Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Beroep tot schadevergoeding - Beroep ingesteld tegen instelling voor welker gedraging Gemeenschap aansprakelijk zou zijn - Ontvankelijkheid
( EEG-Verdrag, artikelen 178 en 215, tweede alinea )
2 . Niet-contractuele aansprakelijkheid - Voorwaarden - Onrechtmatigheid - Schade - Causaal verband
( EEG-Verdrag, artikel 215, tweede alinea )
Samenvatting
1 . Wanneer de Gemeenschap wegens gedragingen van een harer instellingen aansprakelijk wordt gesteld, wordt zij voor het Hof vertegenwoordigd door de instelling of instellingen aan welke het feit dat tot de aansprakelijkheidsactie aanleiding geeft, wordt verweten . Hieruit mag evenwel niet worden afgeleid, dat wanneer een beroep rechtstreeks wordt ingesteld tegen de instelling waaraan het gestelde feit wordt verweten, zulks tot niet-ontvankelijkheid leidt; een dergelijke vordering moet namelijk worden geacht te zijn gericht tegen de door deze instelling vertegenwoordigde Gemeenschap .
2 . De Gemeenschap kan slechts niet-contractueel aansprakelijk worden gesteld en worden veroordeeld tot vergoeding van de geleden schade, wanneer er sprake is van een onrechtmatige handeling van de gemeenschapsinstellingen, van werkelijke schade en van een causaal verband daartussen .
Partijen
In zaak 353/88,
Briantex SAS, te Seregno, Italië,
en
A . Di Domenico, directeur-generaal van Briantex, woonachtig te Seregno,
vertegenwoordigd door N . Weinstock, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van L . Schintz, advocaat aldaar, 83, boulevard Grande-Duchesse Charlotte,
verzoekers,
tegen
Europese Economische Gemeenschap
en
Commissie van de Europese Gemeenschappen,
vertegenwoordigd door M . Wolfcarius, lid van de juridische dienst van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, als gemachtigde, bijgestaan door J.-L . Fagnart, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van de juridische dienst van de Commissie, Centre Wagner, Kirchberg,
verweersters,
betreffende een verzoek krachtens artikel 215 EEG-Verdrag om verweersters te veroordelen tot vergoeding van de schade die verzoekers zouden hebben geleden in het kader van een door de Commissie georganiseerde "handelsweek EEG-China",
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
samengesteld als volgt : C . N . Kakouris, kamerpresident, T . Koopmans en M . Díez de Velasco, rechters,
advocaat-generaal : F . G . Jacobs
griffier : D . Louterman, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 27 september 1989,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 oktober 1989,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 9 december 1988, hebben de vennootschap Briantex SAS, een onderneming die is gespecialiseerd in de groothandel en de produktie van linnengoed en soortgelijke produkten, gevestigd te Seregno, Italië, en haar directeur-generaal A . Di Domenico, krachtens de artikelen 178 en 215, tweede alinea, EEG-Verdrag een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen de Europese Economische Gemeenschap en de Commissie van de Europese Gemeenschappen . Het beroep heeft betrekking op de schade die verzoekers zouden hebben geleden in het kader van een door de Commissie te Brussel georganiseerde "handelsweek EEG-China ".
2 Verzoekers beroepen zich op de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap met het betoog, dat de Commissie onjuiste en onvolledige informatie heeft verspreid of heeft doen verspreiden, waardoor verzoekers zijn misleid en schade hebben geleden .
3 Afgaande op die informatie zou Di Domenico naar Brussel zijn gereisd in de veronderstelling dat hij daar een bestelling kon plaatsen bij de Chinese vertegenwoordigers . Ter plaatse kreeg hij evenwel te horen, dat het Italiaanse quotum voor de invoer van textielgoederen uit China reeds volledig was uitgeput . Volgens verzoekers bestaat de schade die zij hebben geleden uit nodeloos gemaakte reis - en verblijfkosten, een bedrag voor vier verloren werkdagen ten gevolge van de nutteloze reis van Di Domenico, alsmede de schade veroorzaakt doordat verzoekers niet de door hen verwachte zaken konden doen .
