Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1. Met dit beroep krachtens artikel 169 EEG-Verdrag verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen, dat het Koninkrijk Denemarken zijn verplichtingen niet is nagekomen door de in artikel 3, lid 3, van richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 (1), zoals gewijzigd bij richtlijn 78/1033/EEG van de Raad van 19 december 1978 (2), vastgestelde maximumhoeveelheid van 10 liter brandstof in draagbare reservoirs die met belastingvrijstelling mag worden ingevoerd, van toepassing te verklaren op alle brandstoffen.
2. Ik begin met een kort overzicht van de gemeenschapsregeling inzake de hier bedoelde vrijstellingen. Richtlijn 69/169 voorziet in vrijstelling van omzetbelastingen en accijnzen bij de invoer van goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, mits het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is. Een dergelijke regeling geldt ingevolge artikel 2 van de richtlijn voor reizigersverkeer tussen Lid-Staten, en ingevolge artikel 1 voor het reizigersverkeer tussen derde landen en de Gemeenschap. Het enige verschil tussen de intracommunautaire en de extracommunautaire regeling zit in de totale waarde van de goederen die met vrijstelling mogen worden ingevoerd. In het reizigersverkeer tussen derde landen en de Gemeenschap geldt een bedrag van 45 ECU (3); in het reizigersverkeer tussen Lid-Staten is het bedrag vastgesteld op 390 ECU (4), met dien verstande dat Denemarken goederen van de vrijstelling kan uitsluiten waarvan de waarde per eenheid hoger is dan 340 ECU. (5) Zowel in het reizigersverkeer tussen Lid-Staten als in dat tussen de Gemeenschap en derde landen gelden voor het recht op de vrijstelling twee wezenlijke voorwaarden: zoals gepreciseerd in artikel 3, lid 2, van richtlijn 69/169 dient het te gaan om invoer waaraan elk handelskarakter vreemd is, en bovendien dienen de goederen deel uit te maken van de persoonlijke bagage van de reiziger.
3. In richtlijn 78/1033 - de zogenoemde vierde richtlijn - is het begrip persoonlijke bagage nader omschreven. Bij deze richtlijn is namelijk aan artikel 3 van richtlijn 69/169 een derde lid toegevoegd, bepalende dat "onder persoonlijke bagage wordt verstaan alle bagage die de reiziger bij zijn aankomst bij de douane kan aangeven, alsmede de bagage die hij later bij die douane aangeeft".
4. Na deze algemene definitie volgt een precisering die in de Franse tekst luidt als volgt: "Ne constituent pas des bagages personnels les reservoirs portatifs contenant du carburant. Toutefois, pour chaque moyen de transport à moteur, est admis en franchise le carburant contenu dans de tels réservoirs portatifs pour une quantité ne dépassant pas 10 litres sans préjudice des dispositions nationales en matière de détention et de transport du carburant." (6)
5. De Commissie verwijt Denemarken, dat het deze tekst aldus heeft uitgelegd, dat de beperking niet enkel geldt voor motorbrandstof, doch tevens voor elke andere brandstof in draagbare reservoirs.
6. Volgens de Commissie was een aanzienlijke stijging van de belasting op huisbrandolie in Denemarken in 1986 voor de Deense autoriteiten aanleiding om bekendheid te geven aan hun interpretatie van het besluit waarbij de in de richtlijn neergelegde regel in Deens recht was omgezet. Besluit nr. 422 van 25 september 1985 betreffende de vrijstelling voor de bagage van reizigers bepaalde in artikel 4, lid 3, dat "de belastingvrijstelling voor de invoer van brandstof [Deens: braendstof] in draagbare reservoirs beperkt is tot 10 liter per motorvoertuig". (7) De Deense minister van Belastingen gaf daarop te kennen, dat deze bepaling zijns inziens van toepassing was op huisbrandolie en dat "bedoeld besluit volledig in overeenstemming was met de gemeenschapswetgeving". (8) Genoemd besluit is nadien vervangen door besluit nr. 412 van 13 juni 1989, maar de hier in geding zijnde bepaling bleef ongewijzigd.
