Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Werkloosheid - Volledig werkloze werknemer ( niet zijnde grensarbeider ) die tijdens laatste werkzaamheid in andere Lid-Staat dan staat van tewerkstelling woonde - Woonplaats in andere Lid-Staat dan staat van tewerkstelling - Beoordelingscriteria
( Verordening ( EEG ) nr . 1408/71 van de Raad, artikel 71, lid 1, sub b-ii )
Samenvatting
Artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 heeft tot doel ervoor te zorgen, dat de volledig werkloze werknemer ( niet zijnde grensarbeider ) die zich ter beschikking stelt van de diensten voor arbeidsbemiddeling van de Lid-Staat waar hij woont, of die naar die Lid-Staat terugkeert, ofschoon hij uit hoofde van zijn laatste werkzaamheid aan de wetgeving van een andere Lid-Staat onderworpen was, onder de voor het zoeken naar nieuw werk gunstigste voorwaarden recht heeft op werkloosheidsuitkeringen ( zie arrest van 22 september 1988, zaak 236/87, Bergemann, Jurispr . 1988, blz . 5125 ). Om te bepalen of een Lid-Staat de woonstaat van een werknemer is ondanks het feit dat deze in een andere Lid-Staat in loondienst werkzaam is, dient men te letten op de duur en de bestendigheid van de woonplaats vóórdat de betrokkene zich verplaatste, de duur -gezien in relatie met de feitelijke aspecten van het geval - en het doel van zijn afwezigheid, de aard van de in de andere Lid-Staat gevonden betrekking en de intenties van de betrokkene zoals die uit alle omstandigheden blijken ( zie arrest van 19 februari 1977, zaak 76/76, Di Paolo, Jurispr . 1977, blz . 315 ).
Wanneer een werknemer voor de duur van twee academische jaren een betrekking in een andere Lid-Staat aanvaardt, die betrekking hem in het kader van een universitair uitwisselingsprogramma wordt aangeboden, de duur ervan in het normale kader van dat programma bij voorbaat beperkt is en de werkzaamheid van de betrokkene elke drie maanden onderbroken wordt door langdurige vakantieperiodes die hij doorbrengt in de woning die hij in de Lid-Staat van herkomst heeft aangehouden, zijn dat omstandigheden die de nationale rechter in aanmerking kan nemen om te bepalen of een werknemer onder voornoemde bepaling valt .
Partijen
in zaak C-216/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundessozialgericht, in het aldaar aanhangig geding tussen
B . Reibold
en
Bundesanstalt fuer Arbeit,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale - zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen ( PB 1971, L 149, blz . 2 ), zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening ( EEG ) nr . 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983 ( PB 1983, L 230, blz . 6 ).
HET HOF VAN JUSTITIE ( Derde Kamer ),
samengesteld als volgt : J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, F . Grévisse en M . Zuleeg, rechters,
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
uitspraak doende op de door het Bundessozialgericht bij beschikking van 27 april 1989 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Dictum
Voor de toepassing van artikel 71, lid 1, sub b-ii, van verordening ( EEG ) nr . 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd en bijgewerkt door verordening ( EEG ) nr . 2001/83 van de Raad van 2 juni 1983, dient te worden gelet op de duur en de bestendigheid van de woonplaats voordat de betrokkene zich verplaatste, de duur en het doel van zijn afwezigheid, de aard van de in de andere Lid-Staat gevonden betrekking en de intenties van de betrokkene zoals die uit alle omstandigheden blijken; de door de nationale rechter vermelde feitelijke omstandigheden behoren tot die welke bij de toepassing van deze criteria in aanmerking kunnen worden genomen .
Full & Egal Universal Law Academy