Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Ambtenaren - Tewerkstelling - Herwaardering van ambt - Herindeling van ambtenaar - Ontbreken van toepasselijke bepalingen
2 . Ambtenaren - Aanwerving - Kennisgeving van vacature - Doel
( Ambtenarenstatuut, artikelen 4 en 29 )
3 . Ambtenaren - Bevordering - Vergelijking van verdiensten - A 3-ambten - Criteria
( Ambtenarenstatuut, artikel 45 )
4 . Ambtenaren - Bevordering - Motivering - Geen verplichting
( Ambtenarenstatuut, artikel 45 )
5 . Ambtenaren - Bevordering - Beoordelingsvrijheid van administratie - Rechterlijke toetsing - Grenzen
( Ambtenarenstatuut, artikel 45 )
Samenvatting
1 . Het Statuut kent noch de herwaardering van een ambt noch de herindeling van een ambtenaar als zodanig ( zie arrest van 6.5.1969, zaak 21/68, Huybrechts, Jurispr . 1969, blz . 85 ).
2 . De wezenlijke functie van een kennisgeving van vacature is, de belanghebbenden zo nauwkeurig mogelijk te informeren over de aard van de voor het vacante ambt vereiste kwalificaties, zodat zij kunnen beoordelen of er voor hen aanleiding bestaat te solliciteren ( zie arrest van 30.10.1974, zaak 188/73, Grassi, Jurispr . 1974, blz . 1099 ).
3 . Gezien de aard en het belang van A 3-ambten, kunnen bij de vergelijking van de verdiensten van kandidaten voor dergelijke ambten de werkzaamheden in het kader waarvan die ambten moeten worden vervuld, gevoeglijk buiten beschouwing worden gelaten en behoeven uitsluitend de eigen kwaliteiten van de kandidaten, zoals hun geschiktheid om leiding te geven aan een grote administratieve eenheid, in aanmerking te worden genomen, wanneer de kennisgevingen van vacature van de kandidaten geen bijzondere kwalificaties op het gebied van de in de betrokken afdelingen verrichte werkzaamheden verlangen .
4 . Bevorderingsbesluiten behoeven niet te worden gemotiveerd jegens de adressaten ervan, voor wie zij niet bezwarend kunnen zijn, en evenmin jegens de niet-bevorderde kandidaten, die door het in een dergelijke motivering overwogene mogelijk kunnen worden geschaad ( zie arrest van 16.12.1987, zaak 111/86, Delauche, Jurispr . 1987, blz . 5345 ).
5 . Volgens vaste rechtspraak beschikt het tot aanstelling bevoegd gezag over een ruime beoordelingsvrijheid bij de vergelijking van de verdiensten van voor bevordering in aanmerking komende ambtenaren, en dient het Hof zijn controle te beperken tot de vraag, of het gezag geen kennelijk verkeerd gebruik van die beoordelingsvrijheid heeft gemaakt .
Partijen
in zaak C-81/88,
H . Muellers, ambtenaar van het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd en bijgestaan door E . Lebrun, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij T . Biever, advocaat aldaar, 83, boulevard Grande-Duchesse Charlotte,
verzoeker,
tegen
Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door zijn juridisch adviseur M . Brueggemann en D . Lagasse, advocaat te Brussel, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van de juridische dienst van de Commissie, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerder,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van de na te noemen besluiten van het bureau van het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschappen met betrekking tot de voorziening in de vacature van afdelingshoofd bij het directoraat B, afdeling Vervoer en communicatie ( kennisgeving van vacature nr . 46/87 ):
- het besluit van 29 juni 1987 inzake de keuze van twee kandidaten om bij wege van interne bevordering te voorzien in twee van de drie vacante ambten van afdelingshoofd, waaronder het litigieuze ambt,
- het besluit van 30 juni 1987 om een van die twee kandidaten aan de Raad van de Europese Gemeenschappen voor te dragen voor aanstelling in het litigieuze ambt,
- het bij brief van 13 juli 1987 meegedeelde besluit tot afwijzing van verzoekers sollicitatie naar dat ambt,
alsook tot nietigverklaring van :
- het besluit van 3 december 1987 van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende bevordering van de voorgedragen kandidaat naar de rang A 3 en zijn aanstelling als afdelingshoofd bij directoraat B, afdeling Vervoer en communicatie, van het secretariaat-generaal van het ESC, per 1 augustus 1987,
- het besluit van 15 december 1987 van de Voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité tot overplaatsing van verzoeker naar directoraat C, gespecialiseerde dienst Energie, nucleaire vraagstukken en onderzoek,
- het bij nota van 18 december 1987 meegedeelde uitdrukkelijke besluit tot afwijzing van verzoekers klacht .
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : M . Zuleeg, kamerpresident, J . C . Moitinho de Almeida en F . Grévisse, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
rechtdoende :
Dictum
1 ) Verwerpt het beroep .
2 ) Verstaat dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
Full & Egal Universal Law Academy