Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . In de zaak waarin ik thans conclusie neem, gaat het om de beoordeling van een op 30 november 1988 krachtens artikel 93 EEG-Verdrag door de Commissie aan de Italiaanse Republiek gerichte beschikking .
2 . Wat de voorgeschiedenis van de beschikking betreft, wil ik mij tot het volgende beperken ( voor de bijzonderheden van het geval verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting ).
3 . Bij artikel 45 van verordening ( EEG ) nr . 822/87 van de Raad "houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt" ( 1 ), is een steunregeling ingesteld voor onder meer gerectificeerde geconcentreerde druivemost, voortgebracht in de Gemeenschap, wanneer deze wordt gebruikt voor verhoging van het alcoholgehalte als bedoeld in artikel 18 van de verordening . Op 30 juli 1987 heeft de Commissie ter zake voor het wijnoogstjaar 1987/1988 verordening ( EEG ) nr . 2287/87 ( 2 ) vastgesteld, in artikel 2 waarvan de toepasselijke steunbedragen zijn vermeld .
4 . De Italiaanse regering vond deze regeling ontoereikend . Bij nota van 12 september 1987 stelde zij de Commissie daarvan in kennis en verzocht zij om aanvullende steun, die eventueel uit nationale middelen zou kunnen worden gefinancierd ( wat evenwel kennelijk is afgewezen door het comité van beheer, dat bij de vaststelling van de verordening van de Commissie betrokken was ).
5 . Van belang voor de onderhavige zaak is voorts, dat in het Italiaanse wetsdecreet nr . 370/87 van 7 september 1987 ( omgezet in wet nr . 460 van 4.11.1987 ) is bepaald, dat voor de wijnoogstjaren waarvoor overeenkomstig artikel 18 van verordening nr . 822/87 een verhoging van het alcoholgehalte van verse druiven enzovoort is toegestaan, steun kan worden verleend aan producenten van gerectificeerde geconcentreerde druivemost verkregen uit in Italië geteelde druiven waarvoor bij ministerieel decreet een maximumverkoopprijs is vastgesteld . Het bedrag van die steun is bij decreet van 21 november 1987 vastgesteld .
6 . De Commissie werd van eerstgenoemd wetsdecreet in kennis gesteld bij brief van 14 september 1987 ( die blijkbaar eerst op 14 oktober 1987 bij haar is ingeschreven ). Van mening, dat de Italiaanse steunmaatregelen onverenigbaar waren met de gemeenschappelijke markt en dat geen enkele van de in artikel 92 EEG-Verdrag bedoelde uitzonderingen erop van toepassing was, deelde de Commissie de Italiaanse regering bij brief van 11 december 1987 mee, dat zij de procedure van artikel 93, lid 2, EEG-Verdrag had ingeleid .
7 . Deze procedure werd afgesloten met de reeds genoemde beschikking waarin de Commissie concludeerde, dat de steunmaatregel onwettig wegens schending van artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag en bovendien onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt was, en dat hij derhalve moest worden ingetrokken ( waarover aan de Commissie binnen twee maanden rapport moest worden uitgebracht ).
8 . Thans dient te worden nagegaan of deze beschikking kan worden gehandhaafd dan wel of zij wegens onrechtmatigheid moet worden nietig verklaard .
B - Discussie
9 . 1 . Zoals bekend, stelt verzoekster allereerst, dat ten onrechte is uitgegaan van de toepasselijkheid van artikel 92, lid 1, dat bepaalt :
"Behoudens de afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig beïnvloedt ."
