Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Harmonisatie van wettelijke regelingen inzake gezondheidsvoorschriften - Vers vlees van pluimvee - Intracommunautair handelsverkeer - In Lid-Staat van bestemming ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard vlees - Recht van afzender om advies van neutraal veterinair deskundige in te winnen - Advies van veterinair deskundige - Rechtsgevolg
( Richtlijn 71/118 van de Raad, artikel 10 )
Samenvatting
Krachtens richtlijn 71/118 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee uit een andere Lid-Staat op zijn grondgebied verbieden, indien bij de keuring in het land van bestemming is vastgesteld, dat dit vlees niet geschikt is voor menselijke consumptie . Artikel 10 van de richtlijn schrijft voor, dat de Lid-Staat in dat geval de afzender het recht toekent om het advies in te winnen van een neutrale deskundige, die op een daartoe door de Commissie opgestelde lijst staat; dat advies heeft echter geen beslissend en verbindend karakter, maar vormt een gewichtig beoordelingselement voor de nationale autoriteiten en voor de in voorkomend geval aangezochte nationale rechter .
Partijen
In zaak C-332/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunal de commerce te Quimper, in het aldaar aanhangig geding tussen
SA Alimenta
en
SA Doux,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 10 van richtlijn 71/118/EEG van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee ( PB 1971, L 55, blz . 23 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
samengesteld als volgt : Sir Gordon Slynn, kamerpresident, R . Joliet en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- SA Alimenta, verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door Y . Kerjean, advocaat te Brest,
- SA Doux, vertegenwoordigd door H . Gurland en U . C . Feldmann, advocaten te Keulen,
- de Griekse regering, vertegenwoordigd door N . Frangakis, juridisch adviseur bij de Permanente Vertegenwoordiging van Griekenland bij de Europese Gemeenschappen, I . Galani-Marangoudaki, juridisch medewerkster van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en I . Laios, juridisch adviseur bij het Ministerie van Landbouw, als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R . Barents en C . Berardis-Kayser, leden van haar juridische dienst, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 9 januari 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 maart 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 30 september 1988, ingekomen bij het Hof op 16 november daaraanvolgend, heeft het Tribunal de commerce te Quimper krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van artikel 10 van richtlijn 71/118/EEG van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee ( PB 1971, L 55, blz . 23 ). Het Tribunal wenst te vernemen, welk rechtsgevolg het advies van de op grond van die bepaling aangewezen veterinair deskundige heeft .
2 Deze vraag is gerezen in een geschil tussen SA Alimenta, een vennootschap naar Grieks recht, te Piraeus, en SA Doux, een vennootschap naar Frans recht, te Châteaulin, in verband met de levering van een partij schoongemaakte kippen met slachtafvallen . Bij aankomst van de goederen te Piraeus, werden zij door de Griekse veterinaire autoriteiten in beslag genomen en ongeschikt voor menselijke consumptie verklaard wegens de aanwezigheid van salmonellabacteriën .
3 Krachtens artikel 9, lid 1, van richtlijn 71/118 van de Raad kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee uit een andere Lid-Staat op zijn grondgebied verbieden, indien bij de keuring in het land van bestemming is vastgesteld, dat dit vlees niet geschikt is voor menselijke consumptie . De krachtens deze bepaling genomen besluiten moeten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen .
4 Artikel 10 van de richtlijn bepaalt, dat elke Lid-Staat aan de afzender van vers vlees van pluimvee dat overeenkomstig artikel 9, lid 1, niet op zijn grondgebied in de handel mag worden gebracht, het recht toekent om het advies van een veterinair deskundige in te winnen . Deze veterinair deskundige dient de nationaliteit van een van de Lid-Staten te bezitten; hij mag echter noch de nationaliteit van het land van verzending, noch die van het land van bestemming bezitten . Elke Lid-Staat draagt er zorg voor, dat de veterinaire deskundigen, voordat door de bevoegde autoriteit tot andere maatregelen, zoals de onbruikbaarmaking van het vlees, wordt overgegaan, kunnen uitmaken of aan de voorwaarden van artikel 9, lid 1, is voldaan . De Commissie stelt, op voorstel van de Lid-Staten, de lijst op van de veterinaire deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen kunnen worden belast . Na raadpleging van de Lid-Staten stelt zij algemene uitvoeringsvoorschriften vast, in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van deze adviezen te volgen procedure .
