Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
1 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Uitvoeringsmaatregelen - Stilzitten van gemeenschapswetgever - Tijdelijke bevoegdheid van Lid-Staten - Grondslag - Grenzen
( EEG-Verdrag, artikel 5 )
2 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Steun voor preventieve distillatie van tafelwijn - Toekenningsvoorwaarden - Precieze vermelding van voor distillatie aangeboden wijnsoort - Afwezigheid van gemeenschappelijke lijst van met wijnsoorten overeenkomende wijnstoksoorten - Bevoegdheid van Lid-Staten om nationale indeling van wijnstoksoorten vast te stellen - Grenzen
( Verordeningen van de Raad nr . 337/79, artikel 11, en nr . 340/79, artikelen 2 en 3; verordening nr . 2373/83 van de Commissie, artikel 2, lid 2 )
3 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Indeling van tafelwijnsoorten - Versneden wijn - Nationale regeling die gebruik van benaming van één wijnstoksoort voorschrijft - Niet relevant voor communautaire indeling van wijnen op basis van gebruikte wijnstoksoorten
( Verordening nr . 340/79 van de Raad )
4 . Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Wijn - Steun voor preventieve distillatie van tafelwijn - Versneden wijn - Toekenning van gedifferentieerde steun naar gelang van samenstelling - Voorwaarden
( Verordening nr . 340/79 van de Raad, art . 2; verordening nr . 2373/83 van de Commissie, artikelen 2, lid 2, en 5 )
Samenvatting
1 . Er kan in beginsel geen bezwaar tegen worden gemaakt, dat een Lid-Staat bij stilzitten van de gemeenschapswetgever nationale maatregelen handhaaft of vaststelt die ertoe strekken, op zijn grondgebied de doelstellingen van een gemeenschappelijke marktordening te verwezenlijken . Dergelijke maatregelen zijn echter niet te beschouwen als behorende tot de eigen bevoegdheid van de Lid-Staten, maar als uitvloeisel van de verplichting tot samenwerking ter verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening, die in een situatie die door stilzitten van de gemeenschapswetgever wordt gekenmerkt, krachtens artikel 5 EEG-Verdrag op hen rust . De door de Lid-Staten getroffen maatregelen kunnen bijgevolg enkel van tijdelijke en voorlopige aard zijn en dienen buiten werking te worden gesteld zodra gemeenschapsmaatregelen tot stand zijn gekomen .
2 . Het steunbedrag voor de preventieve distillatie van bepaalde tafelwijnen, als bedoeld in artikel 11 van verordening nr . 337/79, is volgens verordening nr . 2373/83 afhankelijk van de voor distillatie aangeboden wijnsoort . De precieze vermelding van de wijnsoort in de distillatieaangifte bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening nr . 2373/83, is noodzakelijk voor de goede werking van de distillatieregeling en is een voorwaarde voor het recht op steun, ook al schrijft de gemeenschapsregeling die vermelding niet uitdrukkelijk voor .
Om dezelfde redenen is de vaststelling van een lijst van de wijnstoksoorten die overeenkomen met de in artikel 2 van verordening nr . 340/79 bedoelde tafelwijnsoorten, een noodzakelijke voorwaarde voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de distillatieregeling; zolang de Commissie ter zake geen regeling had vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van de verordening, mocht een Lid-Staat voor zijn grondgebied en met inachtneming van de kenmerken van de wijnstoksoorten en van de oogmerken van de betrokken gemeenschappelijke marktordening, een nationale regeling betreffende de indeling van de wijnstoksoorten invoeren .
3 . Nationale aanduidingsregels voor wijn, die hoofdzakelijk de bescherming van de belangen van de consument dienen, zijn niet relevant voor de indeling van wijnstoksoorten onder een bepaalde soort tafelwijn in de zin van verordening nr . 340/79 . Een versneden wijn die ingevolge een dergelijke nationale regeling slechts onder de benaming van één wijnstoksoort in de handel mag worden gebracht, kan niet om die reden in het kader van de betrokken verordening worden ingedeeld onder de wijnsoort waarmee die wijnstoksoort overeenkomt .
