RAPPORT TER TERECHTZITTING
in zaak C-136/88 ( *1 )
I — De feiten en het procesverloop
1. De relevante bepalingen
Artikel 81 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB 1985, L 302, biz. 23; hierna: Toetredingsakte) heeft een Aanvullende Regeling voor het Handelsverkeer (ARH) ingevoerd tussen de Gemeenschap in haar samenstelling op31 december 1985 (hierna: Gemeenschap van de Tien) en Spanje. Die regeling is enerzijds van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van de Tien van groenten en fruit, van produkten uit de wijnbouwsector en van nieuwe aardappelen (primeurs), en anderzijds op de invoer in Spanje van produkten uit de sectoren granen, melk, groenten en fruit, rundvlees en gecertificeerde pootaardappelen. Krachtens artikel 81, lid 1, tweede alinea, Toetredingsakte is de ARH pas vanaf 1 januari 1990 van toepassing op groenten en fruit.
Blijkens de relevante bepalingen van de Toetredingsakte is de ARH een stelsel van toezicht ter voorkoming van een te grote invoer die de markten dreigt te verstoren. Zij heeft ten doel een „harmonische en geleidelijke opening van de markt” met het oog op de „volledige verwezenlijking van het vrije verkeer binnen de Gemeenschap” bij het verstrijken van het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn (artikel 83, lid 2, Toetredingsakte).
Voor elk van de produkten waarvoor de ARH geldt, wordt aan het begin van elk verkoopseizoen volgens de procedure van artikel 83 Toetredingsakte — de procedure van het comité van beheer —, aan de hand van de produktie- en handelsvooruitzichten een „voorlopig tijdschema” opgesteld. Op basis hiervan wordt volgens dezelfde procedure een „indicatief plafond” voor de invoer vastgesteld, waarbij een jaarlijks stijgingspercentage met het oog op de geleidelijke opening van de markt wordt aangegeven. Artikel 83, lid 1, bepaalt, dat het indicatieve plafond voor nieuwe aardappelen (primeurs) door het bij verordening nr. 1035/72 ingestelde comité van beheer voor „groenten en fruit” wordt vastgesteld, daar voor aardappelen geen gemeenschappelijke marktordening bestaat.
Indien uit de ontwikkeling van het handelsverkeer blijkt, dat de daadwerkelijke of de te verwachten invoer wezenlijk toeneemt, en indien deze situatie ertoe leidt dat het indicatieve invoerplafond voor het lopende verkoopseizoen wordt bereikt of overschreden, kunnen op de voet van artikel 85, lid 3, bijzondere vrijwaringsmaatregelen worden genomen. Deze kunnen bestaan in een verhoging van het indicatieve plafond, indien de markt geen wezenlijke verstoringen heeft ondergaan, of in een beperking of opschorting van de invoer om een einde te maken aan de verstoring.
Artikel 81, lid 3, bepaalt, in welke omstandigheden een produkt uit de ARH kan worden gelicht. Het luidt als volgt:
„3)
Volgens de procedure van artikel 82 kan worden besloten om uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt, de volgende produkten te lichten:
a)
produkten uit de wijnbouwsector, nieuwe aardappelen (primeurs) en melk in poeder of in korrels, bestemd voor de menselijke voeding: aan het begin van het tweede jaar volgend op de toetreding en aan het begin van elk van de daaropvolgende jaren;
b)
...
Wat deze produkten betreft, zal inzonderheid rekening worden gehouden met de situatie op het punt van de produktie- en de afzetstructuren van de betrokken produkten.”
Artikel 82 Toetredingsakte luidt als volgt:
„1)
Er wordt een ad hoc Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder het voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie.
2)
In het ad hoc Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het EEG-Verdrag. De voorzitter neemt niet deel aan de stemming.
3)
Indien wordt verwezen naar de in dit artikel neergelegde procedure, leidt de voorzitter de procedure onverwijld bij het Comité in, hetzij op diens initiatief hetzij op verzoek van een Lid-Staat.
4)
De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp van te nemen maatregelen in. Het Comité brengt advies uit over deze maatregelen binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen aan de hand van de urgentie van de ter behandeling voorgelegde kwesties. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vierenvijftig stemmen.
5)
De Commissie stelt de maatregelen vast en past deze onmiddellijk toe wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité. Indien zij niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies, legt de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel voor te nemen maatregelen voor. De Raad stelt de maatregelen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast.
Indien de Raad na het verstrijken van een maand, te rekenen vanaf de datum waarop het voorstel bij hem is ingediend, geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast en past deze onmiddellijk toe, behoudens ingeval de Raad zich met eenvoudige meerderheid van stemmen tegen deze maatregelen heeft uitgesproken.”
2. Voorgeschiedenis van bet geding
Op grond van een onderzoek naar de ontwikkeling van het handelsverkeer van de in geding zijnde produkten overwoog de Commissie aan het einde van 1987 bepaalde produkten uit de wijnbouwsector en nieuwe aardappelen (primeurs) uit de ARH-lijst te lichten. De procedure verliep als volgt.
