Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief - Douanewaarde - Transactiewaarde - Bepaling - Vervoerkosten - Goederen die met verschillende soorten vervoermiddelen voor één totale prijs over douanegrens zijn gebracht - Kosten voor traject buiten Gemeenschap - Berekeningswijze - Containervervoer - Toepassing van regels die gelden wanneer één soort vervoermiddel wordt gebruikt - Ontoelaatbaarheid
( Verordening van de Raad nr . 1224/80, artikelen 8, lid 1, sub e, i, en 15, lid 2, sub a )
Samenvatting
Wanneer een totale prijs is betaald voor het vervoer van ingevoerde goederen tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, en de goederen met verschillende soorten vervoermiddelen zijn vervoerd, moeten de in artikel 8, lid 1, sub e, i, van de verordening inzake de douanewaarde van de goederen bedoelde vervoerkosten worden berekend hetzij door van de werkelijk betaalde of te betalen kosten de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer binnen het douanegebied van de Gemeenschap af te trekken, hetzij door rechtstreeks de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap vast te stellen . Het is zaak van de nationale instanties om die methode te kiezen waarmee willekeurige en fictieve waarden het best kunnen worden vermeden .
De splitsing van de kosten naar evenredigheid van het buiten en het binnen de Gemeenschap afgelegde traject, waarin door artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening wordt voorzien voor het geval dat de goederen "met een zelfde soort vervoermiddel" worden vervoerd, is uitgesloten wanneer verschillende vervoermiddelen worden gebruikt en ten gevolge daarvan verschillende tarieven worden toegepast . Aangezien containervervoer op verschillende wijzen kan plaatsvinden en de vervoerkosten verschillen naargelang van de gekozen wijze, is het niet te beschouwen als een "soort vervoermiddel" in de zin van deze bepaling .
Partijen
In zaak C-17/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen
Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost
en
Deutsche Olivetti GmbH,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 8 en 15 van verordening ( EEG ) nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen ( PB 1980, L 134, blz . 1 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
samengesteld als volgt : M . Zuleeg, kamerpresident, waarnemend voor de president van de Eerste Kamer, R . Joliet en G . C . Rodríguez Iglesias, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro
griffier : J.-G . Giraud
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Deutsche Olivetti GmbH, vertegenwoordigd door D . Krueger, advocaat te Frankfurt,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Sack als gemachtigde, bijgestaan door J . Imbach, advocaat te Straatsburg,
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 7 februari 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 maart 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 14 december 1988, ingekomen ten Hove op 23 januari 1989, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 8, lid 1, sub e, i, van verordening ( EEG ) nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen ( PB 1980, L 134, blz . 1; hierna : "verordening douanewaarde ").
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Deutsche Olivetti GmbH ( hierna : "Olivetti ") en het Hauptzollamt Frankfurt am Main-Ost ( hierna : "Hauptzollamt ") over de vaststelling van de vervoerkosten bij de invoer van goederen in mei 1982 .
3 Voor in Hongkong gekochte goederen was Olivetti met een vervoerder een vrachtprijs overeengekomen voor het gehele traject Hongkong-Frankfurt . De in een container verpakte goederen werden over zee naar Hamburg en vandaar over land naar Frankfurt vervoerd .
4 In de aangifte van de douanewaarde verhoogde Olivetti overeenkomstig de artikelen 3, lid 1, en 8, lid 1, sub e, i, van de verordening douanewaarde de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs met de kosten van vervoer en verzekering tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap . De aldus aangegeven kosten waren berekend aan de hand van het door een particuliere zeetransportonderneming algemeen toegepaste tarief voor het traject Hongkong-Hamburg .
5 Na een verificatie maakte het Hauptzollamt een nieuwe berekening van de vervoerkosten en vorderde het van Olivetti een aanvullend bedrag aan douanerechten . Het Hauptzollamt baseerde zich hiervoor op artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening douanewaarde, dat bepaalt :
"Indien goederen met een zelfde soort vervoermiddel worden vervoerd tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, worden de vrachtkosten gesplitst naar evenredigheid van de buiten en binnen het douanegebied van de Gemeenschap afgelegde afstanden, tenzij ten genoegen van de douane wordt aangetoond welke de vrachtkosten zijn die, volgens een algemeen en verplicht tarief, verschuldigd zouden zijn voor het vervoer van de goederen tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap ."
6 Dienovereenkomstig splitste het Hauptzollamt de door Olivetti werkelijk betaalde vervoerkosten naar verhouding van de buiten en binnen het douanegebied van de Gemeenschap afgelegde afstanden, waarbij het met het traject Hamburg-Frankfurt overeenkomende percentage wegens de hogere vervoerkosten binnen de Gemeenschap werd verdubbeld .