4 . Voor een mengsel van de tafelwijnsoorten A II en A III in de zin van verordening nr . 340/79 is een gedifferentieerde subsidie, naar evenredigheid van het aandeel van elk van beide wijnsoorten in het mengsel, slechts mogelijk indien het distillatiecontract of de distillatieaangifte hoeveelheid, effectief alcoholvolumegehalte en soort van de respectieve aandelen vermeldt . Is aan deze voorwaarde niet voldaan en moet de steun dus worden geweigerd, dan is het evenmin mogelijk de subsidie voor wijnsoort A I als bedoeld in de verordening toe te kennen .
Partijen
In zaak C-158/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main, in het aldaar aanhangig geding
tussen
Weingut Dietz-Matti, Deidesheim ( Bondsrepubliek Duitsland ),
en
Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening ( EEG ) nr . 340/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende bepaling van de soorten tafelwijn ( PB 1979, L 54, blz . 60 ), en van verordening ( EEG ) nr . 2373/83 van de Commissie van 22 augustus 1983 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984 ( PB 1983, L 232, blz . 5 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede Kamer ),
samengesteld als volgt : F . A . Schockweiler, kamerpresident, G . F . Mancini en T . F . O' Higgins, rechters,
advocaat-generaal : W . Van Gerven
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gelet op de opmerkingen ingediend door
- het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, vertegenwoordigd door U . Holzhauser, Rechtsreferentin, als gemachtigde,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door K.-D . Borchardt, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, bijgestaan door M . Vilaras, rechter bij de Griekse Raad van State, in het kader van een uitwisselingsprogramma ter beschikking gesteld van de juridische dienst van de Commissie,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, vertegenwoordigd door H . Lausch als gemachtigde, en de Commissie, vertegenwoordigd door D . Booss en R . Priebe als gemachtigden, ter terechtzitting van 8 maart 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 2 mei 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 30 maart 1989, ingekomen ten Hove op 3 mei daaraanvolgend, heeft het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main krachtens artikel 177 EEG-Verdrag drie prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening ( EEG ) nr . 340/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende bepaling van de soorten tafelwijn ( PB 1979, L 54, blz . 60 ), en van verordening ( EEG ) nr . 2373/83 van de Commissie van 22 augustus 1983 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984 ( PB 1983, L 232, blz . 5 ).
2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen Weingut Dietz-Matti, een wijnproducent, en het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, het nationale interventiebureau, over de toekenning van steun voor de distillatie van tafelwijn .
3 Artikel 11 van verordening nr . 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( PB 1979, L 54, blz . 1 ), voorziet de mogelijkheid om voor de preventieve distillatie van bepaalde tafelwijnen steun te verlenen . De algemene voorschriften voor de distillatie van wijn en bijprodukten van de wijnbereiding zijn neergelegd in verordening ( EEG ) nr . 2179/83 van de Raad van 25 juli 1983 ( PB 1983, L 212, blz . 1 ). Volgens artikel 5 van verordening nr . 2373/83 hangt de hoogte van de steun af van het alcoholvolumegehalte van het distillatieprodukt en van het soort gedistilleerde wijn .
4 Voor tafelwijn onderscheidt verordening nr . 340/79, wat witte wijn betreft, tussen witte tafelwijn afkomstig van de wijnstoksoort Riesling (" soort A III "), witte tafelwijn afkomstig van de wijnstoksoorten Sylvaner of Mueller-Thurgau (" soort A II "), en andere dan de zojuist genoemde witte tafelwijnen met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 10% en ten hoogste 12% (" soort A I ").
5 Volgens de artikelen 4, lid 2, en 5, lid 2, van verordening nr . 2179/83 moet de producent in het contract of de aangifte betreffende de distillatie, die hij het interventiebureau ter goedkeuring voorlegt, ten minste de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcoholvolumegehalte van de te distilleren wijn vermelden . Ook volgens artikel 2, lid 2, van verordening nr . 2373/83 moeten in de contracten en aangiften naast andere gegevens ten minste de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcoholvolumegehalte van de te distilleren wijn worden vermeld .
