Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefposten - Produkt dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat - Indeling onder post 2009 van de gecombineerde nomenclatuur
Samenvatting
Een goed dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat, moet als "vruchtesap met toegevoegde suiker" onder post 2009 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld .
Partijen
In zaak C-219/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Bundesfinanzhof, in het aldaar aanhangig geding tussen
WeserGold GmbH & Co . KG
en
Oberfinanzdirektion Muenchen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
samengesteld als volgt : G . C . Rodríguez Iglesias, kamerpresident, Sir Gordon Slynn en R . Joliet, rechters,
advocaat-generaal : M . Darmon,
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur,
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- WeserGold GmbH & Co KG, vertegenwoordigd door V . von Alvensleben, advocaat te Hamburg,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur J . Sack en R . Kubicki, ambtenaar van het Ministerie van Justitie van de Bondsrepubliek Duitsland, ter beschikking gesteld van de juridische dienst van de Commissie in het kader van een uitwisselingsprogramma met nationale ambtenaren, als gemachtigden,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van WeserGold en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter terechtzitting van 13 november 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 januari 1991,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 6 juni 1989, ingekomen ten Hove op 13 juli daaraanvolgend, heeft het Bundesfinanzhof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief (( verordening ( EEG ) nr . 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief - en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief ( PB 1987, L 256, blz . 1 ))).
2 Die vraag is gerezen in een geding tussen WeserGold GmbH & Co . KG ( hierna : "WeserGold ") en de Oberfinanzdirektion Muenchen over de tariefindeling van een produkt dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat en waaruit door toevoeging van water en/of suiker dranken worden bereid .
3 Op 9 mei 1988 verstrekte de Oberfinanzdirektion Muenchen WeserGold een bindende tariefinlichting, volgens welke dit produkt onder post 2106 van het gemeenschappelijk douanetarief viel . Deze post is een restpost voor "produkten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen ".
4 WeserGold bestrijdt deze indeling voor het Bundesfinanzhof . Zij meent dat het hierbedoelde "gezoete sinaasappelsap" onder post 2009 moet worden ingedeeld . Hieronder vallen "ongegiste vruchtesappen ( druivemost daaronder begrepen ) en ongegiste groentesappen, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen ".
5 Waar het Bundesfinanzhof twijfel koesterde omtrent de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief, heeft het het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd :
"Is een goed, dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat, aan te merken als 'vruchtesap met toegevoegde suiker' in de zin van post 2009 van de gecombineerde nomenclatuur?"
Voor een nadere uiteenzetting van de feiten in het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
6 Om de indeling van het in geding zijnde produkt te kunnen bepalen, zij eraan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet worden gezocht in hun kenmerken en objectieve eigenschappen, zoals deze zijn omschreven in de tekst van de post van het gemeenschappelijk douanetarief en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken ( zie b.v . het arrest van 8 december 1977, zaak 62/77, Carlsen-Verlag, Jurispr . 1977, blz . 2343 ).
7 De kenmerken van een produkt als het onderwerpelijke komen op het eerste gezicht overeen met die welke in de omschrijving van post 2009 worden genoemd : "sinaasappelsap met toegevoegde suiker ".
8 Volgens de verwijzende rechter en de Commissie komt deze post niet in aanmerking, omdat het produkt niet meer geschikt is voor rechtstreekse consumptie en zijn oorspronkelijk karakter van vruchtesap heeft verloren . Het zou derhalve niet meer voldoen aan de voorwaarde die in de IDR-toelichtingen op deze post wordt gesteld .
9 Deze redenering kan niet worden aanvaard . In de eerste plaats moet worden geantwoord, dat volgens genoemde rechtspraak het gebruik waarvoor een produkt is bestemd, voor de tariefindeling ervan slechts een rol kan spelen indien de omschrijving van de post of de hierop gegeven toelichting dit criterium uitdrukkelijk vermeldt ( zie arrest van 16 december 1976, zaak 38/76, Luma, Jurispr . 1976, blz . 2027 ). Aangezien dit bij post 2009 niet het geval is, kan dat kenmerk voor de indeling van het soort sinaasappelsap waarom het in het hoofdgeding gaat, niet in aanmerking worden genomen . Omdat het produkt in de bindende tariefinlichting van de Oberfinanzdirektion wordt omschreven als een gele vloeistof met de geur en de smaak van sinaasappelsap, moet ervan worden uitgegaan, dat het zijn oorspronkelijk karakter van vruchtesap heeft behouden .
10 De indeling van dit goed onder post 2009 vindt bovendien steun in de omschrijving van de postonderverdelingen 2009 11 91 en 2009 19 91, waaruit in het licht van aanvullende aantekening nr . 5 bij hoofdstuk 20 blijkt, dat sinaasappelsap waarvan het suikergehalte gelijk is aan of meer bedraagt dan 43 %, onder post 2009 valt . Beide genoemde postonderverdelingen betreffen namelijk sinaasappelsap met een gehalte aan toegevoegde suiker van meer dan 30 gewichtspercenten, terwijl volgens aanvullende aantekening nr . 5 bij sinaasappelsap steeds moet worden uitgegaan van een natuurlijk suikergehalte van 13 %. De kenmerken van het gezoete sinaasappelsap waarom het in casu gaat, wijken fundamenteel niet van een dergelijk produkt af .
11 Ten slotte moet erop worden gewezen, dat in de genoemde toelichtingen voor de mate van zoeten onderscheid wordt gemaakt tussen suiker en andere zoetstoffen . Terwijl voor de andere zoetstoffen wordt bepaald, dat "de toegevoegde hoeveelheid niet groter is dan die welke gebruikelijk is voor het normaal zoeten van sappen" en dat "het evenwicht tussen de verschillende bestanddelen" behouden moet blijven, is toevoeging van suiker aan geen enkele beperking onderworpen .
12 Mitsdien moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord, dat een goed dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat, als "vruchtesap met toegevoegde suiker" onder post 2009 van de gecombineerde nomenclatuur moet worden ingedeeld .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
13 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
uitspraak doende op de door het Bundesfinanzhof bij beschikking van 6 juni 1989 gestelde vraag, verklaart voor recht :
Een goed dat voor 39,4 % uit sinaasappelsap en voor 60,6 % uit suiker bestaat, moet als "vruchtesap met toegevoegde suiker" onder post 2009 van de gecombineerde nomenclatuur worden ingedeeld .
Full & Egal Universal Law Academy