7 Olivetti ging van deze beschikking in beroep bij het Finanzgericht . Zij voerde aan, dat artikel 15, lid 2, sub a, alleen van toepassing is, wanneer de goederen "met een zelfde soort vervoermiddel worden vervoerd tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap", wat in casu niet het geval was, nu de goederen eerst over zee en vervolgens over land waren vervoerd .
8 Het Finanzgericht wees het beroep van Olivetti toe, waarop het Hauptzollamt beroep tot "Revision" van het vonnis instelde bij het Bundesfinanzhof, op grond dat containervervoer als zodanig als een "soort vervoermiddel" is te beschouwen .
9 Ten einde dit geschil te kunnen beslechten, heeft het Bundesfinanzhof de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd :
"Volgens welke criteria dienen de vervoerkosten te worden vastgesteld waarmee ingevolge artikel 8, lid 1, sub e, i, van verordening ( EEG ) nr . 1224/80 de in artikel 3 bedoelde werkelijk betaalde of te betalen prijs wordt verhoogd, wanneer bij levering fob de door de importeur betaalde vrachtprijs de totale vervoersafstand betreft tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in de Gemeenschap? Is het daarbij van belang, of in containers ingevoerde goederen gedurende het gehele transport in dezelfde container zijn vervoerd?"
10 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, de in het hoofdgeding toepasselijke bepalingen en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
11 Blijkens de processtukken wenst het Bundesfinanzhof met deze vragen in de eerste plaats te vernemen, of containervervoer als een "soort vervoermiddel" in de zin van artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening douanewaarde is te beschouwen, en zo niet, hoe de in artikel 8, lid 1, sub e, i, bedoelde vervoerkosten moeten worden berekend, wanneer de importeur een totale vervoerprijs heeft betaald tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, en het vervoer met vervoermiddelen van verschillende soort heeft plaatsgevonden .
De eerste vraag
12 Ingevolge artikel 15, lid 1, van de verordening douanewaarde, behoren "de kosten van vervoer na de invoer in het douanegebied van de Gemeenschap niet tot de douanewaarde van ingevoerde goederen op voorwaarde dat zij onderscheiden zijn van de voor de ingevoerde goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs ". Dit is niet meer dan een herhaling van de regel van de artikelen 3, lid 1, en 8, lid 1, sub e, i, bepalende dat in de douanewaarde van de goederen de vervoerkosten tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap begrepen dienen te zijn .
13 Artikel 15, lid 2, behelst bijzondere bepalingen over de behandeling van de kosten van vervoer in de Gemeenschap, wanneer deze niet duidelijk onderscheiden zijn van de vervoerkosten buiten de Gemeenschap . Ingevolge artikel 15, lid 2, sub a, worden de vervoerkosten gesplitst naar evenredigheid van de buiten en binnen het douanegebied van de Gemeenschap afgelegde afstanden, indien de goederen met een zelfde soort vervoermiddel worden vervoerd .
14 De kosten kunnen enkel naar evenredigheid worden gesplitst, wanneer voor het gehele traject hetzelfde tarief of althans onderling niet al te zeer uiteenlopende tarieven gelden . In dat geval komt het percentage van het traject buiten de Gemeenschap overeen met het percentage van de kosten van het vervoer buiten de Gemeenschap . Zijn daarentegen verschillende vervoermiddelen gebruikt en dus verschillende tarieven toegepast, dan bestaat er geen direct verband meer tussen het gedeelte van het traject buiten de Gemeenschap en het desbetreffende gedeelte van de totale kosten . In zulke gevallen zou een splitsing van de kosten naar evenredigheid van de afgelegde afstanden tot willekeurig vastgestelde en fictieve waarden leiden, wat ingevolge artikel 2, lid 4, sub g, van de verordening douanewaarde uitdrukkelijk verboden is .
15 Daaruit volgt dat containervervoer geen soort vervoermiddel in de zin van artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening douanewaarde is, aangezien het op verschillende wijzen kan plaatsvinden ( over de weg, per vliegtuig, per trein of per schip ) en de vervoerkosten verschillen naargelang van de gekozen wijze .
16 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat containervervoer niet is te beschouwen als een "soort vervoermiddel" in de zin van artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening douanewaarde .