10 . De door de Commissie gelaakte Italiaanse maatregel zou in feite niet tot begunstiging van de Italiaanse producenten leiden, en evenmin gevolgen hebben voor de handel tussen de Lid-Staten . De maatregel is namelijk bedoeld om de concurrentiedistorsies te corrigeren die voortvloeien uit het feit dat in bepaalde gebieden voor de verhoging van het alcoholgehalte saccharose wordt gebruikt, terwijl in andere gebieden daarvoor een duurder produkt, namelijk gerectificeerde geconcentreerde druivemost, moet worden gebruikt . Weliswaar is om die reden voor producenten die laatstbedoeld produkt gebruiken, een regeling van gemeenschapssteun ingesteld, doch die regeling volstond niet om het kostenverschil te dekken . De gemeenschapssteun, die niet voldoende rekening houdt met het kostenverschil in de zin van artikel 45, lid 3, van verordening nr . 822/87, leidt dus niet tot de instandhouding van de handelsstromen van geconcentreerde druivemost en van voor het versnijden gebruikte wijnen als bedoeld in artikel 45, lid 2, ter zake van de wijnbouwzones C III . Integendeel, vastgesteld moet worden, dat de uitvoer uit wijnbouwzone C III, de zone waaruit de gerectificeerde geconcentreerde druivemost hoofdzakelijk afkomstig is, sedert de invoering van de gemeenschapssteun terugloopt . Tekenend is bovendien, dat de gemeenschapssteun voor het wijnoogstjaar 1988/1989 omvangrijker was ( ongeveer gelijk aan de het jaar voordien toegekende gemeenschapssteun plus de nationale Italiaanse steun ), zodat van aanvullende nationale steun kon worden afgezien .
11 . Gelet op hetgeen hierover in de loop van de procedure is gezegd, komt het mij voor, dat de beschikking van de Commissie op deze grond niet kan worden nietigverklaard .
12 . a ) Buiten beschouwing kan blijven, dat volgens de Commissie de bestreden beschikking blijkens artikel 1 ervan hoofdzakelijk is vastgesteld op grond van artikel 93, lid 3, EEG-Verdrag, dat bepaalt :
"De Commissie wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken . Indien zij meent dat zulk een voornemen volgens artikel 92 onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, vangt zij onverwijld de in het vorige lid bedoelde procedure aan . De betrokken Lid-Staat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid ."
13 . Zoals bekend, werd hieruit afgeleid, dat aangezien deze bepaling ( die volgens de rechtspraak rechtstreeks toepasselijk is ) niet werd nageleefd, doch de nationale steunmaatregelen vóór de afsluiting van de door de Commissie ingeleide procedure ten uitvoer werden gelegd, de steunmaatregel juist daardoor in strijd is met het Verdrag en niet kan worden geregulariseerd . Evenmin behoeft in dit verband te worden ingegaan op het door verzoekster in repliek geformuleerde bezwaar, dat in de motivering van de bestreden beschikking niet wordt gerept van een voortijdige uitvoering van de nationale steunmaatregel, doch alleen de verenigbaarheid van de steunmaatregel in de zin van artikel 92, lid 3, wordt behandeld en dat de onwettigheid van de steunmaatregel wegens schending van artikel 93, lid 3, eerst helemaal aan het einde van de beschikking ter sprake komt .
14 . b ) Bij de beoordeling mag namelijk niet uit het oog worden verloren, dat verzoeksters bezwaren in feite zijn gericht tegen de hoogte van de door de Gemeenschap bij verordening nr . 2287/87 van de Commissie vastgestelde steun . Opgemerkt zij evenwel, dat dit aspect kennelijk in samenhang met de vaststelling van de verordening van de Commissie via de procedure van het comité van beheer is behandeld . Logischerwijze ware de volgende stap dus een beroep tegen deze gemeenschapsmaatregel geweest . Na afloop van de beroepstermijn kan een ten volle beroepsbevoegde Lid-Staat evenwel zeker niet meer stellen, dat de door de Gemeenschap vastgestelde steunmaatregel onregelmatig - en met name ontoereikend ter verwezenlijking van het in artikel 45 van verordening nr . 822/87 gestelde doel - was, zodat daartoe een nationale steunmaatregel moest worden getroffen .
15 . Hiertegen kan mijns inziens ook niet worden ingebracht, dat het om een dringend probleem ging, omdat verrijkingsmaatregelen in Italië slechts tussen 1 september en 31 december 1987 konden worden genomen, zodat een beslissing ter zake zo mogelijk vóór het begin van deze periode diende te worden genomen . Verordening nr . 2287/87 van de Commissie is vastgesteld op 30 juli 1987, zodat reeds vroeg een procedure voor het Hof had kunnen worden ingeleid, en bovendien kunnen ingevolge artikel 36 van 's Hofs Statuut-EEG in de loop van de procedure voorlopige maatregelen worden gelast, een mogelijkheid waarvan, zoals bekend, steeds vaker en met succes gebruik wordt gemaakt .
