Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Invaliditeitsverzekering - Rechthebbende op uitkering woonachtig in andere Lid-Staat dan bevoegde staat - Verplichting van rechthebbende zich op verzoek van orgaan dat uitkering verschuldigd is, naar bevoegde Lid-Staat te begeven - Voorwaarden - Reis niet schadelijk voor gezondheid en vergoeding van kosten - Het niet in staat zijn om te reizen, vastgesteld door orgaan van land van verblijf - Controle ter plaatse van het niet in staat zijn om te reizen door orgaan dat uitkering verschuldigd is - Toelaatbaarheid
(Verordening nr. 574/72 van de Raad, art. 51, lid 1)
Samenvatting
Wanneer het orgaan dat een uitkering verschuldigd is, gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 51, lid 1, van verordening nr. 574/72 om de in een andere Lid-Staat wonende rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten onderzoeken, kan die rechthebbende verplicht worden zich naar de Lid-Staat van dit orgaan te begeven, mits het bevoegde orgaan de daaraan verbonden reis- en verblijfkosten voor zijn rekening neemt en de betrokkene de reis zonder gevaar voor zijn gezondheid kan maken.
Wanneer het orgaan van de woon- of verblijfplaats verklaart, dat de betrokkene niet in staat is te reizen, belet niets dat het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, of het tot medische controle bevoegde orgaan, dit feit ter plaatse verifieert.
Partijen
In zaak C-344/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, in het aldaar aanhangig geding tussen
M. Martínez Vidal
en
Gemeenschappelijke Medische Dienst,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 51, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB 1972, L 74, blz. 1),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
samengesteld als volgt: J. C. Moitinho de Almeida, kamerpresident, F. Grévisse en M. Zuleeg, rechters,
advocaat-generaal: J. Mischo
griffier: J. A. Pompe, adjunct-griffier
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
- M. Martínez Vidal, vertegenwoordigd door J. P. Smit, advocaat te Amsterdam,
- de Gemeenschappelijke Medische Dienst, vertegenwoordigd door R. A. A. Duk, advocaat te 's-Gravenhage,
- de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door B. R. Bot, secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse zaken, als gemachtigde,
- de Duitse regering, vertegenwoordigd door E. Roeder en G. Leibrock als gemachtigden,
- de Spaanse regering, vertegenwoordigd door C. de la Higuera González en C. Bastarreche Saguees als gemachtigden,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door B. J. Drijber, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de mondelinge opmerkingen van M. Martínez Vidal, de Gemeenschappelijke Medische Dienst, de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door T. Heukels als gemachtigde, de Duitse regering, de Spaanse regering, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta als gemachtigde, en de Commissie ter terechtzitting van 23 oktober 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 december 1990,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij vonnis van 18 oktober 1989, ingekomen bij het Hof op 6 november daaraanvolgend, heeft de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 51, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB 1972, L 74, blz. 1).
2 Martínez, van Spaanse nationaliteit, werkte van 1963 tot 1979 als matroos in dienst van Nederlandse werkgevers. Na zijn werk op 27 april 1979 wegens ziekte te hebben beëindigd, keerde hij terug naar Spanje, waar hij aan een discus-hernia werd geopereerd. In 1980, 1982 en 1984 bracht het Instituto Nacional de la Seguridad Social, dat Martínez onder medische controle hield, rapport uit aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst (hierna: "GMD") omtrent de gezondheidstoestand van betrokkene. Bij brief van 17 april 1989 werd Martínez, die sinds 25 april 1980 in het genot was van een invaliditeitsuitkering uit hoofde van de Nederlandse wetgeving, door de GMD naar Nederland ontboden voor een medisch onderzoek door twee door de GMD aangewezen artsen.
3 Martínez heeft daarop de GMD en de Bedrijfsvereniging voor de Koopvaardij (hierna: "BVK") gedaagd voor de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam om te horen verklaren voor recht, dat hij niet verplicht was voor medische controle naar Nederland terug te keren.
