat de Commissie de draagwijdte van deze tweede grief tijdens de schriftelijke procedure heeft beperkt tot de aan boord ingevroren produkten . Haar is namelijk gebleken, dat het verzamelen van gegevens over de aan wal ingevroren produkten in de meeste Lid-Staten problemen opleverde en dat deze gegevens niet absoluut onontbeerlijk waren voor de goede werking van deze gemeenschappelijke marktordening . Nadat de Ierse regering er vervolgens op had gewezen, dat er in Ierland geen groothandelsmarkt voor aan boord ingevroren produkten bestond, heeft de Commissie ter terechtzitting eveneens afgezien van het tweede gedeelte van de grief met betrekking tot artikel 11, lid 3, van verordening nr . 3796/81, zodat alleen de eerste grief met betrekking tot artikel 11, lid 1, van dezelfde verordening ter beoordeling overblijft .
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
8 Ierland erkent, dat het niet aan de verplichting van artikel 11, lid 1, van verordening nr . 3796/81 heeft voldaan . Het voert evenwel aan, dat het de vereiste gegevens steeds op jaarbasis heeft verstrekt en dat deze frequentie voldoende zou moeten zijn om de Commissie in staat te stellen eenmaal per jaar de oriëntatieprijs overeenkomstig artikel 10 van de genoemde verordening vast te stellen . In dit verband wijst de Ierse regering erop, dat in verordening ( EEG ) nr . 1106/90 van de Commissie van 18 april 1990 inzake mededelingen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1990, L 111, blz . 50 ), die verordening nr . 3598/83 per 1 januari 1991 dient te vervangen, de op de Lid-Staten rustende verplichtingen aanzienlijk zijn versoepeld . Volgens deze nieuwe verordening behoeven de Lid-Staten namelijk enkel de gewogen gemiddelde marktprijzen van de in bijlage I, sub A, bedoelde produkten mee te delen .
9 Wat dit punt aangaat, zij om te beginnen opgemerkt, dat de strekking en het verbindend karakter van een verordening voor het tijdvak dat zij gold, onverlet wordt gelaten door de vaststelling van een latere verordening die hetzelfde doel heeft, doch de Lid-Staten minder strenge verplichtingen oplegt .
10 Voorts verklaart Ierland, dat het tijdens besprekingen over de betrokken verordeningen meermaals erop heeft gewezen, dat het het geringe aantal visserijinspecteurs, waarover het beschikt, niet in de representatieve havens kon inzetten om twee keer per maand de betrokken prijsgegevens te verzamelen en aan de Commissie te zenden . Deze inspecteurs moesten namelijk buiten deze representatieve havens ook nog ongeveer 900 andere havens en aanlandingsplaatsen controleren .
11 Dit argument kan niet worden aanvaard . Het is namelijk vaste rechtspraak van het Hof ( zie bij voorbeeld het arrest van 3 oktober 1984, zaak 254/83, Commissie/Italië, Jurispr . 1984, blz . 3395 ), dat een Lid-Staat zich, ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in gemeenschapsnormen besloten liggen, niet ten exceptieve op nationale toestanden kan beroepen . Bovendien heeft het Hof meermaals overwogen ( zie de arresten van 7 februari 1973, zaak 39/72, Commissie/Italië, Jurispr . 1973, blz . 101, en 7 februari 1979, zaak 128/78, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr . 1979, blz . 419 ), dat de bij de uitvoering van een communautair besluit aan de dag getreden moeilijkheden een Lid-Staat niet het recht geven zich eenzijdig van de nakoming zijner verplichtingen ontslagen te achten .
12 Mitsdien moet worden vastgesteld dat Ierland, door geen mededeling te doen van bepaalde prijzen op de markt van visserijprodukten, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11, lid 1, van verordening nr . 3796/81, en artikel 1 van verordening nr . 3598/83 .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Ingevolge paragraaf 3, eerste alinea, van hetzelfde artikel kan het Hof de proceskosten evenwel wegens bijzondere redenen geheel of gedeeltelijk compenseren . Aangezien de Commissie tijdens de procedure afstand heeft gedaan van een van de twee grieven, zijn er termen aanwezig om deze bepaling toe te passen en te beslissen, dat elk der partijen zijn eigen kosten zal dragen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verklaart :
1 ) Door geen mededeling te doen van bepaalde prijzen op de markt van visserijprodukten, is Ierland de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten, en artikel 1 van verordening ( EEG ) nr . 3598/83 van de Commissie betreffende de mededeling van de geconstateerde prijzen en de vaststelling van de lijst van voor visserijprodukten representatieve markten en havens .
2 ) Het beroep wordt voor het overige verworpen .
3 ) Elk der partijen zal de eigen kosten dragen .
Full & Egal Universal Law Academy