Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. In deze zaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek haar verplichtingen krachtens de artikelen 48, 52 en 59 EEG-Verdrag niet is nagekomen door het uitsluitend voor Italiaanse staatsburgers mogelijk te maken, hun in andere Lid-Staten behaalde diploma' s voor de uitoefening van bepaalde paramedische beroepen, in Italië te doen erkennen.
2. De Italiaanse wet nr. 752 van 8 november 1984 (1) maakt de erkenning mogelijk van in het buitenland behaalde diploma' s die toegang geven tot paramedische beroepen waarvoor geen universitaire titel is vereist. Die erkenning wordt echter enkel verleend in het geval van Italiaanse staatsburgers. In een schrijven van 12 oktober 1987 van het Ministerie van Volksgezondheid werd de toepassing van die wet dan ook geweigerd aan een Belgisch staatsburger die om erkenning van zijn Belgisch diploma van kinesitherapeut had verzocht.
3. Het staat buiten elke twijfel, dat de in geding zijnde wettelijke regeling onverenigbaar is met de verdragsbepalingen betreffende het vrije verkeer van werknemers, de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting. Ook al staat het een Lid-Staat bij ontbreken van harmonisatie vrij te bepalen, welke kwalificaties voor de uitoefening van een bepaalde werkzaamheid vereist zijn (2), een nationaliteitsvoorwaarde voor de erkenning van een in een andere Lid-Staat verkregen diploma of beroepskwalificatie valt niet te verenigen met het gemeenschapsrecht. (3)
4. In haar verweerschrift verklaart de Italiaanse regering, dat de weigering om het diploma van de Belgische belanghebbende te erkennen, door het Tribunale amministrativo regionale del Lazio nietig is verklaard. Daar de minister van Volksgezondheid van die beslissing niet in beroep is gegaan, zou hij verplicht zijn de beginselen waarop de beslissing van het Tribunale is gebaseerd, toe te passen op alle erkenningsaanvragen die in de toekomst worden ingediend.
5. Ik behoef er wel niet aan te herinneren, dat noch een met onvoldoende publiciteit omgeven eenvoudige bestuurspraktijk, die de administratie steeds naar goeddunken kan wijzigen, noch de verplichting van de nationale rechterlijke instanties om met het gemeenschapsrecht strijdige nationale bepalingen buiten toepassing te laten, de Lid-Staten ontslaat van hun plicht om met het gemeenschapsrecht strijdige bepalingen uit hun wetgeving te verwijderen, ten einde geen aanleiding te geven tot
"een dubbelzinnige feitelijke situatie, doordat de betrokken rechtssubjecten in een toestand van onzekerheid worden gelaten over hun mogelijkheden om zich op het gemeenschapsrecht te beroepen". (4)
6. Ik concludeer dus dat het Hof
- vaststelt dat de Italiaanse Republiek de krachtens de artikelen 48, 52 en 59 EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door het uitsluitend voor Italiaanse onderdanen mogelijk te maken, in het buitenland behaalde diploma' s die toegang geven tot bepaalde paramedische beroepen, in Italië te doen erkennen,
- verweerster verwijst in de kosten van de procedure.
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) GURI nr. 311 van 12.11.1984, blz. 9427.
(2) Arrest van 15 oktober 1987, zaak 222/86, Heylens, Jurispr. 1987, blz. 4097, r.o. 10.
(3) Met betrekking tot de erkenningsvoorwaarden voor buitenlandse diploma' s zonder dat een nationaliteitsvoorwaarde wordt gesteld, zie het arrest van 7 mei 1991, zaak C-340/89, Vlassopoulou, Jurispr. 1991, blz. T-2357.
(4) Arrest van 4 april 1974, zaak 167/73, Commissie/Frankrijk, Jurispr. 1974, blz. 359, r.o. 41; meer recentelijk, arrest van 14 juli 1988, zaak 38/87, Commissie/Griekenland, Jurispr. 1988, blz. 4415, r.o. 9.
Full & Egal Universal Law Academy