16 . c ) Verder zij erop gewezen, dat de Italiaanse maatregel - zoals in de bestreden beschikking uitdrukkelijk wordt gesteld - een produkt betreft waarvoor een gemeenschappelijke marktordening met een uitputtende gemeenschapsrechtelijke regeling geldt . Wat dit aspect betreft, is in de rechtspraak reeds lang uitgemaakt, dat wanneer er een uitputtende gemeenschapsrechtelijke regeling bestaat ( in casu de reeds meermaals genoemde verordening nr . 2287/87 van de Commissie ), niet langer eenzijdig nationale maatregelen kunnen worden vastgesteld, met name niet wanneer deze gevolgen hebben voor het gemeenschappelijke prijzenstelsel, aangezien daardoor inbreuk zou worden gemaakt op de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap ter zake . In dit verband verwijs ik, zonder op de respectieve geschilpunten in te gaan, naar de vrij recente arresten in de zaken 255/86 ( 3 ), 127/87 ( 4 ), 212/87 ( 5 ) en C-281/87 ( 6 ).
17 . d ) Bij toetsing van de beschikking aan de verdragsbepalingen inzake steun, waarop de beschikking ten slotte is gebaseerd, blijkt dat de Commissie terecht van mening was, dat de Italiaanse aanvullende steun de Italiaanse produktie heeft begunstigd, waardoor de mededinging werd vervalst én het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig werd beïnvloed .
18 . Vastgesteld moet worden, dat verzoekster ten onrechte de nadruk heeft gelegd op een vergelijking van de situatie van de Italiaanse wijnproducenten met die van producenten uit andere Lid-Staten die voor de verhoging van het alcoholgehalte saccharose gebruiken ( het zou de bedoeling zijn geweest, de Italiaanse producenten op dezelfde wijze te behandelen als de producenten uit de andere Lid-Staten ). De Commissie heeft namelijk aangetoond, dat niet alleen in Italië gerectificeerde geconcentreerde druivemost wordt gebruikt om het alcoholgehalte te verhogen, en dat tot de reeds genoemde wijnbouwzones C III ( als bedoeld in bijlage IV bij verordening nr . 822/87 ) ook gebieden in Frankrijk en Griekenland behoren . Verzoekster bracht hier weliswaar tegen in, dat in de meeste gebieden in Frankrijk saccharose kan worden gebruikt en eerst sedert kort in enkele zones ook geringe hoeveelheden most worden gebruikt, en dat in Griekenland het alcoholgehalte slechts zelden wordt verhoogd en dan nog enkel met geconcentreerde druivemost ( en dus niet met gerectificeerde geconcentreerde druivemost ), doch in dupliek werd overtuigend aangetoond, dat - zoals uit de ingediende steunaanvragen blijkt - ook in Frankrijk in zeer aanzienlijke mate gerectificeerde geconcentreerde druivemost wordt gebruikt ( uit de aldaar genoemde cijfers blijkt overigens ook, dat in Italië in het wijnoogstjaar 1987/1988 de hoeveelheid voor verhoging van het alcoholgehalte gebruikte gerectificeerde geconcentreerde druivemost aanzienlijk is toegenomen, wat natuurlijk ook te maken kan hebben met de aanvullende nationale steun ).
19 . De Commissie heeft dus volkomen terecht aangenomen, dat de betwiste Italiaanse steunmaatregel een vervalsing van de mededinging ( zeker ten opzichte van landen waar het alcoholgehalte op dezelfde wijze wordt verhoogd ) tot gevolg had, en zij heeft terecht onderstreept, dat dit door verzoekster niet kan worden weerlegd met een verwijzing naar de Italiaanse marktprijzen ( die tijdens de periode van zes maanden voor en na de vaststelling van het decreet van 21 november 1987 geen wijzigingen hebben ondergaan ), aangezien daarmee niets wordt gezegd over de eventuele gevolgen voor de Griekse en de Franse producenten en evenmin over de vraag, hoe de prijzen in Italië zich zonder de nationale steunmaatregel zouden hebben ontwikkeld .