4 In deze omstandigheden heeft de nationale rechter, na de vordering van Martínez niet-ontvankelijk te hebben verklaard voor zover zij tegen de BVK was gericht, besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende prejudiciële vragen voor te leggen:
"1) Kan het orgaan dat de invaliditeitsuitkering verschuldigd is c.q. de instantie die de bevoegdheid tot medische controle uitoefent, indien het gebruik maakt van zijn in artikel 51, lid 1, van verordening nr. 574/72 opgenomen bevoegdheid om de controle op de rechthebbende op een invaliditeitsuitkering door een arts van eigen keuze te laten verrichten, die rechthebbende vanuit de Lid-Staat waar hij woont of verblijft, oproepen voor het ondergaan van geneeskundig onderzoek in de Lid-Staat waar het orgaan is gevestigd dat de uitkering verschuldigd is, en is de rechthebbende verplicht aan die oproep gevolg te geven?
b) Is voor het antwoord op vraag 2 a) van belang of de reisvaardigheid is vastgesteld door het orgaan van de woon- of verblijfplaats dan wel door het orgaan dat de uitkering verschuldigd is c.q. de instantie die de bevoegdheid tot medische controle uitoefent?"
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten in het hoofdgeding, de toepasselijke regeling en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.
6 Met de eerste vraag en het eerste onderdeel van de tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of, wanneer het orgaan dat de invaliditeitsuitkering verschuldigd is, gebruik maakt van zijn in artikel 51, lid 1, van verordening nr. 574/72 opgenomen bevoegdheid om de in een andere Lid-Staat wonende rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten onderzoeken, deze rechthebbende kan worden verplicht zich naar de Lid-Staat te begeven waar het bevoegde orgaan is gevestigd, met name wanneer vaststaat dat hij zonder zijn gezondheid te schaden tot reizen in staat is.
7 Wanneer de rechthebbende op een invaliditeitsuitkering op het grondgebied van een andere Lid-Staat woont of verblijft dan die waar zich het orgaan bevindt dat de uitkering verschuldigd is, wordt volgens artikel 51, lid 1, van verordening nr. 574/72 de administratieve en medische controle op verzoek van dit orgaan uitgeoefend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende, op de wijze als bepaald in de wettelijke regeling die door laatstgenoemd orgaan wordt toegepast. Het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, behoudt evenwel de bevoegdheid, de controle op de rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten verrichten.
8 Anders dan artikel 18 van dezelfde verordening, dat voorschrijft dat in geval van ziekte of moederschap het orgaan van de woonplaats zelf het initiatief neemt tot een administratieve of medische controle, voorziet artikel 51, lid 1, dus enkel in een dergelijke controle op verzoek van het bevoegde orgaan.
9 Dit verschil, waarop de nationale rechter uitdrukkelijk de aandacht vestigt, kan geen reden zijn om artikel 51, lid 1, aldus uit te leggen, dat het bevoegde orgaan in geval van invaliditeit ofwel het orgaan van de woonplaats kan verzoeken de controle te verrichten, ofwel kan besluiten het zelf te doen. Als de controle in dit geval enkel op verzoek van het bevoegde orgaan plaatsvindt, dan is dat omdat zij niet altijd noodzakelijk is. Indien zij echter plaatsvindt, dan moet zij door het orgaan van de woonplaats worden verricht. Wanneer het bevoegde orgaan dat nodig acht, kan het evenwel een aanvullende controle verrichten.
10 Artikel 51 preciseert echter niet, waar die aanvullende controle moet plaatsvinden.
11 Met betrekking tot de in artikel 18, lid 5, bedoelde controle in geval van ziekte of moederschap overwoog het Hof in zijn arrest van 12 maart 1987 (zaak 122/86, Rindone, Jurispr. 1987, blz. 1339, r.o. 21), dat het respect voor de gezondheidstoestand van de betrokkene verlangde, dat hij niet werd verplicht voor geneeskundige controle terug te keren naar de staat van het bevoegde orgaan.
12 Voor deze beperking van de controlebevoegdheid van het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, bestaat echter geen grond in geval van invaliditeit.
