Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . EEG-Verdrag - Artikel 235 - Draagwijdte
2 . Sociale politiek - Gemeenschappelijk beleid betreffende beroepsopleiding - Vaststelling door Raad van rechtshandelingen die voorzien in communautaire acties en de Lid-Staten tot samenwerking verplichten - Rechtsgrondslag - Artikel 128 EEG-Verdrag
( EEG-Verdrag, artikel 128 )
3 . EEG-Verdrag - Verdeling van bevoegdheden en voorwaarden voor uitoefening ervan - Geen uniformiteit
4 . Handelingen van de instellingen - Totstandkomingsprocedure - Regelgevende en budgettaire handelingen - Verschillende procedurele vereisten
5 . Sociale politiek - Gemeenschappelijk beleid betreffende beroepsopleiding - Vaststelling door Raad van actieprogramma voor beroepsopleiding van jongeren - Rechtsgrondslag - Artikel 128 EEG-Verdrag
( EEG-Verdrag, artikel 128 )
Samenvatting
1 . Reeds uit de bewoordingen van artikel 235 blijkt, dat op dit artikel slechts een beroep kan worden gedaan als rechtsgrondslag van een handeling, wanneer geen andere verdragsbepaling de gemeenschapsinstellingen de voor de vaststelling van die handeling vereiste bevoegdheid verleent .
2 . De vaststelling van rechtshandelingen die voorzien in communautaire acties op het terrein van de beroepsopleiding en die de Lid-Staten te dien einde tot samenwerking verplichten, valt binnen de bevoegdheden die de Raad zijn verleend bij artikel 128 EEG-Verdrag, zulks gelet op de bewoordingen van die bepaling en op de noodzaak, het nuttig effect ervan te waarborgen .
3 . In het stelsel van de communautaire bevoegdheden vloeien de bevoegdheden van de instellingen en de voorwaarden voor de uitoefening ervan voort uit de verschillende bijzondere verdragsbepalingen en de tussen die bepalingen bestaande verschillen, onder meer waar het gaat om de tussenkomst van het Europees Parlement, berusten niet steeds op systematische criteria .
4 . In het stelsel van het Verdrag zijn de voorwaarden voor de uitoefening van de regelgevende bevoegdheid en die voor de uitoefening van de begrotingsbevoegdheid niet identiek . Bijgevolg zijn de procedurele vereisten voor het ter beschikking stellen van de kredieten, die nodig zijn voor de uitvoering van een regelgevende handeling, van generlei invloed op de procedurele vereisten die gelden voor de vaststelling van die handeling .
5 . Met de vaststelling van een actieprogramma voor de beroepsopleiding van jongeren en de voorbereiding van jongeren op het leven als volwassene en in een beroep, dat slechts beoogt de beleidsmaatregelen en activiteiten van de Lid-Staten op het betrokken gebied door communautaire maatregelen te ondersteunen en aan te vullen, waarbij enkel wordt voorzien in communautaire voorlichtings - en stimuleringsacties en de Lid-Staten tot samenwerking worden verplicht, heeft de Raad de hem bij artikel 128 EEG-Verdrag verleende bevoegdheden niet overschreden .
( Met betrekking tot de punten 1 tot en met 4 is de motivering gelijk aan die van het arrest van dezelfde dag : 30 mei 1989, zaak 242/87, Commissie/Raad, Jurispr . 1989, blz . 1425, 1449 ).
Partijen
in zaak 56/88,
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door S . J . Hay van het Treasury Solicitor' s Department als gemachtige, en R . Plender, barrister, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse ambassase,
verzoeker,
tegen
Raad van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door A . Dashwood, directeur bij de juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij J . Kaeser, directeur van de directie juridische zaken van de Europese Investeringsbank, 100, boulevard Konrad-Adenauer,
verweerder,
ondersteund door
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . Garrón Clariana, juridisch hoofdraadgever, J . Currall en G . Kremlis, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij laatstgenoemde, Centre Wagner, Kirchberg,
interveniënte,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van besluit 87/569/EEG van de Raad van 1 december 1987 betreffende een actieprogramma voor de beroepsopleiding van jongeren en de voorbereiding van jongeren op het leven als volwassene en in een beroep ( PB 1987, L 346, blz . 31 ).
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : O . Due, president, T . Koopmans, R . Joliet en F . Grévisse, kamerpresidenten, Sir Gordon Slynn, G . F . Mancini, C . N . Kakouris, F . A . Schockweiler en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verwijst verzoeker in de kosten, daaronder begrepen die van interveniënte .
Full & Egal Universal Law Academy