5 In vervolg op de besluiten van de Griekse veterinaire autoriteiten om de goederen ongeschikt voor menselijke consumptie te verklaren ( welke besluiten door twee commissies respectievelijk bestaande uit drie en vijf veterinaire deskundigen waren bevestigd ) en de door Doux geleverde goederen in beslag te nemen, vroeg Doux advies aan een op de door de Commissie opgestelde lijst voorkomende deskundige . Deze deskundige, van Nederlandse nationaliteit, verrichtte twee onderzoeken en kwam tot de conclusie, dat er geen enkele reden was om de betrokken goederen niet in overeenstemming met de voorschriften van richtlijn 71/118 te verklaren .
6 De Griekse autoriteiten handhaafden echter het beslag en verhinderden zo, dat de goederen in de handel konden worden gebracht . Van oordeel dat Doux haar contractuele verplichtingen niet was nagekomen door goederen te leveren die niet in de handel konden worden gebracht, dagvaardde Alimenta Doux voor het Tribunal de Commerce te Quimper ter verkrijging van schadevergoeding . Deze rechterlijke instantie heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag :
"Welk rechtsgevolg moet worden toegekend aan het advies van 11 december 1987 en 3 februari 1988 van de krachtens artikel 10 van richtlijn 71/118/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 februari 1971 aangewezen veterinair deskundige, luidende 'My investigation showed that there is no indication that the consignment mentioned above is not certified in conformity with Directive 71/118 EEC' , terwijl de bevoegde Griekse autoriteiten daarentegen dezelfde goederen ongeschikt voor menselijke consumptie hebben verklaard en de inbeslagneming ervan hebben bevolen?"
7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, de toepasselijke regeling, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
8 De Griekse regering en de partijen in het hoofdgeding verzoeken het Hof zich uit te spreken over de inhoud van de door de deskundigen uitgebrachte adviezen, waarvan de onderling afwijkende conclusies zouden zijn terug te voeren op verschillen in de gebruikte analysemethoden .
9 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat het Hof in het kader van artikel 177 EEG-Verdrag geen uitspraak kan doen over de feiten van het hoofdgeding of over de juistheid van een deskundigenadvies; bij een algemeen geformuleerde vraag betreffende het rechtsgevolg van een advies behoeft het de verwijzende rechter slechts de uitleggingselementen te verschaffen die hij nodig heeft om het geschil te kunnen beslechten .
10 In casu betreft de vraag van de verwijzende rechter alleen het rechtsgevolg van het advies van de overeenkomstig artikel 10 van richtlijn 71/118 aangewezen veterinair deskundige, en niet de juistheid van dat advies .
11 De richtlijn nu zegt niet uitdrukkelijk, welk rechtsgevolg het advies heeft .
12 Verzoekster in het hoofdgeding en de Griekse regering betogen, dat het advies noch voor de verwijzende rechter noch voor de Griekse autoriteiten bindend is . Het is een element dat moet worden beoordeeld naast de andere adviezen en rekening houdend met alle omstandigheden .
13 Volgens verweerster in het hoofdgeding is het advies van de uit de door de Commissie opgestelde lijst gekozen deskundige niet alleen een contra-expertise, maar een definitieve arbitrage; zij beroept zich hiervoor op de letter van genoemd artikel 10, volgens hetwelk de betrokken deskundigen kunnen "uitmaken" of aan de voorwaarden van artikel 9, lid 1, is voldaan .
14 Volgens de Commissie heeft dit advies hetzelfde rechtsgevolg als het advies van een deskundige die krachtens nationaal recht om een oordeel wordt gevraagd .
15 Vastgesteld moet worden, dat de taak van de deskundige is een advies en niet een beslissing te geven . Ofschoon een advies in bepaalde gevallen bindende rechtsgevolgen kan hebben, wijst niets in de richtlijn erop, dat het betrokken advies de nationale of communautaire autoriteiten definitief bindt . Indien de Raad de deskundige een dergelijke beslissingsbevoegdheid had willen geven, zou hij dit uitdrukkelijk hebben gedaan . De term "uitmaken" moet niet in beslissende en dwingende zin worden verstaan : hij betekent enkel, dat de deskundige zich een eigen mening moet vormen met betrekking tot de vraag, of aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 9, lid 1, is voldaan . De door de richtlijn ingevoerde procedure brengt niet noodzakelijkerwijs mee, dat het deskundigenadvies bindende rechtsgevolgen heeft .
16 Verweerster beroept zich verder op het systeem van richtlijn 71/118 en op het stelsel van de ene markt en verwijst met name naar richtlijn 83/643 van de Raad van 1 december 1983 ter vereenvoudiging van de fysieke controle en de administratieve formaliteiten bij het goederenvervoer tussen Lid-Staten ( PB 1983, L 359, blz . 8 ), ten betoge dat de sanitaire controle wordt georganiseerd in het land van verzending onder diens verantwoordelijkheid en dat de certificaten van het land van oorsprong met betrekking tot de gezondheid van uit een Lid-Staat ingevoerde produkten moeten worden vermoed juist te zijn .
17 Dit argument faalt, daar richtlijn 71/118 de Lid-Staten, in afwachting van verder gaande harmonisatie, uitdrukkelijk het recht verleent om de invoer op hun grondgebied van vlees van pluimvee dat ongeschikt voor menselijke consumptie is, te verbieden .
18 Ten slotte betoogt verweerster, dat indien aan het in artikel 10 bedoelde advies geen enkele rechtskracht zou toekomen, die bepaling zinledig zou zijn .
19 Deze stelling is ongegrond . Ook al bindt het de nationale autoriteiten niet, het advies van de uit de door de Commissie opgestelde lijst gekozen deskundige, die een andere nationaliteit bezit dan die van de betrokken Lid-Staten, heeft toch een zeker belang : het geeft een beoordeling van de feiten door een deskundige die van de betrokken partijen en de nationale autoriteiten onafhankelijk is; het kan derhalve laatstbedoelden aanleiding geven, hun standpunt te herzien, en het kan een belangrijk beoordelingselement voor de aangezochte rechter zijn en een informatiebron voor de Commissie over het bestaan van een eventuele maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking .
20 Bijgevolg blijkt uit de bewoordingen en het doel van de richtlijn niet, dat de conclusies van de deskundige beslissend zijn voor de partijen en de Lid-Staten, en evenmin dat zij prevaleren boven enig ander advies of dat zij, wanneer het advies gunstig is voor de exporteur, meebrengen dat de goederen als geschikt voor menselijke consumptie moeten worden beschouwd en bijgevolg vrij moeten worden toegelaten tot het grondgebied van de Lid-Staat van bestemming .
21 Mitsdien moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat het advies van een veterinair deskundige, bedoeld in artikel 10 van richtlijn 71/118 van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee, geen beslissend en verbindend karakter heeft, maar een gewichtig beoordelingselement vormt voor de nationale autoriteiten en voor de in voorkomend geval aangezochte nationale rechter .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
22 De kosten door de regering van de Helleense Republiek alsmede door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
uitspraak doende op de door het Tribunal de commerce te Quimper bij vonnis van 30 september 1988 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Het advies van een veterinair deskundige, bedoeld in artikel 10 van richtlijn 71/118/EEG van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee, heeft geen beslissend en verbindend karakter, maar vormt een gewichtig beoordelingselement voor de nationale autoriteiten en voor de in voorkomend geval aangezochte nationale rechter .
Full & Egal Universal Law Academy