Bij telexbericht van 10 december 1987 liet de Commissie de Lid-Staten weten, dat op 15 december 1987 een vergadering van het comité van beheer voor wijn zou worden gehouden en dat hieraan „een vergadering van het Comité ad hoc ARH (artikel 82 Toetredingsakte)” zou voorafgaan.
De agenda van het ad hoc-comité luidde als volgt:
„1)
Advies over een ontwerp intern reglement voor het ad hoc Comité aanvullende regeling voor het handelsverkeer voor de wijnbouwsector (Doe. VI/5852/87).
2)
Advies over een ontwerp van verordening houdende verwijdering van bepaalde produkten uit de wijnbouwsector uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer geldt (Doe. VI/5851/87).
3)
Diversen.”
In zijn vergadering van 15 december 1987 stelde het ad hoc-comité zijn intern reglement met gekwalificeerde meerderheid vast. Artikel 1 van het intern reglement luidt als volgt:
„Het ad hoc Comité wordt door de voorzitter bijeengeroepen, hetzij op diens initiatief hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat. Voor gemeenschappelijke vraagstukken die onder hun bevoegdheid vallen, kunnen gezamenlijke vergaderingen van twee of meer ad hoc Comités worden belegd.”
Tijdens deze vergadering bracht het ad hoc-comité tevens een gunstig advies uit over de verwijdering uit de ARH van bepaalde produkten uit de wijnbouwsector. Hierop stelde de Commissie een verordening vast waarbij bepaalde produkten uit de wijnbouwsector werden verwijderd uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt (verordening nr. 52/88 van 5.1.1988, PB 1988, L 6, biz. 11).
Wat de nieuwe aardappelen (primeurs) betreft, stuurde de Commissie de Lid-Staten op 11 december 1987 een telexbericht volgens hetwelk op 17 december 1987„de 155e vergadering van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte produkten wordt gehouden, gevolgd door het ad hoc comité van beheer nr. 2 en het comité van beheer voor verse groenten en fruit nr. 347”. Op de agenda stond onder meer (na punt 7):
„van 16 tot 17 uur — gezamenlijk comité: ad hoc Comité (artikel 82 Toetredingsakte)/Comité van beheer voor zaaizaad en Comité van beheer voor verse groenten en fruit.
7.
bis Bespreking van en eventueel advies over het ontwerp van een verordening houdende vaststelling van de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt [nieuwe aardappelen (primeurs)].
8.
Bespreking van en eventueel advies over het ontwerp van een verordening houdende vaststelling van het indicatief invoerplafond voor nieuwe aardappelen (primeurs) (Doe. VI/4920/87).
9.
Bespreking van en eventueel advies over de schorsing van de afgifte van ‚ARH’-certificaten voor gecertificeerde pootaardappelen (Doe. VI/6269/87).”
Op 17 december 1987 zijn de twee ontwerpverordeningen betreffende nieuwe aardappelen (primeurs) inderdaad besproken.
Bij telexbericht van 30 december 1987 stelde de Commissie de Lid-Staten ervan in kennis, dat op 8 januari 1988 een vergadering zou worden gehouden van het „2e gezamenlijk comité — ad hoc Comité (artikel 82 Toetredingsakte) — Comité van beheer voor zaaizaad en Comité van beheer voor groenten en fruit” ter behandeling van en eventueel stemming over de reeds behandelde ontwerpen. Tijdens deze vergadering bracht het ad hoc-comité een gunstig advies uit over het ontwerp betreffende de verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de ARH-lijst; vervolgens stelde de Commissie verordening nr. 530/88 vast waarbij nieuwe aardappelen (primeurs) werden verwijderd uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer geldt.
3. Procesverloop
Het verzoekschrift van de Franse regering is op 17 mei 1988 ter griffie van het Hof ingekomen.
Bij beschikking van 27 oktober 1988 heeft het Hof het Koninkrijk Spanje toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
De schriftelijke behandeling heeft een normaal verloop gehad.
Het Hof heeft, op rapport van de rechterrapporteur en gehoord de advocaat-generaal, besloten zonder instructie tot de mondelinge behandeling over te gaan.
II — Conclusies van partijen
De Franse regering concludeert dat het den Hove behage:
1)
nietig te verklaren verordening nr. 530/88 van de Commissie van 26 februari 1988 houdende verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer geldt;
2)
de Commissie in de kosten te verwijzen.
De Commissie en de Spaanse regering concluderen dat het den Hove behage:
1)
het beroep ongegrond te verklaren;
2)
verzoekster in de kosten te verwijzen.
III — Middelen en argumenten van partijen
Onbevoegdheid van de Commissie
Volgens de Franse regering voorzien de artikelen 81 en 82 Toetredingsakte in een bijzonder comité, waarvan er maar één bestaat en dat een gecentraliseerd beleid moet voeren met betrekking tot alle besluiten houdende verwijdering van produkten uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt, zulks om een geleidelijke en evenwichtige vrijmaking van het handelsverkeer mogelijk te maken, zonder dat daarbij de voorkeur wordt gegeven aan produkten uit de Gemeenschap van de Tien of aan Portugese en Spaanse produkten. Verordening nr. 530/88 is vastgesteld na een advies dat niet is uitgebracht door een horizontaal en bijzonder comité ad hoc ARH maar door het comité van beheer voor verse groenten en fruit, dat voor de gelegenheid was omgedoopt tot comité ad hoc ARH.
Door het vereiste advies in feite aan het comité van beheer voor groenten en fruit te vragen, is de Commissie van een verkeerde opvatting van de artikelen 81 en 82 Toetredingsakte uitgegaan, zodat zij haar aan artikel 155 EEG-Verdrag ontleende uitvoeringsbevoegdheden heeft overschreden. Zij was dus niet bevoegd om de litigieuze verordening vast te stellen, daar het advies van een naar behoren samengesteld ad hoc-comité ontbrak.
Met betrekking tot de feiten van het geding merkt de Franse regering op, dat volgens het telexbericht van 10 december 1987 met de uitnodiging voor de vergadering van 15 december 1987 de agenda van het ad hoc-comité luidde: „Advies over een ontwerp van intern reglement voor het ad hoc Comité aanvullende regeling voor het handelsverkeer voor de wijnbouwsector.” De woorden „voor de wijnbouwsector” zijn opgenomen in de notulen van de eerste vergadering van het comité ad hoc ARH van 15 december 1987 (eerste alinea). Derhalve was het intern reglement van het comité ad hoc ARH vastgesteld door het comité van beheer voor wijn, dat tot comité ad hoc ARH was omgedoopt. Dit intern reglement heeft dus geen rechtskracht, daar het kennelijk in strijd is met genoemd artikel 82.
De Franse regering voegt hieraan toe, dat de Commissie zelfs niet de moeite heeft genomen zich te houden aan dit intern reglement, dat slechts voorziet in de mogelijkheid van „gezamenlijke vergaderingen van twee of meer ad hoc Comités”. Op 17 december 1987 en 8 januari 1988 zijn evenwel gezamenlijke vergaderingen van. het comité ad hoc en de comités van beheer gehouden.
De Commissie wijst er om te beginnen op, dat er geen comité van beheer voor nieuwe aardappelen (primeurs) bestaat en dat de voorlopige balans en het indicatief invoerplafond na raadpleging van het comité van beheer voor verse groenten en fruit zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van verordening (EEG) nr. 1035/72 van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (PB 1972, L 118, blz. 1), zoals overigens in artikel 83, lid 1, Toetredingsakte is voorzien. Terwijl voor het besluit om de ARH op nieuwe aardappelen (primeurs) toe te passen, de zogenoemde procedure van het comité van beheer moet worden gevolgd, gelden voor de verwijdering uit de ARH-lijst bijzondere voorwaarden: hiertoe kan slechts worden besloten aan het begin van het tweede jaar volgend op de toetreding, op voorwaarde dat het ad hoc-comité zich met gekwalificeerde meerderheid gunstig over een dergelijke maatregel uitspreekt. Bij deze procedure staat, anders dan bij de procedure van het comité van beheer, het ontbreken van een advies van het ad hoc-comité gelijk met een ongunstig advies, zodat de Commissie dan verplicht is zich tot de Raad te wenden. De Commissie kon dus via een procedure waarin beide comités — het ad hoc-comité en het comité van beheer — werden ingeschakeld, bereiken dat bij de raadpleging hetzij de handhaving van nieuwe aardappelen (primeurs) in de ARH door vaststelling van indicatieve plafonds voor 1988, hetzij de verwijdering uit de ARH aan het begin van dat jaar ter discussie werd gesteld.
Volgens de Commissie konden de gezamenlijke vergaderingen van het ad hoc-comité, het comité van beheer voor zaaizaad en het comité van beheer voor verse groenten en fruit bij de Lid-Staten geen verbazing of verwarring wekken ten aanzien van de aard van het comité dat zich ten gunste van de voorgestelde verwijderingsmaatregel heeft uitgesproken. Bovendien was deze gecombineerde vergadering nodig omdat de voorgestelde maatregelen samenhingen; zij betroffen immers alle de toepassing van de ARH op aardappelen, hetzij pootaardappelen hetzij primeurs. De vergadering van het comité van beheer voor verse groenten en fruit had tot doel om, indien het ad hoc-comité geen gunstig advies over de verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de ARH-lijst zou uitbrengen, het voorgeschreven advies over de indicatieve plafonds voor 1988 in te winnen. Overigens doet een gezamenlijke vergadering van het ad hoc-comité en een of meer comités van beheer geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten, de vertegenwoordigers van hun keuze als lid van het ad hoc-comité aan te wijzen.