De tweede vraag
17 Bij ontbreken van een nauwkeuriger regeling moeten de kosten van het vervoer buiten de Gemeenschap, die ingevolge artikel 3, lid 1, van de verordening douanewaarde tot de douanewaarde behoren, volgens artikel 2, lid 3, van de verordening worden vastgesteld met gebruikmaking van middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en algemene bepalingen van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel ( gepubliceerd in bijlage bij besluit 80/271/EEG van de Raad van 10 december 1979 betreffende de sluiting van de multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973 tot en met 1979 overeenstemming is bereikt, PB 1980, L 71, blz . 1, hierna : "overeenkomst "), en op basis van de gegevens die beschikbaar zijn in de Gemeenschap .
18 Volgens de vijfde overweging van de preambule van de overeenkomst, behoort de douanewaarde te worden vastgesteld volgens eenvoudige en rechtvaardige maatstaven, die in overeenstemming zijn met de handelspraktijk .
19 Volgens de Commissie moeten de vervoerkosten tot de plaats van binnenkomst van de goederen in het douanegebied van de Gemeenschap aldus worden berekend, dat eerst de voor de door de goederen in de Gemeenschap afgelegde afstand geldende of gebruikelijke prijs wordt vastgesteld, die dan van de totale door de importeur betaalde of te betalen vervoerkosten wordt afgetrokken .
20 De verwijzende rechter had bezwaren tegen deze methode, die een vertekend beeld zou kunnen geven omdat de vervoerkosten per kilometer in de regel lager zijn naarmate het traject langer is . Dit geldt evenwel vooral voor doorgaand vervoer met een en hetzelfde vervoermiddel, dus in het geval waarop artikel 15, lid 2, sub a, van de verordening douanewaarde specifiek betrekking heeft . Uit het antwoord op de eerste vraag blijkt evenwel, dat dit in casu niet het geval was .
21 Het door de Commissie voorgestelde criterium is dus in overeenstemming met de verordening douanewaarde; het kan als leidraad worden gebruikt bij de vaststelling van de vervoerkosten die van de douanewaarde deel uitmaken .
22 Het Bundesfinanzhof heeft in de motivering van zijn verwijzingsbeschikking ook de vraag aan de orde gesteld, of de transactiewaarde moet worden vermeerderd met de kosten van het vervoer buiten de Gemeenschap, berekend volgens het voor het betrokken soort vervoermiddel gebruikelijke tarief .
23 Een dergelijke oplossing is in artikel 15, lid 2, sub c, van de verordening douanewaarde uitdrukkelijk voorzien voor de berekening van de vervoerkosten ingeval het vervoer kosteloos of met een vervoermiddel van de koper plaatsvindt . Zij kan naar analogie ook in het in de tweede vraag bedoelde geval worden toegepast .
24 Beide besproken methodes zijn gebaseerd op de voor het betrokken soort vervoermiddel gebruikelijke tarieven . In beide gevallen gaat het dus om een raming van de vervoerkosten op basis van in de Gemeenschap beschikbare gegevens . Het is zaak van de nationale instanties om die methode toe te passen waarmee willekeurige en fictieve waarden het best kunnen worden vermeden .
25 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat wanneer een importeur een totale prijs heeft betaald voor het vervoer tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, en de goederen met verschillende soorten vervoermiddelen zijn vervoerd, de in artikel 8, lid 1, sub e, i, van de verordening douanewaarde bedoelde vervoerkosten moeten worden berekend hetzij door van de werkelijk betaalde of te betalen kosten de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer binnen het douanegebied van de Gemeenschap af te trekken, hetzij door rechtstreeks de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap vast te stellen, en dat het zaak van de nationale instanties is om die methode te kiezen waarmee willekeurige en fictieve waarden het best kunnen worden vermeden .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
26 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste Kamer ),
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 14 december 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) Containervervoer is niet te beschouwen als een "soort vervoermiddel" in de zin van artikel 15, lid 2, sub a, van verordening ( EEG ) nr . 1224/80 van de Raad van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen ( PB 1980, L 134, blz . 1 ).
2 ) Wanneer een importeur een totale prijs heeft betaald voor het vervoer tot een plaats die verder binnenwaarts is gelegen dan de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap, en de goederen met verschillende soorten vervoermiddelen zijn vervoerd, moeten de in artikel 8, lid 1, sub e, i, van genoemde verordening bedoelde vervoerkosten worden berekend hetzij door van de werkelijk betaalde of te betalen kosten de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer binnen het douanegebied van de Gemeenschap af te trekken, hetzij door rechtstreeks de volgens de gebruikelijke tarieven bepaalde kosten van het vervoer tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap vast te stellen . Het is zaak van de nationale autoriteiten om de methode te kiezen waarmee willekeurige en fictieve waarden het best kunnen worden vermeden .
Full & Egal Universal Law Academy