6 Omdat de gemeenschapsinstanties de in artikel 3 van verordening nr . 340/79 bedoelde lijsten van de met de wijnsoorten A II en A III overeenkomende wijnstoksoorten niet hadden vastgesteld, deelde de Bondsrepubliek Duitsland bij "Bekanntmachung ueber die Zuordnung der Rebsorten zu den Tafelweinarten" van 15 maart 1979 ( Bundesanzeiger, nr . 56 van 21.3.1979 ) de Duitse tafelwijnen aldus in, dat de wijnstoksoorten "Auxerrois", "Weisser Burgunder", "Weisser Riesling" en "Rulaender" onder de wijnsoort A III en de overige Duitse witte tafelwijnen onder de wijnsoort A II werden gebracht .
7 Voor de distillatieaangifte verlangt het Bundesamt gegevens over de ter distillatie aangeboden wijnsoorten .
8 Toen bij een controle aan het licht kwam, dat de wijn die Weingut Dietz-Matti ter distillatie had aangeboden en als wijn van de soort A III "Riesling" had aangegeven, een bepaald percentage wijn bevatte die volgens de Duitse regeling tot de wijnsoort A II behoorde, trok het Bundesamt de beschikking tot toekenning van steun in en vorderde het het betrokken bedrag terug .
9 In het beroep tegen deze beschikking heeft het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd :
"1 ) Is de vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte voor distillatie bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening ( EEG ) nr . 2373/83, een voorwaarde voor het recht op steun?
2 ) Is het mogelijk ook wijn van andere wijnstoksoorten dan de in artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 genoemde bij wijnsoort A II respectievelijk A III in te delen? Volgens welke criteria moet deze indeling geschieden?
3 ) a ) Kan een versneden wijn, die volgens de Duitse aanduidingsregeling onder de benaming van slechts één wijnstoksoort in de handel mag worden gebracht, worden ingedeeld bij de wijnsoort waarmee deze wijnstoksoort overeenkomt?
Zo neen :
b ) Kan dan bij een mengsel van de wijnsoorten A II en A III voor distillatie subsidie worden verleend op basis van het aandeel van elke wijnsoort?
Zo neen :
c ) Kan de te distilleren wijn dan subsidiair bij wijnsoort A I worden ingedeeld en aldus worden gesubsidieerd?"
10 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
11 Voor de beantwoording van de eerste twee vragen van de verwijzende rechter moet worden onderzocht, of de Bondsrepubliek Duitsland, nu een gemeenschapsregeling ontbrak, nationale voorschriften inzake tafelwijnsoorten en de daarmee overeenkomende wijnstoksoorten kon vaststellen en kon bepalen dat in de distillatieaangifte gegevens over de voor distillatie aangeboden wijnsoorten moesten worden vermeld .
12 Dienaangaande zij eraan herinnerd, dat er in beginsel geen bezwaar tegen kan worden gemaakt, dat een Lid-Staat bij stilzitten van de gemeenschapswetgever nationale maatregelen handhaaft of vaststelt die ertoe strekken, op zijn grondgebied de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening te verwezenlijken ( zie arresten van 5 mei 1981, zaak 804/79, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr . 1981, blz . 1045, en 28 maart 1984, gevoegde zaken 47/83 en 48/83, Van Miert, Jurispr . 1984, blz . 1721 ).
13 Volgens de rechtspraak van het Hof zijn dergelijke maatregelen echter niet te beschouwen als behorende tot de eigen bevoegdheid van de Lid-Staten, maar als uitvloeisel van de verplichting tot samenwerking ter verwezenlijking van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening, die in een situatie die door stilzitten van de gemeenschapswetgever wordt gekenmerkt, krachtens artikel 5 EEG-Verdrag op hen rust . De door de Lid-Staten getroffen maatregelen kunnen bijgevolg enkel van tijdelijke en voorlopige aard zijn en dienen buiten werking te worden gesteld zodra gemeenschapsmaatregelen tot stand zijn gekomen ( arrest van 28 maart 1984, Van Miert, reeds aangehaald, r.o . 23 ).