De Commissie wijst erop, dat het comité voor zaaizaad en het ad hoc-comité op 8 januari 1988 hun vergaderingen na elkaar hebben gehouden en dat de vertegenwoordiger van de Commissie het ontwerp van verwijderingsbesluit uitdrukkelijk aan het ad hoc-comité heeft voorgelegd. Van de werkzaamheden van het ad hoc-comité zijn afzonderlijke notulen gemaakt. Derhalve heeft de Commissie het bijzondere karakter en de algemene aard van de bevoegdheden van het ad hoc-comité geëerbiedigd, en heeft zij het mogelijk gemaakt het verwijderingsbesluit vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 81 en 82 Toetredingsakte neergelegde opdracht, de eenmaking van de markt op geleidelijke en evenwichtige wijze tot stand te brengen.
In repliek verwijst de Franse regering naar de handelingen van de onderhandelingsconferentie over de Toetredingsakte. Daarin wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende taken en bevoegdheden van de comités van beheer voor de in geding zijnde produkten en die van het ad hoc-comité met betrekking tot de toepassing van de ARH. Hieruit blijkt dat het ad hoc-comité, doordat er maar één van bestaat, zich onderscheidt van de comités van beheer, waarvan er meer bestaan.
De wijze waarop de vergaderingen zijn georganiseerd, en de op aansporing van de Commissie vastgestelde procedure hebben het begrip ad hoc-comité van zijn inhoud beroofd. Dit comité is horizontaal van aard en komt slechts bijeen om problemen te behandelen die voor de onderscheiden produkten gelijk zijn. De Commissie behandelt de problemen echter produkt per produkt in plaats van in één keer voor alle produkten waarvoor de ARH geldt. Derhalve zijn gezamenlijke vergaderingen van een ad hoc-comité met één of meer comités van beheer in strijd met de opvatting dat er maar één ad hoc-comité bestaat. Men zou zich hierbij kunnen afvragen, of de Commissie de procedure heeft willen versnellen om te beletten dat Lid-Staten met een bijzonder belang overleg zouden gaan plegen om een verwijderingsbesluit tegen te houden. Frankrijk, Italië en Griekenland konden immers met de 25 stemmen waarover zij beschikken, de betrokken maatregel eventueel blokkeren.
In dupliek merkt de Commissie om te beginnen op, dat de argumenten ontleend aan de voorgeschiedenis van de Toetredingsakte berusten op een passage die betrekking heeft op produkten die gedurende de eerste vier jaren na de toetreding niet uit de ARH kunnen worden gelicht.
Zij herhaalt, dat tijdens de opeenvolgende vergaderingen de onderwerpen die onder de bevoegdheid van het ad hoc-comité vielen, duidelijk werden gescheiden van de onderwerpen waarover het bevoegde comité van beheer om advies werd gevraagd. Zij heeft zowel de letter als de geest van de Toetredingsakte nageleefd, daar zij het ad hoc-comité eerst heeft bijeengeroepen voor de vaststelling van zijn intern reglement en het vervolgens heeft geraadpleegd over een ontwerpverordening betreffende de verwijdering (uit de ARH-lijst) van bepaalde produkten uit de wijnbouwsector en daarna over een ontwerp betreffende de verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs). Het is juist, dat het ad hoc-comité een bijzonder en horizontaal comité is waarvan er maar één bestaat, zoals reeds blijkt uit de benaming, de beperkte bevoegdheden en de omvang van de raadpleging ervan. De Franse regering heeft echter niet aangetoond, waarom dergelijke eigenschappen meebrengen, dat niet voor elk afzonderlijk produkt een procedure bij het ad hoc-comité kan worden ingeleid, maar de raadpleging moet plaatsvinden tijdens één vergadering waarin alle mogelijkheden van verwijdering van produkten waarvoor de ARH geldt en verwijdering reeds in 1988 mogelijk is, samen moeten worden behandeld. Artikel 81, lid 3, noch artikel 82 Toetredingsakte verplicht tot één vergadering waarin alle voor verwijdering in aanmerking komende produkten samen worden behandeld. Het doel van de ARH — het verzekeren van een geleidelijke en evenwichtige overgang naar het vrije verkeer voor de produkten waarvoor de ARH geldt — verlangt evenmin, dat produkten van zo verschillende aard als die bedoeld in artikel 81, lid 3, sub a, Toetredingsakte alle tijdens één enkele vergadering van het ad hoc-comité worden behandeld. De praktijk van gecombineerde vergaderingen maakt het juist mogelijk de ontwikkeling van het handelsverkeer tussen Spanje en de Gemeenschap van de Tien voor elk van de twee soorten produkten in geding op een evenwichtige en alomvattende wijze te bezien.
Wat het intern reglement van het ad hoc-comité betreft, erkent de Commissie, dat in artikel 1 van dit reglement ten onrechte wordt bepaald, dat zij vergaderingen van „twee of meer ad hoc Comités kan beleggen”; er bestaat immers maar één ad hoc-comité. Deze bepaling moet dus worden afgeschaft.
De Spaanse regering verwijt de Franse regering tegenstrijdige standpunten te hebben ingenomen. De Franse regering heeft geen beroep ingesteld tegen verordening nr. 52/88 van de Commissie waarbij bepaalde produkten uit de wijnbouwsector zijn verwijderd uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt, ofschoon het gunstige advies door hetzelfde ad hoc-comité is uitgebracht en de Franse vertegenwoordigers tijdens de vergadering van 15 december 1987 tegen dit advies hebben gestemd. De Franse delegatie heeft tijdens die vergadering geen enkel bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van het intern reglement van het comité ad hoc ARH, maar heeft zich slechts van stemming onthouden. Voorts heeft de Franse regering niet in twijfel getrokken, dat het vereiste evenwicht in het handelsverkeer, op grond waarvan nieuwe aardappelen (primeurs) uit de ARH konden worden verwijderd, is blijven bestaan, waaruit blijkt dat de door de Commissie genomen maatregelen gegrond waren. De stelling die de Franse regering in het onderhavige geval verdedigt, namelijk dat een gecombineerde behandeling van de voorstellen om produkten uit de wijnbouwsector en nieuwe aardappelen (primeurs) uit de ARH te lichten, een rechtvaardiging vindt in de omstandigheid dat aldus aan de getroffen Lid-Staten de mogelijkheid wordt geboden, overleg te plegen om te komen tot een blokkerende minderheid waarmee de vaststelling van de voorstellen van de Commissie kan worden verhinderd, komt erop neer, dat politieke praktijken tot rechtsregel worden verheven. Bovendien lag tussen het telexbericht met de uitnodiging van 11 december 1987 en 8 januari 1988, de datum waarop de verwijdering is goedgekeurd, een periode van 28 dagen; deze termijn biedt de getroffen Lid-Staten volgens de Spaanse regering voldoende tijd om na te denken.
Schending van wezenlijke vormvoorschriften
Volgens de Franse regering is niet voldaan aan het wezenlijke vormvoorschrift van raadpleging van het ad hoc-comité, daar een comité van beheer geen van de eigenschappen van het ad hoc-comité bezit. Gelet op het arrest van het Hof van 29 oktober 1980 (zaak 138/79, Roquette Frères, Jurispr. 1980, blz. 3333), kan de raadpleging van een comité dat niet voldoet aan de criteria die de Toetredingsakte stelt, tot nietigheid van de betrokken handeling leiden.
Volgens de Commissie omvat dit middel dezelfde grieven als die welke ter ondersteuning van het middel inzake onbevoegdheid naar voren zijn gebracht. Zij beperkt zich ertoe, naar de reeds besproken argumenten te verwijzen.
Misbruik van procedure
Volgens de Franse regering heeft de Commissie, door de bestreden verordening vast te stellen op advies van een niet naar behoren samengesteld comité, zich ook schuldig gemaakt aan misbruik van procedure, doordat zij zich niet heeft gehouden aan de bijzondere procedure die is voorgeschreven voor vaststelling van de litigieuze verordening. De Commissie heeft in plaats van een ad hoc-comité een comité van beheer geraadpleegd. Dit misbruik van procedure blijkt uit de navolgende elementen, die naar voren treden wanneer men het intern reglement van het comite ad hoc ARH leest in samenhang met de telexberichten met de uitnodiging: de omstandigheid dat er verschillende ad hoc-comités ARH zijn, het tijdschema van de vergadering van 15 december 1987 dat een afzonderlijke vergadering van een comité ad hoc ARH onmogelijk maakt, en de gezamenlijke vergaderingen op 17 december 1987 en 8 januari 1988.
Volgens de Commissie wordt er bij dit middel vanuit gegaan, dat is bewezen dat de Commissie zich bij de vaststelling van de bestreden verordening aan de voorgeschreven procedure heeft onttrokken en zodoende haar bevoegdheid heeft uitgeoefend voor een ander doel dan dat waarvoor die bevoegdheid haar was verleend, naar de woorden van het Hof in zijn arrest van 4 februari 1982 (zaak 817/79, Buyl, Jurispr. 1982, blz. 245). De Franse regering levert dit bewijs niet, maar herhaalt slechts de reeds aangevoerde formele grieven.
Kennelijke beoordelingsfout
Subsidiair betoogt de Franse regering, dat de Commissie bij de vaststelling van de litigieuze verordening een ernstige en kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt. Zij heeft die verordening vastgesteld op grond van het advies van een comité met een andere samenstelling en andere taken dan die van het ad hoc-comité. Zij kon derhalve onmogelijk rekening houden met alle betrokken markten.
Volgens de Commissie is een dergelijke grief op zichzelf geen voldoende grond om het aan deze verordening ten grondslag liggende oordeel van de Commissie op losse schroeven te stellen, daar het aangevoerde middel op dezelfde argumentering van formele aard berust.
IV — Antwoorden op door het Hof gestelde vragen
Op de vraag van het Hof, of de Commissie over gegevens beschikt over de personele samenstelling van de vergaderingen van de diverse comités op 17 en 23 december 1987 en 8 januari 1988, heeft de Commissie geantwoord, dat op 23 december 1987 geen vergadering is gehouden; in de notulen van de tweede vergadering van het comité ad hoc ARH is deze datum bij vergissing vermeld in plaats van de juiste datum, 17 december 1987.
De Commissie heeft twee informele deelnemerslijsten overgelegd: een lijst voor de 155ste vergadering van het comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte produkten van 17 december 1987 en een lijst voor de tweede vergadering van het comité ad hoc ARH van 8 januari 1988.
Het Hof heeft de Franse regering verzocht, te laten weten of zij het eens is met de mededeling van de Spaanse regering, dat de Franse delegatie tijdens de vergaderingen van 17 en 23 december 1987 volledig van samenstelling is gewijzigd toen het ad hoc-comité is gevormd.
De Franse regering heeft om te beginnen opgemerkt, dat op 23 december 1987 geen vergadering is gehouden.
Voorts heeft de Franse regering de namen verstrekt van de leden van de Franse delegatie op de vergaderingen van de diverse comités van 15 en 17 december 1987 en 8 januari 1988. Volgens haar is tijdens alle op 15 december 1987 en 8 januari 1988 gehouden vergaderingen geen enkel lid van de Franse delegatie vervangen.
Volgens de agenda van 17 december 1987 had de Commissie drie verschillende comités bijeengeroepen. Tijdens de 155ste vergadering van het comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte produkten, was het Ministerie van Landbouw vertegenwoordigd door een lid van de Algemene Directie Voeding. Daar deze directie niet bevoegd is voor verse produkten, hebben tijdens de daaropvolgende vergaderingen van het gezamenlijk comité (ad hoc-comité, comité van beheer voor zaaizaad en comité van beheer voor verse groenten en fruit) en het comité van beheer voor verse groenten en fruit twee vertegenwoordigers van de Directie Produktie en handelsverkeer het Ministerie van Landbouw vertegenwoordigd. De Franse delegatie is die dag dus gedeeltelijk vervangen ten gevolge van de taakverdeling tussen twee verschillende directies van het Ministerie van Landbouw. Voorts heeft de Franse vertegenwoordiger van de Office national interprofessionnel des fruits et légumes et de l'horticulture (Oniflhor) aan de vergaderingen van aile comités op 17 december 1987 deelgenomen.
T. Koopmans
rechter-rapporteur
( *1 ) Procestaal: Frans.
ARREST VAN HET HOF
7 december 1989 ( *1 )
In zaak C-136/88,
Franse Republiek, vertegenwoordigd door E. Belliard, onderdirecteur bij de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, als gemachtigde, en M. Giacomini, secretaris Buitenlandse Zaken bij dit ministerie, als plaatsvervangend gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, 9, boulevard Prince-Henri,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door P. Hetsch, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door J. Conde de Saro, directeur-generaal Communautaire Juridische en Institutionele Coördinatie, en R. Garcia-Valdecasas y Fernandez, hoofd juridische dienst belast met de vertegenwoordiging van Spanje bij het Hof van Justitie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Spaanse ambassade, 4 en 6, boulevard E.-Servais,
interveniënt,
betreffende de nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 530/88 van de Commissie van 26 februari 1988 houdende verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer geldt (PB 1988, L 53, blz. 71),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt: O. Due, president, C. N. Kakouris, F. A. Schockweiler en M. Zuleeg, kamerpresidenten, T. Koopmans, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, F. Grévisse en M. Diez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal: G. Tesauro
griffier: H. A. Rühi, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 21 september 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 november 1989,
het navolgende
Arrest
1
Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 17 mei 1988, heeft de Franse Republiek krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag verzocht om nietigverklaring van verordening (EEG) nr. 530/88 van de Commissie van 26 februari 1988 houdende verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer geldt (PB 1988, L 53, biz. 71).
2
De aanvullende regeling voor het handelsverkeer (hierna: ARH) is ingesteld bij artikel 81 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (hierna: Toetredingsakte). De ARH heeft ten doel, een harmonische en geleidelijke opening van de markt tussen de twee toetredende Lid-Staten en de tien andere Lid-Staten mogelijk te maken door middel van toezicht op de ontwikkeling van het handelsverkeer en, zo nodig, door de vaststelling van maatregelen betreffende het handelsverkeer. Wat de invoer in de Gemeenschap van de Tien van produkten uit Spanje betreft, geldt de ARH voor de produkten uit de wijnbouwsector en voor nieuwe aardappelen (primeurs), en vanaf 1 januari 1990 voor groenten en fruit.
3
De produkten uit de wijnbouwsector en de nieuwe aardappelen (primeurs) kunnen aan het begin van het tweede jaar volgend op de toetreding en aan het begin van elk van de daaropvolgende jaren worden verwijderd uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt. Artikel 81, lid 3, laatste alinea, Toetredingsakte bepaalt, dat daartoe inzonderheid rekening zal worden gehouden met de situatie op het punt van de produktie- en de afzetstructuren van die produkten.
4
Het besluit om produkten uit de ARH te verwijderen, wordt genomen volgens de procedure van artikel 82 Toetredingsakte. De Commissie kan het besluit nemen, wanneer het in overeenstemming is met het advies van een ad hoc-comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie; dit comité spreekt zich uit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, waarbij de stemmen worden gewogen overeenkomstig artikel 148, lid 2, EEG-Verdrag.
5
Bij verordening nr. 530/88, waarop het onderhavige geding betrekking heeft, werden nieuwe aardappelen (primeurs) verwijderd uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt. Volgens de vierde overweging van haar considerans zijn de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming met het advies van het comité ad hoc „ARH”.
6
Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het geding, het procesverloop en de conclusies, middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
7
De Franse regering voert vier middelen aan: onbevoegdheid van de Commissie, schending van wezenlijke vormvoorschriften, misbruik van procedure en, subsidiair, kennelijke beoordelingsfout. Het eerste middel is gebaseerd op de onbevoegdheid van de Commissie om de litigieuze verordening vast te stellen zonder het advies van een naar behoren samengesteld ad hoc-comité; de drie andere middelen zijn gebaseerd op de stelling, dat de Commissie in plaats van een ad hoc-comité dat aan de in de Toetredingsakte gestelde criteria voldoet, in feite een comité van beheer in de sector van het betrokken produkt heeft geraadpleegd. Deze laatste stelling dient eerst te worden onderzocht.
a) De raadpleging van een comité van beheer in plaats van het ad hoc-comité
8
De Franse regering wijst er om te beginnen op, dat het ad hoc-comité, dat bij de Toetredingsakte is ingesteld om een geleidelijke en evenwichtige overgang naar een volledig vrij verkeer van landbouwprodukten te verzekeren, als enige — maar dan wel algemene — taak heeft, zich uit te spreken over de ontwerpbesluiten van de Commissie betreffende de produkten waarvoor de ARH geldt. Anders dan de comités van beheer, die door de verordeningen houdende instelling van een gemeenschappelijke ordening der markten voor tal van landbouwprodukten of groepen van landbouwprodukten zijn ingevoerd, is er voor alle betrokken produkten dus maar één ad hoc-comité, dat derhalve van horizontale aard is.
9
De Franse regering betoogt voorts, dat de Commissie alvorens verordening nr. 530/88 vast te stellen, het comité van beheer in de sector verse groenten en fruit heeft geraadpleegd en niet het bij de Toetredingsakte ingestelde ad hoc-comité. De Commissie zou in ieder geval, zowel in de uitnodigingen voor de vergaderingen als in de notulen, voortdurend verwarring tussen de twee comités hebben laten bestaan. Daardoor zou zij de vertegenwoordigers van de Lid-Staten hebben belet een overzicht te krijgen van de voor verwijdering uit de ARH-lijst in aanmerking komende produkten.
10
De Commissie is het eens met de stelling, dat het bij de Toetredingsakte ingestelde ad hoc-comité een uniek en horizontaal comité is. Zij ontkent echter, dat zij het ad hoc-comité heeft verward met de comités van beheer. Al is het waar dat tweemaal een gezamenlijke vergadering van het ad hoc-comité en bepaalde comités van beheer is belegd om de situatie van de nieuwe aardappelen (primeurs) te behandelen, toch zou de Commissie zowel in de uitnodigingen hiervoor als in de notulen van de vergaderingen steeds een duidelijk onderscheid tussen deze twee soorten comités hebben gemaakt.
11
Voorts betoogt de Commissie, dat zij verplicht was het ad hoc-comité en de voor nieuwe aardappelen (primeurs) bevoegde comités van beheer tegelijkertijd bijeen te roepen, daar zij van te voren niet kon weten of een voorstel om nieuwe aardappelen (primeurs) te verwijderen uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt, in het ad hoc-comité de vereiste gekwalificeerde meerderheid van stemmen kon behalen. Wanneer deze meerderheid niet zou zijn behaald, hadden andere maatregelen in het kader van de ARH moeten worden genomen, zoals de vaststelling van het indicatief invoerplafond. Voor dergelijke maatregelen zou raadpleging van het comité van beheer nodig zijn geweest.
12
Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat verordening nr. 530/88 is vastgesteld op 26 februari 1988, nadat in een vergadering van 8 januari 1988 een gunstig advies was uitgebracht. De Commissie had deze vergadering in haar convocatie omschreven als „2e gezamenlijk comité — ad hoc Comité (artikel 82 Toetredingsakte) — Comité van beheer zaaizaad en Comité van beheer groenten en fruit”. Een eerste „gezamenlijk comité” was op 17 december 1987 bijeengekomen. Blijkens de processtukken wordt in de agenda's en de notulen van deze twee vergaderingen een onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden van de comités van beheer en die van het ad hoc-comité. Volgens de notulen van de vergadering van het comite ad hoc ARH van 8 januari 1988 heeft het comité met 61 stemmen voor en 15 tegen — de Franse en Griekse delegatie stemden tegen — een gunstig advies uitgebracht over de verordening houdende verwijdering van nieuwe aardappelen (primeurs) uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt. Vast staat, dat geen van de ter vergadering aanwezige delegaties bezwaar heeft gemaakt tegen deze notulen.
13
Uit deze feitelijke gegevens volgt, dat verzoeksters stelling, dat het ad hoc-comité niet is geraadpleegd of althans dat bij de raadpleging de bevoegdheden van het ad hoc-comité met die van de comités van beheer zijn verward, ongegrond is.
14
Voor zover de Franse regering kritiek heeft op de door de Commissie gevolgde praktijk om het onderzoek van de mogelijkheid om produkten uit de ARH-lijst te verwijderen, en de raadpleging van het ad hoc-comité dienaangaande, voor elke specifieke sector afzonderlijk te verrichten, dient te worden opgemerkt, dat de Toetredingsakte de gemeenschapsinstellingen geenszins verplicht de mogelijkheden tot verwijdering tegelijkertijd te onderzoeken voor alle produkten waarvoor de ARH geldt.
15
Daar het ad hoc-comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten, had iedere Lid-Staat overigens de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen door deskundigen uit de betrokken sector, door personen die een overzicht van de betrokken sector konden hebben, of door personen uit deze twee categorieën.
16
Uit het voorgaande volgt, dat de middelen ontleend aan de raadpleging van een comité van beheer in plaats van het ad hoc-comité moeten worden verworpen.
b) Het ontbreken van een naar behoren samengesteld ad hoc-comité
17
Als eerste middel voert de Franse regering aan, dat de adviezen van het ad hoc-comité onregelmatig zijn, daar de werkzaamheden van dit comité zijn gebaseerd op een intern reglement dat zelf kennelijk in strijd is met artikel 82 Toetredingsakte.
18
Volgens de Franse regering volgt de onregelmatigheid van dit intern reglement in de eerste plaats voort uit de omstandigheid, dat het op 15 december 1987 is vastgesteld door een „ad hoc comité voor de wijnbouwsector”, dat in feite het comité van beheer voor deze sector was. De verwarring tussen een comité voor een bepaalde sector en een comité waarvan er maar één bestaat en dat een horizontaal karakter heeft, zou zijn gehandhaafd in artikel 1, tweede zin, van het op deze wijze vastgestelde intern reglement, volgens welke „gezamenlijke vergaderingen van twee of meer ad hoc comités kunnen worden belegd voor onder hun bevoegdheid vallende vraagstukken”.
19
Volgens de Commissie is het intern reglement van het ad hoc-comité vastgesteld tijdens de oprichtingsvergadering hiervan op 15 december 1987. Zij betwist niet dat de tweede zin van artikel 1 van het intern reglement onjuist is en bij vergissing in het reglement is opgenomen.
20
Dienaangaande moet worden opgemerkt, dat de uitnodiging voor de vergadering van 15 december 1987 betrekking had op een vergadering van het comité van beheer voor de wijnbouwsector, „voorafgegaan door de vergadering van het ad hoc Comité (artikel 82 Toetredingsakte)”. Er zijn afzonderlijke agenda's en afzonderlijke notulen opgesteld. De notulen van de vergadering van het ad hoc-comité maken melding van een gunstig advies over het intern reglement van het comité ad hoc ARH „voor de wijnbouwsector”.
21
Op grond van deze laatste uitdrukking en van de bewoordingen van artikel 1 van het intern reglement kan worden aangenomen, dat bij de vaststelling van dit reglement verwarring bestond omtrent de juiste aard van het ad hoc-comité. Een dergelijke verwarring, hoe betreurenswaardig zij ook is, vermag de geldigheid van de thans in geding zijnde verordening nr. 530/88 evenwel niet aan te tasten.
22
Vast staat immers, dat verordening nr. 530/88 door de Commissie is vastgesteld, nadat het bij artikel 82 Toetredingsakte ingestelde en regelmatig bijeengeroepen ad hoc-comité, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de zin van artikel 148, lid 2, EEG-Verdrag een gunstig advies had uitgebracht.
23
Het eerste middel van de Franse regering moet derhalve worden verworpen. Mitsdien moet het beroep in zijn geheel worden verworpen.
Kosten
24
Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij te worden verwezen in de kosten, daaronder begrepen die welke door de intervenient zijn gemaakt.
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende:
1)
Verwerpt het beroep.
2)
Verwijst de Franse Republiek in de kosten, daaronder begrepen die welke door de intervenient zijn gemaakt.
Due
Kakouris
Schockweiler
Zuleeg
Koopmans
Mancini
Moitinho de Almeida
Grévisse
Diez de Velasco
Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 7 december 1989.
De griffier
J.-G. Giraud
De president
O. Due
( *1 ) Procestaal: Frans.
Full & Egal Universal Law Academy