7. Denemarken blijft erbij, dat zijn uitlegging van de bepaling in overeenstemming is met de richtlijn, aangezien in de Deense versie hiervan de term "braendstof" wordt gebruikt, waarmee in het courante taalgebruik alle brandbare vloeistoffen worden bedoeld die gebruikt kunnen worden om energie op te wekken, bij voorbeeld in een explosiemotor of voor verwarming. Verder baseert Denemarken zich op de Engelse, de Duitse en de Nederlandse versie, waarin respectievelijk sprake is van "fuel", "Kraftstoff" en "brandstof", welke termen dezelfde ruime betekenis zouden hebben als het Deense "braendstof".
8. De Commissie erkent, dat de term "braendstof" in de Deense versie overeenkomt met de in de Engelse, de Duitse en de Nederlandse versie van de richtlijn gebruikte termen, doch voegt hieraan toe, dat de woorden "carburant" in de Franse versie en "carburante" in de Italiaanse versie uitsluitend doelen op brandstof voor explosiemotoren. Dat de formulering van de Deense, de Engelse, de Nederlandse en de Duitse versie aan duidelijkheid te wensen overlaat, betekent echter niet, dat zij onjuist is. Bovendien, aldus de Commissie, heeft geen enkele andere Lid-Staat de door Denemarken verdedigde uitlegging tot de zijne gemaakt. Blijkens de voorstukken van de richtlijn kan over de aan artikel 3, lid 3, te geven uitlegging niet de geringste twijfel bestaan. Deze bepaling is bedoeld om de in draagbare reservoirs vervoerde hoeveelheid motorbrandstof te beperken.
9. Om te beginnen herinner ik eraan, dat in geval van verschillen tussen de taalversies van een gemeenschapsregeling het Hof van mening is, dat
"wanneer één enkele beslissing tot alle Lid-Staten wordt gericht, het vereiste van uniforme toepassing en uitlegging meebrengt dat deze tekst niet op zichzelf in één van zijn versies wordt beschouwd, doch gebiedt dat hij zal worden geïnterpreteerd - met name in het licht van de in alle talen geredigeerde versies - zowel naar de werkelijke bedoeling van de wetgever, als gelet op het doel hetwelk hij zich daarmede heeft gesteld". (9)
Verder merkte het Hof op, dat
"niet mag worden aangenomen, dat de auteurs der beschikking in sommige landen der Gemeenschap striktere verplichtingen wilden opleggen dan in andere". (10)
Men kan dus niet stellen, dat de Deense autoriteiten zich achter de Deense versie mochten verschuilen en dat zij niet de mogelijkheid hebben gehad om kennis te nemen van de Franse en de Italiaanse versie van de richtlijn.
10. In dit geval kunnen de originele taalversies van de tekst, zoals gewijzigd in 1978, dus kennelijk in een strikte en in een ruime variant worden onderverdeeld. Redelijkerwijs mag dus worden gesteld dat, zoals het Hof eerder reeds in de context van een beroep wegens niet-nakoming heeft vastgesteld,
"het vergelijkend onderzoek van de verschillende taalversies van de verordening geen van de aangevoerde argumenten aannemelijk (maakt), zodat aan de gebezigde terminologie geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden". (11)
In een dergelijk geval, aldus het Hof, moet
"wanneer de taalversies uiteenlopen, de betrokken bepaling worden uitgelegd met het oog op de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt". (12)
11. Richtlijn 78/1033, waarbij in richtlijn 69/169 de bepaling is ingevoegd die door de twee partijen verschillend wordt geïnterpreteerd, is karig met informatie over deze toevoeging: zij beperkt zich tot de precisering in de zesde overweging van de considerans, dat "het begrip persoonlijke bagage dient te worden omschreven". Het desbetreffende voorstel van de Commissie (13) verschilt op sommige punten van de door de Raad vastgestelde definitieve tekst: het voorstel voorzag in verschillende hoeveelheden voor het verkeer tussen Lid-Staten (15 liter) en voor het verkeer met derde landen (5 liter). Vooral van belang is echter dat de vrijstelling slechts zou gelden voor "brandstof welke zich in een reservetank bevindt". (14)
12. Zoals de Commissie beklemtoont, was deze formulering nauwkeuriger en gaf zij duidelijk aan waarom het ging, namelijk om een vrijstelling voor een kleine hoeveelheid motorbrandstof als noodvoorraad voor een chauffeur die onverwacht met een lege tank komt te zitten. Denemarken erkent, dat er in dit voorstel een verband bestond tussen de normaal voor het voertuig gebruikte en de ingevoerde brandstof. In de Deense versie van het voorstel werd evenwel reeds de term "braendstof" gebruikt, hoewel verweerder daaraan thans in het kader van de richtlijn de betekenis van brandstof in het algemeen wenst te geven.
13. Men kan mijns inziens moeilijk stellen, dat de term "braendstof" een andere betekenis heeft gekregen doordat in de vierde richtlijn sprake is van "draagbare reservoirs" en niet langer van "reservetanks" zoals in het voorstel. Deze wijziging lijkt mij uitsluitend bedoeld te zijn om de tweede volzin eenvoudiger te maken zonder een nieuw begrip "reservetank" in te voeren, en door te verwijzen naar het in de eerste volzin neergelegde beginsel, dat reeds in de fase van de ontwerp-richtlijn aldus was geformuleerd, dat "losse reservoirs waarin zich brandstof bevindt niet tot de persoonlijke bagage behoren".
14. Zoals de Commissie heeft opgemerkt, wordt een draagbaar reservoir op één lijn gesteld met het normale reservoir. Het wordt als een extra reserve beschouwd, als een toebehoren van het voertuig, en niet als persoonlijke bagage. De waarde van de brandstof blijft daarom buiten beschouwing bij de berekening van de totale waarde van de door de reiziger ingevoerde goederen. Ik zie niet in, waarom een dergelijke regel ook zou gelden voor brandstoffen die niet voor het aandrijven van de betrokken voertuigen worden gebruikt.
15. Ten slotte zij nog verwezen naar richtlijn 83/181/EEG van de Raad van 28 maart 1983 (15), gewijzigd bij richtlijn 88/331/EEG van 13 juni 1988. (16) Artikel 82, lid 1, daarvan luidt als volgt:
"1. Behoudens het bepaalde in de artikelen 83, 84 en 85 wordt vrijstelling verleend voor:
a) de brandstof welke zich in de normale reservoirs bevindt van:
- personenwagens, bedrijfsvoertuigen en motorrijwielen;
- containers voor speciale doeleinden;
b) de brandstof welke zich in draagbare reservoirs in personenauto' s en motorrijwielen bevindt, tot een maximum van 10 liter per voertuig en onverminderd de nationale voorschriften inzake bezit en vervoer van brandstoffen [Frans: 'carburant' ]."
In de Deense versie van dit artikel is sprake van "braendstof" en in de Engelse versie van "fuel", hoewel deze bepaling geen enkele redelijke twijfel laat over de uitlegging ervan: het gaat uitsluitend over motorbrandstof, dit wil zeggen brandstof voor explosiemotoren voor de aandrijving van voertuigen.
16. Deze bepaling neemt dus elke mogelijke twijfel weg over de strekking van richtlijn 78/1033: de vrijstelling voor tien liter motorbrandstof in draagbare reservoirs in voertuigen is bedoeld ter aanvulling van de vrijstelling voor motorbrandstof in de normale reservoirs van de voertuigen. (17)
17. Men kan dus niet stellen, dat de in artikel 3, lid 3, van richtlijn 69/169 gestelde grens geldt voor andere brandstoffen dan motorbrandstoffen. Denemarken heeft deze bepaling dus te ruim uitgelegd.
