Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Regeling die gedeelte van overheidsopdracht voorbehoudt aan ondernemingen die in bepaald deel van nationaal grondgebied zijn gevestigd - Ontoelaatbaarheid
(EEG-Verdrag, art. 30)
2. Vrij verkeer van goederen - Kwantitatieve beperkingen - Maatregelen van gelijke werking - Maatregel die als steunmaatregel in zin van artikel 92 EEG-Verdrag kan worden aangemerkt - Mogelijkheid die toepasselijkheid van verbod van maatregelen van gelijke werking niet uitsluit
(EEG-Verdrag, art. 30 en 92)
Samenvatting
1. Artikel 30 EEG-Verdrag verzet zich tegen een nationale regeling die een percentage van de overheidsopdrachten voor leveringen voorbehoudt aan ondernemingen die in bepaalde delen van het nationale grondgebied zijn gevestigd.
2. Het feit dat een nationale regeling zou kunnen worden aangemerkt als een steunmaatregel in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag, onttrekt die regeling niet aan het verbod van artikel 30 EEG-Verdrag.
Partijen
In zaak C-351/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Tribunale amministrativo regionale del Lazio (Italië), in het aldaar aanhangig geding tussen
Laboratori Bruneau Srl
en
Unità sanitaria locale RM/24 de Monterotondo,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 30 en 92 EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: M. Díez de Velasco, kamerpresident, C. N. Kakouris en P. J. G. Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal: C. O. Lenz
griffier: D. Louterman, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door:
- de vennootschap Laboratori Bruneau, vertegenwoordigd door E. Beretta en A. Bozzi, advocaten te Milaan, G. Bozzi, advocaat te Rome, en A. May, advocaat te Luxemburg,
- de regering van de Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door P. G. Ferri, avvocato dello Stato, als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. Berardis, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van de vennootschap Laboratori Bruneau en van de Commissie ter terechtzitting van 5 juni 1991,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 27 juni 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 30 mei 1988, ingekomen bij het Hof op 6 december 1988, heeft het Tribunale amministrativo regionale del Lazio (Italië) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de artikelen 30 en 92 EEG-Verdrag, ten einde te kunnen beoordelen of een Italiaanse regeling die een percentage van de overheidsopdrachten voor leveringen reserveert ten gunste van in de Mezzogiorno gevestigde ondernemingen met deze bepalingen verenigbaar is.
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen de vennootschap Laboratori Bruneau en Unità sanitaria locale RM/24 de Monterotondo (Rome) (hierna: "USL"), nadat eerstgenoemde van de aanbestedingsprocedure voor de levering van hechtmateriaal was uitgesloten.
3 Bij artikel 17, leden 16 en 17, van wet nr. 64 van 1 maart 1986 ("Disciplina organica dell' intervento straordinario nel Mezzogiorno"), heeft de Italiaanse Staat de verplichting om ten minste 30 % van de benodigdheden te betrekken van in de Mezzogiorno gevestigde ondernemingen in de industrie, de landbouw, en de nijverheid, alwaar de betrokken produkten een bewerking moeten hebben ondergaan, uitgebreid tot alle overheidslichamen en -diensten alsmede de instellingen en vennootschappen met overheidsdeelneming, daaronder begrepen de over het gehele nationale grondgebied verspreide USL' s.
4 Conform deze wettelijke regeling stelde de USL de voorwaarden vast voor de onderhandse aanbesteding van de levering van hechtmateriaal. Verzoekster vocht dit besluit aan voor het Tribunale amministrativo regionale del Lazio, waarbij zij betoogde dat zij van deelneming aan de aanbestedingsprocedure voor deze voorbehouden opdracht was uitgesloten, omdat zij geen vestiging in de Mezzogiorno had.
5 In het kader van de behandeling van dit beroep besloot de nationale rechter het Hof te verzoeken om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:
"Moeten de artikelen 30 en 92 EEG-Verdrag in de eerste plaats aldus worden uitgelegd, dat een nationale regeling waarbij een percentage van overheidsopdrachten voor leveringen wordt voorbehouden aan in bepaalde gebieden van het nationale grondgebied gevestigde ondernemingen, moet worden aangemerkt als een 'maatregel van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen' dan wel als een 'steunmaatregel' , en in de tweede plaats dat deze artikelen zich tegen genoemde regeling verzetten".
6 Voor een nadere uiteenzetting van de betrokken nationale wettelijke bepalingen, de feiten in het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting.
7 In het arrest van 20 maart 1990 (zaak C-21/88, Du Pont de Nemours, Jurispr. 1990, blz. I-889) heeft het Hof op prejudiciële vragen van het Tribunale amministrativo regionale della Toscana, die dezelfde strekking hadden, in de eerste plaats geantwoord, dat artikel 30 EEG-Verdrag aldus moet worden uitgelegd, dat het zich verzet tegen een nationale regeling die een percentage van de overheidsopdrachten voor leveringen voorbehoudt aan ondernemingen die in bepaalde delen van het nationale grondgebied zijn gevestigd, en in de tweede plaats, dat het feit dat een nationale regeling zou kunnen worden aangemerkt als een steunmaatregel in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag, die regeling niet aan het verbod van artikel 30 EEG-Verdrag onttrekt.
8 Aangezien uit de in de onderhavige zaak bij het Hof ingediende opmerkingen geen gegevens feitelijk of rechtens aan het licht zijn getreden, naar aanleiding waarvan een ander antwoord zou kunnen worden gegeven dient het in dat arrest van 20 maart 1990 (zaak C-21/88) gegeven antwoord te worden herhaald.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
9 De kosten door de Italiaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening hunner opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),
uitspraak doende op de door het Tribunale amministrativo regionale del Lazio bij beschikking van 30 mei 1988 gestelde vraag, verklaart voor recht:
1) Artikel 30 EEG-Verdrag moet aldus worden uitgelegd, dat het zich verzet tegen een nationale regeling die een percentage van de overheidsopdrachten voor leveringen voorbehoudt aan ondernemingen die in bepaalde delen van het nationale grondgebied zijn gevestigd.
2) Het feit dat een nationale regeling zou kunnen worden aangemerkt als een steunmaatregel in de zin van artikel 92 EEG-Verdrag, onttrekt die regeling niet aan het verbod van artikel 30 EEG-Verdrag.
Full & Egal Universal Law Academy