Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Eieren - Handelsnormen - Merking van eieren of verpakkingen - Vermelding waaruit legdatum kan worden afgeleid - Verbod
( Verordening nr . 2772/75 van de Raad, art . 21, in de versie van verordening nr . 1831/84 )
Samenvatting
Het in artikel 21 van verordening nr . 2772/75, in de versie van verordening nr . 1831/84, neergelegde verbod om de legdatum als zodanig op eierverpakkingen te vermelden, geldt ook voor een op of in de verpakkingen aangebrachte vermelding waaruit de legdatum kan worden afgeleid en die niet kan worden beschouwd als een aanduiding ter bevordering van de verkoop .
Partijen
In zaak C-372/89,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Verwaltungsgericht Schleswig-Holstein ( Bondsrepubliek Duitsland ) in het aldaar aanhangig geding tussen
Gold-Ei Erzeugerverbund GmbH
en
UEberwachungsstelle fuer Milcherzeugnisse und Handelsklassen,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening ( EEG ) nr . 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren ( PB 1975, L 282, blz . 56 ), zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984 ( PB 1984, L 172, blz . 2 ),
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
samengesteld als volgt : G . C . Rodríguez Iglesias, kamerpresident, Sir Gordon Slynn en R . Joliet, rechters,
advocaat-generaal : G . Tesauro,
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur,
gelet op de opmerkingen ingediend door :
- Gold-Ei, vertegenwoordigd door Th . Volkmann-Schluck, advocaat te Hamburg,
- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D . Booss, als gemachtigde,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de opmerkingen van Gold-Ei en de Commissie ter terechtzitting van 13 november 1990,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van dezelfde datum,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij beschikking van 2 november 1989, ten Hove ingekomen op 15 december daaraanvolgend, heeft het Verwaltungsgericht Schleswig-Holstein ( Bondsrepubliek Duitsland ) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van verordening ( EEG ) nr . 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren ( PB 1975, L 282, blz . 56 ), zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984 ( PB 1984, L 172, blz . 2 ).
2 Deze vraag is gerezen in een geding tussen Gold-Ei GmbH ( hierna : Gold-Ei ), een vereniging van eierproducenten, en de UEberwachungsstelle fuer Milcherzeugnisse und Handelsklassen over bepaalde aanduidingen op de verpakking van door Gold-Ei op de markt gebrachte eieren .
3 Verordening nr . 2772/75, die is aangenomen op basis van verordening ( EEG ) nr . 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren, stelt in het belang van de producenten, de handelaars en de consumenten bepaalde handelsnormen vast, die ertoe kunnen bijdragen de kwaliteit van eieren te verbeteren en hierdoor de afzet ervan te vergemakkelijken . Deze normen omvatten met name criteria voor de indeling van eieren ( artikelen 1 tot en met 13 ) alsmede gemeenschappelijke bepalingen betreffende de verpakking ( artikelen 16 tot en met 22 ) en het door de bevoegde nationale instanties te houden toezicht ( artikelen 26 en 28 ). Ingevolge artikel 29 zijn de Lid-Staten gehouden passende maatregelen te nemen ten einde op inbreuken op de bepalingen van de verordening sancties te stellen .
4 Ingevolge artikel 2, lid 1, van de verordening mogen eieren binnen de Gemeenschap slechts in de uitoefening van beroep of bedrijf verhandeld worden wanneer zij voldoen aan de bepalingen van de verordening . Op "kleine verpakkingen", die volgens artikel 16 dertig of minder eieren bevatten, moeten ingevolge artikel 18 bepaalde aanduidingen worden vermeld, met name de verpakkingsdatum of de verpakkingsperiode . Artikel 18, lid 1, sub e, staat daarnaast de vermelding van de aanbevolen datum van verkoop toe .
5 Artikel 21, eerste alinea, luidt als volgt : "Op de verpakkingen mogen geen andere vermeldingen voorkomen dan die welke in deze verordening worden genoemd ." Ingevolge artikel 21, tweede alinea, sub c, kunnen op kleine verpakkingen evenwel worden vermeld "aanduidingen om de verkoop te bevorderen voor zover deze aanduidingen en de wijze waarop zij worden aangebracht, de koper niet kunnen misleiden ".
6 Op de door Gold-Ei in de handel gebrachte kleine verpakkingen van eieren is overeenkomstig artikel 18 van de verordening de verpakkingsdatum vermeld en daarnaast is ook de aanduiding "Gegarandeerd verpakt op legdatum" aangebracht . Voorts staat op een bijsluiter : "Wij feliciteren u met de aankoop van deze eersteklas Gold-Eier met legdatum ."
7 Met een beroep op de artikelen 18 en 21 van verordening nr . 2772/75 zegde de UEberwachungsstelle fuer Milcherzeugnisse und Handelsklassen Gold-Ei in mei 1987 aan, de levering van kleine verpakkingen met bovengenoemde aanduiding te staken . Van deze aanzegging kwam Gold-Ei in beroep bij het Verwaltungsgericht Schleswig-Holstein met het verzoek, vast te stellen dat zij verpakkingen met bovengenoemde aanduiding in de handel mag brengen mits de aanduiding strookt met de werkelijkheid .
8 Van oordeel dat het geding een vraag over de uitlegging van de gewijzigde versie van verordening nr . 2772/75 opwerpt, heeft het Verwaltungsgericht het Hof de navolgende prejudiciële vraag voorgelegd :
"Moet verordening ( EEG ) nr . 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren, zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984, aldus worden uitgelegd, dat rechtstreekse of indirecte verwijzingen naar de legdatum op of in de verpakking zich met die verordening verdragen?"
9 Voor een nadere uiteenzetting van het rechtskader, de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
10 Vaststaat, dat artikel 21, eerste alinea, verbiedt dat de legdatum als zodanig op de eierverpakkingen wordt aangebracht .
11 Gold-Ei stelt, dat de vermelding op de verpakking noch de bijsluiter met een vermelding van de legdatum is gelijk te stellen . Deze vermeldingen vormen veeleer een bewijs van de versheid van de eieren en zijn dus "aanduidingen om de verkoop te bevorderen", die ingevolge artikel 21, tweede alinea, sub c, zijn toegestaan mits de juistheid ervan door de bevoegde instanties gemakkelijk kan worden gecontroleerd .
12 Dit betoog kan niet worden aanvaard . De in artikel 21, tweede alinea, sub c, vervatte toestemming om "aanduidingen om de verkoop te bevorderen" te vermelden, omvat niet het aanbrengen van aanduidingen of informatie die door de verordening zijn verboden . Op of in de verpakkingen aangebrachte vermeldingen als de hier in geding zijnde, die kennelijk tot doel en tot gevolg hebben de koper de legdatum mee te delen, zijn evenzeer verboden als de uitdrukkelijke vermelding van de legdatum, die ingevolge artikel 21, eerste alinea, van verordening nr . 2772/75, zoals gewijzigd, verboden is .
13 Mitsdien moet op de vraag van het Verwaltungsgericht Schleswig-Holstein worden geantwoord, dat artikel 21 van verordening ( EEG ) nr . 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren, zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984, aldus moet worden uitgelegd, dat een aanduiding, op of in de verpakking van eieren, waaruit de legdatum kan worden afgeleid, verboden is en niet kan worden beschouwd als een aanduiding ter bevordering van de verkoop .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
14 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen . Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Eerste kamer ),
uitspraak doende op de door het Verwaltungsgericht Schleswig-Holstein bij beschikking van 2 november 1989 gestelde vraag,
verklaart voor recht :
Artikel 21 van verordening ( EEG ) nr . 2772/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren, zoals gewijzigd bij verordening ( EEG ) nr . 1831/84 van de Raad van 19 juni 1984, moet aldus worden uitgelegd, dat een aanduiding, op of in de verpakking van eieren, waaruit de legdatum kan worden afgeleid, verboden is en niet kan worden beschouwd als een aanduiding ter bevordering van de verkoop .
Full & Egal Universal Law Academy