20 . Met betrekking tot het tweede wezenlijke element van artikel 92 EEG-Verdrag heeft de Commissie bovendien terecht aangenomen, dat de bestreden nationale maatregel het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig heeft beïnvloed . Mijns inziens kan in dit opzicht ( aangezien verzoekster ter zake niets substantieels heeft gezegd ) worden volstaan met te verwijzen naar de uiteenzetting in deel V van de bestreden beschikking, waar de omvang van de wijnproduktie in Italië, van de uitvoer naar andere Lid-Staten, van de Italiaanse invoer en van de uitvoer van druivemost uit Italië wordt aangegeven .
21 . 2 . Voorts voert verzoekster tegen de beschikking aan, dat uitgaande van de veronderstelling dat artikel 92 EEG-Verdrag van toepassing is, ten onrechte een afwijking van deze bepaling is geweigerd . Die stelling, namelijk dat artikel 92, lid 3, sub c, had moeten worden toegepast omdat de nationale maatregel de bevordering van de ontwikkeling van gebieden met een aanzienlijk wijnoverschot tot doel had, kan ik evenmin volgen .
22 . De Commissie heeft daarop immers terecht gerepliceerd, dat de nationale steun, omdat hij louter op basis van de gebruikte hoeveelheden wordt toegekend, zonder meer moet worden aangemerkt als een vorm van steun voor de bedrijfsvoering, dus als een maatregel die, aangezien hij niet met een herstructurering gepaard gaat, bijzonder streng moet worden beoordeeld . Verder heeft de Commissie er met recht op gewezen, dat artikel 92, lid 3, sub c, vereist, dat de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt, niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad . Aangenomen moet evenwel worden dat dit laatste het geval is, aangezien de nationale maatregel als een schending van de gemeenschappelijke marktordening voor wijn is te beschouwen en de nationale steunmaatregel tot een hogere most - en wijnproduktie, en dus tot een extra belasting van het gemeenschappelijk landbouwfonds, heeft geleid . Niet in het laatst merkt de Commissie terecht op, dat zij volgens de rechtspraak van het Hof ( zie bij voorbeeld het arrest in zaak 730/79 ( 7 )) voor de toepassing van artikel 92 over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt en dat verzoekster - anders dan in dergelijke gevallen dient te geschieden - niet heeft gesteld, dat de Commissie kennelijk in dwaling verkeerde of van onjuiste feiten is uitgegaan .
23 . 3 . Ten slotte wil ik - volledigheidshalve - opmerken, dat ook verzoeksters bezwaar ( onduidelijk is, of het als een zelfstandig middel bedoeld is ) als zou de schending van artikel 30 EEG-Verdrag ( waarvan sprake is in deel VI, lid 3, derde alinea van de beschikking ) normalerwijze het voorwerp van een andere procedure hebben moeten uitmaken, van geen belang is voor de beoordeling van de zaak .
24 . Dit is irrelevant, omdat genoemde overwegingen zeer duidelijk niet tot de hoofdgronden voor de beschikking behoren . Al komt deze beoordeling in de beschikking voor, toch heeft zij, gelet op de rest van de motivering, geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de beschikking ( dat op de inhoud ervan niets is aan te merken, blijkt overigens uit het feit dat de steun alleen werd toegekend voor most van Italiaanse druiven, hetgeen duidelijk een eenzijdige bevoordeling van de binnenlandse produktie is ).
C - Conclusie
25 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep te verwerpen en verzoekster, zoals gevorderd, in de kosten te verwijzen .
(*) Oorspronkelijke taal : Duits .
( 1 ) PB 1987, L 84, blz . 1 .
( 2 ) PB 1987, L 209, blz . 26 .
( 3 ) Arrest van 4 februari 1988, zaak 255/86, Commissie/België, Jurispr . 1988, blz . 705 .
( 4 ) Arrest van 21 juni 1988, zaak 127/87, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1988, blz . 3345 .
( 5 ) Arrest van 22 september 1988, zaak 212/87, Unilec, Jurispr . 1988, blz . 5075 .
( 6 ) Arrest van 29 november 1989, zaak C-281/87, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1989, blz . 4015 .
( 7 ) Arrest van 17 september 1980, zaak 730/79, Philip Morris Holland, Jurispr . 1980, blz . 2671 .
Full & Egal Universal Law Academy