18. Denemarken heeft zich evenwel niet beperkt tot aan de semantiek ontleende argumenten. Het heeft in zijn antwoord op het met redenen omkleed advies verklaard, dat er eigenlijk geen redenen waren voor een juridisch dispuut met de Commissie over de uitlegging van de term "braendstof", en dat het bereid was aan de in artikel 3, lid 3, van richtlijn 69/169 gebruikte term de enge betekenis van motorbrandstof toe te kennen. Wel is Denemarken van mening, dat ten gevolge van deze uitlegging geen enkele vrijstelling kan worden toegekend voor brandstof in draagbare reservoirs. Deze subsidiaire stelling kan als volgt worden samengevat: erkent men dat de richtlijn in artikel 3, lid 3, bepaalt dat draagbare reservoirs die motorbrandstof bevatten, niet als persoonlijke bagage zijn te beschouwen, dan kunnen reservoirs die huisbrandolie bevatten, a fortiori niet tot de persoonlijke bagage worden gerekend. Denemarken wijst erop, dat een draagbaar reservoir met huisbrandolie minder met de reis te maken heeft dan draagbare reservoirs met motorbrandstof, die nog niet eens tot de persoonlijke bagage behoren. Overigens zou deze oplossing in de lijn liggen van de meest courante betekenis van het begrip "persoonlijke bagage".
19. Mijns inziens is deze opvatting niet gegrond. In haar voorstel voor een vierde richtlijn stelde de Commissie klaar en duidelijk, dat "het begrip 'persoonlijke bagage' dient te worden omschreven" (18), en bovendien stemt het Economisch en Sociaal Comité uitdrukkelijk in met de "vaststelling van een (dergelijke) definitie". (19) Uiteindelijk heeft de Raad artikel 3, lid 3, eerste alinea, van de richtlijn als volgt vastgesteld:
"Onder persoonlijke bagage wordt verstaan alle bagage die de reiziger bij zijn aankomst bij de douane kan aangeven, alsmede de bagage die hij later bij die douane aangeeft, mits hij kan bewijzen dat deze bij zijn vertrek als begeleide bagage was ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer heeft verzorgd."
20. Daaruit volgt dat, indien de reiziger goederen als begeleide bagage kan aangeven, deze goederen onder de definitie van persoonlijke bagage vallen. Niet voorzien is evenwel dat daarnaast ook nog wordt nagegaan of de betrokken goederen in min of meer nauw verband staan met de reis, of ook nog of het om persoonlijke bagage in de normale betekenis van het woord gaat. Zoals gezegd, staat buiten kijf dat volgens de richtlijn draagbare reservoirs met motorbrandstof geen persoonlijke bagage zijn. Wat motorbrandstof betreft, is begrijpelijk dat het draagbaar reservoir min of meer tot de toebehoren van het voertuig zelf en niet tot de persoonlijke bagage wordt gerekend, doch een verruiming van deze oplossing tot andere gevallen ware ongegrond. In het uiterste geval zou de Deense zienswijze tot de opvatting kunnen leiden, dat elk draagbaar reservoir, ongeacht de inhoud ervan, geen persoonlijke bagage in de zin van de richtlijn kan zijn. Mij komt het dus voor dat brandstof, al dan niet in draagbare reservoirs, onder de regeling voor persoonlijke bagage valt. Zij kan dus niet a priori van dit begrip worden uitgesloten.
21. Natuurlijk kan de algemene vrijstelling eerst worden toegepast nadat is nagegaan of aan de invoer elk handelskarakter vreemd is (een voorwaarde die in casu niet ter discussie staat), en bovendien of voor het betrokken produkt niet een specifieke bepaling van de richtlijn geldt, zoals bij voorbeeld het geval is voor parfum of alcoholische dranken. (20) Voor brandstof geldt geen enkele bijzondere bepaling.