13 Bij ziekte immers is het niet uitgesloten, dat het genezingsproces door de reis van de betrokkene ernstig wordt verstoord, maar bij invaliditeit behoeft daarvan niet bij voorbaat te worden uitgegaan. In dit geval dient van geval tot geval te worden beoordeeld, of de betrokkene in staat is te reizen.
14 Bovendien zijn met name met betrekking tot invaliditeit de verschillen tussen de wetgevingen van de Lid-Staten bijzonder groot. Ter bepaling van de mate van invaliditeit moeten volgens die wetgevingen onderzoeken worden verricht door verschillende deskundigen, in Nederland door artsen, arbeidskundigen en juridische experts. Wanneer al die deskundigen zich op reis moesten begeven, zou dat hoge kosten met zich brengen, en het is niet zeker dat zij in de staat waar de belanghebbende woont of verblijft, alle nodige faciliteiten voor hun onderzoek zouden aantreffen.
15 Hieruit volgt, dat wanneer zijn gezondheidstoestand dit toelaat, de belanghebbende verplicht is zich op verzoek van het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, te begeven naar de Lid-Staat waar dat orgaan gevestigd is, om er zich te laten onderzoeken door een door dat orgaan aangewezen arts.
16 Het zou evenwel niet stroken met het doel van artikel 51, dat de rechthebbenden op de daarin genoemde uitkeringen zoveel mogelijk beoogt te behoeden voor het aan dergelijke reizen verbonden ongerief, wanneer de betrokkenen, doordat zij in een andere Lid-Staat wonen, de in verband met dat medisch onderzoek gemaakte reis- en verblijfkosten zelf zouden moeten dragen.
17 Mitsdien moet op de eerste vraag en het eerste onderdeel van de tweede vraag worden geantwoord, dat wanneer het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 51, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, om de in een andere Lid-Staat wonende rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten onderzoeken, die rechthebbende verplicht kan worden zich naar de Lid-Staat van dit orgaan te begeven, mits het bevoegde orgaan de daaraan verbonden reis- en verblijfkosten voor zijn rekening neemt en de betrokkene de reis zonder gevaar voor zijn gezondheid kan maken.
18 Met het tweede onderdeel van de tweede vraag wenst de nationale rechter in wezen te vernemen, of het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, of het tot medische controle bevoegde orgaan, gebonden is aan het oordeel van het orgaan van de woon- of verblijfplaats over de vraag of de betrokkene in staat is te reizen.
19 Dienaangaande kan worden volstaan met erop te wijzen, dat wanneer het orgaan van de woon- of verblijfplaats de betrokkene niet in staat acht te reizen, niets belet dat het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, of het tot medische controle bevoegde orgaan, dit feit ter plaatse verifieert.
20 Op het tweede onderdeel van de tweede vraag moet mitsdien worden geantwoord, dat wanneer het orgaan van de woon- of verblijfplaats verklaart, dat de betrokkene niet in staat is te reizen, niets belet dat het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, of het tot medische controle bevoegde orgaan, dit feit ter plaatse verifieert.
Beslissing inzake de kosten
Kosten
21 De kosten door de Duitse, de Nederlandse en de Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE (Derde kamer),
uitspraak doende op de door de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam bij vonnis van 18 oktober 1989 gestelde vragen, verklaart voor recht:
1) Wanneer het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 51, lid 1, van verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, om de in een andere Lid-Staat wonende rechthebbende door een arts van eigen keuze te laten onderzoeken, kan die rechthebbende verplicht worden zich naar de Lid-Staat van het bevoegde orgaan te begeven, mits dit orgaan de daaraan verbonden reis- en verblijfkosten voor zijn rekening neemt en de betrokkene de reis zonder gevaar voor zijn gezondheid kan maken.
2) Wanneer het orgaan van de woon- of verblijfplaats verklaart, dat de betrokkene niet in staat is te reizen, belet niets dat het orgaan dat de uitkering verschuldigd is, of het tot medische controle bevoegde orgaan, dit feit ter plaatse verifieert.
Full & Egal Universal Law Academy