Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Granen - Restituties bij produktie - Uitsluiting van voor isoglucosefabricage bestemde produkten - Strekking en grenzen - Discriminatie tussen producenten of consumenten - Onderscheid tussen levensmiddelensector en chemische sector - Toekenning bij gebruik van isoglucose voor fabricage van sorbitol
( EEG-Verdrag, artikel 40, lid 3, tweede alinea; verordening nr . 2742/75 van de Raad, zoals gewijzigd bij verordening nr . 1665/77, artikel 5 bis )
Samenvatting
Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld ( zie arresten van 25 oktober 1978, zaak 125/77, Koninklijke Scholten-Honig, en gevoegde zaken 103/77 en 145/77, Royal Scholten-Honig, Jurispr . 1978, blz . 1991 en 2037 ), moet worden voorkomen dat suikerproducenten in de levensmiddelensector worden gediscrimineerd ten opzichte van isoglucoseproducenten met wie zij in concurrentie staan, door laatstgenoemden voordelen toe te kennen zonder dat eerstgenoemde gelijkwaardige voordelen ontvangen . Deze doelstelling dient voor ogen te worden gehouden bij de uitlegging van artikel 5 bis, lid 1, van verordening nr . 2742/75 inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst, dat de toekenning van restituties uitsluit voor produkten die voor de fabricage van isoglucose zijn bestemd .
In de chemische sector is de situatie echter anders . Isoglucose concurreert daar bij de sorbitolfabricage hetzij met suiker - in de vorm van invertsuiker - hetzij met glucose, die voor dat gebruik beide in aanmerking komen voor restituties bij de produktie . Sorbitolproducenten die isoglucose gebruiken, zouden te lijden hebben onder een door artikel 40, lid 3, tweede alinea, EEG-Verdrag verboden discriminatie, indien elke restitutie voor het door hen gebruikte tussenprodukt uitgesloten was . Daarom moet voornoemd artikel 5 bis aldus worden uitgelegd, dat het restituties bij de produktie niet verbiedt voor produkten die voor de isoglucosefabricage zijn bestemd, wanneer de isoglucose niet voor de markt is bestemd, doch een bij de sorbitolfabricage gebruikt tussenprodukt is .
Partijen
in zaak C-18/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen
Maizena GmbH
en
Hauptzollamt Krefeld,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en, subsidiair, de geldigheid van artikel 5 bis van verordening ( EEG ) nr . 2742/75 van de Raad van 29 oktober 1975 inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst ( PB 1975, L 281, blz . 57 ), zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1665/77 van de Raad van 20 juli 1977 tot wijziging van verordening ( EEG ) nr . 2742/75 ( PB 1977, L 186, blz . 15 ).
HET HOF VAN JUSTITIE ( Zesde Kamer ),
samengesteld als volgt : C . N . Kakouris, kamerpresident, F . A . Schockweiler, G . F . Mancini, T . F . O' Higgins en M . Díez de Velasco, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 14 december 1988 gestelde vragen, verklaart voor recht :
Dictum
Artikel 5 bis, lid 1, van verordening ( EEG ) nr . 2742/75 van de Raad van 29 oktober 1975 inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst, in de versie van verordening ( EEG ) nr . 1665/77 van de Raad van 20 juli 1977 tot wijziging van verordening ( EEG ) nr . 2742/75, moet aldus worden uitgelegd, dat het niet de toekenning verbiedt van restituties bij de produktie voor produkten die voor de isoglucosefabricage zijn bestemd, wanneer de isoglucose niet voor de markt is bestemd, doch een bij de sorbitolfabricage gebruikt tussenprodukt is .
Full & Egal Universal Law Academy