22. Zoals ik in eerdere zaken reeds betoogde, zou het begrip specifiek kwantitatief maximum immers totaal worden uitgehold indien de Lid-Staten gerechtigd waren een maximum in te voeren voor andere dan de uitdrukkelijk in de richtlijn genoemde produkten op grond van een of andere vermeende analogie. (21)
23. Het is vaste rechtspraak, dat
"de Lid-Staten op het onderhavige terrein nog slechts de beperkte bevoegdheid hebben die hun door de bepalingen van de betrokken richtlijnen is toegekend". (22)
Voorts stelde het Hof vast, dat deze bepalingen
"niet in de mogelijkheid voorzien om kwantitatieve maxima vast te stellen voor produkten die niet uitdrukkelijk onder artikel 4, lid 1, van richtlijn 69/169 vallen". (23)
24. Mitsdien geef ik het Hof in overweging vast te stellen, dat het Koninkrijk Denemarken zijn verplichtingen niet is nagekomen door op alle andere soorten brandstof dan motorbrandstof de kwantitatieve beperking tot tien liter toe te passen die ingevolge richtlijn 69/169/EEG zoals gewijzigd bij richtlijn 78/1033/EEG geldt voor de invoer met belastingvrijstelling van motorbrandstof in draagbare reservoirs, en Denemarken te verwijzen in de kosten van het geding.
(*) Oorspronkelijke taal: Frans.
(1) Inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer (PB 1969, L 133, blz. 6).
(2) PB 1978, L 366, blz. 31.
(3) Artikel 1 van richtlijn 81/933/EEG van de Raad van 17 november 1981 tot wijziging van richtlijn 69/169/EEG (PB 1981, L 338, blz. 24).
(4) Artikel 1 van richtlijn 88/664/EEG van de Raad van 21 december 1988 houdende negende wijziging van richtlijn 69/169/EEG (PB 1988, L 382, blz. 41).
(5) Artikel 1 van richtlijn 89/194/EEG van de Raad van 13 maart 1989 tot wijziging van richtlijn 69/169/EEG (PB 1989, L 73, blz. 47).
(6) Cursivering van mij. (Aanmerking van de vertaler: de Franse term "carburant" doelt specifiek op motorbrandstof.)
(7) In haar Franse vertaling van deze bepaling, opgenomen in haar schriftelijk antwoord op een vraag van het Hof, vertaalt de Commissie de Deense term "braendstof" met "combustibles", dat wil zeggen brandstoffen in het algemeen.
(8) Debatten van 27 januari 1987 in het Deense parlement.
(9) Arrest van 12 november 1969, zaak 29/69, Stauder, Jurispr. 1969, blz. 419, r.o. 3.
(10) Ibidem, r.o. 4.
(11) Arrest van 28 maart 1985, zaak 100/84, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr. 1985, blz. 1169, r.o. 16).
(12) Ibidem, r.o. 17; zie ook in een prejudiciële zaak het arrest van 27 oktober 1977, zaak 30/77, Bouchereau, Jurispr. 1977, blz. 1999, r.o. 14.
(13) PB 1978, C 213, blz. 9.
(14) Artikel 1, lid 2, tweede alinea, van het voorstel; cursivering van mij.
(15) Houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 14, lid 1, onder d, van richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (PB 1983, L 105, blz. 38).
(16) PB 1988, L 151, blz. 79.
(17) Deze termen worden in artikel 82, lid 2, sub c, omschreven.
(18) Voorstel reeds aangehaald in voetnoot 13, achtste overweging van de considerans.
(19) PB 1979, C 105, blz. 3.
(20) Artikel 4 van richtlijn 69/169, laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 85/348/EEG van 8 juli 1985 (PB 1985, L 183, blz. 24).
(21) Conclusies bij de arresten van 6 december 1990, zaak C-208/88, Commissie/Denemarken, Jurispr. 1990, blz. I-4445, en zaak C-367/88, Commissie/Ierland, Jurispr. 1990, blz. I-4465.
(22) Arresten van 6 december 1990, reeds aangehaald, r.o. 7; arrest van 12 juni 1990, zaak C-158/88, Commissie/Ierland, Jurispr. 1990, blz. I-2367, r.o. 7.
(23) Arresten van 6 december 1990, reeds aangehaald, r.o. 7.
Full & Egal Universal Law Academy