14 Wat de in de eerste vraag bedoelde verplichting betreft, namelijk dat in het distillatiecontract of in de aangifte de juiste wijnsoort moet worden vermeld, zij opgemerkt dat volgens verordening nr . 2373/83 de hoogte van de steun afhankelijk is van de voor distillatie aangeboden wijnsoort . De vermelding in de distillatieaangifte van de wijnsoort of de wijnstoksoort waarvan de te distilleren wijn afkomstig is, is dus niet slechts in overeenstemming met de normale werking van de gemeenschappelijke marktordening en de doelstellingen van de distillatieregeling, doch is daarvoor zelfs noodzakelijk .
15 Hieraan doet niet af, dat de gemeenschapsregeling de vermelding van de wijnsoort niet uitdrukkelijk voorschrijft . Deze regeling bevat immers slechts bepaalde minimumeisen met betrekking tot de te vermelden gegevens, doch ontzegt de Lid-Staten niet het recht, de vermelding van andere, voor de goede werking van de distillatieregeling noodzakelijke gegevens voor te schrijven .
16 Mitsdien moet op de eerste vraag worden geantwoord, dat vermelding van de juiste wijnsoort in de distillatieaangifte bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening nr . 2373/83, een voorwaarde is voor het recht op steun .
17 Wat nu het voorwerp van de tweede vraag betreft - de indeling van de wijnstoksoorten -, moet worden vastgesteld, dat artikel 2, sub b en c, van verordening nr . 340/79 voor de wijnsoorten A II en A III slechts bij wijze van voorbeeld enkele wijnstoksoorten noemt en dat artikel 3 uitdrukkelijk bepaalt, dat de lijsten van de met de wijnsoorten A II en A III overeenkomende wijnstoksoorten worden vastgesteld bij verordening van de Commissie, volgens de procedure van het Comité van beheer .
18 Daar de toe te kennen steun afhangt van de wijnsoort die wordt gedistilleerd, is de vaststelling van een lijst van de met de tafelwijnsoorten overeenkomende wijnstoksoorten een noodzakelijke voorwaarde voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de distillatieregeling .
19 Daaruit volgt, dat zolang de Commissie geen verordening met betrekking tot de met de verschillende wijnsoorten overeenkomende wijnstoksoorten had vastgesteld, de Bondsrepubliek Duitsland voor haar grondgebied een nationale regeling betreffende de indeling van de wijnstoksoorten mocht invoeren .
20 Ten aanzien van de indelingscriteria moet worden vastgesteld, dat in een situatie die door het stilzitten van de gemeenschapsinstellingen wordt gekenmerkt, de nationale instanties die criteria dienen te bepalen, met inachtneming van de kenmerken van de wijnstoksoorten en van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening . Tegen de in de Bekanntmachung opgenomen indeling, die gebaseerd is op de voor de prijs bepalende kwalitatieve kenmerken van de wijnstoksoorten, valt dus niets in te brengen .
21 Mitsdien moet op de tweede vraag worden geantwoord, dat waar een verordening van de Commissie tot vaststelling van de lijsten van de met wijnsoort A II en A III overeenkomende wijnstoksoorten ontbrak, het Duitse interventiebureau bij wijnsoort A II of A III ook andere wijnstoksoorten kon indelen dan die genoemd in artikel 2 van verordening nr . 340/79, en wel op basis van criteria als gehanteerd in de Bekanntmachung .
22 Met zijn derde vraag, betreffende de toekenning van steun voor de distillatie van versneden wijn, wenst de verwijzende rechter in de eerste plaats te vernemen, of versneden wijn overeenkomstig de Duitse aanduidingsregeling kan worden ingedeeld .