4 Voor een nadere uiteenzetting van het rechtskader, de feiten en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
De ontvankelijkheid
5 Verweersters stellen, dat het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk is, in de eerste plaats voor zover het is ingesteld door Di Domenico, aangezien deze daartoe niet bevoegd is, en in de tweede plaats voor zover het tegen de Commissie is gericht, aangezien deze geen rechtspersoonlijkheid bezit .
6 Met betrekking tot de bevoegdheid van Di Domenico om beroep in te stellen, moet worden overwogen, dat deze naar Brussel is gereisd in zijn hoedanigheid van directeur-generaal, dat wil zeggen als orgaan of mandataris van de vennootschap Briantex . De beweerde schade als gevolg van zijn reis en deelneming aan de handelsweek is dus geleden door de vennootschap Briantex . Aangezien Di Domenico derhalve geen persoonlijk belang bij de zaak heeft, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover het namens hem is ingesteld .
7 Met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep voor zover dit is gericht tegen de Commissie, moet eraan worden herinnerd dat, wanneer de Gemeenschap wegens gedragingen van een harer instellingen aansprakelijk wordt gesteld, zij voor het Hof wordt vertegenwoordigd door de instelling of instellingen aan welke het feit dat tot de aansprakelijkheidsactie aanleiding geeft, wordt verweten ( arrest van 13 november 1973, gevoegde zaken 63 tot 69/72, Werhahn, Jurispr . 1973, blz . 1229 ). Hieruit mag evenwel niet worden afgeleid, dat wanneer een beroep rechtstreeks wordt ingesteld tegen de instelling waaraan het gestelde feit wordt verweten, zulks tot niet-ontvankelijkheid leidt; een dergelijke vordering moet namelijk worden geacht te zijn gericht tegen de door deze instelling vertegenwoordigde Gemeenschap . De door verweersters in dit verband opgeworpen exceptie moet dus worden verworpen .
Ten gronde
8 Volgens vaste rechtspraak van het Hof kan de Gemeenschap slechts niet-contractueel aansprakelijk worden gesteld en worden veroordeeld tot vergoeding van de geleden schade, wanneer er sprake is van een onrechtmatige handeling van de gemeenschapsinstellingen, van werkelijke schade en van een causaal verband daartussen .
9 In casu zou de onrechtmatige handeling van de Commissie hebben bestaan in de verspreiding van informatie over de handelsweek EEG-China, die verzoekers ten onrechte in de veronderstelling bracht dat zij contracten konden sluiten met hun Chinese collega' s . Verzoekers verwijten de Commissie met name, dat zij hen niet heeft meegedeeld dat het Italiaanse quotum was uitgeput .
10 Uit de processtukken en de antwoorden op vragen van het Hof ter terechtzitting blijkt, dat verzoekers hun overtuiging dat zij contracten konden sluiten enkel hebben gebaseerd op een zinsnede in een rondschrijven van het Italiaans Instituut voor buitenlandse handel, waarin stond, dat gedurende de handelsweek tien Chinese import-exportorganisaties met beslissingsbevoegde regionale en provinciale vertegenwoordigers aanwezig zouden zijn .
11 In dit verband moet worden opgemerkt, dat de conclusies die verzoekers uit dat rondschrijven meenden te kunnen trekken, ongegrond waren . Het betrof hier slechts een mededeling van algemene aard, die geenszins suggereerde dat de Chinese vertegenwoordigers voor bepaalde goederen contracten zouden sluiten . Bovendien is, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, een handelsweek in de eerste plaats een gelegenheid voor ontmoetingen tussen zakenlieden, zonder garantie dat inderdaad contracten kunnen worden gesloten . Onder deze omstandigheden was de Commissie geenszins verplicht om de deelnemers aan dit evenement ervoor te waarschuwen, dat bepaalde quota voor textielprodukten waren uitgeput .
12 Onder deze omstandigheden kan niet worden gesteld, dat de Commissie door de verspreiding van de betrokken informatie onrechtmatig heeft gehandeld . Bijgevolg moet het beroep worden verworpen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verzoekers in het ongelijk zijn gesteld, moeten zij in de kosten worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde kamer ),
rechtdoende :
1 ) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is ingesteld namens Di Domenico .
2 ) Verklaart het beroep voor het overige ongegrond .
3 ) Verwijst verzoekers in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy