Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Voor het Tribunal correctionnel de Carcassonne is tegen R. Guitard, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Union des Caves Coopératives de l' Ouest Audois et du Razès (hierna: Uccoar), strafvervolging ingesteld wegens bedrog en misleidende reclame, omdat hij vanaf november 1988 een drank op basis van wijn waaraan de alcohol was onttrokken, zou hebben verkocht onder de benaming "alcoholvrije wijn".
Van oordeel, dat vooraleer de feiten van de zaak strafrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd, de in de gemeenschapsregeling gehanteerde omschrijving van wijn moet worden uitgelegd, heeft de verwijzende rechter het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:
"Vereisen de EEG-verordeningen, dat de wijn omschreven in punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79 en in punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87, een minimum-alcoholgehalte heeft wanneer hij in de handel wordt gebracht?"
2. Om te beginnen zijn twee opmerkingen op hun plaats. In de eerste plaats blijkt uit de processtukken en de interventies van partijen ter terechtzitting, dat de betrokken drank aan het publiek werd aangeboden als drank waaraan alle alcohol was onttrokken (met het etiket "0 alcoholvrije wijn"), en dat deze vermelding met betrekking tot de graad van onttrekking van alcohol niet aan de orde is in het kader van de strafvervolging. Hier behoeft dus enkel de vraag te worden onderzocht of wijn in de zin van de gemeenschapsregeling al dan niet een alcoholgehalte dient te hebben; bij een bevestigend antwoord op deze vraag behoeft niet te worden aangegeven, bij welk minimum-alcoholgehalte een drank wijn is in de zin van deze regeling.
In de tweede plaats handelt de hoofdzaak over de benaming van een Frans produkt dat op de Franse markt wordt verkocht. Derhalve behoeft het gemeenschapsrecht dat van toepassing is op de verkoop in Frankrijk van uit andere Lid-Staten afkomstige produkten onder de benaming "alcoholvrije wijn", niet te worden onderzocht.
3. In punt 8 van bijlage II bij verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt(1), waarnaar de verwijzende rechter in de prejudiciële vraag het eerst verwijst, wordt wijn gedefinieerd als volgt:
"8. Wijn: het produkt dat uitsluitend is verkregen door gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting van verse, al dan niet getreden druiven of van druivemost."
Verordening nr. 337/79 is per 1 april 1987 ingetrokken bij verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt.(2) In punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87 wordt wijn woord voor woord(3) op identieke wijze gedefinieerd als in punt 8 van bijlage II bij de ingetrokken verordening nr. 337/79. De feiten van de onderhavige zaak (verkoop van "alcoholvrije wijn" vanaf november 1988) deden zich voor op een moment waarop verordening nr. 822/87 reeds in werking was getreden. Hieronder zal ik derhalve refereren aan de definitie van verordening nr. 822/87, daar deze inhoudelijk niet afwijkt van de definitie van verordening nr. 337/79.
4. Volgens deze definitie is wijn een produkt op basis van alcoholisch gegiste verse druiven of druivemost. In het woordenboek "Robert"(4) wordt de term "gisting" omschreven als "door giststof bewerkte chemische verandering van de samengesteldheid van organische stoffen, waarbij de giststof zelf ongewijzigd lijkt te blijven". Het begrip "alcoholische gisting" wordt in dit woordenboek gedefinieerd als de verandering "waarbij suikerdelen in alcohol worden omgezet".
Daar in punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87 sprake is van een uitsluitend door alcoholische gisting uit verse druiven of druivemost(5) verkregen produkt, heeft het onder dat punt gedefinieerde produkt noodzakelijkerwijs een bepaald alcoholgehalte.
5. Weliswaar spreekt de communautaire definitie van wijn niet met zoveel woorden van een minimum alcohol-volumegehalte, zoals wel het geval is voor bepaalde soorten wijn, met name "wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt"(6), "tafelwijn"(7) en "kwaliteitswijnen"(8), maar uit het feit dat in de definitie van wijn in zijn algemeenheid niets is bepaald omtrent een alcohol-volumegehalte, mag niet worden afgeleid, dat een uit druiven verkregen alcoholvrije drank onder deze definitie valt. Zoals hierboven is gezegd, is namelijk het alcoholgehalte een van de belangrijkste kenmerken van wijn.
6. Ook al is de "alcoholvrije wijn" waarop de hoofdzaak betrekking heeft, een drank op basis van wijn waaraan door middel van een speciaal procédé de alcohol is onttrokken, toch kan het produkt dat overblijft nadat aan wijn de alcohol is onttrokken, dat wil zeggen nadat deze wijn een van zijn belangrijkste kenmerken heeft verloren, niet meer worden gekwalificeerd als wijn in de zin van de gemeenschapsregeling, te meer daar het onttrekken van alcohol niet behoort tot de toegestane oenologische procédés in de zin van titel II van verordening nr. 822/87. Wijn waaraan de alcohol is onttrokken, moet dus worden geacht niet meer binnen de werkingssfeer van verordening nr. 822/87 te vallen.
7. De gemeenschapsregeling bevat niettemin enkele bepalingen inzake het gebruik van de benaming "wijn" die, ten einde verwarring bij de consument te voorkomen(9), ook van toepassing zijn op andere dranken dan wijn in de zin van de definitie van de gemeenschapsregeling. Hoewel de nationale rechter in zijn verwijzingsvonnis niet refereert aan deze bepalingen, lijkt het, gelet op de stukken van het dossier en ten einde de nationale rechter alle gegevens van het gemeenschapsrecht te verschaffen die van nut kunnen zijn bij de beslechting van de hoofdzaak, opportuun tevens de strekking van bovenbedoelde bepalingen te onderzoeken.
8. Krachtens artikel 45, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost(10), welke bepaling ten tijde van de feiten in de hoofdzaak van toepassing was(11), mag de benaming "wijn" alleen worden gebruikt voor produkten die voldoen aan de definitie in punt 8 van bijlage II bij verordening nr. 337/79 en dus, ten tijde van de feiten in de hoofdzaak, in punt 10 van bijlage I bij verordening nr. 822/87. Artikel 45, lid 2, van verordening nr. 355/79 bevat echter de volgende versoepeling:
"2. Onverminderd de bepalingen tot harmonisatie van de wetgevingen, is het bepaalde in lid 1 echter niet van invloed op de mogelijkheid die de Lid-Staten hebben om toe te staan
- dat het woord 'wijn' , vergezeld van de naam van een vrucht, in samengestelde benamingen wordt gebezigd om produkten, verkregen door vergisting van andere vruchten dan druiven, aan te duiden,
- dat er andere samengestelde benamingen met het woord 'wijn' worden gebezigd.
Ingeval samengestelde benamingen als bedoeld in de vorige alinea worden gebruikt, moet verwarring met de in lid 1 bedoelde produkten zijn uitgesloten."
9. Artikel 45, lid 2, van verordening nr. 355/79 is verder uitgewerkt in artikel 20 van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost(12). Krachtens artikel 20, lid 1, sub b, mogen de Lid-Staten zowel voor dranken uit eigen produkten als voor dranken van oorsprong uit andere Lid-Staten en voor ingevoerde dranken het gebruik van het woord "wijn" toestaan in samengestelde benamingen, met name "British wine" of "Irish wine". Ter verduidelijking bepaalt artikel 20, lid 2, bovendien het volgende:
"2. Om te voorkomen dat de in lid 1 bedoelde termen worden verward met de woorden 'wijn' en 'tafelwijn' , zien de Lid-Staten erop toe dat:
- het woord 'wijn' alleen in samengestelde benamingen en in geen geval afzonderlijk wordt gebruikt,
- de in het eerste streepje bedoelde samengestelde benamingen op de etikettering worden vermeld in letters van hetzelfde type en dezelfde kleur en die voldoende groot zijn opdat zij duidelijk van de andere aanduidingen kunnen worden onderscheiden."
10. Zoals de Commissie ter terechtzitting onweersproken uiteen heeft gezet, vormen de woorden "alcoholvrije wijn" een samengestelde benaming. Derhalve mag de benaming "alcoholvrije wijn" worden gebezigd om een drank aan te duiden die is verkregen door onttrekking van alcohol aan wijn, voor zover de Lid-Staat gebruik heeft gemaakt van de door artikel 45 van de ingetrokken verordening nr. 355/79, thans artikel 43 van verordening nr. 2392/89, geboden mogelijkheid. Wanneer de Lid-Staten gebruik maken van deze mogelijkheid, dienen zij ervoor te zorgen dat het woord "wijn" wordt gebezigd met inachtneming van de in bovenbedoelde bepaling en in artikel 20 van verordening nr. 997/81 gestelde voorwaarden, om verwarring bij de consument te voorkomen.
Het staat derhalve aan de nationale rechter om na te gaan, of het krachtens de Franse wettelijke regeling is toegestaan de woorden "alcoholvrije wijn" te bezigen om andere produkten dan wijn in de zin van de gemeenschapsregeling aan te duiden. Dienaangaande is door de Franse regering in de door haar bij het Hof ingediende opmerkingen echter verklaard, dat de Franse wetgever geen gebruik heeft gemaakt van deze mogelijkheid.
11. Ten slotte moeten we nog aandacht besteden aan het in het verwijzingsvonnis genoemde verweermiddel, dat Franse wijnbouwers worden gediscrimineerd doordat in andere Lid-Staten een door onttrekking van alcohol aan wijn verkregen drank onder de benaming "alcoholvrije wijn" zou kunnen worden verkocht. Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat de bijzondere situatie van de Franse wijnbouwers het gevolg is van de omstandigheid, dat de Lid-Staten krachtens de gemeenschapsregeling de mogelijkheid hebben, maar niet verplicht zijn, toe te staan dat het woord "wijn" wordt gebezigd voor andere produkten dan wijn. Dit betekent dat een Lid-Staat die geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, de verkoop van uit eigen produkten verkregen dranken op zijn grondgebied aan strengere regels kan onderwerpen dan in andere Lid-Staten gelden.(13) Het is vaste rechtspraak van het Hof(14), dat het gemeenschapsrecht niet in de weg staat aan een dergelijk verschil in behandeling.
Conclusie
12. Ik geef in overweging, de door de nationale rechter gestelde vraag te beantwoorden als volgt:
"Punt 10 van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt moet aldus worden uitgelegd, dat de daarin gedefinieerde wijn een bepaald alcoholgehalte moet bevatten. Weliswaar is volgens artikel 45, lid 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost, de aanduiding 'wijn' voorbehouden aan produkten die voldoen aan de definitie in genoemd punt 10, doch op grond van artikel 45, lid 2, mogen de Lid-Staten het gebruik van de samengestelde benaming 'alcoholvrije wijn' toestaan ter aanduiding van produkten op basis van wijn waaraan de alcohol volledig is onttrokken."
(*)Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) - PB 1979, L 54, blz. 1.
(2) - PB 1987, L 84, blz. 1.
(3) - De Franse taalversie wijkt evenwel in zoverre af, dat het woord "getreden" grammaticaal niet betrekking heeft op verse druiven zoals in verordening nr. 337/79, maar op alcoholische vergisting. Gelet op de andere taalversies en de context, is hier kennelijk sprake van een vergissing.
(4) - P. Robert: Dictionnaire alphabétique et analogique de la langue française, 1975.
(5) - Volgens punt 2 van deze bijlage I bij verordening nr. 822/87 is een effectief alcohol-volumegehalte van druivemost van ten hoogste 1 % vol toegestaan.
(6) - Punt 12 van bijlage I bij verordening nr. 822/87.
(7) - Punt 13 van bijlage I bij verordening nr. 822/87.
(8) - Artikel 7 van verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1987, L 84, blz. 59).
(9) - Zie arrest van 25 februari 1981 (zaak 56/80, Weigand, Jurispr. 1981, blz. 583).
(10) - PB 1979, L 54, blz. 99.
(11) - Verordening nr. 355/79 is ingetrokken bij verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad van 24 juli 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1989, L 232, blz. 13), die in werking is getreden op 4 september 1989, dus nadat de feiten in de hoofdzaak zich hadden voorgedaan. De met artikel 45 van verordening nr. 355/79 overeenstemmende bepaling is artikel 43 van verordening nr. 2392/89.
(12) - PB 1981, L 106, blz. 1. Artikel 20 van verordening nr. 997/81 bleef ook toepasselijk na de inwerkingtreding van verordening nr. 2392/89, waarbij verordening nr. 355/79 is ingetrokken.
(13) - Zoals onder punt 2 is aangegeven, behoeft gezien de stukken van het dossier niet te worden ingegaan op de bepalingen van het gemeenschapsrecht die van toepassing zijn op het intracommunautaire handelsverkeer in onder de benaming "alcoholvrije wijn" verkochte produkten.
(14) - Zie met name het arrest van 14 februari 1990 (zaak C-350/88, Delacre, Jurispr. 1990, blz. I-395, r.o. 40).
Full & Egal Universal Law Academy