23 Op deze vraag moet worden geantwoord dat, zoals de Commissie en het Bundesamt terecht hebben aangevoerd, nationale aanduidingsregels, die hoofdzakelijk de bescherming van de belangen van de consument dienen, niet relevant zijn voor de indeling van wijnstoksoorten onder een bepaalde soort tafelwijn in de zin van verordening nr . 340/79 .
24 Het tweede onderdeel van de derde vraag betreft de mogelijkheid om voor versneden wijn steun te verlenen naar evenredigheid van het aandeel van de verschillende daarbij gebruikte wijnsoorten . Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat de steun alleen dan naar evenredigheid kan worden berekend, wanneer het distillatiecontract of de distillatieaangifte gegevens bevat over hoeveelheid, effectief alcoholvolumegehalte en soort van de respectieve aandelen .
25 Zou de steun berekend kunnen worden naar evenredigheid van het aandeel van de verschillende wijnsoorten in het mengsel, zonder dat de verschillende wijnsoorten die bij het versnijden zijn gebruikt en de verhouding ervan zijn vermeld in het distillatiecontract of de distillatieaangifte, dan zou dit bedrog vanwege de producenten in de hand werken, daar dit hen ertoe zou kunnen verleiden, onjuiste verklaringen af te leggen ten einde meer steun te verkrijgen .
26 De in het derde onderdeel van de derde vraag ter sprake gebrachte mogelijkheid om een versneden wijn als behorende tot wijnsoort A I te subsidiëren, moet worden uitgesloten . Bevat het contract of de aangifte niet de vereiste vermeldingen, dan kan immers, naar uit het voorgaande blijkt, geen steun worden toegekend .
27 Mitsdien moet op de derde vraag worden geantwoord dat een versneden wijn die volgens de Duitse aanduidingsregeling slechts onder de benaming van één wijnstoksoort in de handel mag worden gebracht, niet om die reden in het kader van verordening nr . 340/79 kan worden ingedeeld onder de wijnsoort waarmee die wijnstoksoort overeenkomt . Voor een mengsel van de wijnsoorten A II en A III is een gedifferentieerde subsidie, naar evenredigheid van het aandeel van elk van beide wijnsoorten in het mengsel, slechts mogelijk indien het distillatiecontract of de distillatieaangifte hoeveelheid, effectief alcoholvolumegehalte en soort van de respectieve aandelen vermeldt . Zo niet, is het evenmin mogelijk de subsidie voor wijnsoort A I toe te kennen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
28 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening harer opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Tweede Kamer ),
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main bij beschikking van 30 maart 1989 gestelde vragen, verklaart voor recht :
1 ) De juiste vermelding van de wijnsoort in de distillatieaangifte bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening ( EEG ) nr . 2373/83 van de Commissie van 22 augustus 1983 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984, is een voorwaarde voor het recht op steun .
2 ) Waar een verordening van de Commissie tot vaststelling van de lijsten van de met wijnsoort A II en wijnsoort A III overeenkomende wijnstoksoorten ontbrak, kon het Duitse interventiebureau bij wijnsoort A II of A III ook andere wijnstoksoorten indelen dan die vermeld in artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende bepaling van de soorten tafelwijn, en wel op basis van criteria als gehanteerd in de "Bekanntmachung ueber die Zuordnung der Rebsorten zu den Tafelweinarten" van 15 maart 1979 .
3 ) Een versneden wijn die volgens de Duitse aanduidingsregeling slechts onder de benaming van één wijnstoksoort in de handel mag worden gebracht, kan niet om die reden in het kader van verordening nr . 340/79 worden ingedeeld onder de wijnsoort waarmee die wijnstoksoort overeenkomt . Voor een mengsel van de wijnsoorten A II en A III is een gedifferentieerde subsidie, naar evenredigheid van het aandeel van elk van beide wijnsoorten in het mengsel, slechts mogelijk indien het distillatiecontract of de distillatieaangifte hoeveelheid, effectief alcoholvolumegehalte en soort van de respectieve aandelen vermeldt . Zo niet, is het evenmin mogelijk de subsidie voor wijnsoort A I toe te kennen .
Full & Egal Universal Law Academy