Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
Het Bundesfinanzhof heeft een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur (1); het wenst in het bijzonder te vernemen of door ultrafiltratie verkregen melkweipoeder dat 76,6 % proteïne, 2,1 % melkvet en 5 % lactose bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, moet worden ingedeeld als een niet onder andere posten begrepen "produkt bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk" (postonderverdeling 0404 90 33), dan wel als "wei" (postonderverdeling 0404 10 11).
In de eerste plaats dient erop gewezen te worden, dat wei, die overblijft na het onttrekken van vet en caseïne aan de melk, onder tariefpost 0404 10 is ingedeeld. In de regel bestaat wei uit een hoog percentage lactose (meer dan 60 %) en uit proteïne en minerale zouten. Volgens de desbetreffende toelichting wordt er ook van wei gesproken, indien een "deel" van de lactose is onttrokken. Overigens is het vaste rechtspraak van het Hof, dat aan de indeling van een waar in het douanetarief niet wordt afgedaan door het feit dat de waar bewerkingen heeft ondergaan, die de wezenlijke bestanddelen van het basisprodukt niet hebben veranderd (laatstelijk arrest van 25 mei 1989, zaak 40/88, Weber, Jurispr. 1989, blz. 1395, 1414, r.o. 19 en 20).
De vraag is dus of een produkt waarvan het lactosegehalte is teruggebracht tot 5 %, kan worden ingedeeld als wei, hoewel de lactose niet slechts "gedeeltelijk" maar ... nagenoeg geheel is verwijderd.
Bij de huidige stand van de toepasselijke regeling ligt het antwoord voor de hand: nu het lactosegehalte is teruggebracht tot 5 %, kan er niet worden gesproken van een gedeeltelijke verwijdering, zodat wei die dezelfde kenmerken heeft als de onderhavige wei, niet onder post 0404 10 kan worden ingedeeld. Dit wordt bevestigd en niet weerlegd door het feit dat, zoals uit het dossier blijkt, binnen het Comité Nomenclatuur en het Comité van het geharmoniseerde systeem enerzijds is besloten, dat substantieel gewijzigde wei op basis van de toepasselijke regeling onder restpost 0404 90 moet worden ingedeeld, maar anderzijds overeenstemming is bereikt over de aanbeveling, elke gewijzigde wei in de toekomst onder post 0404 10 in te delen en de teksten dienovereenkomstig te herformuleren. De Internationale Douaneraad heeft daarop besloten met dit voorstel in te stemmen en heeft op zijn beurt op 5 juli 1989 aan de Lid-Staten de aanbeveling gedaan, de vereiste wijzigingen in de desbetreffende bepalingen van de nomenclatuur aan te brengen.
Het spreekt echter vanzelf, dat, in afwachting van de aangekondigde tekstuele wijziging, wei met dezelfde kenmerken als de onderhavige wei, onder restpost 0404 90 moet worden ingedeeld.
Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het Bundesfinanzhof het volgende antwoord te geven:
"De gecombineerde nomenclatuur, in de versie van verordening (EEG) nr. 3174/88, moet aldus worden uitgelegd, dat door ultrafiltratie verkregen weipoeder dat 76,6 % melkproteïne, 2,1 % melkvet en 5 % lactose bevat, zonder aantoonbare aanwezigheid van suiker, moet worden ingedeeld onder postonderverdeling 0404 90 33."
(*) Oorspronkelijke taal: Italiaans.
(1) Verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 (PB 1988, L 298, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy